Piet Alderlieste in zijn woning in Bennekom. Als jongetje van tien kwam hij met zijn moeder en broertje en zusje terecht in het Jappenkamp.

InterviewPiet Alderlieste

Jarenlang stopte Piet Alderlieste zijn herinneringen aan het jappenkamp weg, nu is hij klaar om te praten

Piet Alderlieste in zijn woning in Bennekom. Als jongetje van tien kwam hij met zijn moeder en broertje en zusje terecht in het Jappenkamp.Beeld Koen Verheijden

Zaterdag wordt herdacht dat 75 jaar geleden een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Indonesië. Piet Alderlieste (88) moest als jongetje overleven in een jappenkamp. Lang stopte hij de herinneringen aan die periode weg, nu heeft hij zijn verhaal opgeschreven. 

Piet Alderlieste (nu 88) is pas twaalf jaar oud als hij in augustus 1945 wordt herenigd met zijn moeder, broertje en zusje, toch ziet hij er volgens zijn zusje uit als een ‘gerimpeld, kaal oud mannetje’. Maanden heeft Alderlieste dan alleen doorgebracht in een interneringskamp voor jongens op Java. Hij heeft er honger, ziekte en bikkelharde arbeid moeten doorstaan. “Dat ik het kamp heb overleefd, mag een wonder heten”, stelt hij in zijn memoires over zijn kamptijd, die hij onlangs liet optekenen door schrijver Annemarie Bootsman.

Alderlieste wordt in 1932 geboren op Java, waar zijn vader als opvoedambtenaar in een jeugdgevangenis werkt. Vader Alderlieste is ‘streng, calvinistisch ingesteld’, moeder Alderlieste is het tegenovergestelde. “Ze was heel lief. Ondanks dat ze slecht van gezondheid was, stond ze altijd voor iedereen klaar.”

Het gezin leeft in een typisch Indisch huishouden voor die tijd. Er is Indonesisch personeel: een koki (kokkin), een baboe (kindermeisje) en een keboen (tuinman). Achteraf  besefte Alderlieste dat de Nederlanders de Indonesiërs als minderwaardig zagen. “Maar de bevolking stelde zich ook altijd heel gedienstig op.” 

De kluis ging open

Vanaf 1942 wordt de Nederlandse bevolking in de kolonie Indonesië geïnterneerd in zogenoemde jappenkampen. Alderlieste verblijft daar eerst met zijn moeder en zusje en broertje; vader moet naar een mannenkamp. Maar ook zijn moeder en de andere kinderen verliest hij na een tijd uit het oog; eerst omdat zijn moeder ziek is, daarna omdat de Japanse bevelhebbers bepalen dat ook jonge jongens naar een apart kamp moeten. Vooral in dat laatste jongenskamp heeft Alderlieste het zwaar; hij lijdt aan malaria en dysenterie. Er is bijna niets te eten. De honger en ontberingen in de kampen kosten aan duizenden mensen het leven. In september 1945 komt het bericht dat ook Alderliestes vader is bezweken, waarschijnlijk door uitputting. 

Het duurt lang voordat hij de herinneringen aan het kamp toelaat. “Ik had mijn verhaal opgeborgen in een kluis in mijn hoofd. De gemoedstoestand die bij het openen van die kluis hoorde, was zo onprettig dat ik dat liever niet deed.” Wat was die gemoedstoestand? “Verdriet is niet het goede woord. Misschien iets van zelfmedelijden: Wat vreselijk dat me dit is overkomen, terwijl ik niemand iets had aangedaan.”

Uiteindelijk gaat de kluis toch open. Via zijn kleindochter komt hij met schrijver Bootsman in contact. Die maakt van zijn herinneringen een coherent verhaal dat de titel ‘Nummer 9160’ gaat dragen, het getal dat Alderlieste in het kamp krijgt. Ook gaat hij vanaf de jaren tachtig meermaals terug naar Indonesië. “Eerder had ik daar geen behoefte aan, ik wilde niets meer met het land te maken hebben.” Maar eenmaal in Indonesië was er toch ‘iets’. “Ik weet niet wat het precies was. Misschien de geuren van de natuur, het eten en de vruchten. Ik voelde me er toch thuis.” 

Mildheid

Als puber voelde hij veel boosheid over wat de Japanners hem hadden aangedaan. Uit zijn memoires: “ik wilde de spleetogen aan mijn mes rijgen.” Maar nadat hij voor zijn werk tijdens een etentje met jonge Japanners in gesprek raakt, werd alles anders. Een soort mildheid ‘kwam over hem’, “zegt hij, toen hij zich realiseerde dat deze jongeren niets te maken hadden met de oorlogsmisdaden die vorige generaties hadden begaan. “Ik zat in de auto terug naar huis en ik dacht, ik kan toch niet een heel volk blijven veroordelen?”

De jaarlijkse herdenking is belangrijk voor Alderlieste. “Ik heb ze bijna allemaal opgenomen. Soms kijk ik ze terug.” Waarom hij herdenkt vindt hij een lastige vraag. “Uiteindelijk beslaat de kampperiode maar ongeveer drie procent van mijn leven. Er waren nog zoveel andere dingen.” Ook de aantallen van omgekomen burgers zeggen hem niet veel, zegt hij. “Maar dát ze zijn gestorven, en waardoor, dat is belangrijk om bij stil te staan.”

Herdenking 75 jaar vrijheid met minder publiek

Vanwege corona kan de herdenking bij het Indisch Monument in Den Haag op zaterdag 15 augustus niet door iedereen worden bijgewoond; slechts 75 genodigden kunnen ter plaatse zijn. De herdenking is wel live te volgen vanaf 12:10 uur op NPO 1. 

Lees ook: 

Straffeloosheid leidde tot extreem geweld in dekolonisatie-oorlogen

Waarom werd in verschillende dekolonisatie-oorlogen, waaronder die in Nederlands-Indië, extreem geweld gebruikt? Het gevoel dat dit straffeloos kon gebeuren, werkte overal escalaties in de hand, blijkt uit nieuw onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden