Lezing

Lees hier de Anton de Komlezing door Abdelkader Benali terug

Lees hier de Anton de Kom-lezing van Abdelkader Benali terug. 

Lang voordat ik over Anton de Kom hoorde, hoorde ik over Anil Ramdas want Anil Ramdas was een publieke intellectueel waaraan je meteen zag dat hij niet uit Nederland kwam. En toch leek deze Surinamer van Hindoestaanse afkomst zich in Nederland als een vis in het water te bewegen.

Hij gebruikte moeilijke woorden, hij maakte lange zinnen, en hij sprak niet zoals de andere personen met een migratieachtergrond deden: zijn snelle, dwingende toon onderscheidde hem van de gemiddelde talkshowgast. Zo iemand noem je dan een witte raaf, alleen was Anil Ramdas niet wit en was het niet gekraai wat we hoorden, maar ronkende volzinnen.

Schrijver Abdelkader BenaliBeeld ANP

Anil Ramdas werd door zijn optreden in Zomergasten een beroemdheid. Vol overtuiging bracht hij naar voren dat een genuanceerde blik op de koloniale tijd mogelijk was. Het kolonialisme had naast vernietiging en slavernij ook vooruitgang en wetenschap gebracht. Het was belangrijk om die ambivalentie te blijven zien; hij onderbouwt zijn argumenten met de literatuur van Joseph Conrad, V.S. Naipaul en Stuart Hall. Het Westen gaf individuele vrijheid, en die vrijheid was een besmetting. Je kwam er nooit meer vanaf.

Voor Anil Ramdas was het Westen zelf verantwoordelijkheid voor de opstandigheid van de volkeren die het had onderdrukt. Suriname was multicultureel; in de analyse van Ramdas was dat in zekere zin ook eclectisch, veelomvattend. “I contain multitudes”. Voor allochtonen, want zo werden ze toen nog genoemd, had hij ook een boodschap en die was dat ze niet mak en schaapachtig nostalgische beelden van het moederland moesten cultiveren om tegemoet te komen aan de wens van het witte publiek naar heimweeliteratuur. Het was aan de allochtoon om in het Westen boven zijn verwachtingen uit te stijgen. Want in de optiek van Anil Ramdas stond het Westen aan de kant van zij die voor goud gingen. Ja, Anil Ramdas was streng.

De scherpe denker, die deel uitmaakte van de medewerkers van het kleine, progressieve tijdschrift de Groene Amsterdammer, oversteeg met die paar uur televisieaandacht voorgoed zijn beperkte bekenheid in de grachtengordel. Heel Nederland leerde Anil Ramdas kennen.

Anil Ramdas leek geen moeite te doen om het etiket nestbevuiler te vermijden. Hoe kon deze Surinaamse man die uit een samenleving kwam waar nog nazaten van slaafgemaakten rondliepen zo blijmoedig het evangelie van het superieure westen blazen? Anil Ramdas kon het want hij deed allebei: aanklagen en vooruit denken, in context plaatsen en verontwaardigd blijven.

De Koning der Allochtonen was de bijnaam die zijn hoofdredacteur Xandra Schutte hem gaf. Een twijfelachtige bijnaam waarmee de reikwijdte van Anil Ramdas geen recht werd gedaan, want als er iets was dat Ramdas wilde, was het juist en altijd buiten de eigen kring anderen bereiken. Je zou kunnen zeggen dat Anil Ramdas aan individuele identiteitspolitiek deed: door zich in het debat te werpen doorbrak hij barrières, het was on-Nederlands om met zoveel flair, eruditie en flux de parole de aandacht op te eisen.

Met het intellectuele succes volgde ook het maatschappelijke succes. Ramdas ging voor de liberale krant NRC schrijven, en maakte televisieprogramma’s bij de Vrijzinnige Omroep beter bekend als VPRO. Beiden podia waar het individu wordt gekoesterd, zijn gang kan gaan, en wordt gehoord.

Later werd hij correspondent voor de krant in India. Ik genoot in die tijd enorm van zijn wekelijkse column in NRC waarin hij op licht ironische wijze schreef over het alledaagse leven in India. Ik hield van die stukjes omdat Ramdas niet keek naar India als een Europeaan, maar als een Europese journalist die naar het land van zijn Hindoestaanse voorouders was gegaan. Hij was op zijn plek en totaal misplaatst tegelijkertijd.

Terug in Nederland werd Anil Ramdas directeur van cultureel centrum de Balie, weer zo’n progressieve plek waar kritische individuen zich thuis voelen, net als Ramdas zelf. Ik herinner me hem uit die tijd nog goed, de plek waar hij staande aan de toog, een shagje draaiend, professeerde dat we lang niet zo scherp, vilein en sardonisch keken als hij. Competitie was hem niet vreemd en je kon met hem lachen, als hij wilde. Het was in die tijd ook dat zijn drankgebruik groteske vormen aannam; drank ondermijnde zijn leven en zijn idealen. Zonder alcohol kon Ramdas niet zichzelf zijn, met alcohol kon een ander zichzelf niet bij Ramdas zijn. Ik heb dat aan den lijve ervaren.

Een avond georganiseerd rond het beroemde boek Oriëntalisme van de Palestijns-Amerikaanse intellectueel Edward Said eindigde in een debacle. Ik was samen met de islamwetenschapper Nasr Abu Zaid uitgenodigd om ons licht te laten schijnen over dit baanbrekende werk. Aan het begin van de avond was al duidelijk dat Ramdas in beschonken staat verkeerde; de drankkegel scherpte zijn tong en maakte hem blind voor de anderen. Zijn betweterigheid was verstikkend. De ruimte die we kregen om onze mening te laten horen werd al snel geminimaliseerd; ik voelde al snel dat we in de ogen van Anil niet geschikt waren om het werk te analyseren. We waren vooral gevraagd om kritisch zijn op Edward Said, maar zo ver kwamen we niet eens. Als een betweterig jongetje dat zijn zin maar niet krijgt had Anil het hoogste woord. Ik begreep het niet. Ik vond het jammer voor de eminente islamgeleerde. Die zat er sip bij; de goede man was in eigen land bedreigd, gevlucht naar Leiden en had bij een van zijn weinige publieke optredens het meeste last van de man die zei dat hij opkwam voor de onderdrukten. Anil Ramdas was intolerant naar de mensen waarvoor hij zei op te komen.

Het publiek begon te morren. En Anil Ramdas ging in gevecht met zijn publiek. Waarom zou je in gevecht gaan met het publiek? Misschien begreep Anil Ramdas niet dat je niet kan winnen van een groep, zelfs als je gelijk hebt.

Er ontstond een gespannen sfeer, de avond eindigde met ruzie. Ik was blij dat ik naar huis kon. Anil Ramdas moest uiteindelijk aftreden als directeur van de Balie. Dat leek me beter voor beide partijen.

Later hoorde ik dat Anil Ramdas naar Paramaribo was gegaan. We waren begonnen Anil Ramdas te vergeten.

Ramdas kwam terug, zijn boek over Paramaribo werd geen succes. Het zou te weinig oog hebben voor de dynamiek van de stad. Ook hier weer de onwil van de buitenstaander om oog te hebben voor groepsprocessen. Was dat het?

Terug in Nederland presenteerde Anil Ramdas een programma bij een multiculturele omroep, de groep waar hij nooit toe had willen behoren. Daar was hij na een lange omweg toch terechtgekomen. De kosmopoliet was de Koning der Allochtonen geworden, al voelde het allemaal wel erg wankel.

Een paar jaar later publiceerde Anil Ramdas een autobiografische roman, Badal. Ik kreeg de roman door zijn uitgeverij toegestuurd. Ik had toen niet zoveel zin meer in Anil Ramdas. Ik begreep zijn nieuwe activisme niet meer; voor mijn gevoel ging hij als een olifant door de porseleinkast van de Nederlandse consensussamenleving. Ik kon het niet rijmen met de oude Ramdas; die was naast alle opstandigheid vooral juist heel beleefd was.

Ik was een keer te gast geweest in zijn multiculturele talkshow waar hij maatschappelijke kwesties besprak. Hij zag er ongezond uit. Hij was zijn glans kwijt, de huid was dof.

Als een razende Don Quichote ging hij de problemen van Nederland te lijf. Het ging om een proces dat een aantal moslimorganisaties tegen Wilders had aangespannen voor het zaaien van haat. Ik vond dat door dat proces Wilders precies kreeg waar hij op uit was: nog meer aandacht, nog meer bestaansrecht. Anil Ramdas vond van niet. Anil Ramdas meende dat we door gevaarlijk gekken omringd waren, gekken die hun weg hadden gevonden naar de politiek; die in de Tweede Kamer zaten. Nederland was in staat van burgeroorlog. Achteraf kan je zeggen dat Anil Ramdas dichter bij de maatschappelijke waarheid zat dan ik, maar ik heb het nooit erg gevonden om ongelijk te krijgen.

De kosmopolitische duizendpoot was een naijverige drammer geworden, een eenmansguerillastrijder die de apocalypse wilde afwenden. Ontgoocheld door de opkomst van het populisme onder Fortuyn, Verdonk en Wilders was hij een kruistocht begonnen tegen wat we later nieuw-rechts zouden noemen.

En toen Anil Ramdas meende Nederland ontmaskerd te hebben door te onthullen wat de drijvende kracht was achter het populisme, ging het mis.

De beste verdediging van de multiculturele samenleving bleef de aanval, moet hij gedacht hebben, en deze keer ging Anil Ramdas over tot het gooien van een polemische clusterbom. En die clusterbom wierp hij op de witte onderklasse.

Weg was de idealisering van Nederland, het land was doordrenkt van reactionair denken waarmee de onderklasse van de autochtonen, door hem spottend white trash genoemd, werd gevoed. Het denken van Ramdas verplaatste zich van slachtoffers naar de daders. Een column voor Vlaams-Nederlands cultureel centrum de Buren was de plek waar hij los ging in 2010.

Die Hollanders die in die eigen huizen wonen en een eigen auto hebben en met vakantie kunnen, zijn voor een groot deel white trash. Het zijn tokkies, het zijn families Flodder, met achterlijke ideeën en onbeschofte omgangsvormen. Wat kun je anders zeggen van de meeste Telegraaflezers, SBS-6- en RTL-kijkers en PVV-stemmers, dan dat ze boers, onbehouwen, ruw, plat, vulgair, ordinair en ongemanierd zijn? Primitieve, rancuneuze, rechtse en extreemrechtse types zonder moraal, zonder principes, zonder idealen; kan het anders worden geformuleerd?

Polemieken verjaren snel; wat in deze polemiek staat, is daarna nog honderd maal harder, kwaadaardiger en grover gezegd. We zouden kunnen zeggen dat Anil Ramdas zelfs beschaafd is gebleven. Toch is het opmerkelijk hoe hij, de rusteloze individualist, wel oog heeft gekregen voor de groep. Maar die groep zijn niet de moslims, maar de autochtonen, en dan een specifieke groep die hij white trash noemt - of zoals ze door Hilary Clinton werden genoemd, the deplorables - de groep die zou bijdragen aan het succes van Donald Trump.

Achteraf is gezegd dat Anil Ramdas deze column bewust schreef als provocatie, dat hij de stijl van de populistische blogwebsites als geenstijl gebruikte voor zijn onderzoek naar de racistische onderbuik van Nederland. Dat zal vast. Maar ik denk ook dat Anil Ramdas meende wat hij schreef. De woede is authentiek.

De column zou voor de rest geen stof hebben doen opwaaien, als niet Joost Zwagerman de column doorlinkte naar zijn Facebookpagina. De oproerkraaiers van Geenstijl plaatsten de column en toen was het hek van de dam. White trash besloot Anil Ramdas op te zoeken. Het regende reacties, verwensingen en doodsbedreigingen. Het intellectuele discours was geworden tot een moddergevecht. De voormalige Zomergast was de paria geworden van nieuw-rechts. Wat Ramdas toen overkwam is sindsdien menig opiniemaker overmaken, totaan bedreigingen aan toe. De sociale media waren een uitstekend platform om mensen de grond in te boren, lang voordat Trump het medium ontdekte.

Er werd op hem gejaagd. Joost Zwagerman droeg nog bij aan de reputatieschade door in de talkshow van Pauw & Witteman Ramdas vol de maat te nemen; de auteur genoot zichtbaar van de kans die hij kreeg om de voormalige Koning van de Allochtonen door de televisieplee te trekken.

Op papier deed Zwagerman de aanval nog een keer over, deze keer met de roman van Anil Ramdas als excuus.

Voor Zwagerman is hoofdpersoon Badal een schertsfiguur.

En hij voegt eraan toe:

Hij is hoe dan ook geen echte schrijver. Hij imitéért er hoogstens een. Een echte schrijver wil een mooi, goed, spannend, meeslepend of evocerend boek, gedicht of essay schrijven.. Ramdas wil graag belangrijk gevonden worden, en daarom scheidt hij essays af en nu dus een roman.

De vraag is niet of Zwagerman een punt heeft, de vraag is wat deze kritiek met Anil Ramdas deed. De roman was niet goed ontvangen. Deze uit de losse heup geschoten vernedering moet ook niet geholpen hebben. Joost Zwagerman die zich opwerpt als poortwachter van de Nederlandse literatuur ontzegt Ramdas de toegang. Hoewel Ramdas liet horen dat hij erboven stond, moet het hem toch geraakt hebben. In rap tempo had hij meer vijanden dan vrienden gemaakt.

Anil Ramdas besefte dat hij met zijn positie gevaarlijk spel had gespeeld. Zijn kracht ,een buitenstaander zijn, werd zijn achilleshiel. Hij was zich er ook van bewust. In een interview zei hij:

“Ik heb altijd geweten dat ik als allochtone intellectueel niet meer dan een niche vertegenwoordigde, die van de kosmopolitische, progressieve intellectuelen die opkwamen voor het voortbestaan van de Nederlandse tolerantie.”

Op een dag las ik dat Anil Ramdas was overleden. Zelfmoord. Anil Ramdas was gedood door de tijdgeest, dacht ik onmiddellijk. Stukgelopen op de onverbiddelijke toon die door het land woei.

Anil Ramdas zag het land dat allochtonen had ontvangen, waar, in zijn visie, een mens van kleur een opiniemaker kon worden, intolerant, angstig en bekrompen worden. Zijn Nederland was zijn Nederland niet meer. En een terugkeer naar Suriname was uitgesloten. De ontworteling die hij in talloze stukken had gevierd was zijn strop geworden.

Hij werd die migrant waarover hij zoveel geschreven had: de altijd ontwortelde die overal verstoten wordt, Anil Ramdas, de vliegende Hollander die zo ver van het vasteland was geraakt dat terugkeer niet meer mogelijk was.

Wat Ramdas als levenslange buitenstaander wel zag maar niet helemaal op waarde wist te schatten was de kracht van het collectivisme. Een kracht die progressieven na de val van de muur bij het oud vuil hadden neergezet, het individu kon de liberale revolutie wel in z’n eentje uitvoeren.

Collectivisme kan gevonden worden bij religieuze groepen, het kan ook gevonden worden bij groepen die in nationale kwesties zich afzetten tegen het in hun ogen bureaucratische Europa.

Religie is voor Anil Ramdas iets van voorbijgaande aard, de gekoloniseerde mens zou op een dag net zo seculier zijn als zijn witte evenknie. Secularisatie was de kers op de taart van de dekolonisatie.

In een interview in Vrij Nederland in 2011 verklaarde hij dat de volgende generatie moslims niet meer praktiserend zou zijn; religie zou een relict worden. Voorlopig moet ik Anil Ramdas ongelijk geven. De islam blijft ook voor de vierde generatie een belangrijke identiteit. In de Verenigde Staten scharen de evangelisten zich achter Trump. In Oost-Europa zijn ultranationalistische partijen intolerant ten opzichte van vreemdelingen, en ook nadere integratie met Europa is niet gewenst. Het collectivisme dicteert de smaak van de dag.

Hij leefde in India tussen meer dan 120 moslims en 800 miljoen Hindoes, Anil Ramdas schreef hier prachtig over, maar hij bleef het individu altijd onderscheiden van de groep. In een prachtig reisverslag naar de betwiste regio van Kasjmier waar hij een jongen die zich wil opblazen voor de collectieve zaak ontmoet, brengt hij het religieuze conflict terug tot een conflict tussen een collaborerende vader en een opstandige zoon. Het is een van zijn beste stukken, nog net zo urgent en komisch als toen het geschreven werd. Ramdas zag het scherp, maar wie de dingen scherp ziet, ziet ook heel veel dingen niet.

Het populisme werd niet gedragen door individuen, het wordt gedragen door de massa. Anil Ramdas keek neer op de massa. Niet alleen de tokkies en de white trash, maar ook de achterlijke Hindoestanen en fatalistische Indiërs.

Het afgelopen decennium zijn we waarden belangrijker gaan vinden dan geld. Covid19 heeft mensen bewust gemaakt van de gemeenschap waarin ze leven. Wanneer geliefde, familie en gezinsleden worden getroffen door een dodelijk virus, waar ben je dan met je individualisme? Wanneer je je baan kwijtraakt omdat een robot het beter kan, omdat de cloud het sneller kan, omdat iedereen in de hele wereld hoogopgeleid is, waar zit dan nog de status, de trots, de rust? Het is al met al moeilijker geworden voor het individu om individu te zijn.

Inmiddels kunnen we ook niet meer om white trash heen. Het is overal.

Het heeft Trump aan de macht gebracht, het heeft ervoor gezorgd dat Trumpisme onderdeel is geworden van de Amerikaanse politiek - het Trumpisme waar ook de black trash en latino trash zich toe aangetrokken voelt, omdat het conservatisme met zijn hang naar traditie en strikte naleving van een aantal levensbeschouwelijke principes deze groepen mensen verbindt. Anil Ramdas had geen oog voor het conservatisme, het was niet levensvatbaar meer in het seculiere westen dat zoveel individuele vrijheid te geef had. Maar juist het individu dat vrijgemaakt is in het neoliberale tijdperk en zich overgeleverd voelt aan de grillen van de oncontroleerbare markt, voelt een enorme drang om te schuilen onder de warme veren van een gemeenschap.

De huidige generatie schrijvers keert terug naar de verhalen van de oorsprong. Ze zoeken naar een oorsprongsverhaal dat het collectieve bewustzijn kan binden. Ze richten een omroep op rond een huidskleur. Ze brengen de verhalen van hun voorouders in kaart. Wij slaven van Suriname van Anton de Kom schoot omhoog in de Bestseller top60, waarom? Omdat men de slavernij als gemeenschappelijke factor ziet in de ontwikkeling van groepsidentiteit. Het gemeenschappelijke verhaal van lijden, van opstand en van onrecht, geeft ook richting in het leven, het geeft een doel: ik ben niet een onbetekenend stofje in het universum, mijn huidskleur heeft een genealogie, mijn toekomst heeft een verleden, mijn heden is niet kortstondig en oppervlakkig, het is brandend en noodzakelijk.

Alles waarvan we dachten dat we er in de jaren negentig klaar mee waren, de aanwezigheid van geschiedenis, wordt nu omarmd. We hebben allemaal ontdekt dat we een verborgen verleden hebben.

Voor Ramdas waren de culturele waarden van het Westen het beste tegengif tegen sektarisme, dwingend groepsdenken en willekeur. De groep eenmaal verlaten moest men er niet in terugkeren, ook niet in fictie. Maar dat is wat de nieuwe generatie juist wel doet.

Ik noem Johan Fretz met zijn roman Onder de Paramariboom en ik noem Raoul de Jong die met zijn boek Jaguarman een kind is van Anton de Kom en Anil Ramdas omdat hij de grote thema’s van slavernij en bevrijding persoonlijk weet te maken.

Ik snap dat wel. De zoektocht naar het verborgen verleden is een prachtige vorm om een verhaal mee te vertellen. Zijn we niet allemaal spoorloos?

Deze schrijvers die in het verre Suriname iets zoeken wat ze altijd dichtbij hebben gevoeld zijn net als ik opgegroeid met Spoorloos. Een jongen of meisje zoekt een verloren gewaand familielid, een geadopteerd kind komt eindelijk in contact met zijn familie. Elke keer dat ik keek werd ik ontzettend sentimenteel. Zocht ik ook niet mijn hele leven naar het geheim van mijn afkomst? Was ik in Nederland op een bepaalde manier ook niet hopeloos vervreemd geraakt van mijn ware oorsprong?

Ik denk dat ik chargeer maar ik legde die ontmoetingen naast mijn eigen ontmoetingen met familie in Nederland. Het was alsof ik weer een stukje heel werd. Want die familieleden die leken op mij, die bewogen zoals ik me bewoog, die praatten zoals ik praatte - ik kon tegen ze opkijken, ik kon ze vervelend vinden maar ze waren er wel, familie. Door bij ze uit te komen kreeg ik weer gevoel voor gemeenschap. Terug in Nederland was ik weer aangewezen op mijn individualiteit, net toen ik zo lekker gewend was aan het collectief.

Toch koester ik mijn persoonlijke vrijheid net zo hard als Anil Ramdas deed, want net als Anil Ramdas zag ik al vroeg hoe een cultuur waar geen plek is voor vrijdenkers, geen plek is voor een afwijkende mening en geen plek is voor de privacy van de persoon, niemand zich echt vrij voelt. Ik moest daar weg van, ik kon er niet blijven.

Inmiddels zien we nieuwe burgerbewegingen opkomen die strijden voor gelijke rechten en een herwaardering van de geschiedenis. Het gaat om respect, het gaat om intersectionaliteit, het gaat om zwart bewustzijn, het gaat om heel veel. Identiteitspolitiek is het nieuwe dogma dat de wereld moet zuiveren van wit privilege. Als al het onrecht binnen een generatie opgelost kan worden dan zal dat niet meer dan een wonder zijn. We zijn hard op weg. Er komt een omroep aan met de naam Zwart omdat wanneer je alle kleuren mengt alles zwart wordt. Ik weet niet of Anil Ramdas het daar mee eens zou zijn, want als alles zwart is waar is het contrast dan nog te vinden? Wat blijft er over van de zucht naar erkenning die altijd begint met zich afzetten tegen de ander, en dus ook een erkenning van de ander inhoudt wanneer iedereen iedereen is geworden?

Dus hoop ik dat er ruimte blijft voor Anil Ramdassen, mensen die zelfbenoemde nestbevuiler kunnen zijn. Als een minderheidsgroep net zo zelfgenoegzaam wordt als de meerderheid dan zijn misschien wel alle idealen bereikt - eindelijk gelijkstelling - maar is dat meteen het einde van de strijd. Een beweging valt of staat met de vrijheid die ze de leden biedt om er een afwijkende mening op na te houden. Als persé alleen nog maar mensen van kleur mogen spreken over thema’s van kleur, als elke dialoog en gesprek onderdeel moet zijn van een historische correctie, als op elke slak een kilo beschuldigend zout gelegd moet worden, dan verplettert elke vorm van menselijkheid die het gesprek toe kan laten. Voor hem was de mens ongeacht zijn afkomst altijd meer dan de soms der delen. Hij interviewde ooit mijn zus die bezig was om op eigen benen te staan. Hij stond aan haar kant. Ik vond dat ontroerend, hoe hij in mijn zus een held zag maar geen held van haar maakte. Hij bleef de mens zien.

We moeten oppassen voor een discours waarin identiteitspolitiek een vorm van inquisitie wordt waarin ongelukkige uitspraken uit het verleden onder een vergrootglas worden gelegd om iemand uit te sluiten van gesprek. We moeten oppassen dat we iemands afwezigheid uit een debat gaan zien als collaboratie met het kwaad. Menig gesprek op de sociale media ga ik niet aan omdat ik me eerst afvraag of ik wel de juiste huidskleur heb of krijg nagedragen door een al te driftig twitterende polemist van kleur dat ik als moslim eerst maar eens moet gaan praten over de slavernij van mijn voorvaderen. Ik verlang van niemand mea culpa voordat hij het podium krijgt. Ik voel onbehagen wanneer een witte dichter het recht wordt ontzegd om een zwarte stem te maken.Nieuwkomers zijn inmiddels zo ingeburgerd dat ze hun wil durven op te leggen aan de meerderheid. Dat is winst. Maar wanneer die meerderheid de koloniale reflex van de meerderheid overneemt om te bepalen wie deugt of niet deugt, wie het hoogste woord mag hebben en wie niet, dan vervallen we in intellectuele horigheid. Dit is niet hoe ik me een betere wereld voorstel

Ramdas zag goed dat bij mensen, wanneer hun cultuur in het geding is, irrationele beslissingen de overhand kunnen nemen. De antivaxxers, de qnon-aanhangers, de FvD-retoriek met ronddolende Minerva-uilen, de aanhangers van Trump, Bolsonaro, het oplaaiende antisemitisme dat niet eens meer verhult dat het antisemitisch is, het wantrouwen jegens de elite. Badal is iets op het spoor, hij is ons op het spoor, tien jaar later. We waren klaar met Badal, hij was niet met ons klaar.

Ramdas geloofde dat het Westen voldoende sterke instituten had om alle vormen van bijgeloof, intolerantie, tirannie en inperking van individuele vrijheden te overleven. Maar inmiddels is dat Westen ten diepste gespleten geraakt over zijn kernwaarden. Fake news tast ons geloof in de media aan, populistische partijen in Europa willen de liberale democratie inperken en burgers komen in opstand tegen de regulerende overheid. Het grootste gevaar van het WestIk kijk naar televisiebeelden van Anil Ramdas. Hij is altijd de enige zwarte man in een wit gezelschap. Ik schrik hiervan. Hij beweegt zich in een mijnenveld. Maar wat beweegt hij zich vol flair in dat mijnenveld. Lichtheid kan een wapen zijn.

 Anil Ramdas was niet als wereldburger geboren, hij werd het. Hij was niet ongevoelig voor het extremisme. Zo beschrijft hij in zijn boek de periode in zijn leven dat hij zich steeds strikter volgens de Brahmaanse leer ging gedragen en racistische neigingen had tegenover Creolen. Deze fase gaat voorbij. Wat deze verandering veroorzaakt weet Anil Ramdas niet. Vanaf dat moment ontpopt hij zich als een vurig pleitbezorger van de Westerse cultuur. De beschaving kan nooit bereikt worden, wel nagestreefd. De wetenschap is niet zaligmakend, het redt wel mensenlevens. De geschiedenis is wreed, maar wie blijft hangen in de geschiedenis wordt een nostalgicus die roept om wraak. Anil Ramdas’ oeuvre roept op tot verzoening bij gebrek aan beter. Het roept om met ironie en compassie naar de eigen voortreffelijkheid te kijken.

Kijk hieronder de lezing terug. 

De Anton de Kom-lezing is een initiatief van het Verzetsmuseum en dagblad Trouw. De jaarlijkse lezing vraagt aandacht voor de strijd tegen intolerantie en discriminatie en voor de geschiedenis van minderheidsgroepen en hun positie in de Nederlandse samenleving. Anton de Kom streed tegen de koloniale onderdrukking in Suriname en was verzetsstrijder in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij kwam in 1945 om in een concentratiekamp.

Lees ook:

De columns van Abdelkader Benali

Schrijver Abdelkader Benali is columnist voor Trouw. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden