Leny woont in een tiny house op het terrein van zorginstelling Cello.

ReportageRosmalen

Leny woont op het terrein van een instelling, zorgt mee en betaalt weinig huur

Leny woont in een tiny house op het terrein van zorginstelling Cello. Beeld Maikel Samuels

In Rosmalen staan drie tiny houses op het terrein van een zorginstelling. De bewoners betalen weinig huur, wonen middenin het groen en helpen zorginstellingen met vrijwilligerswerk.

Jette Pellemans

Leny van der Velden (68) kijkt door de grote glazen achterpui van haar tiny house de tuin in. Daar staat hondje Lady aan de lijn, blaffend in de herfstige miezer. Lady en Leny zijn een bekende verschijning hier op het terrein van de Binckhorst in Rosmalen. Een plek midden in de bossen waar zo’n 250 mensen met een verstandelijke beperking wonen in verschillende huizen.

Het was drie jaar geleden op zo’n zelfde najaarsdag dat Leny met Lady over het terrein wandelde. Het personeel van de woning even verderop, de Koningsvaren, vroeg haar binnen voor de koffie. Eenmaal binnen ontmoette ze Guus, één van de bewoners. “Guus kan geen gesprek voeren en hij is nagenoeg blind, maar ik pakte zijn hand vast en wist: dit zit goed.”

Met de duo-fiets op pad

Nu gaat ze één keer in de week met Guus paardrijden op de manege. Zondags gaan ze op de duo-fiets op pad en regelmatig zitten ze op een bankje op de hei om treinen te kijken. “Zo noemt Guus het altijd, terwijl hij feitelijk niets kan zien natuurlijk.”

Verder gaat Leny iedere avond met Koen, een andere bewoner, een blokje om met de hond, kookt ze één keer in de maand op de Koningsvaren voor de bewoners en bewaart ze haar Pickwick-zegeltjes voor Arno, die ook het papier en plastic ophaalt.

“Het gevaar is dat je snel té veel doet. Zeker een type als ik, die snel ‘ja hoor, leuk’ roept als iemand iets vraagt”, aldus Leny. “Maar het lukt me steeds beter mijn grenzen aangeven. Als Arno hier komt om het papier op te halen en een beetje blijft hangen voor een koek en een praatje, kan ik nu makkelijker na tien minuten zeggen: oké en hup, weer aan het werk.”

Een paar momenten per week begeleidt ze zorgbewoner Guus met paardrijden. Beeld Maikel Samuels
Een paar momenten per week begeleidt ze zorgbewoner Guus met paardrijden.Beeld Maikel Samuels

Leny is één van de bewoners van de drie tiny houses die de Binckhorst sinds 2018 rijk is. Het zijn vrijstaande, houten huisjes met 35 vierkante meter woonoppervlak en een maandelijkse huur van ongeveer 700 euro. In ruil voor het wonen op terrein van de zorginstelling doen de bewoners vrijwilligerswerk op de Binckhorst. Leny heeft twee buurvrouwen, die ook alleen wonen. Ze zijn allebei van middelbare leeftijd.

Clash tussen de zorg en de gewone mensenwereld

De drie tiny houses zijn het eerste tastbare resultaat van een idee van Stijn van Kreij (45). Hij is een energieke verschijning met krullen en een zachte g. Hij vertelt het verhaal vanaf zijn kantoortje aan de rand van Den Bosch. Van Kreij werkte als innovatiemanager bij Cello, de zorginstelling waar de Binckhorst onder valt. Als zodanig was hij in 2015 aanwezig op een bijeenkomst voor familieleden van de bewoners.

“Ik hoorde daar over de pijn van het niet altijd verbonden kunnen zijn met je kind, broer of zus. Een moeder wilde zomaar eens langs kunnen gaan bij haar dochter, maar als de groep net ging eten, durfde ze dat niet te vragen aan de begeleiding. Bang dat het niet uit zou komen.”

Die pijn is een erfenis van toen de nonnen nog verantwoordelijk waren voor deze zorg, legt Van Kreij uit. Zij adviseerden ouders om de eerste weken na de opname helemaal geen contact te hebben met hun kind; dat zou het ‘losmakingsproces’ versnellen. “Tijdens de bijeenkomst was voelbaar dat deze afstand nog steeds bestaat. Ik noem dat de clash tussen de systeemwereld in de zorg en de gewone mensenwereld. Als vanzelf popte toen het idee op: wat als familieleden hier nou eens zouden wónen? Gewoon zoals in een buurt? Dan kun je altijd bij elkaar op de koffie.”

Die observatie leidde tot zijn uiteindelijke plan: tiny houses neerzetten op het terrein van zorginstellingen waar ‘gewone’ mensen op één terrein wonen met de cliënten – al wil Van Kreij geen labeltjes plakken. Zijn idee is dat iedereen bij elkaar woont, waar je iets voor elkáár doet, ongeacht je leeftijd of niveau. Van Kreij: “Het is grappig: ik ben gelovig opgevoed en heb me daar best stevig tegen afgezet. Tegen de kerk, tegen de dogmatiek. Maar waar ik me nu voor inzet heeft best overeenkomsten met de solidariteit van het katholieke geloof, maar zonder het religieuze sausje.”

Van vlinder tot tornado

De plannen vorderen gestaag voor Van Kreij. De drie huisjes op de Binckhorst staan er nu drie jaar en momenteel zijn er drie soortgelijke projecten in ontwikkeling: projecten met vijf, zes en tien tiny houses op het terrein van onder meer een ouderenzorginstelling. Daarnaast zijn er zeven projecten in de ‘verkenningsfase’. Van Kreij is ondertussen vertrokken bij Cello en heeft zijn eigen onderneming opgezet. De naam van het bedrijf, Butterfly Effect, verwijst naar het idee dat het klapperen van vlindervleugels uiteindelijk een tornado zou kunnen veroorzaken.

Concreet betekent het dat het bedrijf zaken doet met verschillende zorginstellingen. Butterfly Effect zet de huizen zelf neer en financiert ze met behulp van de leningen van provincies en sociale fondsen. Die worden naar verloop van tijd terugbetaald met de huur die de bewoners betalen. De zorginstelling investeert enkel in de opleiding van de nieuwe bewoners.

Het plan kan overal rekenen op blije gezichten. Het draagt in één klap bij aan de oplossing voor twee grote maatschappelijke problemen: die van het woningtekort en het tekort aan zorgpersoneel. Bovendien zijn de huizen een positieve blikvanger op het terrein.

Snel uitbreiden over het hele land

Ook geldschieters melden zich: een laatste nieuwsbericht is dat Butterfly Effect miljoenen kan lenen bij de provincie Noord-Brabant, Triodos Bank en twee sociale fondsen voor het opzetten van nieuwe projecten. Van Kreij: “Nu duurt het allemaal nog vrij lang voor de projecten er staan, 2 tot 2,5 jaar, vooral vanwege die financiering en de omgevingsvergunning. Maar het idee is dat als er tien projecten staan, het copy-cats worden en het concept snel kan uitbreiden over het hele land.”

De Binckhorst is overigens niet de enige plek waar zorglocatie en reguliere woningen door elkaar bestaan. Een bekend voorbeeld is De Saffier in Utrecht, waar zo’n 160 studenten, senioren en statushouders in één flat samenwonen. Een kleiner initiatief is Humanitas in Deventer, waar zes studenten gratis wonen in een verzorgingshuis, in ruil voor 30 uur per maand ‘een goede buur zijn’. Butterfly Effect lijkt wel de eerste te zijn die een kant-en-klaar concept aanbiedt aan verschillende zorgorganisaties.

Geen verplicht aantal uren

Idealen genoeg, maar de praktijk is soms weerbarstig. Daar willen Cello en Stijn van Kreij ook open over vertellen, want als je iets nieuws opzet, kom je nu eenmaal hobbels tegen. Zo wordt in Rosmalen momenteel gediscussieerd over het verschil in inzet van vrijwilligers, vertelt Lonneke de Laat. Ze werkt bij Cello en is sinds een aantal maanden betrokken bij het project. “De afspraak is dat de tiny house-bewoners vrijwilligerswerk doen. Dat staat ook in het huurcontract. Maar we hebben daar bewust niet een verplicht aantal uren aan gekoppeld. We willen graag werken op basis van vertrouwen waarbij de bewoners zelf kijken waar ze een bijdragen kunnen leveren.”

“Het gevolg is dat de ene bewoner nu meer uren bijdraagt dan de ander. Dat is een punt waarop het soms spannend wordt”, zegt De Laat. ,,Onze hoop was dat de inzet van de vrijwilligers zich op een natuurlijke manier zou regelen. Nu dat soms lastig blijkt, willen we het vrijwilligerswerk op een positieve manier aanmoedigen en daarin de juiste toon aanslaan. Daar werken we nu aan.”

Gratis koffie in de kantine

Dan is er het vaste personeel. De meeste begeleiders zijn positief over de drie tiny house-bewoners en hun inzet, maar het is soms nog wat wennen. Stijn van Kreij: “Toen ik nog bij Cello werkte, kwam een keer een collega naar me toe. Hij had een tiny house-bewoner samen met een cliënt koffie zien drinken in de kantine. ‘Dat kan toch niet de bedoeling zijn, Stijn?’, zei hij me. ‘Die drinken hier dus gratis koffie!’”

Dat zijn subtiele momenten van uitsluiting, zegt Van Kreij, waardoor een vrijwilliger kan denken dat hij of zij iets verkeerd doet en afhaakt. “Terwijl: die koffie is er voor iedereen en als dat een fijn moment oplevert voor zowel de vrijwilliger als de cliënt, is dat júist de bedoeling. Maar goed, het zorgt soms ook voor weerstand.”

Even opletten

Desalniettemin is Van Kreij ervan overtuigd dat het werk van de vrijwilligers van grote meerwaarde kan zijn. Hij vertelt over hoe Leny een oogje in het zeil hield op een groep toen een begeleidster moest kolven. “Dit is precies hoe het in een buurt zou gaan. Je vraagt iemand, informeel, om even op te letten. Voor Leny is dat een kleine moeite. In een zorginstelling zou je dan meteen een extra dienst moeten regelen. Met alle gedoe en extra en werkdruk van dien.”

De conclusie van Cello is na ruim drie jaar in ieder geval niet: je zet de huisjes neer en dan regelt het zich vanzelf. Lonneke de Laat: “Er is aandacht en energie nodig om het te blijven begeleiden.”

Tientallen aanmeldingen

Feit is dat het concept aansprekend blijft. Op de aankondiging dat Butterfly Effect zes tiny houses gaat neerzetten bij verpleeghuis Sint Barbara in het Brabantse Wijbosch, kreeg Stijn van Kreij spontaan tientallen enthousiaste aanmeldingen binnen. Eén van hen was van de 25-jarige Iris Pennings uit Schijndel. Ze werkt als recruiter bij een uitzendbureau en woont op zichzelf in een klein appartementje van 25 vierkante meter. “Mijn moeder las over het project in de plaatselijke krant en stuurde me meteen een foto door: dit is echt iets voor jou!”

Pennings had lang een bijbaan als huishoudelijke hulp in een verzorgingshuis. Vooral op de afdeling met intensieve zorg bekroop haar het gevoel dat de, veelal dementerende, bewoners er niet meer helemaal bij hoorden. “Dat vind ik heel erg. Je bent al beperkt door je ziekte en dan óók nog doordat je met niemand meer in contact komt. Ik denk niet dat dat hoeft.” Daarom is ze voorstander van de zorggemeenschappen van Butterfly Effect. De selectie van de bewoners start over zes tot twaalf maanden. Pennings hoopt vurig dat ze er bij zit.

Voor Leny is dat al een feit: zij hóórt hier op de Binckhorst. Het brengt haar veel. Haar ruime tuin, de dagelijkse wandelingen met Koen, de omgang met bewoners met een verstandelijke beperking. “Dat is dus helemaal mijn ding. Lekker tutten. Heerlijk.” Ondertussen heeft hondje Lady zich geschikt in haar lot: ze is stil gaan liggen op de natte bosgrond in de tuin. Lady is niet zo’n makkelijk hondje, zegt Leny. Ze wil zich niet door iedereen laten aaien, of ja – ze wil wel, maar soms bijt ze wel eens terug. “Nou, er lopen genoeg types rond hier die óók niet geaaid willen worden en dan terugbijten. Dus ze past er eigenlijk precies bij.”

Correctie (10 november 2021): eerder stond geschreven dat Butterfly Effect de huizen financiert met leningen van onder meer zorginstellingen. Dat is onjuist, de leningen worden verstrekt door provincies en sociale fondsen. Dit is aangepast.

Lees ook: Gezamenlijk wonen voor ouderen kan, als de gemeente maar meewerkt

Ouderen die samen een nieuwe woonvorm betrekken maken zo woningen vrij voor starters. Dat is aantrekkelijk voor gemeenten, schrijven Erik IJpema en Hermien Miltenburg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden