Lerarentekort

Kansenongelijkheid begint al op de basisschool, en dat gaat voornamelijk om de plek waar die school staat

null Beeld HH, ANP
Beeld HH, ANP

Onderwijs is niet de grote gelijkmaker voor kinderen uit arme en rijkere wijken. Dat schrijft de Ser in een rapport. De belangrijkste oorzaak: het lerarentekort.

De plek waar je wieg staat, is nog steeds bepalend voor de kansen die je in het latere leven krijgt. En dat begint al op de basisschool, waar de kansenongelijkheid soms zelfs wordt vergroot. Dat is in het kort de boodschap van een rapport dat de Sociaal Economische Raad (Ser) vrijdag publiceert. De Ser sluit met zijn rapport aan bij eerdere onderzoeken die hetzelfde constateerden.

Onderwijs, zowel basis als voortgezet, is niet de grote gelijkmaker die het zou moeten zijn. De Ser doet in zijn rapport aanbevelingen om daar iets aan te doen.

Docententekort, maar niet overal

Die aanbevelingen moeten de kwaliteit van het onderwijs verhogen. Rekenen en taal: de leerlingen van nu zijn er niet meer zo goed in als pakweg tien jaar geleden. Lagere kwaliteit onderwijs is slecht voor alle leerlingen, maar nog slechter voor leerlingen uit lagere sociale klassen. Zij lijden namelijk het meest onder de belangrijkste oorzaak van de lagere onderwijskwaliteit: het tekort aan docenten.

Niet overal is er een tekort. Op ‘leuke’ scholen in goede buurten zijn er voldoende goede docenten te vinden. In achterstandswijken is dat een ander verhaal. Daar moeten scholen soms noodgedwongen overgaan tot vierdaagse schoolweken, onderwijsassistenten of ouders die lesgeven of de school een week sluiten.

Vooral in de Randstad en Flevoland speelt dit probleem. “Maar daarbij zijn verschillen tussen scholen en wijken waar te nemen”, staat in het Ser-rapport. “Het tekort treft niet iedere basisschool even hard. Basisscholen waarop meer leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond zitten, zoeken vaker online naar nieuwe leraren. Deze scholen hebben meer vacatures dan andere scholen. Als gevolg daarvan hebben deze leerlingen een grotere kans op kwalitatief minder goed onderwijs. Ofwel: door het lerarentekort worden juist de scholen waar leerlingen het meest afhankelijk zijn van onderwijs, het hardst getroffen.”

Er is dus meer geld nodig voor aantrekken van docenten, om hun salarissen te verhogen. En scholen moeten het geld besteden aan het verkleinen van klassen om zo de werkdruk voor leraren te verlagen.

Vroeg kiezen

Nederlandse kinderen moeten al op 11- of 12-jarige leeftijd kiezen naar welke middelbare school ze gaan. Of beter: die keuze wordt voor hen gemaakt, op basis van Cito-scores in combinatie met het oordeel van de docent. Maar niet elk kind is op die leeftijd even ver in zijn of haar ontwikkeling. Daarom zorgt zo’n vroege selectie in Nederland voor een grotere ongelijkheid, stelden internationale onderzoekers eerder al vast.

Het rapport maakt een vergelijking met de groei van bomen. De een groeit snel, de ander langzamer. Maar die langzame kan wel voor de hoogste toppen zorgen. Dat geldt ook voor kinderen die vanwege allerlei omstandigheden achter lijken te lopen. Zij halen dat later in, maar dan is de schoolkeuze al gemaakt.

Brede brugklas

Een bredere brugklas kan dat probleem oplossen. Dus bijvoorbeeld twee of drie jaar havo/vwo, of vmbo/havo. De Onderwijsraad pleitte daar eerder dit jaar ook al voor. Maar de trend is juist omgekeerd. Scholen en ouders, vooral de wat rijkere, kiezen liever voor categoraal onderwijs. Dus alleen vmbo, havo, vwo of gymnasium.

De verschillen in kansen zijn in kaart gebracht door de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Zij hebben de zogeheten kansenkaart gepubliceerd. Daarop is te zien hoe het gezegde van de wieg en de kansen in Nederland uitpakt.

Oud-Zuid vs Overtoomse Veld

Er zijn grote verschillen tussen het noorden en Limburg en de rest van Nederland en tussen grote en kleine steden. Maar ook tussen mensen die in even ‘arme’ of ‘rijke’ gezinnen opgroeiden. De onderzoekers vergelijken kinderen van ouders met een laag inkomen uit het rijke Amsterdam Oud-Zuid met leeftijdsgenoten die ouders hebben met een even laag inkomen uit het armere Overtoomse Veld. De kinderen uit Oud-Zuid blijken als volwassene met gemiddeld 26.000 euro een fors hoger inkomen te hebben dan hun leeftijdsgenoten die opgroeien in Overtoomse Veld waar 19.000 euro het gemiddelde loon was.

Lees ook:

Brede brugklas? Overtuig de hoogopgeleide ouders maar eens. ‘Zij zijn het conservatiefst’

De driejarige brede brugklas? Scholen bedenken aantrekkelijke leerpaden om leerlingen te motiveren, maar overtuig de ouder maar eens. Rector Albert Wijnsma: ‘De progressiefste ouders maken de conservatiefste schoolkeuzes

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden