Ouder wordenKloof

Langer doorwerken raakt vooral de laag opgeleide AOW’er

null Beeld Suzan Hijink
Beeld Suzan Hijink

Hoe vergaat het de mensen die voor het eerst moet doorwerken tot 66 jaar en vier maanden? Voor laag opgeleiden is die regeling nadelig. Ze zijn eerder begonnen en gemiddeld ongezonder. Wat voor een ‘oude dag’ blijft er straks over?

Op het werk speelt zij elke dag theater: “Ja, het is een ontzettend leuke baan. En zulk belangrijk werk”, zegt ze tegen jongere collega’s. Stiekem kijkt de 66-jarige op haar telefoon. Twee apps, Verlossing en Retirement Countdown (Aftellen tot het pensioen), ratelen dagen, weken, uren en seconden af tot haar pensioen over een paar maanden.

Er bestaan veel van deze apps: de werknemer vastgeketend, met wanhoop in de ogen. Het mag duidelijk zijn dat niet iedereen meegaat in het nieuwe dogma van fit en vrolijk doorwerken tot je 67ste. De vrouw werkt bij een liefdadigheidsinstelling, en wil om begrijpelijke redenen haar naam en werkplek niet prijsgeven.

Wat vindt zij ervan om door te werken tot 66 jaar en vier maanden? “Ik ben er helemaal klaar mee. Het liefst stop ik nu. Ik begon fulltime toen ik achttien was. Inmiddels heb ik alles twintig keer voorbij zien komen. Weer een nieuw digitaal systeem? Jullie doen maar”, denkt ze stiekem.

Al mijn vrije tijd ging op aan zorg

Weet je wat het ook is, vervolgt ze: “Op deze leeftijd zijn velen mantelzorger. Mijn moeder overleed na een gebroken heup, beroerte en coma. Het afgelopen jaar ging al mijn vrije tijd op aan zorg. Die combinatie is zwaar.”

Waar in Duitsland het aantal gewerkte arbeidsjaren meetelt als reden voor pensioen, loopt dat in Nederland voor iedereen gelijkelijk op naar 67 jaar. Maar wie in de jaren zeventig of tachtig lang studeerde, werkt tot tien jaar korter dan iemand zonder vervolgonderwijs. En juist die laatste groep komt vaak terecht in fysiek zwaarder en eentoniger werk, dat bovendien slecht betaalt. Dat is terug te zien in de cijfers: de gezondheidskloof tussen laag- en hoogopgeleiden bedraagt vele jaren en blijft groeien.

Het verschil in levensverwachting tussen laag- en hoogopgeleide 50-jarigen is 3 jaar voor vrouwen en 4,6 jaar voor mannen, volgens een recente berekening van het Centraal Bureau voor Statistiek over 2015-2018. Voor ‘gezonde levensjaren’ is de kloof nog groter: respectievelijk 4,8 en 7 jaar. Juist binnen de groep van 60 tot 67 jaar die langer door moet werken, speelt dit feit een grote rol, concluderen onderzoekers.

 Uittreden vanwege gezondheidsproblemen

Epidemioloog Sascha de Breij promoveerde erop bij Amsterdam Universitaire Medische Centra (AUMC). Haar conclusie luidt dat laagopgeleiden vaker vroeg uittreden vanwege gezondheidsproblemen. Hun werk is fysiek belastender met weinig variatie en autonomie. “Dit kan nog tot jaren na het stoppen nadelig uitwerken”, stelt De Breij.

Uit UWV-cijfers blijkt dat ouderen met een hoger inkomen vaker vrijwillig gaan rentenieren. Ouderen met een laag inkomen kunnen zich dat niet veroorloven. Zij stoppen wel eerder, maar dan omdat zij het fysiek niet meer aankunnen.

De Breij concludeert dan ook dat het huidige generieke pensioenbeleid oneerlijk is voor lager opgeleiden. De koppeling van AOW aan toenemende levensverwachting doet het verschil tussen arm en rijk verder toenemen, omdat juist hoger opgeleiden er langer van profiteren. “Koppeling van AOW-leeftijd aan gewerkte jaren, zoals in Duitsland gebeurt, zou wellicht eerlijker zijn”, suggereert De Breij.

Hoogleraar epidemiologie van de veroudering bij AUMC, Dorly Deeg, constateert dat arme ouderen zelfs een tweemaal zo grote kans op een fysieke beperking hebben dan rijkere leeftijdsgenoten. Deeg is het met De Breij eens dat een pensioenleeftijd die voor iedereen gelijk is, slecht is voor mensen met zware beroepen.

Lager opgeleiden zijn daarbij dubbel in het nadeel

In 1991 richtte Deeg met collega’s een bijzonder onderzoekspanel op: Longitudinal Aging Study Amsterdam, kortweg Lasa, dat regelmatig 55-plussers ondervraagt en test. Inmiddels zijn van ruim 5000 ouderen in en rond de hoofdstad, Zwolle en Oss resultaten bekend.

In december concludeerde Deeg in een artikel dat Nederlanders nog steeds ouder worden, maar niet gezonder oud. “De lager opgeleiden zijn daarbij dubbel in het nadeel met minder levensjaren én meer jaren van beperkingen in hun activiteiten.” De oorzaak zit deels in opgroeien onder ongunstige omstandigheden met slechte voeding en huisvesting. “Kinderen van laagopgeleiden hebben vaak zelf ook een lage opleiding en daardoor minder welvaart”, aldus Deeg.

Het blijkt dat fysiek hoge werkbelasting, zoals kracht zetten, herhaalde bewegingen en een ongemakkelijke houding, vooral voor vrouwen aantikt. “Zij hebben op hun 55ste tot 1,9 jaar minder te leven, en tot 1,5 jaar korter gezond te leven. Voor mannen geldt het in iets mindere mate, met 1,6 jaar respectievelijk 1,1 jaar korter”, concludeert Deeg.

Nederlandse vrouwen werken relatief vaak in deeltijd. Deeg en De Breij adviseren de overheid als tegemoetkoming aan de slecht bedeelde groep om deeltijdpensioen toegankelijker te maken. En als er ook verlichting komt op de werkvloer − bijvoorbeeld door zelf het tempo te kunnen bepalen − kan het plezierig blijven om langer te werken.

Discriminatie

Weduwe Greet Warmelink (66) uit Zwolle is iemand die dankzij deeltijdwerk graag doorgaat. Zij moest eind oktober stoppen, en heeft daarover zelfs een klacht ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens. “Het is discriminatie, waarom mag je niet doorwerken na je 66ste?” Haar werk op de bibliotheek in Zwolle vindt ze heerlijk: “Je hebt overdag tenminste een doel. Het werk is interessant door de omgang met mensen van alle leeftijden en blijft zo ook afwisselend.”

Vorig jaar werkte zij gemiddeld twintig uur per week. Na de mavo begon Warmelink op haar zestiende direct met werken. “Dus ik heb er 50 jaar opzitten. Ik ben me bewust van mijn luxe positie. Maar ik voel me hartstikke fit en gezond. Ik wandel, sport en ga met de tent op fietsvakantie. Ik wil graag door.”

Wat is er specifiek bekend over 60-plussers die voor het eerst doorwerken tot 66 en vier maanden? Vrij weinig, zegt Dorly Deeg: “Het is een nieuw verschijnsel. Wel weten we dat de toename van de levensverwachting vóór corona al jaren afvlakte. De hoeveelheid gezonde jaren blijft voor een 65-jarige op tien steken, op een levensverwachting van zo’n twintig jaar. Dus betekent elke ophoging van de pensioenleeftijd minder gezonde jaren na de werkperiode.”

Krakkemikkig ouder

Zelf werkt Deeg op haar 70ste nog met plezier twee dagen in deeltijd. “Maar ik hoor bij de bevoorrechte uitzonderingen. Het is een mythe dat Nederlanders gezond ouder worden.” Worden we dan krakkemikkig ouder? “Ja. Nederlanders leven langer, maar maken ook meer jaren in matige gezondheid door. Er is zeker geen sprake van een gezondere oude dag.”

Vrouwen leven langer dan mannen, die vaker lijden aan hart- en vaatziekten. Maar omdat fysieke achteruitgang bij vrouwen eerder inzet, door bijvoorbeeld artrose, leven zij juist meer jaren met gebreken. “In de media domineren wens- en schrikbeelden over ouder worden”, zegt Deeg. Zij wijt de overkill aan fitte senioren aan ontkenning en angst: “Daarnaast verkopen boeken over gezond ouder worden goed én spoort de overheid activiteit aan. Langer werken, mantelzorgen en vrijwilligerswerk zijn goedkoper voor de samenleving. Actief ouder worden is het nieuwe ideaal geworden.”

Goede sociale netwerken

Hoe blijf je tevreden ondanks kwalen en verlies? De huidige groep zestigers is beter opgeleid dan voorheen, heeft goede sociale netwerken en leuke activiteiten, en wordt vaker mét partner oud. Dat helpt allemaal bij welbevinden. Maar voor laagopgeleiden kan de materiële- en woonsituatie nijpend worden. Zelfs het risico op depressie is bij hen groter. “Of je greep op je eigen leven hebt, is belangrijk.”

Geld speelt ook hier een rol. Kun je je ontspannen op stedentrip of vakantie? Kun je gerieflijk wonen en hulp inkopen? Of staat de wasmachine op instorten en lukt stofzuigen niet meer? Toch scoren armen ook goed op tevredenheid en stemming, als zij maar een sterk netwerk hebben, of regie kunnen behouden, zegt Deeg.

Wie de zestig is gepasseerd, merkt dat fysieke achteruitgang ongemerkt vaker gespreksthema is. Wat doet zo’n verandering met je? In Vijfhuizen is kapper Rob de Wilde (63) enorm geschrokken: “Het gaat met een noodgang. De een heeft lymfeklierkanker, de ander hartproblemen, en Jan kreeg een hersenbloeding.” Met deze mannen ging hij een leven lang stappen en sporten. “Grote, sterke kerels. Ik dacht dat wij het eeuwige leven hadden.”

 Relaxter geworden

Vanwege corona moest zijn kapsalon in de Amsterdamse Jordaan maanden sluiten. In Gewonnen jaren schrijft Deeg dat senioren ondanks hun aftakeling toch positief blijven door hun perspectief dichterbij huis te leggen en afstand te doen van status. Dat geldt ook voor De Wilde, die tijdens de lockdown besloot drie dagen te gaan werken. Vroeger betaalde hij 500 euro voor mooie schoenen. “Drie keer per week uit eten, en zeiken over wat niet deugde. Ik ben relaxter geworden.”

Hoe lang gaat de kapper door? “Eén à twee jaar? Ik schrik soms hoe lang het kost de trap op te komen. Zo vroeg aftakelen had ik nooit verwacht. Het huis is afbetaald. Als je een beetje normaal doet, heb je niet veel geld nodig. Het maakt een groot verschil dat mijn tevredenheid nu in kleine dingen zit.”

De naam van de eerste geïnterviewde die anoniem wil blijven is bekend bij de hoofdredactie. 

 Gewonnen jaren met grote veranderingen

In haar boek Gewonnen jaren somt hoogleraar Dorly Deeg feiten op uit het langlopend Lasa-onderzoek. Vanaf 55 gaan lichaam en denkvermogen achteruit.

De helft van de 55-plussers heeft chronische kwalen.

Bij werknemers tussen 55 en 64 heeft de meerderheid minimaal één chronische ziekte zoals artrose, hartproblemen of cara.

Tien procent van 60-jarigen hoort slechter, een vijfde wordt vergeetachtig.

Een derde van wie de 65 heeft gehaald, heeft urineverlies en winderigheid.

Eén op zes 65-plussers kampt met duizeligheid.

In de hersenen daalt de snelheid van de informatieverwerking vanaf 55.

Net als op fysiek terrein spelen klassenverschillen een grote rol. Armoede blijft kleven. Als jongere bouw je met een goede opleiding breinreserve op. Hoogopgeleiden leven langer zonder geheugenproblemen.

‘Hotelmeisje’ van 64 jaar voelt zich gesloopt

Vooral vrouwen met weinig opleiding hebben last van het zware werk dat zij altijd moe(s)ten doen. Malika Nejmi (64) uit Amsterdam werkt 32 uur per week voor een bedrijf met bijna 5000 werknemers, dat 10.000 hotelkamers beheert.

Het werk is zwaar: “Bij de renovatie heeft de architect bedacht dat sommige bedden aan drie kanten zijn ingebouwd. Je moet het matras naar je toe trekken om het laken te verschonen, en dan op je buik liggen. Belachelijk. Zelfs jongeren klagen erover.”

In normale tijden maakt Nejmi 17, 18 of 19 kamers schoon. Door corona zijn dat er tien per dag. De werkgever gaat door de crisis mensen verschuiven. “Ik kreeg de keus: vroeg pensioen, het contract stoppen of in Nijmegen gaan werken. Nijmegen is te ver, dat heb ik geweigerd. Morgen moet ik naar een ander hotel. Ik heb via de rechtsbijstandverzekering een advocaat gekregen. Het geeft zoveel stress.”

In Marokko volgde Nejmi de basisschool, in België de huishoudschool. Op haar achttiende begon ze in Nederland met werken. “Ik heb nog in het Amstel Hotel schoongemaakt. Toen ik mijn eerste baby verloor, ben ik gestopt met werken tot de kinderen naar school gingen.” Ze doet het hotelwerk al veertien jaar.

Volgens Nejmi heeft het bedrijf geen ouderenbeleid “Mijn lichaam is kapot, overal slijtage. Waarom zoeken ze voor ons niet lichter werk, zoals supervisor worden? Elke keer heb ik een nieuwe leidinggevende, ik word er gek van.”

Nejmi had een liesbreuk door zwaar tillen. Haar schouders zijn versleten. “Die ontlast ik door het dekbed niet helemaal op te schudden.” En de knieën? “Ik heb therapie gehad, het gaat beter. Rugpijn is er altijd. Ik heb pijnstillers maar die mag ik niet combineren met mijn suikerziekte en hoge bloeddruk.”

Vindt zij het werk leuk? “Jazeker. Thuis zitten is niets voor mij.” Gaat zij 66 jaar en 4 maanden halen als ‘kamermeisje’? “Ik weet het niet. Voor de financiën is het beter de jaren vol te maken. Maar ik hoop dat ik dan nog leef.”

Lees ook:

Deel 1 van dit tweeluik. Is 60 het nieuwe 40? 

‘Onzin. Vroeg met pensioen is goed voor gezondheid’. Demograaf Patrick Deboosere ziet het anders. De zestiger van vandaag is de veertiger van vroeger? Onzin, zegt demograaf Patrick Deboosere. Een normale pensioenleeftijd is wat hem betreft zestig jaar. ‘Je moet actief blijven, maar niet per se met werk.’

Lees ook:

Staalgigant Tata heeft een opvallend vooruitstrevend ouderenbeleid. 

Vanaf 60 jaar kun je er halftijds gaan werken. Hoe bevalt dat? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden