ProfielJaap van Dissel

Jaap van Dissel: onverstoorbaar, bescheiden en een tikkeltje star

RIVM-directeur Jaap van Dissel na een technische briefing in de Tweede Kamer over het coronavirus.Beeld ANP

Als ‘virusbestrijder des vaderlands’ is Jaap van Dissel een van de hoofdrolspelers in de coronacrisis. Zijn glans uit de eerste maanden is wat verdwenen, maar daar zit hij waarschijnlijk niet mee. Van Dissel gaat het om de inhoud. Zijn positie in de spotlight kan hem gestolen worden.

Af en toe steekt oud-collega Willy Spaan Jaap van Dissel een hart onder de riem per app. ‘Houd vol!’, schrijft hij hem bijvoorbeeld op 26 april. De directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM antwoordt zonder woorden: hij stuurt een plaatje van een dansend mannetje. Het kenmerkt Van Dissel. Zijn droge humor en zijn onverstoorbaarheid, vindt Spaan, emeritus hoogleraar virologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

In het begin van de epidemie gold Van Dissel als een baken van rust in woelige tijden. Zijn gezag was onbetwist. Maar na die wittebroodsweken klinkt steeds luider kritiek op de Nederlandse virusaanpak. Van Dissel is voorzitter van het OMT, het expert-team dat het kabinet adviseert. Die positie maakt hem vaak de kop van jut.

Het lijkt hem niet veel te doen. Woensdag vulde zijn baritonstem opnieuw de Troelstrazaal van het Tweede Kamergebouw. Van Dissel praatte voor de twintigste keer de leden van de commissie volksgezondheid bij over de epidemie, docerend, even rustig als altijd. Tweede Kamerleden kunnen zijn spreekstijl inmiddels dromen: zijn zorgvuldige articulatie – waarbij elke letter net iets langer lijkt te duren dan bij andere mensen, de ritmische pauzes. En soms een onderkoelde terzijde. Als hij een sheet vol met door elkaar lopende gekleurde zigzaglijntjes laat zien: “Hierbij een wellicht wat psychedelische grafiek”.

Hoogleraar is Van Dissel nog altijd. Normaal gesproken werkt hij een dag per week op het LUMC, waar hij jarenlang hoofd was van de afdeling infectieziekten. En nog altijd ziet hij patiënten met onbegrepen afweerstoornissen op de poli, al zal het er dit jaar minder van gekomen zijn.

Oud-collega’s noemen hem ‘briljant’. “Je zag bij hem als twintiger al dat hij wetenschapper zou blijven”, zegt Ferry Breedveld, die sinds de jaren tachtig met hem samenwerkte, en later als bestuursvoorzitter van het LUMC Van Dissels baas werd. Naast onderzoek naar infecties en hun verspreiding, deed Van Dissel studies naar het verzwakte afweersysteem van sommige mensen, dat soms aangeboren blijkt. Ook de historie van uitbraken boeit hem mateloos.

 ‘Tyfus-Mary’ was een oude hobby van Van Dissel

Van Dissel kan gloedvol kan vertellen over Mary Mallon, een Ierse immigrant in Amerika die leefde rond 1900. Ze ging de boeken in als ‘Typhoid Mary’, oftewel ‘Tyfus-Mary’. Mallon was, zonder het te weten, een ‘superverspreider’ van tyfus. Zelf had ze geen symptomen, maar in de gezinnen waar ze werkte als kok werden tientallen mensen ziek, van wie een klein deel overleed. Mallon weigerde zich te laten testen, maar toenmalig ‘bron- en contactonderzoek’ maakte duidelijk dat zij wel de bron moest zijn. Ze werd uiteindelijk opgesloten om haar van het koken af te houden. “Mary was een oude hobby van Jaap”, zegt Emmanuel Wiertz, hoogleraar medische microbiologie aan het UMC Utrecht, en jarenlang collega van Van Dissel op het LUMC.

Ook deed Van Dissel archeologisch onderzoek in Suriname. “Op foto’s zie je hem in werkkleding, met spade in de hand”, weet Breedveld. Het doel was om via genetisch onderzoek te ontdekken waaraan Nederlandse kolonisten daar rond 1845 massaal overleden. Buiktyfus, zo was lang de veronderstelling, maar bij de opgraving werden daar geen sporen van gevonden. Van Dissel, die zelf de archieven in dook en de locatie van de begraafplaatsen opspoorde, houdt het op dysenterie.

Het kan niet anders, of Van Dissel realiseert zich dat hij nu een rol speelt bij een historische uitbraak, denkt Wiertz. “Zo’n nieuwe infectieziekte in kaart brengen, met al zijn bizarre eigenschappen, dat is iets dat Jaap fascineert.”

Jaap van Dissel demonstreert een mondkapje in de Tweede Kamer.Beeld EPA

Niet in zijn element voor de camera

Zijn oud-collega’s kennen hem als introvert en bescheiden. “Hij heeft geen enkel narcisme, dat is aan de universiteit uitzonderlijk. Hij gaat altijd voor de bal, nooit voor meneer Van Dissel”, zegt Breedveld. “Hij bood anderen de ruimte, gaf hen de kans zichzelf te ontwikkelen en ging niet zelf met de eer strijken”, zegt Spaan.

Zijn introversie speelt hem in zijn nieuwe rol wellicht parten. Anders dan zijn voorganger Roel Couthino, opper-virusbestrijder ten tijde van de Mexicaanse griep in 2009, is Van Dissel niet in zijn element voor de camera. Zij taal is ook wat wolliger.

“Hij blijft dicht bij de kennis die we hebben. Hij gaat niet speculeren”, zegt Marion Koopmans, hoogleraar virologie en lid van het OMT. Ze noemt Van Dissel ‘iemand van de inhoud’. “Echt geïnteresseerd in de fundamentele aspecten van de wetenschap. Maar hij is minder van het uitleggen aan het publiek. Ik denk dat het handig zou zijn in zijn functie als hij daar iets meer affiniteit mee zou hebben. Ik heb ook niet de indruk dat Jaap een politiek dier is. Couthino was wat dat betreft echt een ander type.”

Waarom waagde Van Dissel, met zijn passie voor het werk in het veld, dan toch in 2013 de sprong naar het RIVM? “Hij vond het een eervolle aanbieding, een uitdaging die op het goede moment voorbijkwam”, zegt Tom Ottenhoff, hoogleraar immunologie aan het LUMC. “Hij wil heel graag iets betekenen voor de publieke gezondheid. Ik denk dat hij blij is dat hij in deze crisis echt iets bij kan dragen.”

Maar een rol in de spotlight is niet iets dat hij opzoekt, zegt Ottenhoff. Dat een pandemie hem een bekende Nederlander zou maken, kon Van Dissel niet voorzien. “Hij zal het beschouwen als part of the game”, zegt Ottenhoff. “Maar van nature is hij gereserveerd.”

Bio

Jaap Tamino van Dissel (1957) groeide op in het Noord-Hollandse Bakkum en studeerde geneeskunde in Leiden. Hij promoveerde in 1987 op onderzoek naar afweermechanismen tegen salmonella en listeria. In 1999 werd hij hoogleraar interne geneeskunde aan het LUMC. In 2013 werd hij hoofd van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM. Hij is getrouwd met Susanne Osanto, hoogleraar oncologie bij het LUMC, en heeft twee kinderen.

Collega’s kennen hem als warm en sociaal

In zijn publieke optredens oogt Van Dissel afstandelijk, maar collega’s kennen hem als warm en sociaal. “Ik heb ontzettend veel gelachen met Jaap”, zegt Ottenhoff. “Bijvoorbeeld toen we tijdens een bespreking hard muziek draaiden van Nederlandse zangers. Het schalde over de gang.”

Oud-collega Jan van ’t Wout gaf in HP/De Tijd een voorbeeld van Van Dissels onverstoorbaarheid. Hij ging met Van Dissel en een collega na een congres in Amerika de woestijn van Death Valley in, eerst met de auto, daarna te voet. “Weer teruggekomen bij de auto bleek dat onze collega zijn autosleutels was verloren. Wij schoten in de stress. Jaap niet. Die pakte zijn camera, bekeek zijn foto’s en zei heel rustig: ‘Volgens mij weet ik waar jij je sleutels bent verloren. Kijk, hier buk je.’ Even later reden we weg.”

Die flegmatiek kan Van Dissel goed gebruiken nu de kritiek op de virusaanpak toeneemt. Het gaat dan niet alleen om een beweging als Viruswaarheid, die de epidemie een hoax noemt. Maar ook om een groep van – volgens de initiatiefnemers – ruim duizend artsen, die in een brandbrief oproepen tot minder strenge maatregelen. Ook werd het Red-team geformeerd, een groep met wetenschappers en artsen die als ‘tegendenkers’ het kabinet van alternatieve adviezen voorzien. Vaak staan zij juist strengere maatregelen voor dan het OMT.

Het is deels Van Dissels positie die hem kwetsbaar maakt voor kritiek: hij is zowel wetenschapper als topambtenaar, zowel voorzitter van het OMT, de wetenschappelijke adviescommissie van het kabinet, als baas van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM, dat onderdeel is van het ministerie van volksgezondheid.

Een groep van veertig wetenschappers stelde in oktober in een open brief in NRC dat het wetenschappelijk advies in Nederland ‘onafhankelijker’ moet zijn ‘van het beleidsadvies’. Ze stellen dat het feitenmateriaal waarop het OMT zijn adviezen baseert, ‘veelal niet bekend wordt gemaakt’, waardoor het voor andere wetenschappers lastig is om de adviezen te beoordelen.

Als er nieuwe maatregelen genomen moeten worden, bezoekt Van Dissel eerst op zondag het Catshuis, voor informeel overleg met leden van het kabinet. Daags daarna komt het OMT bijeen, om een advies aan het kabinet op te stellen. Het roept bij critici de vraag op of Van Dissels inschatting van de politieke haalbaarheid invloed heeft op de discussie in het OMT.

Volgens Koopmans niet. “Jaap zegt wel­eens: ‘Hier zal flink weerstand op komen’. Maar nooit: ‘Dit kan niet want...’” Volgens Koopmans stuurt Van Dissel de discussie ook niet een bepaalde kant op. “Als het OMT echt verdeeld is, zegt hij: daar komen we vandaag niet uit, dat moet nog even terug. Alleen als de verschillen klein zijn, dan zegt hij: ik ga toch zus en zo adviseren.”

Geharnaste houding

Uitgesproken kritisch op Van Dissel is datawetenschapper Maurice de Hond. “Hij schermt steeds met de wetenschap, maar heeft regelmatig redeneringen die de wetten van de logica tarten.” De Hond stoort zich aan het feit dat Van Dissel nog steeds maar een kleine rol ziet voor virusdeeltjes die zich via kleine druppels op grotere afstand verspreiden, de zogenoemde aerosolen, terwijl die internationaal een grotere rol toegedicht krijgen.

Ook Van Dissels geharnaste houding in de discussie over het nut van mondkapjes vindt hij fout. “Toen uiteindelijk het kabinet met het dringende advies kwam om mondkapjes te dragen, had hij moeten zeggen: dat is een besluit van de regering, dat respecteer ik. Maar hij nam voor de camera nog een keer de gelegenheid om uit te leggen dat het niets uitmaakt. Dat kán niet in zijn positie. Rutte had hem moeten ontslaan.”

“Ik vind Van Dissels redeneertrant niet altijd heel traceerbaar”, zegt crisisexpert Arjen Boin, hoogleraar publieke instituties en openbaar bestuur aan de Universiteit van Leiden. “Zijn uitspraken lijken niet altijd wetenschappelijk gefundeerd.” Boin noemt onder andere Van Dissels uitspraak in juni, dat de kans om in een vliegtuig besmet te raken ‘buitengewoon klein’ is.

“Van Dissel zegt vaak aan de ene kant dat we nog weinig weten, maar neemt dan in een beweging door een heel definitief standpunt in”, zegt Boin. “Hij wil dingen alleen doen als ze absoluut wetenschappelijk bewezen zijn. Er is geen bewijs dat mondkapjes werken, dus gaan we ze niet gebruiken.” Boin vindt dat onverstandig.

Van Dissel hield vast aan dat standpunt, ook toen duidelijk werd dat steeds meer van zijn collega’s in het buitenland er anders over dachten. “Genoeg informatie wijst erop dat mondkapjes zeer gunstig zijn voor het voorkomen van overdracht en het krijgen van een infectie”, zei bijvoorbeeld zijn Amerikaanse evenknie Antony Fauci in september bij ‘Nieuwsuur’.

Als hij een bepaalde richting op denkt, krijg je hem daar niet snel van af

“Het is moeilijk hem te overtuigen”, zegt oud-collega Spaan. “Hij kent zijn zaakjes goed. Als hij een bepaalde richting op denkt, krijg je hem daar niet snel van af.” Van Dissel kan ‘star’ zijn, zegt Breedveld. “Maar dat is dan starheid op basis van de feiten”, voegt hij eraan toe. Zij kennen Van Dissel als iemand die wel degelijk bereid is visie aan te passen, na een stevige wetenschappelijke discussie. Maar zijn opponent zal uitgeslapen voor de dag moeten komen.

De Hond ziet nauwelijks beweging in de standpunten van Van Dissel. “En als hij wel eens van mening verandert, doet hij alsof dat niet zo is. Kijk wat er gebeurd is met ventilatie. Ineens dook goed ventileren op in de adviezen van het RIVM. Je moet zo’n verandering van de daken schreeuwen. Het RIVM zette het stilzwijgend op de website.”

Dat soort kritiek leidt bij Van Dissel hooguit tot een wat grommerige reactie in een interview. Verder doet het hem weinig, denken de mensen om hem heen. “Als we het mis hebben, zullen we het morgen wel zien bij de NOS”, is een gevleugelde uitspraak van Van Dissel uit het OMT. Slechts een keer heeft Koopmans gezien dat hij geraakt was door discussie in de media. “Toen waren er in de pers geluiden van OMT-leden die het ergens mee oneens waren. ‘Jongens, kaart het hier aan, heeft hij toen gezegd.’”

Spaan maakte een overleg mee dat Van Dissel in het voorjaar had met onder andere Bruno Bruins, toenmalig minister voor medische zorg, de ziekenhuizen en de Federatie van Medisch Specialisten (FMS). “Er was veel kritiek op het functioneren van het OMT en van Jaap, vooral van de medisch specialisten. Een ander zou in de verdediging schieten. Jaap niet. Hij had een paar relativerende kwinkslagen. Hij laat anderen niet onder zijn huid komen.”

Lees ook:

Veel besmettingen op werk, maar nog geen kantoor heeft de deuren moeten sluiten

Het aantal besmettingen opgedaan op de werkvloer neemt toe. Thuiswerken lijkt nog niet ingeburgerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden