Campagne

Jongeren verzetten zich tegen online discriminatie met #datmeenjeniet: ‘We moeten elkaar gaan helpen’

Beeld EPA

Kennisinstituut Movisie traint jongeren hoe ze moeten reageren op discriminerende berichten op sociale media. “Meer mensen moeten het gevoel krijgen dat ze de ander mogen aanspreken op zijn of haar gedrag.”

De hashtag #durftevragen, waarmee mensen op internet om hulp vragen, is in de online wereld algemeen bekend. Als het aan kennisinstituut Movisie ligt zal hetzelfde gebeuren met een nieuwe hashtag: #datmeenjeniet. Vandaag lanceert het kennisinstituut een campagne met die naam, in samenwerking met Hogeschool Inholland en Diversity Media.

Online discriminatie is nog onderbelicht, zegt projectleider Joline Verloove. “In het ‘echte’ leven zijn de sociale normen vaak duidelijk, het is helder wanneer je iets wel of niet kunt zeggen. Sociale media zijn anoniemer, waardoor mensen meer het gevoel hebben dat ze zomaar kunnen zeggen wat ze willen. We willen de normen veranderen die op sociale media gelden. Meer mensen moeten het gevoel krijgen dat ze een ander mogen aanspreken op hun gedrag.”

Movisie wil jongeren en jongvolwassenen stimuleren om in plaats van een ‘bystander’ een ‘upstander’ te worden. De hashtag #datmeenjeniet wil mensen bewust maken van wanneer een opmerking niet door de beugel kan. Maar daarna begint het pas: hoe kun je degene die het bericht heeft geplaatst op een goede manier van repliek dienen? Verschillende groepen gaan de komende drie jaar in workshops over die vraag in gesprek, en ondertussen brengen ze wat ze hebben geleerd in de praktijk. Bij de workshops zijn ook influencers aanwezig, onder wie Jerry Afriyie, voorman van Kick Out Zwarte Piet. De deelnemers worden gevolgd, en op basis van de ervaringen verschijnt over drie jaar een lespakket voor jongeren.

Het aantal meldingen bij internetdiscriminatiemeldpunt MIND stijgt, maar het aantal ligt nog altijd een stuk lager dan een paar jaar geleden. De bestrijding van discriminatie staat bovendien volop in de belangstelling door de protesten tegen racisme. Is deze campagne wel nodig? “Zeker wel”, vindt Verloove. “Er is nog veel te weinig aandacht voor bijvoorbeeld discriminatie op basis van sekse. Denk aan grapjes over korte rokjes van nieuwslezeressen, of haatdragende berichten over homo’s. Veel mensen denken dat het er gewoon bij hoort op internet. Maar het hoort er niet bij”.

En, wat is de beste strategie wanneer er een discriminerend bericht voorbijkomt? “We weten uit onderzoek dat een zachte confrontatie vaak goed werkt”, zegt Verloove. “Niemand wil graag worden aangesproken op negatief gedrag. Als je het op een positieve manier brengt, is de kans groter dat iemand het aanneemt. Het is ook vaak beter om direct te reageren dan een dag later, anders komt een bericht weer hoger op de tijdlijn te staan.” Reageren werkt, zegt de projectleider. “Stel, iemand wordt geweigerd bij een discotheek vanwege zijn of haar huidskleur. Wanneer iemand daar iets van zegt heeft dat effect. Misschien niet op dat moment, maar die persoon zal het in de toekomst misschien anders doen. En je communiceert een duidelijke norm naar andere omstanders. Zo werkt het online ook.”

Marco  Dreijer (29), richt zich op discriminatie van lhbti’ers

Marco Dreijer (29).Beeld Jean-Pierre Jans

Waarom doe je mee?

“Ik vind dat deze campagne heel hard nodig is, we kennen allemaal wel mensen die denken dat het normaal is om kwetsende reacties te plaatsen. De NOS publiceerde niet lang geleden een bericht over ‘RuPaul’s DragRace’, een wedstrijd voor dragqueens die straks ook een Nederlandse versie krijgt. Onder dat bericht kwam zo’n stortvloed aan haatdragende reacties, daar schrok ik echt van. Opmerkingen als: ‘zometeen worden onze kinderen homo of lesbisch’. Zo negatief een hele groep wegzetten is niet nodig. De hashtag #datmeenjeniet is heel belangrijk. Daarmee kun je als het ware mensen erbij roepen, zodat zij digitaal om je heen kunnen staan. Ik hoop dat het een gemeenschap wordt van mensen die elkaar op die manier gaan helpen.”

Wanneer is een online bericht een reactie waard? 

“Ik denk dat de intentie achter een opmerking heel belangrijk is. Vaak kun je bij een reactie wel aanvoelen of iemand opzettelijk een groep wil kwetsen of niet. Als mensen bijvoorbeeld zeggen dat ze Zwarte Piet steunen vind ik dat jammer, maar dat is verder aan hen. Maar als iemand ‘kankern***r’ zegt is het een ander verhaal.”

Hoe reageer je daarop?

Ik deel die reacties op mijn Instagrampagina. Ik stuur mensen vaak ook een persoonlijk bericht. Dat werkt goed, als je het niet publiekelijk doet, voelen mensen zich minder vaak aangevallen. Ik probeer het ook zo positief mogelijk te brengen, daardoor reageren ze eerder met ‘o, zo had ik het niet bekeken’ of ‘dat wist ik niet’.

Ambrien Moeniralam (18), richt zich op seksisme

Ambrien Moeniralam (18).Beeld Jean-Pierre Jans

Waarom doe je mee?

“Er wordt nog veel te weinig gesproken over online discriminatie. Heel vaak wordt vergeten dat datgene wat je online zegt mensen serieus kan kwetsen. Ik heb ook het idee dat online discriminatie toeneemt. Je zag het bijvoorbeeld toen de coronacrisis begon, en er veel racistische grappen werden gemaakt over Chinese Nederlanders. Mensen nemen online geen blad voor de mond.”

Wanneer is een online bericht discriminerend? Is die scheidslijn soms niet moeilijk te trekken?

“Als iemand onder een filmpje reageert met ‘wat een lelijk shirt’ is dat misschien kwetsend, maar niet discriminerend. Maar als er een Marokkaan in voorkomt die iets verkeerd doet en iemand schrijft ‘alle Marokkanen zijn zo’, dan gaat het duidelijk om discriminatie.”

Hoe zit dat met een opmerking die als grap is bedoeld?

“Dat onderscheid maken vind ik niet moeilijk, want een discriminerende opmerking is gewoon geen grap. Ik ken een verhaal van een vrouw die vroeg in een restaurant of ze ook buiten kon zitten. Ze kreeg als antwoord ‘Ja, voor en achter, just the way you like it’. Dat was ook als grap bedoeld, maar dat was gewoon een hele ongepaste seksistische opmerking.”

Hoe reageer je op zo’n opmerking als die op internet voorbijkomt?

“Allereerst door #datmeenjeniet bij het bericht te plaatsen. Als ik de moed heb om die persoon aan te spreken leg ik rustig uit waarom zo’n opmerking niet kan, zonder olie op het vuur te gooien. Ik denk dat op een respectvolle manier aanspreken het beste is. Rustig, respectvol en educatief.”

Lees ook:
Wilders is schuldig aan groepsbelediging Marokkanen, maar krijgt geen straf

Schuldig aan groepsbelediging, maar geen straf. Wat betekent het arrest in de zaak-Wilders voor de vrijheid van meningsuiting van politici?

Rutte wil naar een ‘land met nul racisme’ na gesprek met Black Lives Matter en Kick Out Zwarte Piet

Het kabinet wil praktische maatregelen nemen om racisme tegen te gaan. Antiracismeorganisaties zijn voorzichtig positief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden