Lahhoud Murad komt uit Syrië en bekommert zich over Syrische vluchtelingen.

Ondersteuning

Lahhoud Murad vluchtte 23 jaar geleden naar Nederland en vangt nu zelf de nieuwkomers op

Lahhoud Murad komt uit Syrië en bekommert zich over Syrische vluchtelingen.

Voormalige vluchtelingen helpen de huidige asielzoekers vaak op weg in Nederland door te assisteren met papierwerk en taalles. Deze ‘sleutelpersonen’ nemen de gemeenten werk uit handen, maar krijgen daarvoor niet betaald.

Op een zonnige herfstmiddag klinkt vanuit een onopvallend rijtjeshuis in Bennebroek aanstekelijk gelach. Binnen zit Tadelesh gehurkt op een piepklein krukje op het hoogpolig tapijt, met voor zich een gasbrander, een Eritrese koffiepot en vier kopjes als uit een poppenservies. Uit een kleine koekenpan stijgt de warme, prikkelende geur op van de groene koffiebonen die ze brandt.

Op de bank naast de open tuindeur die eventuele virusdeeltjes naar buiten moet laten, zit haar man, Zeresenai, warm gehouden door een bloes over een trui en meerdere T-shirts. Hij slaat een kruis en prevelt een zegening voordat hij stukken scheurt van de injera, een lichtzurig brood van teff-meel, op zijn schoot. Zeresenai en zijn vrouw Tadelesh willen niet met hun achternaam in de krant uit angst voor het Eritrese regime.

Het echtpaar komt net terug van de taalles die ze tweemaal per week volgen in Haarlem. “We spreken nog geen woord Nederlands”, vertelt Zeresenai in het Tigrinya. “We snappen níets van de lessen”, vult Tadelesh aan en zwaait haar hand over haar hoofd. “Maar we moeten 600 lesuren volmaken, dus dat doen we.” Hoe ver ze inmiddels zijn, weten ze niet. Zeresenai is nu vijf jaar in Nederland. Toen hij drie jaar geleden zijn verblijfsvergunning kreeg, heeft Tadelesh zich met hun drie kinderen bij hem gevoegd.

Deze middag komen Yordi Lassooy en Kiflom die om privacy-redenen niet met zijn hele naam in de krant wil, langs bij het echtpaar voor de wekelijkse ondersteuning. Op het programma: een brief over de uitkering en een e-mail van school over een training voor hun dochter die soms woedeaanvallen heeft in de klas.

“Meneer en mevrouw woonden in een huis van hout en leem op het platteland van Eritrea”, aldus Lassooy. “Ze verbouwden graan en hielden geiten en koeien.” Ze zijn niet naar school geweest, kunnen niet lezen en schrijven. De vraag of ze in Eritrea wel­eens brieven van de gemeente of andere instanties ontvingen, oogst een schaterlach. Belastingen gelden niet op het platteland en van elektriciteit of verzekeringen was geen sprake.

De barrières in Nederland zijn enorm

De barrières bij het opbouwen van een zelfstandig leven in Nederland zijn enorm. Voor Tadelesh en Zeresenai, maar ook voor de tienduizenden andere vluchtelingen en gezinsherenigers die jaarlijks een verblijfsstatus ontvangen. Dat is waar Lassooy en Kiflom om de hoek komen kijken. Zij hebben jaren geleden een vergelijkbaar proces doorgemaakt en vormen met een paar honderd andere statushouders een fragiel vangnet voor nieuwkomers. Ze worden ‘sleutelpersonen’ genoemd, zijn meestal verbonden aan gemeenten of welzijnsinstellingen, doorgaans op vrijwillige basis, vaak dag en nacht bereikbaar.

Sleutelpersonen zijn nodig omdat onder de huidige inburgeringswet die begin 2022 op de schop gaat, veel nieuwkomers moeite hebben een bestaan in Nederland op te bouwen. Van de mensen die in 2016 een verblijfsvergunning kregen, had na tweeënhalf jaar slechts 19 procent een betaalde baan, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek dit jaar. Statushouders zijn zelf verantwoordelijk voor hun inburgering, ze dienen een lening af te sluiten voor taalles bij scholen waarvan de validiteit en kwaliteit geregeld te wensen over laat. Veel mensen slagen er niet in zich genoeg Nederlands eigen te maken om te communiceren met school, de gemeente of de huisarts.

“Voordat Yordi en Kiflom hier waren, was het een hel”, vertelt Zeresenai. Hun vaste contactpersoon bij Vluchtelingenwerk was gestopt en in de maanden die volgden, raakten ze in de schulden door een tandarts-rekening en een heffing van gemeentelijke belastingen waar kwijtschelding voor had moeten worden aangevraagd. “Bij iedere brief raakten we in paniek.”

“Als je mensen aan hun lot overlaat, zoals onder de huidige inburgeringswet het geval is, ontstaan allerlei problemen”, stelt Patrick van der Hijden, directeur bij Open Embassy, dat inburgering onderzoekt. “Sleutelpersonen fungeren als puinruimers van de inburgeringswet en lossen op vrijwillige basis een aantal fundamentele problemen op voor nieuwkomers.” Ze gaan mee op gesprek bij de gemeente, voeren contact met schuldhulpverlening of signaleren gezondheidsproblemen. Van der Hijden: “Ze vullen de hiaten op die de verzorgingsstaat heeft laten vallen. In 2012 is de vergoeding voor de tolkentelefoon deels wegbezuinigd. Een van de kerntaken die sleutelpersonen op dit moment vervullen, is helpen vertalen en interpreteren.” Ook geven sleutelpersonen ook voorlichting over bijvoorbeeld cultuurverschillen of seksuele gezondheid in naam van gemeenten of welzijnsorganisaties.

Sleutelpersonen zijn zelf ook nieuw in Nederland en verkeren vaak in een kwetsbare positie. Als vrijwilliger werken ze geregeld voor gemeenten die hen tegelijkertijd manen zo snel mogelijk een baan in de groenvoorziening aan te nemen om maar vooral uit de bijstand te komen.

‘We kunnen als gemeenten nu eenmaal niet alle sleutelpersonen in dienst nemen’

Kiflom ondersteunt naast Tadelesh en Zeresenai nog negen gezinnen in de buurt. Daar bovenop krijgt hij telefoontjes van Eritrese nieuwkomers door het hele land. “Bijvoorbeeld als mensen hulp krijgen van een sociaal wijkteam. Zodra dat de deur uit is, word ik gebeld. ‘Kiflom, waar ging dat over? Ik begreep er niets van.’” Hoeveel uur hij daar gemiddeld per week aan kwijt is? “Dat kan ik niet inschatten, dat hangt af van wat de mensen vragen.” Kiflom werkte als accountant bij ‘de Eritrese ING’. Hij spreekt goed Engels en redelijk Nederlands, maar solliciteren naar werk op zijn niveau liep op niets uit. Hij werkte een tijdje bij een fabriek voor aardappelchips. Nu is hij werkloos en komt hij met zijn gezin met vier kinderen rond van een uitkering. “Ik dring er bij de gemeente op aan Kiflom een aanstelling te geven als sleutelpersoon, al is het maar voor 16 uur per week. Of om verdere trainingen voor hem te betalen”, aldus collega Lassooy, “Ze hebben veel aan hem, hij bereikt inwoners waarmee ze nauwelijks in contact komen. Maar vooralsnog is het tevergeefs.”

Dat het ook bij andere gemeenten stroef loopt met de inzet van sleutelpersonen blijkt uit onderzoeken van expertisecentrum Pharos en het Verwey-Jonker Instituut. ‘Organisaties zien de meerwaarde van de sleutelpersonen, maar vinden het vooralsnog lastig hoe zij de rol in hun organisatie kunnen borgen’, constateert dat laatste dit jaar in een rapport. ‘Het gaat om het vrijmaken van financiële middelen, het begeleiden van iemand en het aanbieden van passend dienstverband.’

“We kunnen als gemeenten nu eenmaal niet alle sleutelpersonen in dienst nemen”, zegt Erik Dannenberg, voorzitter van Divosa, namens de gemeentelijke directeuren in het sociaal domein. “Maar dat wil niet zeggen dat hun werk geen waarde heeft.” Dannenberg herkent de kwetsbare positie waarin veel sleutelpersonen verkeren. “Dat geldt voor veel mensen die intensief vrijwilligerswerk doen en gaten opvullen die we niet als overheid kunnen dichtfietsen.” Tegelijkertijd ziet hij perspectief voor meer – al dan niet betaalde – inzet van sleutelpersonen. “Gemeenten zien de waarde van ervaringsdeskundigheid steeds meer. Op het vlak van inburgering, maar ook bijvoorbeeld bij schuldhulpverlening of hulp voor mensen met een beperking. Je kunt je bevolking het best dienen als je personeelsbestand een afspiegeling is van die bevolking.”

Het gebrek aan beloning wringt, vertelt Kiflom. “Mensen als dit gezin wil ik altijd helpen. Wij komen uit een wij-cultuur, ik zie dat ze het moeilijk hebben en het geeft me voldoening iets voor ze te kunnen betekenen. Maar ik vertaal ook de website Welkom Heemstede voor de gemeente naar het Tigrinya. Het werkt demotiverend om daar geen waardering voor te krijgen.”

Lassooy heeft na jaren van vrijwilligerswerk met andere sleutelpersonen de Stichting Cultuur in Harmonie opgericht en wordt inmiddels voor een deel van haar diensten als gezinsondersteuner ingehuurd. Bijvoorbeeld door de gemeente Bloemendaal omdat die met de handen in het haar zat bij de ondersteuning van dit echtpaar. “Maar nog steeds doe ik veel als vrijwilliger, ik kan niet slapen als ik denk aan alle brieven die anders ongeopend blijven en de ellende waar dat toe leidt.”

‘Hij kan je helpen, hij weet alles’

In een Rotterdams restaurant, gerund door een familie uit Aleppo, treffen sleutelpersoon Lahhoud Murad en dirigent Majed Srai Aldeen elkaar voor de kibbe en kebab Halab die naar hun moederland smaken.

Murad is inmiddels 23 jaar in Nederland en heeft een indrukwekkende loopbaan, onder meer als nachtportier in de Witte de Withstraat, exporteur van bloemen, gewassenveredelaar, maatschappelijk werker en uitbater van een horecagroothandel. Naast zijn huidige baan als beëdigd tolk, werkt hij vrijwillig als sleutelpersoon. Hield hij zich vijf jaar geleden, toen veel Syrische vluchtelingen aankwamen, vooral bezig met het uitleggen hoe de centrale verwarming werkt en het uitdelen van dekens, inmiddels weten de al-niet-meer-zo-heel-nieuw-komers hem te vinden voor advies bij de aankoop van een huis, het aanvragen van patenten of het opzetten van een onderneming.

Zo ook Srai Aldeen. In zijn vorig leven in Damascus stond hij aan het hoofd van de sectie klassiek Arabische muziek op het conservatorium en toerde hij als dirigent de wereld over. “We traden ook op in het Concertgebouw. Ik vond Nederland prachtig. Het weidse landschap, de koeien in de weilanden.” Vijf jaar geleden kwam hij hier weer. Nu als vluchteling. Toen zijn verblijfsvergunning rond was, wilde hij een concert organiseren met oud-studenten die inmiddels in Europa verbleven. “Ik belde een vriendin: of ze iemand wist die mij daarbij kon helpen? ‘Maar Majed’, riep zij, ‘Jij woont in Rotterdam! Lahhoud woont ook ik Rotterdam! Hij kan je helpen, hij weet alles.”

Na het concert – dat uiteindelijk niet van de grond kwam omdat het te kostbaar bleek, hielp Murad onder meer bij de aanschaf van een auto, het naaien van gordijnen en bij een langdurige poging tot het opzetten van een muziekschool. “Muziek was niet alleen mijn baan, het was mijn leven”, zegt Srai Aldeen met treurige blik terwijl Murad hem van een servet en een nieuwe lading kebab voorziet. “Ik ben dirigent! Dat het niet is gelukt een muziekschool te openen, heeft me gebroken. Het is zonde. Er is behoefte aan verbinding tussen oost en west. Ik kan daaraan bijdragen, maar dan heb ik iemand nodig die in mijn ideeën investeert en die ben ik nog niet tegengekomen.”

‘Hier kan je niets zonder taal’

Nu onder druk van de pandemie de muzikale toekomst verder weg lijkt dan ooit, is er plan B, de levensmiddelenhandel. “Ik moet iets doen.” Nu verkennen ze samen de mogelijkheid voor Srai Aldeen een levensmiddelenwinkel te beginnen. De ondernemende Murad denkt mee over een geschikte locatie, het vinden van leveranciers en het ondernemingsplan. Srai Aldeen: “Lahhoud is gastvrij. Niet alleen met eten en drinken, maar met kennis en hulp.”

In Bennebroek deelt Tadelesh de derde ronde koffie uit. Het is een ongecompliceerde hulpsessie. De brief over de uitkering blijkt een regulier overzichtje en het plan voor sociaal-emotionele training voor de dochter valt in goede aarde. “Wij merken niets van boosheid”, aldus Tadelesh. “Maar de school ziet wat zij nodig heeft. Als zij die ondersteuning willen, vinden wij dat prima.”

Verlost van schulden en brievenstress, is het echtpaar tevreden, al zijn hun dagen wat leeg. “We zouden graag werken, het maakt niet uit als wat”, vertelt Zeresenai. “Maar hier kan je niets zonder taal.” Toen hij op weg naar Nederland in Israël verbleef, kwam hij rond als straatveger. Hier mag hij niet eens als vrijwilliger meelopen in de groenvoorziening. “Maar we hebben het goed”, zegt Tadelesh. “De kinderen gaan naar school en naar zwemles, ze hebben vrienden gemaakt, dus we hebben ook hier iets van de Eritrese wij-cultuur.” Maar bovenal is het gezin verlost van een regime waarvan de Verenigde Naties in 2016 rapporteerden dat het onderdanen tot slaaf maakt. “Hier zijn we veilig. We zijn God en Nederland heel dankbaar dat we hier zijn en hulp krijgen.”

De echte namen van Tedelesh, Zeresenai en Kiflom zijn bekend bij de hoofdredactie.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

Lees ook:
Het huidige inburgeringstelsel is een flop – maar het nieuwe wordt wéér uitgesteld

De invoering van de nieuwe inburgeringswet laat opnieuw een half jaar op zich wachten. Gemeenten en vluchtelingenorganisaties maken zich zorgen over de grote groep inburgeraars die straks nog onder het oude stelsel valt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden