In memoriamMax Moszkowicz (1926-2022)

Max Moszkowicz verdedigde niet de daad, maar de dader

Max Moszkowicz.  Beeld ANP Kippa
Max Moszkowicz.Beeld ANP Kippa

Voormalig advocaat Max Moszkowicz sr. is op 95-jarige leeftijd overleden, bevestigt zijn zoon Robert donderdag. De verdediger van de Heinekenontvoerders was ooit ‘s lands bekendste strafadvocaat, opererend vanuit een statig kantoor aan de Wilhelminasingel in Maastricht.

Esther Hageman en Hans Marijnissen


Het was Max Moszkowicz ten voeten uit. “Meneer de president”, interrumpeerde hij in het voorjaar van 1996 de zitting in het proces tegen drugsbaron De Hakkelaar. Zijn veelbelovende zoon Bram met wie hij deze verdachte verdedigde, had er zojuist weer een ferme woordenwisseling op zitten met de officier van justitie die óók nog aan het begin van zijn carrière stond: Fred Teeven, de latere staatssecretaris. “President”, verschuldigde vader zich, “U moet maar denken: het zijn net jonge honden.” De rechtbankvoorzitter knikte begrijpend.

Max Moszkowicz, met zijn duimen gehaakt achter de plooien van zijn toga alsof hij zijn bretels vasthield, had in die jaren negentig als nestor van de advocatuur zo’n gezag opgebouwd dat hij bóven de partijen leek te staan, terwijl hij natuurlijk net als zijn zoon het belang van de drugshandelaar behartigde. Maar de overstijgende opmerking aan de ervaren voorzitter, met die altijd rustige stem met Limburgse tongval, die knipoog aan een leeftijdgenoot, haalde de spanning weer even uit het proces. En was daarmee vooral een strategisch middel.

Op zijn linker onderarm stond het nummer uit Auschwitz: 65016

Moszkowicz senior die gisteren overleed, was getekend door de Tweede Wereldoorlog. Op zijn linker onderarm stond het nummer uit Auschwitz: 65016. Op zeker moment werd dat tijdens zijn kamptijd een ’laag’ nummer dat vertelde dat hij er al lang zat. Dat dwong respect af. Het betekende, dachten andere gevangenen, dat hij sterk was. Dat hij begreep hoe je in het concentratiekamp kon overleven.

Max Moszkowicz heeft er zelf nooit iets van begrepen. Het leven in een concentratiekamp, zei hij in 1998 tegen zijn biograaf, hing voortdurend af van details, van tienden van seconden die beslissend waren, van toeval.

Hij kwam in 1942 vanuit Westerbork in Auschwitz terecht – samen met zijn ouders, zijn jongere zusje Helga en z’n broertje Jossele, nog geen twee. Max was zestien. Sinds 1933 woonden ze in Maastricht. Ze waren uit Essen gevlucht, de stad van Krupp, die Hitler in het zadel had geholpen. Zijn vader, Abraham Moszkowicz had er een manufacturenbedrijf. Hij belandde in de gevangenis – niet omdat hij jood, maar omdat hij sociaal-democraat was. Vanuit de cel maande hij zijn vrouw, Feige Raab, om Duitsland te verlaten. Dat deden ze, onder gejoel en gegooi van stenen. Ze kwamen in Maastricht terecht. Vader Moszkowicz werd losgekocht – dat kon toen nog – en voegde zich bij zijn gezin. Hij begon opnieuw een manufacturenzaak.

Bij de rechtszaak tegen de Heineken-ontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder: Max Moszkowicz sr. en zijn zoon Bram.
 Beeld ANP
Bij de rechtszaak tegen de Heineken-ontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder: Max Moszkowicz sr. en zijn zoon Bram.Beeld ANP

Max, bijna zeven, ging in Maastricht eerst naar de Rijks Lagere School en toen naar het Stedelijk Gymnasium – allebei openbare scholen. Maar toen hij op het gym over was naar de tweede, mochten Joden niet meer in een klas zitten met Arische kinderen. De Moszkowiczen sloegen advies om onder te duiken in de wind en geloofden de Joodsche Raad in Maastricht: als vader een pas uit Wit-Rusland wist te bemachtigen, zouden ze niet ‘op transport’ gaan. Maar dat gebeurde toch.

Woede en haat heeft hem op de been gehouden

Bij aankomst in Auschwitz moesten Max’ moeder, zus en broertje op het perron linksaf. Een kwartier later waren ze vergast. Max en zijn vader moesten rechtsaf en kwamen in het kamp terecht, maar niet bij elkaar.

Woede en haat heeft hem op de been gehouden, zei Max Moszkowicz later. Verschillende malen overwoog hij het prikkeldraad in te lopen, maar uit haat jegens de Nazi’s pleegde hij toch maar geen zelfmoord: dat gunde hij ze niet. Hij beleefde het kamp heel bewust – en ondervond er meer vriendschap dan later, in het ’gewone’ leven. Hij was het dan ook oneens met wat Primo Levi later schreef: dat je een concentratiekamp alleen overleeft als je sterk, asociaal en egoïstisch bent. Hij nam een voorbeeld aan zijn vader, die eten ‘organiseerde’ en het onmiddellijk met lotgenoten deelde. Soms had z’n vader ’s avonds, als Max en hij elkaar even konden spreken, geen eten meer voor zijn zoon.

Als enige van de 1038 mensen van zijn transport keerde Max Moszkowicz na de oorlog terug naar Nederland. Zijn vader was inmiddels dood: in de ziekenboeg vermoord met een injectie met lucht. Max was van Auschwitz naar Mauthausen getransporteerd en van daar naar de ’bij-kampen’ Ebensee en Melk. Toen een Amerikaanse jeep hem in Maastricht afzette, voor het Cinema Palace, woog hij nog geen 46 kilo.

Max trouwde met een niet-joodse vrouw

Hij werd opgevangen bij de familie Bessems, herenboeren in Amby – nu een wijk van Maastricht, toen een aparte gemeente – en haalde in een jaar tijd alsnog het diploma gymnasium-bèta. Drie jaar na de bevrijding, in 1948, trouwde hij met de oudste dochter Bessems: Berthe. Max trouwde dus met een niet-joodse vrouw. Hun zoons zijn dus niet-joods.

Het echtpaar woonde boven de winkel in de Maastrichtse Spilstraat, waar ze, net als ooit Max’ ouders, het brood verdienden met stoffen en textiel („Ladders ophalen 5 cent”, zei een bord in de etalage). Ze kregen vier zoons: David, Max jr., Robert (ooit: Baruch) en Bram. Zij zouden later alle vier in de voetsporen van hun vader treden.

Want textielwinkelier Max Moszkowicz ging rechten studeren in Nijmegen – een eerdere poging in Utrecht geneeskunde te studeren was niks geworden. In juni 1958, de oudste zoon was acht, studeerde hij af. Hij had wel het internationale vluchtelingenwerk in gewild, maar dat ging niet door. In plaats daarvan werd hij advocaat.

Dankzij hem is de advocatuur nu een beroep met glamour

Max Moszkowicz werd de eerste beroemde strafpleiter die Nederland kende – niet alleen beroemd vanwege zijn zaken, ook vanwege zijn aanwezigheid in krant en op televisie, tot in reclames toe. Toen Moszkowicz begon was het eigenlijk not done om strafzaken te doen - dat hoorde je niet te willen, dat was niet chique. Dankzij Moszkowicz is het nu een beroep met glamour.

Peter R. de Vries (overleden in 2021)  en Max Moszkowicz met het boek over de ontvoering van de biermagnaat Alfred Heineken, in 1987.  Beeld ANP
Peter R. de Vries (overleden in 2021) en Max Moszkowicz met het boek over de ontvoering van de biermagnaat Alfred Heineken, in 1987.Beeld ANP

Met een column in De Telegraaf profileerde Moszkowicz sr. zich naar de maatstaven van zijn tijd minstens even hard als een paar decennia later zijn jongste zoon Bram, ooit de publicitair gretigste van de vier zoons. Max Moszkowicz begon nog in de jaren vijftig de kranten te halen met zijn strafzaken – de eerste keer met het hoger beroep van een bakker die de intimiderende minnaar van zijn vrouw had doodgeschoten. Was de bakker in eerste instantie veroordeeld tot negen jaar, dankzij Moszkowicz – die wist te overtuigen dat het noodweer was geweest – kwam de bakker vrij.

’Wezenlijk slechte mensen bestaan niet’ werd een van zijn bonmots – en: ‘Ik verdedig niet de daad, maar de dader’. Hij verdedigde een keur aan Nederlandse criminelen, van gentleman-oplichter Heer Olivier, meester-inbreker Aage M., tot de Heineken-ontvoerders, onder wie Willem Holleeder. Crimineel Nederland had, zo ging het verhaal, het nummer van Moszkowicz’ kantoor aan de Maastrichtse Wilhelminasingel in z’n agenda staan.

Hij weigerde de Nederlandse oorlogsmisdadiger Pieter Menten

Alleen oorlogsmisdadigers en Desi Bouterse verdedigde hij niet. Toen de Nederlandse oorlogsmisdadiger Pieter Menten hem in 1976 belde en ‘een bedrag met zes nullen’ bood als hij hem verdedigde, weigerde Moszkowicz: voor oorlogsmisdadigers zou hij, wist hij, geen goed advocaat kunnen zijn. Bouterse wees hij af uit vriendschap jegens collega Gerard Spong (die bevriend was met een paar van Bouterses slachtoffers). Zoon Bram deed het overigens wel.

Meestal had Moszkowicz’ aanwezigheid in de media wel iets te maken met zijn werk – in zijn columns populariseerde hij juridische kwesties via de lotgevallen van een fictieve mr. Raab - de achternaam van zijn moeder. Soms ook had het niets met zijn advocatenwerk te maken – bijvoorbeeld toen hij, in 1992, tot ’best geklede man van het jaar’ werd uitgeroepen.

Er kleefde een onnadrukkelijke glamour aan de zacht pratende, zelden lachende, bedachtzaam formulerende Max Moszkowicz. Hij hield van statige panden, onberispelijke kleding, bijzondere auto’s – Morgans, Jensens; voor het dagelijks leven was er een Jaguar met chauffeur.

Niets eetbaars kon hij weggooien

Van socializen daarentegen moest hij niets hebben. De oorlog had van Max Moszkowicz een ontembaar harde werker gemaakt - al had hij dat zelf pas decennia later door. Om zeven uur ’s morgens rende hij over de St. Pietersberg of ging zwemmen, om elf uur ’s avonds hield hij op met werken en tussendoor was hij goed in talloze vechtsporten. Zoals hij sinds het kamp moeite had om te stoppen met eten en niets eetbaars kon weggooien, zo leek het ook of hij geen minuut wilde verspillen. Zelfs thuis aan tafel ging het vaak over het werk: Max bracht vaak zijn stagiairs mee naar huis, en de vier zoons hadden al jong veel belangstelling voor het werk van hun vader. „Moeder smeekte ons weleens om over iets anders te praten’’, schreef zoon Bram later. Max Moszkowicz werd de leermeester van een nieuwe generatie strafpleiters die op hun beurt ook roem verwierven: Geert-Jan Knoops, Piet Doedens.

Van de vier zoons werd Baruch, die zich later Robert ging noemen, het zwarte schaap. Hij raakte een paar maal flink in opspraak – omdat hij te hoge rekeningen stuurde en aan de heroïne raakte – en werd uit de advocatuur gezet. Hoe gebrouilleerd ze intussen ook waren, Max Moszkowicz verdedigde hem. Hij wist Roberts straf te beperken tot negen maanden gevangenis, waarvan vijf werden omgezet in onbetaald werk. Max beriep zich in zijn verdediging op zijn eigen oorlogsverleden: met rugsteun van oorlogstrauma-deskundige Bastiaans zette hij Robert neer als tweede generatie oorlogsslachtoffer.

Een spraakmakende documentaire Wij Moszkowicz van Roberts zoon Max die in mei 2016 op de Nederlandse televisie werd uitgezonden, wierp een heel ander licht op deze kwestie, vooral op de rol van ‘Zeide’, zoals Max senior in de advocatenfamilie wordt genoemd: Jiddisch voor grootvader. De film toonde een emotionele Robert die vier huwelijken verder niet begrijpt waarom zijn zeer dwingende vader zijn eerste echtgenote nooit heeft willen accepteren , alleen omdat zij niet-joods was. Opvallend, omdat Max senior precies hetzelfde deed. Robert zegt in de documentaire ook dat zijn vader hem daarom heeft onterfd. Na de crises die hij daarna en daardoor meemaakte, heeft de volledige familie Moszkowicz zich van hem afgekeerd.

De ooit zo veelbelovende Bram is uit de advocatuur gezet, en David volgde

Het familiedrama heeft zich met het wegvallen van de allesbepalende Max senior afgelopen jaren uitgebreid, en als Robert al een zwart schaap is, lopen er nu meer van rond. Ook de ooit zo veelbelovende Bram is uit de advocatuur gezet, en David volgde. Alleen broer Max mag zijn vak nog uitoefenen. De familie kon de behandeling van dit drama in de VPRO-televisieserie De Maatschap (2017) niet tegenhouden, en van het Skakespeareaanse koningsdrama dat Toneelgroep Maastricht datzelfde jaar op de planken zette, moest van de rechter alleen de titel Moszkowicz in De advocaat worden veranderd. Hoewel de gezwollen teksten van Ilja Leonard Pfeijffer tot de fictie behoren, gaf dit stuk het publiek toch een rauw en intiem, maar vooral een realistisch beeld van hoe het in Moszkowicz’ kantoor aan de Amsterdamse Gouden Bocht aan toe is gegaan en de laatste maanden van dit familieconcern.

In hoeverre ‘Zeide’ de laatste episodes van het familieverval bewust heeft meegemaakt, is onbekend. In 2006 kreeg hij een hersenbloeding. Sindsdien kon hij alleen met moeite praten en leefde teruggetrokken in het Belgische Hasselt, waar hij uiteindelijk dementeerde.

Auteur Esther Hageman is in 2009 overleden.

Lees ook:

Bram weg uit familiebedrijf Moszkowicz

Bram Moszkowicz verliet in 2012 per direct het familiekantoor Moszkowicz Advocaten. Het bedrijf maakte vandaag bekend dat de maatschap in Amsterdam is ontbonden, omdat ‘mr. Abraham (Bram) Moszkowicz naast de advocatuur ook nog andere werkzaamheden verricht’. Tot die werkzaamheden buiten de advocatuur behoren zijn optredens als crimedeskundige bij RTL Boulevard. ‘Ook heb ik twee andere projecten voor ogen’, aldus Bram Moszkowicz in RTL Boulevard over zijn plannen in televisieland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden