Tweede Wereldoorlog

Joodse mannen werden gedwongen te werken in het Amsterdamse Bos. Emanuel van Ameringen deed dat in smoking

Joodse mannen verrichten dwangarbeid in het Amsterdamse Bos.  Beeld Joods Historisch Museum
Joodse mannen verrichten dwangarbeid in het Amsterdamse Bos.Beeld Joods Historisch Museum

Het Amsterdamse Bos telde tijdens de Tweede Wereldoorlog vier werkkampen voor Joodse dwangarbeiders, zo toont de expositie ‘Tewerkgesteld in het Amsterdamse Bos’.

Veel oudere Amsterdammers weten wel dat zij het groen van het Amsterdamse Bos mede te danken hebben aan de crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw. De socialistische wethouder van stadsontwikkeling Salomon de Miranda zette toen massaal werklozen in voor zijn Boschplan. In ruil voor een karige uitkering moesten werkloze arbeiders en klerken spitten om het ideaal van licht, lucht en ruimte voor de Amsterdammers vorm te geven. Of het zware werk dit doel heiligde, was een twistpunt tussen socialisten en communisten.

Minder bekend is dat de Duitse bezetters het werkverschaffingsproject in de oorlogsjaren in geperverteerde vorm hebben voortgezet. Daarover is vanaf donderdag een expositie te zien in bezoekerscentrum de Boswinkel in het Amsterdamse Bos. Het verhaal wordt verteld aan de hand van getuigenissen en objecten; vanaf oktober kunnen wandelaars zich met een podcast langs de plekken laten voeren waar Joden dwangarbeid hebben verricht.

Anders dan ‘Arische’ werklozen

Tijdens de oorlog bleven ‘reguliere’ werklozen aan het werk in het park in aanleg. Amsterdam telde in de oorlog zeventien werkkampen. Vanaf januari 1942 vormden Joodse mannen in het Amsterdamse Bos een aparte categorie dwangarbeiders: het bos leende zich goed om hen gescheiden te houden van de ‘Arische’ werklozen. Anders dan de rest waren Joodse mannen door de vele anti-Joodse maatregelen werkloos gemáákt: de Duitsers hadden hun bedrijven onteigend, of ze waren ontslagen.

Het Boschplan werd voor hen een werkkamp. Hekken waren niet nodig: nauwgezette administratie in het bevolkingsregister, hun met een ‘J’ gemarkeerde identiteitspapieren en maatregelen als de verplichte Jodenster maakten ontsnappen zonder onder te duiken onmogelijk.

Emanuel van Ameringen (1891-1973) was een van de tewerkgestelden in het Amsterdamse Bos. “Ik zie nog het beeld van mijn vader, die zich in zijn smoking om zes uur ’s ochtends verzamelde op de plek voor vervoer naar het bos”, vertelt zijn zoon Henk van Ameringen (1932). “Die smoking had mijn vader aangetrokken, omdat hij verwachtte dat hij die voorlopig toch niet meer nodig had. Verder had hij alleen een net pak, dat hij niet wilde bederven. Ook andere Joden hadden zich soms in de meest fabelachtige kleding gestoken.”

Henk van Ameringen, wiens vader Emanuel tewerkgesteld werd in het Boschplan. 'Hij kon het zware werk niet aan.' Beeld Patrick Post
Henk van Ameringen, wiens vader Emanuel tewerkgesteld werd in het Boschplan. 'Hij kon het zware werk niet aan.'Beeld Patrick Post

Familieleden vermoord

Vader Van Ameringen had een importbedrijf van porselein, glas- en aardewerk uit Oost-Europa. Gelijk aan het begin van de oorlog raakte dat ooit goedlopende bedrijf in de problemen door de weggevallen handelslijnen. De bezetters onteigenden Van Ameringen en liquideerden het bedrijf. Familie en kennissen onderhielden hem en zijn gezin, totdat zij werden gedeporteerd. De meeste van Van Ameringens familieleden werden vermoord.

Van Amelingen zelf ontkwam aan dat lot, omdat hij was getrouwd met een niet-Joodse vrouw. Weliswaar was zij al in 1936 overleden, maar omdat hij de zorg had voor zijn twee minderjarige kinderen werd Van Ameringen voorlopig ‘gesperrt’: vrijgesteld van deportatie. “Maar hij moest natuurlijk wel een Jodenster dragen”, vertelt zoon Henk. “Dat ervoer hij als zeer vernederend. Hij was helemaal niet religieus, maar door die ster was hij opeens geen Nederlander meer, maar Jood. En hij werd bij razzia’s om de haverklap opgepakt.”

In januari 1944 werd Van Ameringen tewerkgesteld in het bos. Niet lang: “Hij kon het zware werk niet aan, hij kon de schop en kruiwagen niet meer hanteren. In maart werd hij afgekeurd. Eerst moest hij werken in een fabriek waar wanten werden geproduceerd, en daarna bij vliegveld Havelte. Na de oorlog hebben mijn vader en ik samen een kledingbedrijf gerund. Nooit praatte hij over de oorlog.”

Afgevoerd naar vernietigingskampen

Van Ameringen behoorde tot de groep van 550 ‘gemengd gehuwden’ die in het Amsterdamse Bos moesten werken. De meeste van deze groep hebben ondanks de ontberingen de oorlog overleefd. Na Dolle Dinsdag (5 september 1944) en de spoorwegstaking (17 september 1944) zakte het systeem van de tewerkstelling in elkaar.

Nog veel dramatischer verging het de eerste groep van rond 1500 Joodse dwangarbeiders, die in het bos en elders rond het Nieuwe Meer tewerkgesteld werden. In september en oktober 1942 werden alle 2500 Joodse mannen die in de werkkampen in het park en elders rond Amsterdam hadden gewerkt met hun gezinnen afgevoerd naar kamp Westerbork, en vandaar naar de vernietigingskampen van Auschwitz en Sobibor.

Lees ook:

Bouw Nationaal Holocaustmuseum van start

De bouw van het nieuw Nationale Holocaustmuseum is donderdag officieel begonnen. Dat moment werd gemarkeerd met een presentatie van de plannen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden