InterviewPolitiesocioloog Jaap Timmer

Mensen die overleden na contact met politie, vertoonden vaak ‘verward’ gedrag. Wat kan de politie daarvan leren?

Bloemen op de plek waar Tomy Holten werd gearresteerd. De Zwollenaar overleed in 2020 in een politiecel, nadat hij vanwege verward gedrag in een supermarkt werd aangehouden. Beeld ANP
Bloemen op de plek waar Tomy Holten werd gearresteerd. De Zwollenaar overleed in 2020 in een politiecel, nadat hij vanwege verward gedrag in een supermarkt werd aangehouden.Beeld ANP

Het gros van de mensen die de afgelopen jaren omkwamen na contact met de politie, vertoonden ‘verward gedrag’, zo blijkt uit het eerste onderzoek naar de slachtoffers van fatale politie-incidenten. Wat kan de politie daarvan leren?

Isabel Baneke

Ruim acht op die tien mensen die de afgelopen jaren bij optredens van de politie om het leven kwamen, waren verward en kampten met meerdere problemen zoals verslavingen en schulden, concludeert Bureau Beke in een nieuw rapport.

Oververtegenwoordigd in de groep slachtoffers zijn mannen, dertigers en veertigers, en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Ook komen fatale incidenten relatief vaker voor bij personen met een lagere sociaal-economische en maatschappelijke status.

“Voor het eerst is in beeld gebracht wat voor mensen onder welke omstandigheden overlijden bij politieoptredens”, zegt politiesocioloog Jaap Timmer van de Vrije Universiteit Amsterdam. Waar studies zich doorgaans richten op de rechtmatigheid van politiegeweld, lag de focus van Bureau Beke op het slachtoffer.

In opdracht van de politie en de Rijksrecherche bestudeerde het onderzoeksbureau alle vijftig fatale politie-incidenten van 2016 tot 2021 waarvan het onderzoek door de Rijksrecherche was afgerond. Beke analyseerde geanonimiseerde dossiers en sprak met familierechercheurs, die contact onderhouden met nabestaanden.

Kan de politie wat leren van dit rapport?

Timmer: “Zeker. Zo laat het rapport zien dat het gros van deze mensen bekenden van de politie zijn. Die personen hebben een historie wat betreft het veroorzaken van overlast of het vertonen van verward gedrag. Het interessante is dat de onderzoekers hebben kunnen vaststellen dat in de zeven maanden vóór het dodelijke incident, er een escalatie was in de aard en omvang van meldingen die deze mensen veroorzaken. Gemiddeld gezien dan. Daar kan de politie natuurlijk op inspringen. Ze zou bijvoorbeeld een algoritme kunnen maken, waardoor het systeem een signaal afgeeft na een oplopend aantal meldingen over dezelfde persoon in een bepaalde periode. Dan ziet de politie: we hebben hier een probleemgeval. Met die informatie kunnen ze dan naar de organisaties op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg, woningcorporaties en alle andere betrokken partijen stappen om te bespreken hoe ze kunnen voorkomen dat zo’n situatie uit de hand loopt.”

Wanneer dat tóch gebeurt, hoe moeten agenten dan omspringen met personen die verward gedrag vertonen?

“Dat is ingewikkeld. Haast is een probleem. Begrijpelijkerwijs hebben politiemensen vaak geen tijd of geduld om te wachten op een crisisdienst met een aanrijtijd van drie uur, het zijn mbo-geschoolde doeners met nog drie andere meldingen waarop zij af moeten. Ook om een andere reden dan tijd kunnen agenten niet goed uit de voeten met dergelijke situaties. Mensen zijn dan niet voor rede vatbaar, en agenten missen de training om psychotische types en drugsverslaafden goed te kunnen helpen. Zo was de basisopleiding voor de politie tien jaar geleden vier jaar. Intussen is het drie, en wie straks van de opleiding afkomt, heeft twee jaar studie achter de rug. Anderzijds is het de vraag of je de politie hier wel op moet gaan trainen. Want de afgelopen periode is van alles verdwenen wat voor deze problematiek van belang is. De ggz, buurtwerkers, maatschappelijk werkers, ze zijn afgebouwd en vermarkt, en buiten de reguliere werktijden zijn dat soort hulpdiensten vaak onbereikbaar. Ieder minuutje moet financieel wat opleveren. Daar zit een onderdeel van dit probleem.”

Bij 23 van de 50 fatale politie-incidenten had het slachtoffer een niet-westerse migratieachtergrond. Hoe verklaart u dat?

“Wie zegt dat dat te maken heeft met discriminatie, heeft het rapport duidelijk niet gelezen. Het merendeel van deze voorvallen vindt plaats na een melding. Een burger, buurman of familielid, belt dat er iets gaande is. De politie heeft daar geen enkele invloed op. Ik kan me herinneren dat de Amsterdamse politietop in de jaren negentig ook aan de bel trok over personen met gedrag dat we nu ‘onbegrepen’ noemen. Net als nu gaven ze aan te worstelen met dat soort mensen, dit probleem speelt al honderden jaren. Wat is veranderd, is de samenstelling van de onderklasse in Nederland. Want naast kwetsbaar, is het gros van de mensen met verward gedrag ook laagopgeleid. Vaak hebben zij een afstand tot de arbeidsmarkt en wonen in buurten waar de bewoners met vergelijkbare problemen kampen. In dat soort wijken wonen nu meer mensen met een migratie-achtergrond.”

Lees ook:

De politie krijgt iedere dag ruim 350 belletjes over personen met verward gedrag

Alle pilots, aanjaagteams en lokale initiatieven ten spijt, lukt het maar niet om het aantal incidenten van personen met verward gedrag terug te dringen. De hoeveelheid ‘E33-meldingen’ nam vorig jaar zelfs forser toe dan in 2020.

Met de wijk-GGD’er geen handboeien voor mensen met verward gedrag, maar hulp

Er wordt volop geëxperimenteerd om het aantal incidenten rond mensen met onbegrepen gedrag terug te dringen. Een succesvolle pilot is de ‘wijk-GGD’, een werkwijze die deze maand door 21 gemeenten wordt ingevoerd. In Veldhoven loopt al langer een wijk-GGD’er rond.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden