Slavernij

Maak van Keti Koti een nationale feestdag, zeggen de grote steden

Keti Koti-viering in 2013, bij het slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark. Dat jaar was het 150 jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft, maar veel slaafgemaakten moesten nog tot 1873 op de plantages doorwerken. Beeld Rob Huibers
Keti Koti-viering in 2013, bij het slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark. Dat jaar was het 150 jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft, maar veel slaafgemaakten moesten nog tot 1873 op de plantages doorwerken.Beeld Rob Huibers

Keti Koti een nationale feestdag: dat moet in het regeerakkoord, vinden de vier grote steden. En stel ook een nationaal onderzoek in naar ons slavernijverleden.

Den Haag gaat doen wat Amsterdam, Rotterdam en Utrecht al eerder deden: de stad laat historici haar slavernijverleden onder de loep nemen. “Formeel is de opdracht nog niet binnen, maar het klopt: wij gaan de historische banden van Den Haag met slavernij onderzoeken”, zegt Gert Oostindie, directeur van het Leidse geschiedkundige onderzoeksinstituut KITLV. De studie, die ook het koloniale verleden van de stad meepikt, moet volgend jaar af zijn, vertelt hij.

Slavernijgeschiedenis laat zich eigenlijk moeilijk beperken tot één stad. Dat is wel duidelijk gebleken uit de eerdere Rotterdamse en Amsterdamse onderzoeken. Immers: de West-Indische Compagnie en de Verenigde Oostindische Compagnie waren op landelijk niveau georganiseerd, en zakenlieden opereerden niet alleen vanuit hun eigen stad.

Bijzonder aan het verleden van Den Haag is dat die al heel gauw raakt aan nationale geschiedenis, zegt Oostindie: “Hier waren de Staten-Generaal gevestigd, en het ministerie van koloniën. Den Haag was de residentie van stadhouders en koningen.”

Van Den Haag tot Borculo

Maar alle stadsgeschiedenissen bij elkaar maken nog geen nationale geschiedenis. Daarom moet een volgende regering opdracht geven voor een nationaal onderzoek naar het slavernijverleden, zo staat in een ‘lobbybrief’ die de verantwoordelijke wethouders van de vier grote steden vorige week verstuurden.

“De kennis is nu heel fragmentarisch. Een integraal onderzoek zou de schaal en de impact van de slavernij nog veel scherper in beeld brengen”, zegt Rutger Groot Wassink, de GroenLinkse wethouder voor diversiteit en discriminatie in Amsterdam. “In de woorden van historicus Alex van Stipriaan, die betrokken was bij het Rotterdamse onderzoek: ook Culemborg en Borculo hebben een koloniaal verleden.”

De belangstelling voor het slavernijverleden en het daarmee samenhangende racismevraagstuk is enorm toegenomen, onder meer dankzij de Black Lives Matter-demonstraties, signaleert Groot Wassink. En die interesse is niet partijgebonden. “Ik heb regelmatig contact met mijn VVD-ambtgenoot in Rotterdam, Bert Wijbenga, en hoewel we uit politieke families komen die zeer van elkaar verschillen, komen we toch vaak tot dezelfde conclusies.”

Inruilen tegen Tweede Pinksterdag?

Uit die samenwerking kwam ook de ‘lobbybrief’ voort, waarin de wethouders ervoor pleiten om ‘jaarlijks landelijk aandacht te schenken aan het Nederlands slavernijverleden’. Groot Wassink: “Ik heb een sterke voorkeur voor 1 juli, Keti Koti. Dat hebben niet alle gemeenten even sterk, maar we vinden allemaal dat dit een mooie dag zou zijn om de slachtoffers te herdenken en het feest van de afschaffing te vieren.”

Wat Groot Wassink betreft mag het een extra vrije dag zijn, of eventueel weg te ruilen tegen Tweede Pinksterdag. In de VS is het al zover, daar werd onlangs 19 juni uitgeroepen tot nationale feestdag ter herinnering aan de Amerikaanse afschaffing van de slavernij in 1865. Sommige bedrijven geven hun werknemers 1 juli al vrij. TonyChocolonely begon er vorig jaar al mee. Ook FunX doet het, en deze radiozender is een van de initiatiefnemers van een petitie voor invoering van een nationale vrije dag op 1 juli, die vrijdag ruim 18.000 mensen ondertekend hadden.

Respect en bezinning

Het Nederlands Instituut Nationale Slavernijverleden en Erfenis Ninsee maakt zich al jarenlang sterk voor een nationale viering van Keti Koti. “Ik ben ermee opgegroeid. Voor mijn familie in Suriname was 1 juli altijd een dag van bezinning”, vertelt Ninsee-bestuursvoorzitter Linda Nooitmeer.

Wat haar betreft hoeft het niet per se een vrije dag te zijn. “Ik omarm ieder pleidooi om er een speciale dag van te maken, waarin ruimte is voor bezinning, respect voor de slachtoffers van de slavernij, en voor dialoog. Daar hoort wat mij betreft ook twee minuten stilte bij.”

Een nationaal onderzoek moet volgens Nooitmeer ook de doorwerking van dat slavernijverleden behelzen. “Systemisch racisme wortelt in het slavernijverleden, zo blijkt uit allerhande onderzoeken, maar dat is nooit op nationaal niveau onderzocht.”

Mensen niet tegen elkaar opzetten

De Tweede Kamerfractie van de VVD is niet voor een extra vrije dag. “Een nationale dag waarop mensen naar keuze kunnen herdenken kan wel een optie zijn”, laat een woordvoerder weten. “Vooralsnog hebben we in 2023 een landelijke herdenking voorzien, rondom 150 jaar afschaffing van de slavernij.”

Ook een nationaal onderzoek naar het slavernijverleden juicht de VVD niet op voorhand toe. “Bij alle voorstellen rond dit thema zal de VVD beoordelen of ze ons verder brengen of mensen eerder tegen elkaar opzetten.”

Lees ook:

Rotterdam erkent dat de stad een belangrijke rol speelde bij slavernij en kolonialisme, maar van excuses is (nog) geen sprake

Burgemeesters en wethouders van Rotterdam en Amsterdam gaan bij de regering aandringen op een nationaal onderzoek naar de Nederlandse rol bij slavernij en kolonialisme. Dat maakte wethouder Bert Wijbenga (integratie) zaterdagmiddag bekend tijdens de presentatie van een onderzoek naar het duistere verleden van Rotterdam.

De vraag wat te doen met het slavernijverleden verdeelt Nederland

Twee derde van de autochtone Nederlanders vindt excuses voor slavernij geen goed idee, terwijl Nederlanders met een migratieachtergrond daar in ruime meerderheid wel voor voelen. Werk aan de winkel voor een volgend kabinet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden