null

InterviewGeen papieren

Karim (62) zit al een half leven in een ongedocumenteerd bestaan

Beeld Otto Snoek

Karim (62) hoopt dat hij voor zijn dood papieren zal krijgen. Dat brengt de ongedocumenteerde Algerijn rust, en biedt de mogelijkheid om zijn kunst op een legale manier te verkopen. ‘Ik wil iets positiefs achterlaten in de tijd die ik nog heb.’

Hannah van der Wurff

Na 31 jaar verstaat Karim het Nederlands vloeiend, maar spreken gaat hem wat moeilijker af. Uit schaamte voor zijn statusloze bestaan heeft de Algerijn nooit écht relaties kunnen opbouwen met Nederlandssprekenden. Een paar woorden spreekt hij echter wel. Die kleine selectie komt tijdens een interview in het open huis voor dak- en thuislozen in de Rotterdamse Pauluskerk veelvuldig voorbij. Vreemdelingendetentie, politie en tekening: het zijn de woorden die zijn bestaan als ongedocumenteerde in Nederland tekenen.

Stralend loopt Karim de Pauluskerk binnen. Daar blijft weinig van over wanneer er een camera tevoorschijn wordt gehaald. De angst om herkend en gepakt te worden is bij Karim (niet zijn echte naam) zo groot, dat hij anoniem wil blijven. Met veel pijn kijkt hij terug op zijn leven hier in Nederland. Hoe vaak en wanneer hij vast heeft gezeten, weet hij niet precies. Maar één ding is duidelijk: hij is het vertrouwen in het systeem kwijt: “De politie pakte me op, stuurde me naar de vreemdelingenpolitie en daarna stond ik zonder papier weer op straat. Het is me zo vaak gebeurd, het is kafkaësk.”

Ouderenpardon

Karim is een van de oudere ongedocumenteerden waar onderzoekers van de Erasmus Universiteit, Universiteit van Amsterdam en Universiteit Utrecht mee spraken. Zij publiceerden dinsdag een onderzoek naar de groep oudere ongedocumenteerden; voor het eerst is hun leven in beeld gebracht. Deze mensen wonen vaak dertig tot wel veertig jaar in Nederland, maar hebben geen verblijfsdocument. Het leven zonder papieren, waarin mensen vaak zonder uitzicht op een betere toekomst op straat leven, noemen de onderzoekers ‘een gevecht’. Ze pleiten daarom voor een ouderenpardon. Het gaat dan specifiek om de groep die langer dan vijftien jaar in Nederland verblijft.

De overheid heeft deze groep oudere ongedocumenteerden zelf gecreëerd, zegt Nienke Boesveldt, dakloosheidonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds de jaren negentig scherpte het kabinet het vreemdelingenbeleid aan en werd het voor migranten moeilijker om verblijfsrecht te krijgen. Denk aan de invoering van het inburgeringsexamen (2006) of het verbod op toelating van 65-plussers die voor gezinshereniging naar Nederland kwamen (2012). Dat leidde ertoe dat ouderen die zich bij hun kinderen in Nederland wilde voegen, hier alleen ongedocumenteerd kunnen leven.

Tegelijkertijd werd het leven zonder een verblijfsvergunning zwaarder in die jaren. Vreemdelingen zonder status konden geen aanspraak maken op sociale voorzieningen en door de identificatieplicht konden zij makkelijker gevonden en opgepakt worden.

‘Pas als ik dood ben zullen ze mijn naam op een officieel document zetten’

Net als Karim. Hij heeft al die jaren onder de radar geleefd. Nu verblijft hij in een tijdelijke kamer van de Pauluskerk in Rotterdam, waar hij door juristen wordt bijgestaan zodat hij de rest van zijn leven legaal in Nederland kan verblijven. Dat dat gaat lukken, gelooft hij eigenlijk niet. “Pas als ik dood ben zullen ze mijn naam op een officieel document zetten.”

Dat Karim al deze jaren ongedocumenteerd heeft geleefd, wijt hij aan een fout die hij maakte toen hij net in Nederland aankwam. Voordat hij in 1991 in Rotterdam arriveerde, was hij nog nooit Algerije uit geweest. Toen de sfeer in dat land vanaf het einde van de jaren tachtig omsloeg vanwege de opkomst van de islamistische partij Front Islamique du Salut (FIS), zette Karim zich schrap.

Karim was in 1990 net klaar met zijn studie psychologie en verdiende zijn geld als portretkunstenaar in een stad in het westen van Algerije, waar hij opgroeide. Er brak een burgeroorlog uit, en Karim, de kunstenaar, stond op de lijst met boosdoeners. Toen twee onbekende mannen op straat twee kogels op hem afvuurden, moest hij van zijn moeder vluchten. De kogel die zich genesteld had aan de rechterkant van zijn onderbuik nam hij mee op de vlucht naar Nederland, het land van kunstenaars zoals Van Gogh.

Karim kwam aan in Rotterdam en voegde zich bij een groeiende groep Algerijnse vluchtelingen. “Ik was naïef”, zegt hij nu. Karim had geen Algerijns paspoort. Een Nederlands verblijfsdocument zat er niet in. De verhalen die andere Algerijnen hem vertelden, maakte hem te bang om asiel aan te vragen. “Ze zeiden dat de politie me zou terugsturen als ik asiel ging aanvragen. Ik had ze nooit moeten geloven.” Het geld dat hij meebracht uit Algerije was snel uitgegeven in Nederland en hij werd dakloos. Zonder papieren kon hij niet werken. Om te overleven probeerde hij eten te stelen.

‘Ik kwam hierheen omdat ik in Algerije vermoord zou worden’

“Ik werd opgepakt. Het was stom om het te proberen, maar ik moest eten”, verzucht Karim. Nerveus wrijft hij zijn handpalmen over zijn nette broek. “Bedelen voor geld was niets voor mij. Ik ben een waardig mens. In de 31 jaar dat ik hier ben, ben ik regelmatig uitgehongerd geweest. Maar ik ben niet naar dit land gekomen om te bedelen. Ik kwam hierheen omdat ik in Algerije vermoord zou worden en hier geld zou kunnen verdienen met mijn portrettekeningen.”

Misschien komt het juist doordat hij de eerste paar jaren van zijn tijd in Nederland zo vaak in aanraking kwam met justitie, dat Karim zo veel heeft kunnen tekenen. Karim en justitie zaten al snel vast in een vicieuze cirkel. Hij werd opgepakt, vaak omdat hij geen verblijfspapieren had, een enkele keer voor een licht vergrijp. Bij elkaar opgeteld schat Karim dat hij jaren in de vreemdelingenbewaring heeft doorgebracht. Aldaar had hij niets anders te doen dan tekenen.

null Beeld Otto Snoek
Beeld Otto Snoek

Tot vijf maal toe probeerde de vreemdelingenpolitie hem uit te zetten. Eerst raadpleegde de politie het Marokkaanse consulaat, ook al zei Karim dat hij niet Marokkaans was. Het Franse consulaat kreeg ook de vraag of hij daar bekend was, omdat Karim Frans sprak. Uiteindelijk namen ze hem mee naar het Algerijnse consulaat. Karim: “Zij dachten dat ik uit Algerije kwam, ik sprak het dialect en kon precies vertellen waar ik was opgegroeid, maar het consulaat wilde het niet met zekerheid zeggen.” Karim kreeg geen laissez-passer, een tijdelijk reisdocument, om naar Algerije af te reizen. Nederland kon hem dus niet uitzetten. “De vreemdelingenpolitie moesten me steeds laten gaan. Niemand wilde me. Daardoor kwam ik op straat terecht.”

Daardoor ging Karim van de ene gevangenis naar de andere. Hij moest zelf een dak boven zijn hoofd zien te regelen, en eten. In de jaren erna worstelde hij met geld verdienen, wat hij graag zelfstandig en legaal wilde doen. Zo verzamelde hij kabels van grofvuilstortplaatsen, die iemand anders namens hem verkocht. De helft van de opbrengst mocht hij houden. Na die periode kreeg hij via een bevriende supermarkteigenaar voedselwaren toegestopt die bijna over de datum waren. Die deelde hij uit in de Rotterdamse buurt waar hij toen woonde. Hij deed zijn best om onzichtbaar te worden in de grote stad. Ruim twintig jaar leefde hij zonder problemen.

‘Als je ongedocumenteerd bent, word je gedwongen om te liegen’

Hoewel Karim regelmatig op straat sliep, kreeg hij soms ook tijdelijk onderdak bij een kennis. Dat ging moeizaam, want contact maken met mensen vindt hij moeilijk. Hij ontmoette in zijn jaren in Nederland wel mensen, maar voelde zich nooit vrij om zichzelf te kunnen zijn. Hij draagt altijd een geheim met zich mee, want hoe vertel je iemand dat je dakloos bent en geen papieren hebt? Daarom spreekt Karim geen Nederlands, legt hij uit. Want om Nederlands te leren spreken, heb je een sociaal leven nodig. “Ik zonder me af. In een sociaal leven moet je dingen over jezelf vertellen, maar dat kon ik niet. Ik hou er niet van. Als je ongedocumenteerd bent, word je gedwongen om te liegen. Dat is beter dan de waarheid.”

Een gevaar voor oudere ongedocumenteerden is dat hun zorgnetwerk krimpt naarmate zij ouder worden, blijkt uit het onderzoek. De mensen uit hun netwerk worden namelijk ook ouder, raken slecht ter been of krijgen kinderen. Daardoor kan het contact verzwakken, juist op het moment dat de hulpvraag toeneemt door hun vorderende leeftijd.

Ongedocumenteerden worstelen regelmatig met mentale klachten door jaren van onzekerheid. Omdat ze vaak op straat leven en hun geld verdienen met zware fysieke arbeid, hebben ze vaker last van gezondheidsproblemen.

Persoonlijke thermometer

Met zachte stem noemt Karim zijn kogelwond zijn ‘persoonlijke thermometer’. De wond bezorgt hem een jaarlijks ritueel. Elk jaar als het winter wordt, voelt hij pijn op de vertrouwde plek waar de kogel in zijn lichaam zat genesteld. Maar hoewel de winterpijn normaliter na een week of twee wegtrok, bleef het op zeker moment maar terugkomen. De pijn werd zo heftig, dat Karim met een rollator moest lopen en zelfs een paar maanden niet meer kon bewegen.

Bij de dokter van de daklozenopvang in de Pauluskerk, waar hij sinds een jaar hulp krijgt, sprak hij zijn zorgen uit. De kogel moet bewogen hebben, voelde hij. De dokter dacht het meteen te weten: Karim had artrose. Pas nadat hij erop bleef hameren dat het geen artrose kon zijn, voerden de artsen een MRI-scan uit. Karim wist zeker dat de kogel uit zijn verleden hem dertig jaar later zou vloeren. De pijn was ondraaglijk. Hij bleek een ernstige hernia te hebben.

Karim voelt zich gevangen in Nederland. Vooral omdat de kamer waar hij op dit moment logeert via de Pauluskerk slechts tijdelijk is. Hij is bang dat hij weer op straat zal staan, zonder geld en mét een hernia. Het ziekenhuis wil opereren, maar Karim wil dat niet. “Ik kan het me niet permitteren om twee maanden niets te kunnen doen terwijl ik bijkom van een operatie. Ik ben geen normaal persoon bij wie de familie komt helpen.” Met pijnbestrijding kon een operatie voor nu voorkomen worden. Op een goede dag kan hij driehonderd meter pijnloos lopen.

Karim is nu 62 jaar oud. Hij heeft de helft van zijn leven doorgebracht in Nederland. Maakt hij zich zorgen wie er voor hem zal zorgen als hij ziek is, nu hij geen papieren heeft? Denkt hij eraan om terug te gaan naar Algerije? Die vragen beantwoordt hij met een lange stilte. “Waar kan ik heen? Ik heb niemand meer in Algerije. Mijn ouders en mijn broer zijn dood. Het is mijn land niet meer. Ik woon hier. Ik kan nergens anders heen. Ik ben oud en mijn gezondheid wordt minder. Als je 62 bent, weet je dat je met het leven dat ik heb gehad, misschien nog tien jaar te leven hebt. Ik kan toch niet naar een ander land om helemaal opnieuw te beginnen?”

De echte naam en achternaam van Karim zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Voer ouderenpardon in voor senioren zonder papieren, pleiten onderzoekers

Onderzoekers pleiten voor een nieuwe pardonregeling: een ouderenpardon voor ongedocumenteerden. De leefsituatie van sommige van hen is schrijnend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden