De politie ontruimt een groot drugslab in het Limburgse Kerkrade.

AnalyseDrugscriminaliteit

Is Nederland echt een narcostaat? ‘Men heeft het veel te ver laten komen’

De politie ontruimt een groot drugslab in het Limburgse Kerkrade.Beeld ANP

Steeds vaker valt de term ‘narcostaat’ in relatie tot de ontwikkeling van drugscriminaliteit in Nederland. Wat wil dat zeggen?

Hij was bij lange na niet de eerste die het woord gebruikte, dinsdag in deze krant. “In zekere zin is Nederland een narcostaat”, zei hoogleraar Sven Brinkhoff van de Open Universiteit. Al in 1996 werd Nederland zo genoemd, in een Frans rapport over de internationale drugshandel. Het leidde toen tot boze reacties van de politiek.

Maar de laatste jaren komt de term vaker terug. In 2018 stelde de Nederlandse Politiebond dat Nederland een narcostaat geworden was, of aan het worden was. De bond had een rondgang gedaan langs vierhonderd rechercheurs en de uitkomst daarvan was een pamflet. De boodschap: er is te weinig mankracht voor het onderzoek naar zware, georganiseerde misdaad. Met alle gevolgen van dien, volgens de rechercheurs.

Als je het Damian Zaitch vraagt, hoofddocent criminologie aan de Universiteit Utrecht, wordt de term te lichtzinnig gebruikt. Volgens de definitie van Van Dale is een ‘narcostaat’ slechts ‘een land waar veel drugsproductie en drugshandel is’. Maar de wetenschappelijke definitie is smaller, zegt Zaitch. “Wij spreken pas van een narcostaat als drugshandel en drugsproductie een directe relatie heeft met de politieke instituties. Dat er bijvoorbeeld drugsgeld gepompt wordt naar politieke partijen, of dat ministers of topambtenaren contacten hebben met drugscriminelen.”

Narco-economie in Nederland

De term kent zijn oorsprong in de jaren tachtig, en wordt als eerste gebruikt voor Bolivia, toen Garcia Ameca daar actief was, zegt Zaitch, die gespecialiseerd is in Zuid-Amerikaanse drugscriminaliteit. “Later kregen ook landen als Panama met Noriega, en Suriname met Bouterse dat stempel. Als je de categorie zo bekijkt, is Nederland absoluut geen narcostaat. Eigenlijk is er sinds de jaren negentig niets nieuws aan de hand in Nederland qua drugshandel. Alleen wordt er steeds meer geweld gebruikt.”

In plaats van een narcostaat, ziet hij wel een narco-economie in Nederland, zegt Zaitch. “Ik bedoel: de drugshandel en drugsproductie infiltreren wel in de gewone, legale economie. Dan heb ik het over bedrijven in de infrastructuur en transport, en havens en luchthavens. Zo worden in de Rotterdamse haven en op Schiphol werknemers van bedrijven omgekocht, die beneden werken, en veel geld krijgen om dingen naar boven te brengen.”

Hans Nelen, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Maastricht, vindt Nederland geen narcostaat, en ook geen narco-economie. “In een narcostaat is de georganiseerde criminaliteit in staat om hele industrietakken over te nemen, zoals bouw of afval, en die te monopoliseren. Dan pas zou ik zeggen dat er een echte vermenging plaatsvindt tussen legale en illegale sectoren. Daar zie ik geen aanwijzingen voor.”

Maar Nelen wijst wel op de economie als de zwakke plek. “Er gaat veel geld in de drugswereld om, en we hebben beperkt zicht op waar dat blijft.” Een kwetsbare sector is bijvoorbeeld de vastgoedwereld, zegt Nelen. “Van ons land is een ontzettend aantrekkelijk oord gemaakt voor buitenlandse investeerders. Dat trekt ook fout geld aan. Maar we weten domweg van veel investeringen niet de herkomst.”

Een nieuwe fase van verslechtering

De ernst van de situatie, vooral de toenemende geweldsdreiging, is al erg genoeg, zegt Nelen. “Een krachtterm als 'narcostaat’ heb je niet nodig. Je moet uitkijken dat je het niet tot mythische proporties opblaast, want dat maakt ook je ingrijpen minder scherp en slim.”

Over dat ingrijpen maakt hoogleraar criminologie Cyrille Fijnaut van Tilburg University zich nog het meeste zorgen. “Men heeft het veel te ver laten komen”, zegt hij. Na de moord op Peter R. de Vries slaakte Fijnaut een noodkreet in Het Parool. Het feit dat met grof geweld strafprocedures geblokkeerd worden, legde hij uit, is een nieuwe fase van verslechtering, die erop duidt dat de drugscriminaliteit heel groot is geworden.

Fijnaut vindt de taal die minister van justitie Ferd Grapperhaus gebruikt over de bestrijding van drugscriminaliteit weinig vertrouwenwekkend. “Hij had het in Brabantse kranten over het ‘uitroken’ van criminelen. Als je dat zegt in deze tijd, dan weet je niet waar je het over hebt. Hij zou na een paar jaar ministerschap beter moeten weten, in plaats van zulke loze krachttermen te gebruiken. Dan lach je je toch een kriek?”

Toch spreekt ook Fijnaut niet van een ‘narcostaat’. Al is hij nog zo kritisch op de aanpak van drugscriminaliteit, “Gelukkig hebben we nog altijd een integere overheid, die niet is overgenomen.”

Lees ook:

Peter R. de Vries (1956-2021): De onderste steen boven, researchen, blijven zoeken

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries is donderdag overleden. Dat laat zijn zoon weten. Hij is 64 jaar geworden en gold decennialang als een onverschrokken icoon van de Nederlandse misdaadjournalistiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden