Veteraan Ingrid Heij, ging naar Afghanistan in 2010.

InterviewsVeteranen

Is er zoiets als dé veteranenidentiteit? ‘Of je nou samen hebt gediend of niet, je bent er voor elkaar’

Veteraan Ingrid Heij, ging naar Afghanistan in 2010.Beeld Reyer Boxem

Wat bindt de 105.350 Nederlandse mannen en vrouwen die in oorlogsgebied vochten? Antropoloog Yvon de Reuver deed onderzoek naar de ‘veteranenidentiteit.’ Aan de vooravond van veteranendag vertelt ze over haar bevindingen.

Het is bij een theatervoorstelling van een mede-veteraan dat Ingrid Heij (33) voor het eerst het idee heeft dat iemand die niet in Afghanistan is geweest toch iets kan begrijpen van wat ze daar heeft meegemaakt. Op het podium staat Erik Krikke. Tijdens de Navo-missie in Afghanistan werkte hij als operatieassistent in het ziekenhuis op de militaire basis van de Amerikanen, in Kandahar. In de voorstelling spreekt hij over het moment dat het ziekenhuis een melding krijgt dat er Amerikaanse soldaten gewond zijn. Heij en haar partner zitten met tranen in de ogen te kijken.

“Ze stonden te wachten tot die Amerikanen naar het ziekenhuis kwamen”, vertelt Heij over dat moment in de voorstelling dat haar zo ontroerde. “Dat hebben wij ook meegemaakt.” Haar stem stokt. In 2010 was zij commandant van de operatiekamer van Kamp Holland, de Nederlandse basis in Tarin Kowt. In haar geval ging het niet om Amerikaanse, maar om Nederlandse slachtoffers. “We hoorden dat er Nederlanders betrokken waren bij een incident, en dat één van hen werd gereanimeerd en op weg was naar ons. Dat moment waarop je staat te wachten tot hij binnenkomt en je de zorg kunt geven die je wilt geven…” Ze zwijgt opnieuw even. “Mijn toenmalige vriend zei na afloop: ik kan nog steeds niet zien wat jij hebt gezien, maar ik kan me nu wel iets voorstellen bij die gevoelens.”

Heij, inmiddels operatieassistent in het ziekenhuis van Hardenberg, is één van de ongeveer 105.350 nog levende (oud-) militairen die vanaf de Tweede Wereldoorlog deelnamen aan gevechts- en vredesmissies. Ze krijgen na hun missie een insigne in de vorm van de V, dat ze kunnen opspelden. En als ze willen een speciale pas waarmee ze, al dan niet met hun gezin, gebruik kunnen maken van kortingsacties en een paar keer per jaar gratis met de trein kunnen reizen.

Maar voelen zij zich ook veteraan? En zo ja, hoe voelt dat dan?, vroeg antropoloog en wetenschappelijk medewerker van het Veteraneninstituut Yvon de Reuver zich af. Eind dit jaar promoveert ze aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op het onderwerp veteranenidentiteit. Voor de jaarlijkse Nederlandse Veteranendag, die zaterdag plaatsvindt, licht ze vast een tipje van de sluier op.

De Reuver: “In onze samenleving is werk heel belangrijk voor onze identiteit. Als je nieuwe mensen ontmoet gaat het vaak over werk, en bijvoorbeeld niet over wat je het allerleukst vindt om te doen. De veteranenidentiteit gaat ook over werk, maar dan over werk dat mensen in het verleden hebben gedaan. Voor dat werk krijgen ze een status die hun leven lang blijft gelden. Ik vond het interessant om me af te vragen: wat doet dat met ze? Hoe geven ze daar betekenis aan?”

Je bent er voor elkaar

Voor haar onderzoek richtte De Reuver zich op drie missies. Ze sprak in totaal met 44 Nederlandse mannen en 3 Nederlandse vrouwen die een bijdrage leverden aan de VN-missie in Libanon (1979-1985), de VN-missie in Srebrenica (1994-1995) of de Navo-missie in Uruzgan (2006-2010). Velen van hen gaven aan zich sterk verbonden te voelen met andere veteranen. Een gevoel dat ongetwijfeld deels voortkomt uit datgene wat Heij ook zo sterk ervoer na haar uitzending, in 2010: aan mensen die niet in een oorlogsgebied zijn geweest is het lastig uit te leggen hoe het er daar aan toe gaat.

“Onderling ervaren veteranen dat ze aan een half woord genoeg hebben”, zegt De Reuver. “Op een bepaald niveau blijft de kameraadschap bestaan. Ook als ze de krijgsmacht al hebben verlaten. Je bent er voor elkaar. Figuurlijk geef je elkaar nog steeds rugdekking.”

Dat heeft niets te maken met of je elkaar aardig vindt, of zelfs maar kent, ervaart René Nuchelmans (57). Bijna veertig jaar geleden ging hij als achttienjarige dienstplichtige militair naar Libanon met de VN-missie Unifil. Sinds kort werkt hij onder meer als verpleegkundig specialist GGZ weer bij Defensie. Daarnaast is hij actief als drager op uitvaarten van andere Unifil-veteranen en zit hij bij het ‘veteranen search team’, een groep veteranen die wanneer nodig de politie helpt zoeken naar vermiste personen.

Sinds 2008 is René Nuchelmans weer veel actiever bezig met zijn identiteit als veteraan. ‘Het begon weer te kriebelen.’ Beeld Reyer Boxem
Sinds 2008 is René Nuchelmans weer veel actiever bezig met zijn identiteit als veteraan. ‘Het begon weer te kriebelen.’Beeld Reyer Boxem

“We zoeken elkaar op. Of we nou samen hebben gediend of niet, dat doet er niet zoveel toe”, zegt hij. “We zijn samen in een situatie geweest waarin we elkaar nodig hadden. En dat geldt eigenlijk nog steeds. Ik heb het financieel goed voor elkaar, maar er zijn natuurlijk ook veteranen die het minder hebben. Vorig jaar kreeg ik een verzoek van iemand. Hij wilde graag naar een evenement, maar kon dat niet betalen omdat hij onder schuldbewind stond. Toen heb ik het geld direct overgemaakt. Je bent er nog steeds voor elkaar. Ook al zijn de omstandigheden veranderd.”

Toch verschilt het sterk per persoon hoezeer veteranen zich ook echt veteraan voelen, bleek al in 2018 toen het Veteraneninstituut ernaar vroeg in een enquête. Ruim 60 procent van de ondervraagde veteranen antwoordde met ‘eens’ of ‘helemaal eens’ op de stelling: ‘ik voel mij veteraan.’ Een minderheid was ofwel neutraal, of voelde zich geen veteraan.

De Reuver ging in haar onderzoek op zoek naar een verklaring voor die verschillen. “Bepalend is de rol die de uitzending speelt in het levensverhaal”, ontdekte ze. “De uitzending is bijna altijd vormend op de een of andere manier. Al was het maar omdat je eens wat anders ziet van de wereld, of meer te weten komt over jezelf en over hoe je functioneert onder lastige omstandigheden. Maar voor sommige mensen is de uitzending echt een keerpunt in hun leven. Met enorm veel invloed op wie ze nu zijn. Die mensen hechten vaak ook meer waarde aan het veteraan zijn.”

Overigens is het niet zo dat alle veteranen die zich ook als zodanig identificeren dat ook laten zien aan de buitenwereld. Uit de enquête uit 2018 bleek ook dat slechts ongeveer een kwart van de veteranen zich actief profileert als veteraan. Van de groepen die De Reuver sprak, zijn de Uruzgan-veteranen het minst zichtbaar. Dat heeft vooral met hun leeftijd te maken. “Zij zien veteranen toch nog een beetje als oude mannen”, zegt ze. “En zo voelen ze zichzelf nog niet.”

Nederlandse Veteranendag

Op Nederlandse Veteranendag bedankt Nederland de militairen die vanaf de Tweede Wereldoorlog namens Nederland in oorlogssituaties vochten. De dag werd voor het eerst georganiseerd in 2005 en is sinds 2006 officieel een nationaal evenement. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat Veteranendag ieder jaar zou worden gevierd op 29 juni, de verjaardag van Prins Bernhard, maar omdat er de voorkeur aan werd gegeven het feest op een zaterdag te vieren, werd in 2009 besloten dat Veteranendag voortaan altijd zou vallen op de laatste zaterdag van juni.

Normaal gesproken wordt op Veteranendag onder meer een groot festival georganiseerd op het Malieveld. Dit jaar worden veteranen vanwege corona voor de tweede keer op rij gevraagd de dag in kleine kring thuis te vieren. Vanaf het Malieveld wordt wel een online programma verzorgd. De opening van Veteranendag, gehouden in de Koninklijke Schouwburg is bij de NOS live te zien tussen 12:35 en 14:00.

Dat geldt zeker ook voor Heij. Als het stereotype van een veteraan een oude, ietwat fragiele, grijze man is, dan is zij met haar 33 jaar zo ongeveer het tegenovergestelde. Vraag haar hoe het voelt om veteraan te zijn, en ze begint met zeggen dat ze zichzelf niet ziet als een held. “Ik heb de veteranenstatus gekregen omdat ik naar Afghanistan ben geweest. Voor mij was dat werk”, zegt ze monter. “Ik heb wel een mortieraanval op het kamp meegemaakt, maar mijn leven stond niet dagelijks op het spel. Als iemand voor me gaat klappen, voelt dat toch vooral ongemakkelijk.”

Veteranenvlag

Dat ze veteraan is laat Heij de buitenwereld eigenlijk alleen zien op Veteranendag. Hoewel ze er wel vaker bij stilstaat, bijvoorbeeld als ze op Facebook ziet dat het de sterfdag is van één van de jongens die in Afghanistan om het leven kwamen, is Veteranendag het moment waarop ze ook haar omgeving laat zien dat de missie een belangrijk hoofdstuk in haar leven is geweest. Bijvoorbeeld door de gestreepte veteranenvlag aan haar huis te laten wapperen. “Negen van de tien mensen bij ons in het dorp zullen niet weten wat die vlag betekent”, zegt ze met een glimlach. “Maar toch.”

Voor sommige veteranen verdwijnen de opgedane ervaringen lange tijd naar de achtergrond, weet Nuchelmans. Na zijn missie in Libanon in 1982 was hij jarenlang nauwelijks bezig met zijn uitzending. Ja, hij bleef uitwijken als hij zag dat er een plastic zak op de weg lag, want hij had afgeleerd zomaar ergens overheen te rijden, maar verder stond hij niet vaak bij zijn bijdrage aan de missie stil. “Ik was druk met studie en werk. Ik ging trouwen en kreeg kinderen, het was een andere levensfase”, zegt hij zelf.

Dat veranderde rond 2008. Toen hij als verpleegkundig specialist bij GGZ Noord-Holland Noord ging werken in het veteranenteam kwam hij voor het eerst weer in aanraking met andere veteranen. Min of meer tegelijkertijd werd het dankzij sociale media steeds makkelijker om in contact te komen met zijn oude kameraden uit Libanon. Sindsdien is hij veel actiever bezig met zijn identiteit als veteraan. “Het begon weer te kriebelen.”

Onderzoeker De Reuver hoorde het vaker tijdens de interviews die ze hield. De veteranenidentiteit is persoonlijk, en wisselt per levensfase. Soms is het een ontmoeting met een andere veteraan die ervoor zorgt dat ze weer meer met hun ervaringen van hun uitzending bezig zijn. “Maar misschien kijk je op een bepaalde leeftijd sowieso wat meer op je leven terug en bedenkt dan: goh die uitzending was toch wel een heel mooie tijd. Of: het heeft toch allemaal wel veel impact op me gehad.”

Ook de manier waarop de samenleving naar de betreffende missie kijkt, kan bepalen hoe veteranen zich profileren. Dat werd De Reuver bijvoorbeeld duidelijk toen ze Srebrenica-veteranen interviewde. “Zij werden na hun missie vaak geconfronteerd met oordelen over wat ze wel en niet hadden moeten doen. Ze vonden het daardoor lange tijd lastig om ‘hun veteraan zijn’ uit te dragen. Als je het gevoel hebt dat je je steeds moet verdedigen denk je al snel: laat maar. Ik praat er maar niet meer over.”

Genuanceerder beeld

De laatste jaren zijn de Srebrenica-veteranen desondanks vaker over hun ervaringen gaan praten, merkte De Reuver. “De documentaire die Coen Verbraak vorig jaar maakte is daar een goed voorbeeld van”, vindt ze. In die documentaire vertellen veteranen hoe zij de val van Srebrenica, waarbij in juli 1995 duizenden moslimjongens en -mannen werden gedeporteerd en vermoord, hebben beleefd. “Bij het Veteraneninstituut kregen we daarna reacties binnen van mensen die zeiden: jeetje, ik heb jullie toen zo veroordeeld, maar ik denk daar nu anders over. De documentaire heeft die mensen een genuanceerder beeld gegeven.”

Heij is bang dat net als destijds bij Srebrenica gebeurde, de missie in Uruzgan ook in een kwaad daglicht zal komen te staan. Op dit moment vindt namelijk een rechtszaak plaats over het handelen van de Nederlandse militairen tijdens de Slag bij Chora, in 2007. Bij dat gevecht vielen Afghaanse burgerslachtoffers. Advocaat Liesbeth Zegveld verwijt de Nederlandse troepen namens de nabestaanden van die slachtoffers ‘blind geweld’ te hebben gebruikt.

‘Als iemand voor me gaat klappen, voelt dat toch vooral ongemakkelijk’, zegt Afghanistan-veteraan Ingrid Heij. Beeld Reyer Boxem
‘Als iemand voor me gaat klappen, voelt dat toch vooral ongemakkelijk’, zegt Afghanistan-veteraan Ingrid Heij.Beeld Reyer Boxem

Heij was er niet bij, de veldslag vond plaats enkele jaren voordat ze zelf actief was in Afghanistan. Toch trekt ze het zich aan. “Ik hoop dat straks gezegd wordt: er is naar eer en geweten gehandeld”, zegt ze. “Wat mij betreft moet de Nederlandse overheid de veteranen beschermen. Zodat ze niet straks een stempel krijgen, zoals met de blauwhelmen in Srebrenica is gebeurd.”

Zowel Heij als Nuchelmans heeft het gevoel dat er de laatste jaren meer aandacht is voor veteranen in Nederland. Ze zijn er blij mee. “Nederland heeft natuurlijk ook meer missies gedraaid inmiddels”, zegt Nuchelmans. “Toen ik terugkwam uit Libanon bestond Veteranendag nog niet eens.”

Niet alleen in Schuinesloot, waar Heij woont, maar ook bij de familie Nuchelmans in Friesland wappert zaterdag de veteranenvlag. “Toen ik die kocht zei mijn partner: wat moet je daar nou weer mee?”, lacht Nuchelmans. “Maar ik wil uitdragen dat het een belangrijke dag is.” Misschien rijdt hij ook wel even met de kinderen naar het Unifil-museum, voor de gelegenheid. Maar misschien ook niet. Het gras moet ook nog gemaaid. Nuchter merkt Nuchelmans op: “Het blijft ook gewoon een weekenddag natuurlijk.”

Lees ook:

Geen Veteranendag op het Malieveld, maar met een kopstoot in de kroeg

Geen gezamenlijke Veteranendag in Den Haag dit jaar, maar in de Kop van Noord-Holland laten de ex-militairen het er niet bij zitten. In café De Kasteleen zoeken ze elkaar na lange tijd weer eens op. “Wij hebben elkaar nodig.”

Unifil-veteranen keren terug naar Libanon: ‘We waren veel te jong’

Het is dit jaar veertig jaar geleden dat de eerste Nederlandse militairen naar Zuid-Libanon gingen voor de Unifil-vredesmissie, die voor velen levensbepalend is geweest. Veteranen reizen terug naar de dorpjes en bases in Libanon uit nieuwsgierigheid en om van onverwerkte trauma’s af te komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden