Wachttijden in de zorg

Inhaalzorg kan sneller: het ziekenhuis is vol, maar in de kliniek is ruimte zat

null Beeld Sjoerd van Leeuwen
Beeld Sjoerd van Leeuwen

Ziekenhuizen hebben het druk met covidpatiënten en inhaalzorg. Een deel van die zorg kan sneller. Particuliere klinieken hebben namelijk wel ruimte voor veelvoorkomende operaties en andere behandelingen.

Michelle Salomons en Emiel Woutersen

Patiënten die een MRI-scan nodig hebben van hun rug moeten vanwege de grote hoeveelheid ‘inhaalzorg’ bij ziekenhuizen soms maanden wachten. Bij het Haagse Bronovo-ziekenhuis bijvoorbeeld, of het UMC Utrecht sta je ruim twee maanden in de rij. Ga je voor eenzelfde scan naar een zelfstandige kliniek, bijvoorbeeld bij de ‘Rugpoli’ in Hoofddorp of het Amsterdamse Acibadem Medical Center, dan is er morgen al plek.

De verschillen in wachttijden tussen ziekenhuizen en zelfstandige klinieken liegen er niet om. In een ziekenhuis wachten patiënten gemiddeld ruim drie weken op een scan, in een kliniek kunnen zij gemiddeld na zes dagen terecht. In zowel het ziekenhuis als de klinieken wordt de zorg vergoed door de zorgverzekeraar.

De verschillen in wachttijden zijn er niet alleen bij MRI-scans. Voor allerlei soorten zorg zijn de wachttijden een stuk korter in klinieken dan in ziekenhuizen, blijkt uit een analyse van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor Trouw en De Groene Amsterdammer. Sinds augustus 2021 publiceert de Nederlandse Zorgautoriteit per behandeling de wachttijden bij bijna elk ziekenhuis of kliniek op een speciale website. Na bewerking en analyse van deze cijfers is te zien dat er grote verschillen zijn in wachttijden voor de zorg die door corona vaak is uitgesteld.

Voor een aantal behandelingen moet een patiënt flink langer wachten in het ziekenhuis dan bij de kliniek, vaak meer dan twee keer zo lang, zoals bij staaroperaties, het verwijderen van spataderen, heup- en knievervangingen, het repareren van een liesbreuk en het behandelen van incontinentie- en verzakkingsklachten. Voor vaatchirurgische spataderbehandelingen is de wachttijd zelfs ruim vier keer zo lang.

Efficiënter werken

“De wachttijden zijn bij ons korter omdat we flexibeler en efficiënter kunnen werken dan een ziekenhuis”, zegt Koray Yürük, directeur van het Amsterdamse Acibadem International Medical Center. “Als wij meer mensen op de wachtlijst hebben, dan gaan we ook op zaterdag opereren, of doen we MRI’s in de avond. Dat is voor een ziekenhuis veel moeilijker.”

Acibadem is een van de grootste klinieken van het land en ziet er eigenlijk uit als een klein ziekenhuis: er werken zeventien artsen verdeeld over zestien specialismen. “Maar we doen geen hoog-complexe zorg: geen intensive care, geen spoedeisende hulp, geen oncologie”, zegt Yürük. “En patiënten met verschillende aandoeningen tegelijk kunnen ook niet bij ons terecht.”

“Doordat we ons op de niet-complexe patiënten richten, werken we een stuk efficiënter dan ziekenhuizen”, zegt Leo Verhagen, bestuurder van de Annadal Kliniek in Maastricht, die zich onder meer richt op orthopedie en chirurgie. “We kunnen makkelijk bijschakelen”, zegt ook Acibadem-directeur Yürük. “Vorig jaar liepen de wachttijden voor MRI-scans bij ons bijvoorbeeld op. Dus hebben we een tweede scanner gekocht.”

Ziekenhuizen willen deze minder complexe patiënten niet kwijt. Omdat ze weinig andere aandoeningen hebben, kunnen deze patiënten flexibeler worden ingepland. “Complexe patiënten zijn natuurlijk veel duurder”, zegt Rob Dillmann, bestuurslid bij de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen. “Je wilt als ziekenhuis ook de minder complexe patiënten graag bij je houden.”

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Korter wachten in de Randstad

Grote verschillen in wachttijden zijn er bij MRI-scans. Nederland telt 82 ziekenhuislocaties en 23 klinieken waar een patiënt een MRI-scan van de rug kan krijgen. Maar de 50 instellingen met de langste wachttijd zijn allemaal ziekenhuizen, terwijl bij de 20 instellingen met de kortste wachttijd 15 klinieken zitten.

De Zorgautoriteit houdt cijfers bij van MRI-scans voor verschillende lichaamsdelen, voor allemaal is het patroon hetzelfde: gemiddeld moet de patiënt bijna vier keer zo lang wachten in het ziekenhuis. Juist bij dit soort procedures is er weinig verschil tussen ziekenhuizen en klinieken: ‘complexe’ patiënten krijgen dezelfde MRI-scan.

De wachttijden per regio verschillen sterk. De klinieken zijn niet gelijkmatig over Nederland verdeeld: van de 26 die een knievervanging kunnen uitvoeren, liggen er 17 in de Randstad. Voor knievervangingen kan een patiënt in Noord-Holland en Flevoland gemiddeld binnen twee maanden terecht, terwijl de wachttijd in de noordelijke provincies gemiddeld ruim een half jaar is.

Zorgverzekeraars

Klinieken zeggen dat ze meer behandelingen aankunnen: volgens branchevereniging Zelfstandige Klinieken Nederland gemiddeld zo’n 10 procent extra. Maar zorgverzekeraars spreken elk jaar met klinieken een plafond af aan het aantal behandelingen dat ze vergoeden. Als ze boven dat plafond komen, kunnen de klinieken geen verzekerde behandelingen meer aanbieden en kunnen patiënten daar dus niet meer terecht.

Verschil zbc en privékliniek

De begrippen zelfstandig behandelcentrum (zbc) en privékliniek worden vaak door elkaar gehaald, maar er is een verschil. Beide behoren weliswaar tot de particuliere klinieken, maar in zbc’s werken altijd medisch specialisten. In een privékliniek werken soms alleen basisartsen en verpleegkundigen. Daarbij voeren privéklinieken ook niet-medisch noodzakelijke operaties uit, zoals cosmetische ingrepen.

Desgevraagd zeggen de grote zorgverzekeraars dat ze gedurende 2021 extra behandelingen bij klinieken hebben gecontracteerd. “Verzekerden hebben we, waar mogelijk en gewenst, doorgestuurd naar een kliniek”, laat Zilveren Kruis weten. Maar klinieken merken daar weinig van. De Limburgse Annadal Kliniek heeft vorig jaar bijvoorbeeld niets van zorgverzekeraars gehoord over extra zorg. En ook Bergman Clinics, een van de grootste zelfstandige klinieken, is hier volgens een woordvoerder “geen enkele keer actief door zorgverzekeraars over benaderd.”

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet er wettelijk op toe dat de zorg toegankelijk blijft, maar zegt dat ze alleen in actie kan komen als patiënten niet goed door hun zorgverzekeraar worden geholpen om een snellere behandeling te vinden. Als ziekenhuizen en klinieken in een regio niet goed samenwerken, kan de NZa dat dus niet afdwingen, zegt directeur toezicht Karina Raaijmakers. Het ministerie van Volksgezondheid wijst ten slotte weer naar de zorgverzekeraars: die moeten ‘patiëntenstromen sturen’ en hebben zo ‘een belangrijke coördinatierol in het borgen van de toegankelijkheid van de uitgestelde zorg’. En zo wijst kortom iedereen naar elkaar, en staan patiënten soms maanden langer op een wachtlijst dan nodig.

‘Met een gebroken been moeten patiënten niet naar het ziekenhuis’

Hoogleraar gezondheidseconomie Marcel Canoy. Beeld Olivier Middendorp, ANP
Hoogleraar gezondheidseconomie Marcel Canoy.Beeld Olivier Middendorp, ANP

“Patiënten gaan nu nog veel te vaak naar het ziekenhuis voor ‘makkelijk behandelbare zorg’”, zegt hoogleraar gezondheidseconomie aan de Vrije Universiteit Amsterdam Marcel Canoy. Daardoor zijn de verschillen in wachttijden tussen ziekenhuizen en klinieken groot: patiënten moeten voor MRI-scans en voor vaak uitgestelde behandelingen tot wel vier keer langer wachten in een ziekenhuis. “Dit speelde al voor pandemie, maar nu we met al die inhaalzorg zitten hebben we juist een kans om het grotere probleem op te lossen.”

Waarom moeten patiënten langer wachten in ziekenhuizen dan in klinieken?

“De zelfstandige klinieken zijn logistiek veel eenvoudiger, het zijn eigenlijk de broodjesfabrieken van de zorg. Ze richten zich meestal op één of twee behandelingen of specialismen: ze doen bijvoorbeeld alleen staaroperaties, of knie- en heupvervangingen. Dat betekent over het algemeen minder bureaucratie en dus ook minder lange wachtlijsten. En daar komt nu nog bij dat ze weinig last hebben van corona, omdat zij geen covidzorg leveren.

Ook het inkoopbeleid van zorgverzekeraars speelt mee. Zorgverzekeraars maken van tevoren afspraken over de hoeveelheid zorg die een ziekenhuis of kliniek gaat leveren. Ziekenhuizen hebben bijvoorbeeld al MRI- of CT-scanners staan en hebben met zorgverzekeraars afgesproken hoeveel scans ze dat jaar uitvoeren. Als ze minder scans uitvoeren, zijn ze bang dat verzekeraars het jaar erop een lager plafond afdwingen. Dat is waarschijnlijk de reden dat er ook voor MRI- en CT-scans grote verschillen in wachttijden zijn. Het is een vrij platte verklaring ben ik bang: het kost ze gewoon geld.”

Zijn de wachttijden al lang zo verschillend?

“We roepen al tien jaar dat de ‘makkelijke’ zorg beter door zelfstandige klinieken kan worden gedaan. En er zijn heus wel stapjes gezet, maar het gaat niet snel. En met corona zijn de verschillen alleen maar groter geworden. Ziekenhuizen verzetten zich, die willen hun patiënten niet kwijtraken. En ego’s kunnen hier ook spelen hier ook een rol: het is voor een ziekenhuisbestuurder niet leuk om het aantal behandelingen te moeten afslanken, dan heb je toch het gevoel dat je een minder spannende club leidt.”

Wat moet er veranderen om de verschillen in wachttijden kleiner te maken?

“Patiënten met een gebroken been zouden eigenlijk niet meer naar een algemeen ziekenhuis moeten. We moeten naar een stelsel waarbij ziekenhuizen alleen de zeldzame en complexe zorg doen. Daar vallen dus ook ‘complexe’ patiënten onder, mensen met meerdere diagnoses zoals diabetes of een hartritmestoornis. Dat zal niet altijd makkelijk zijn, want de grens tussen niet-complex en complex is niet makkelijk te trekken. Maar dat rechtvaardigt niet dat eenvoudige knieoperaties nu in een ziekenhuis worden gedaan.”

Dan wordt ziekenhuiszorg toch heel duur, willen de zorgverzekeraars dat wel?

‘Dat is een kortetermijnargument. De zorgverzekeraars hebben inderdaad de taak om hun verzekerden tijdig zorg te bieden, maar de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt daar toezicht op. De NZa moet zorgverzekeraars er dus op aanspreken als ze ziet dat er een scheefgroei in wachttijden is, en als ze constateert dat de zorgmarkt niet goed functioneert.

Maar uiteindelijk moeten ze dit probleem ook aankaarten bij het ministerie van volksgezondheid: dat is de eindverantwoordelijke voor de zorg. Als het ministerie het inderdaad een probleem vindt dat wachttijden nodeloos lang zijn, moet het daar vervolgens afspraken over maken met klinieken, ziekenhuizen en verzekeraars. Het ministerie kan ziekenhuizen bijvoorbeeld op een andere manier financieren zodat ze geen omzetverlies lijden als ze alleen complexe zorg uitvoeren. Als het ministerie gaan maatregelen neemt, dan is dat ook een politieke keuze.

Maar dat die wachttijden nu nog steeds zoveel verschillen, juist nu er door corona zoveel zorg is uitgesteld, is heel onbevredigend. Op zoveel andere gebieden in de samenleving bleek opeens heel veel mogelijk, er werden miljarden uitgetrokken om bedrijven te compenseren en de economie gaande te houden. Maar bij de inhaalzorg is nauwelijks iets veranderd: daar wegen zorgverzekeraars en ziekenhuizen nog op dezelfde manier kosten en baten tegen elkaar af.”

Lees ook:

Ggz-instellingen: Lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg zijn onoplosbaar

Te lange wachttijden teisteren de geestelijke gezondheidszorg al jaren. Nu zeggen de instellingen: ze oplossen lukt niet. Een debat over wat wel en geen ggz-zorg is, is daarmee ‘onontkoombaar’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden