Personeelstekort

Is een ‘Zweedse dienstplicht’ wel een oplossing voor het Nederlandse leger?

Een demonstatie tegen de dienstplicht in mei 1993.  Beeld ANP / Bert Verhoeff
Een demonstatie tegen de dienstplicht in mei 1993.Beeld ANP / Bert Verhoeff

Onder druk van de oorlog in Oekraïne gaan ook in Nederland weer stemmen op voor een dienstplicht. De staatssecretaris haalt daarbij inspiratie uit het Zweedse model. Maar het personeelstekort bij defensie is er niet zomaar mee opgelost, denken experts.

Judith Harmsen

Ruim 25 jaar geleden werden de laatste Nederlandse dienstplichtige soldaten opgeroepen. Nu op het Europese continent weer een oorlog woedt, is de dienstplicht de laatste weken weer volop onderwerp van gesprek. Niet alleen op sociale media en aan talkshowtafels, maar ook in de Tweede Kamer vragen mensen zich af of dat niet een goede manier zou zijn om het Nederlandse leger - dat kampt met grote tekorten aan personeel - wat aan te vullen.

Staatssecretaris Christophe van der Maat liet al weten serieus te onderzoeken of een dienstplicht naar Scandinavisch model wat voor Nederland kan zijn. Hij kijkt daarbij onder meer naar Zweden. Dat land voerde in 2018 weer een dienstplicht in, onder druk van toegenomen dreiging uit Rusland. Alle Zweedse jongeren krijgen een uitnodiging om eraan deel te nemen, al wordt alleen wie dat wil ook daadwerkelijk gekeurd en opgeleid.

Is zo'n ‘vrijwillige’ dienstplicht ook in Nederland in te voeren? Over die vraag wordt op het ministerie van defensie nu dus nagedacht. Juridisch zou het in elk geval niet moeilijk zijn. Strikt genomen heeft Nederland zelfs nog altijd een dienstplicht. Nederlandse jongeren worden op hun achttiende nog altijd ingeschreven, maar omdat de opkomstplicht is ‘opgeschort’ zoals dat heet, worden ze niet opgeroepen. Na de Koude Oorlog werd een klein en mobiel beroepsleger nuttiger gevonden dan een groot leger bestaande uit voornamelijk dienstplichtigen.

Andere grote tekorten

Met instemming van het parlement zou het kabinet van strategie kunnen veranderen en bepaalde jongeren weer oproepen. Maar dat brengt wel moeilijkheden met zich mee, waarschuwen militaire experts. Iemand moet die jongeren immers keuren en opleiden. Met name dat laatste kan nog weleens lastig zijn. Door personeelstekorten zijn op dit moment al te weinig instructeurs voor de beroepskrachten, laat staan voor een grote groep dienstplichtigen.

“Het invoeren van een dienstplicht heeft ook gevolgen voor je infrastructuur”, legt Dick Zandee, defensiespecialist van het Clingendael Instituut, uit. De dienstplichtigen moeten immers ook ergens slapen. “Er zouden dan nieuwe kazernes moeten komen. De kazernes van vroeger zijn deels afgestoten en worden nu bijvoorbeeld door asielzoekers bewoond.”

Het volgende probleem is het materieel, weet Zandee. “Nu hebben we een krijgsmacht met beroepskrachten en een klein aandeel reservisten. Als daar grote aantallen dienstplichtigen bij komen, dan ga je bijvoorbeeld van zeven bataljons bij de landmacht naar veertien, of nog het dubbele daarvan. Daar moet je wel materieel voor kopen, anders is het tamelijk nutteloos.”

Niet verplicht op missie

De dienstplicht invoeren vraagt dus flinke investeringen. Daarom is niet de meest logische oplossing voor de problemen waar de Nederlandse krijgsmacht nu mee kampt, vindt Zandee. “De oplossing is eerder dat het aantrekkelijker moet zijn om te dienen in de krijgsmacht”, zegt hij. “Dat zit ’m vooral in de salariëring. Voor jonge lieden is het in financieel opzicht weinig aantrekkelijk nu. Daar moet echt iets aan veranderen.”

Jean Debie, voorzitter van de vakbond voor Burger en Militair Defensiepersoneel (VBM) is het daarmee eens. Ook hij ziet bezwaren waar het de dienstplicht betreft. Zo wijst hij erop dat dienstplichtige militairen wettelijk niet zomaar op buitenlandse missie mogen. Ze kunnen zich vrijwillig melden voor een uitzending, maar in tegenstelling tot beroepskrachten kunnen ze niet worden gedwongen te gaan.

Een eenheid die voor de helft uit beroepsmatige en voor de ander helft uit dienstplichtige soldaten bestaat, is dus risicovol, denkt hij. “Wil je hen dan naar de Baltische staten sturen, of naar Mali of Afghanistan, dan loop je het risico dat de helft zegt: ik ga niet mee. Dan heb je een eenheid die incompleet is. Ik snap de vraag, maar de Nederlandse regering heeft echt alleen baat bij een inzetbare krijgsmacht.”

Een oplossing voor het personeelstekort is de dienstplicht wat Debie betreft dus niet. Eigenlijk vindt hij maar één discussiepunt belangrijk: vraagt de veiligheidssituatie van Nederland erom? “Is de dreiging zodanig toegenomen dat het noodzakelijk is om grote aantallen jonge mensen te vragen om zich bijvoorbeeld voor een jaar aan de krijgsmacht te verbinden? Dat is het politieke vraagstuk. Daar zou het debat over moeten gaan.”

Lees ook:

Een kwart eeuw geleden werd de dienstplicht opgeschort: ‘We waren het feestklasje dat ook nog even mee moest doen’

Vandaag is het 25 jaar geleden dat de laatste lichting dienstplichtige militairen opkwam. De beslissing van het kabinet om na hen niemand meer op te roepen kende een lange aanloop, maar kwam toch nog onverwacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden