Nederlandse mariniers tijdens een vuurgevecht in 1946, de plaats van handeling is onbekend.

InterviewAnhar Gonggong

Indonesische historicus: ‘Nederland kan maar één ding doen: erkennen dat Indonesië in 1945 onafhankelijk werd’

Nederlandse mariniers tijdens een vuurgevecht in 1946, de plaats van handeling is onbekend.Beeld anp

Historicus Anhar Gonggong verloor veel familieleden door Nederlands geweld, toch wil hij niet als slachtoffer naar het verleden kijken. ‘Ik sta bekend als een activistische historicus die anti-Nederlands zou zijn. Maar dat ben ik helemaal niet.’

Ghassan Dahhan en Fitria Jelyta

De Indonesische historicus Anhar Gonggong (1943) volgt vanuit Indonesië het nieuws over het Indonesië-onderzoek op de voet. Gonggong groeide op zonder zijn vader en twee van zijn broers. Zijn vader, Andi Pananrangi, was eerder koning geweest van Alitta in Zuid-Sulawesi en bood na 1945 verzet tegen de Nederlandse overheersing. Kort daarna werden hij en twee van zijn zoons vermoord door leden van de beruchte Depot Speciale Troepen (DST) onder leiding van Raymond Westerling. Hij en zijn troepen hadden als taak om de onafhankelijkheidsstrijd in Sulawesi te breken, waarbij zij zich bedienden van brute middelen, zoals standrechtelijke executies en martelingen.

Politionele acties. Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947. Beeld ANP
Politionele acties. Nederlandse mariniers gaan aan boord van het troepentransportschip L.S.T. Soerabaja voor verscheping naar de eerste politionele actie, Oost-Javaanse kust, 20 juli 1947.Beeld ANP

Ze waren beslist niet hun enige slachtoffers, vertelt Gonggong: honderden mensen uit zijn familie en uit de omgeving van Zuid-Sulawesi werden slachtoffer van het brute optreden van Westerling, in Nederland nog altijd een controversiële figuur.

Gonggong wil zijn oordeel over het Indonesië-onderzoek niet geven totdat hij het onderzoek helemaal gelezen heeft, maar wil wel reageren op de conclusies. Hij is teleurgesteld: “De conclusies werpen geen nieuw licht op de geschiedenis. Dat Nederland ‘extreem geweld’ gebruikte was allang voor iedereen bekend. Maar dit onderzoek wil nog altijd spreken van oorlogsmisdaden. De onderzoekers blijven weg van deze term oorlogsmisdrijven, omdat ze blijkbaar rekening houden met de juridische gevolgen van zo’n conclusie.’ Onderzoeksleider Frank van Vree kwam daar dit weekend wel op terug bij het radioprogramma OVT. Hij vindt dat het onderzoek de term oorlogsmisdaden bij nader inzien had moeten gebruiken

Gonggong volgt het onderzoek naar het Nederlandse verleden in Indonesië niet alleen om persoonlijke redenen nauwlettend: hij is een eminent historicus aan de Universiteit van Indonesië, en doet al decennia onderzoek naar het onderwerp dat in Nederland nog altijd zo gevoelig ligt. Onbevangen is hij niet, gezien zijn pijnlijke familiegeschiedenis met de Nederlandse overheersers, maar hij bekijkt het verleden door de bril van een historicus, niet die van een slachtoffer.

“Ik kijk met een heel rationele blik naar de geschiedenis. Ik weet wat mijn vader heeft gedaan en dat hij het gevecht aanging om de vrijheid en de onafhankelijkheid van Indonesië te kunnen blijven behouden. Mijn vader wist dat daar gevolgen aan verbonden waren en aanvaardde het risico.

“Nederland was na het vertrek van de Japanners teruggekeerd naar Indonesië en mijn vader wist dat Westerling de opdracht had gekregen om het verzet, waar hij toe behoorde, te breken. Dus ik heb altijd geweten dat de acties van mijn vader tot gevolg hadden dat mijn familie is uitgemoord.

“Of ik daar veel emoties bij heb? Natuurlijk, ik kan daar emotioneel van worden, maar ik zie emoties niet als een oplossing. Het is nu eenmaal zo gelopen en ik zie ook de moord op mijn vader door Westerling niet alleen als een verlies. Het verlies van mijn vader is niet voor niets geweest, want Indonesië is nog altijd vrij. Mijn vader en de omgekomen verzetsstrijders hebben bijgedragen aan de onafhankelijkheid van Indonesië.”

Raymond Westerling , ex-KNIL-kapitein, zittend achter zijn bureau. 1970/80 Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/NFP
Raymond Westerling , ex-KNIL-kapitein, zittend achter zijn bureau. 1970/80Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/NFP

‘Waarom ben je niet boos op de Nederlanders?’

Zijn ‘kille’ kijk op de geschiedenis werd hem niet door iedereen in dank afgenomen, vertelt hij. “Mijn visie werd niet gewaardeerd door mijn familie. Ik ben ooit maandenlang door ze verstoten hierom. Zij vroegen mij: ‘Waarom ben je niet boos op de Nederlanders? Heb je soms geen emoties?’ Ik merkte in mijn omgeving, vooral uit waar ik vandaan kom (Zuid-Sulawesi, red.), dat de emoties heel hoog opliepen, zoals je je kunt voorstellen. Zoveel mensen zijn er vermoord. Ze wilden eigenhandig Westerling vermoorden. Maar die emoties deelde ik niet, en daarop werd ik hard afgerekend door mijn familie. Ze vonden mij te zacht of te kil.”

Het loskoppelen van geschiedenis en emoties is moeilijk voor veel slachtoffers in Indonesië. Die houding zie je ook in Nederland. Veel Nederlandse veteranen vinden na het lezen van de conclusies van het Indonesië-onderzoek dat ze slecht naar voren zijn gekomen. Vanwege de gevoeligheid was er voorafgaand aan de presentatie van het onderzoek zelfs een begeleidingsprogramma om betrokkenen voor te bereiden.

Anhar Gonggong: ‘Ik kijk met een heel rationele blik naar de geschiedenis’. Beeld
Anhar Gonggong: ‘Ik kijk met een heel rationele blik naar de geschiedenis’.

Anhar Gonggong werd in 1943 geboren in Zuid-Sulawesi, toen nog Celebes genoemd, als kind van een verzetsleider en voormalig koning. Hij studeerde geschiedenis en gaf in het begin van zijn carrière les op middelbare scholen. Later werkte hij als onderzoeker en promoveerde hij in geschiedenis aan de Universiteit van Indonesië, waar hij ook doceerde. Tussen 2001 en 2003 was hij ook onderminister van Cultuur en Toerisme.

Gonggong herkent de Nederlandse krampachtigheid om het eigen verleden onder ogen te zien. “Het initiatief om het verleden in Indonesië te onderzoeken komt vanuit Nederland, en dat kleurt misschien ook het onderzoek. De resultaten kunnen dan bijvoorbeeld voordeliger uitpakken voor Nederland dan wanneer het onderzoek geleid werd vanuit Indonesië.

“En ik heb natuurlijk ook ervaringen gehad met Nederlandse onderzoekers. Indonesische perspectieven werden bijna nooit meegenomen, omdat de meeste Indonesiërs geen Nederlands spreken of wij niet beschouwd werden als een betrouwbare bron vanwege onze visies.”

De Nederlandse wetenschapper Rémy Limpach, die onderzoek deed naar de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, putte voor het feitenmateriaal uit Nederlandse archieven. Daarin komen weliswaar ook Indonesische bronnen voor, maar vooral in een militaire context en bovendien opgetekend door de koloniale autoriteiten en niet door onafhankelijk onderzoekers.

‘Cijfers over de misdaden van Westerling zijn schoongepoetst’

“Ik vind het ook onwetenschappelijk om bepaalde bronnen uit te sluiten of af te schrijven, omdat een persoon te gekleurd zou zijn. Cijfers over de misdaden van Westerling zijn schoongepoetst. Alleen al in de kringen van mijn familie zijn er meer dan 700 mensen vermoord, maar dat blijkt niet uit de Nederlandse statistieken.

“Ik ben zelf ook niet benaderd door de onderzoekers, omdat ik binnen de kringen van Nederlandse historici bekendsta als een activistische historicus die anti-Nederlands zou zijn. Maar dat ben ik helemaal niet, ik ben niet tegen Nederland. Zeker, ik ben tegen een kolonialistische houding die Nederland heeft ten opzichte van mijn land en volk, maar als ik werkelijk anti-Nederlands zou zijn, dan had ik mij niet zo rationeel uitgelaten over Nederland zoals ik altijd heb gedaan. Mijn vader is vermoord door de Nederlanders, en mijn rationele houding bracht mij juist in conflict met mijn familie. Mijn rationaliteit brengt ook met zich mee dat ik de historische feiten niet kan negeren. Ik ben heel stellig en activistisch als het gaat om feiten. Dat heeft niets te maken met anti-Nederlandse gevoelens.”

Omgekeerd schrijft hij het nieuwe onderzoek ook niet bij voorbaat af. Ik ben ook heel benieuwd of het onderzoek de opinie in Indonesië over de Nederlandse geschiedenis zal beïnvloeden. Maar ik wil niet verder speculeren: ik zal mijn oordeel pas echt vellen na het lezen ervan, niet eerder.”

De 79-jarige historicus heeft Indonesië zien veranderen en reflecteert op basis van zijn eigen waarneming. “Ik zie dat mijn land verschillende ontwikkelingen heeft doorgemaakt in de omgang met het verleden. Er zijn ook verschillen tussen de jonge generatie en die van mij. In de jaren vijftig, zestig en zeventig zag ik dat er in Indonesië veel emoties bestonden over en haat tegenover de Nederlanders om wat ze hebben gedaan in Indonesië in al die jaren, maar de huidige generatie is daar minder mee bezig.”

foto's nioa onderzoek

(032 demarcatielijn) Nederlandse- en Indonesische militairen opgesteld bij de demarcatielijn, Loemadjang, Java, februari 1948. Bron: H. Hakens, NIMH.


 Beeld nioa
foto's nioa onderzoek(032 demarcatielijn) Nederlandse- en Indonesische militairen opgesteld bij de demarcatielijn, Loemadjang, Java, februari 1948. Bron: H. Hakens, NIMH.Beeld nioa

Het grootste pijnpunt: het moment van onafhankelijkheid

“Hoewel Indonesiërs anders naar Nederland zijn gaan kijken, zie ik dat de blik van Nederland op Indonesië nog altijd weinig is veranderd. Nederland erkent nog altijd niet de datum van 17 augustus 1945 als de dag waarop Indonesië onafhankelijk werd. Met veel tegenzin erkent Nederland heel indirect wel onze onafhankelijkheid, en toch blijft Nederland grotendeels vasthouden aan de onafhankelijkheid van Indonesië na de rondetafelgesprekken in 1949. Maar dat laatste betekent niks voor de Indonesiërs. En ik denk dat het grootste pijnpunt hier ligt: de vraag wanneer Nederland Indonesië als onafhankelijk erkent.”

Gonggong volgde ook de rechtszaken die de Indonesische stichting Comité Nederlandse ereschulden (K.U.K.B.), onder leiding van Jeffry Pondaag, in 2009 had aangespannen tegen de Nederlandse staat. Indonesische slachtoffers en nabestaanden van het bloedbad van 1947 in het Javaanse dorp Rawagede, kregen daarin schadevergoeding toegewezen. Gonggong ziet dat niet als genoegdoening. “Ik beschouw de schadevergoeding als een belediging. Het feit dat mijn familie is uitgemoord door Westerling en zijn mannen voor het in stand houden van de onafhankelijkheid van het Indonesische volk, en dat ze daarvoor een miezerig geldbedrag krijgen als excuus, betekent voor mij niets. Daar herstel je het onrecht uit het verleden niet mee.

“Nu weet ik ook wel dat Nederland excuses heeft aangeboden voor het gewelddadige verleden in Indonesië, zoals eerder uit de mond van jullie koning, en sindsdien heeft Nederland ook goede banden proberen te onderhouden met Indonesië op economisch vlak. Dat er handel wordt gedreven en dat er ook geld werd overgemaakt naar Indonesië, maar daarmee is er nog geen sprake van genoegdoening.

Jonge mannen van de Laskar Bambu Runcing staan klaar om het met speren op te nemen tegen de Nederlanders, 1946. Twee mannen vooraan hebben vuurwapens. Beeld NIOA
Jonge mannen van de Laskar Bambu Runcing staan klaar om het met speren op te nemen tegen de Nederlanders, 1946. Twee mannen vooraan hebben vuurwapens.Beeld NIOA

‘Ik begrijp de huiverige houding vanuit Nederland’

“Het enige wat Nederland zou kunnen doen om in het reine te komen met zijn geschiedenis is 17 augustus 1945 te erkennen als de dag waarop Indonesië onafhankelijk werd als republiek. Daarmee doet Nederland ook recht aan de geschiedenis. Aan de andere kant begrijp ik ook dat Nederland dat niet wil, want dat brengt het risico met zich mee dat Indonesië Nederland aansprakelijk stelt voor de misdaden die hebben plaatsgevonden na die datum. Dan zou er misschien zelfs een tribunaal kunnen komen. Dus ik begrijp de huiverige houding vanuit Nederland, maar uiteindelijk blijft dit probleem spelen.”

Er moet ook het nodige veranderen in Indonesië, vindt Gonggong. “Als ik kijk naar mijn generatie en de generatie vlak na mij dan wordt duidelijk dat geschiedenis belangrijk werd gevonden. Je kunt dit goed terugzien in de ontwikkeling van ons onderwijssysteem, en hoe geschiedenis als vak wordt gedoceerd. In mijn jongere jaren werd geschiedenis onderwezen in drie delen: een deel ging over de geschiedenis en culturen van Indonesië, je had een deel dat alleen ging over het verzet, de onafhankelijkheidsstrijd en de revolutie en tot slot had je de wereldgeschiedenis. Geschiedenis was dus een apart vak met drie heldere kaders. Maar nu is dat heel anders. In het huidige onderwijssysteem is geschiedenis geen apart vak meer, maar een onderdeel van maatschappijleer. Dus de invloed van geschiedenis en historisch besef wordt alsmaar kleiner met de generaties. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de digitale revolutie en met de komst van de mensen die vooral gericht zijn op de toekomst.

“Je hebt natuurlijk ook mensen hier die vinden dat we het verleden moeten laten rusten en zeggen ‘wat er is gebeurd, is gebeurd, dus laten we gewoon verdergaan’. Voor die opvatting heb ik natuurlijk begrip, maar ik zeg altijd: ‘Als je niet weet wat je geschiedenis is, dan kun je jezelf ook nooit kennen’. Want de geschiedenis maakt ons tot wie wij zijn. We zijn ook gevormd door het koloniale verleden en de strijd die we geleverd hebben. Dus altijd als ik word gevraagd om te spreken, benoem ik het belang van geschiedenis in ons onderwijssysteem en dat zal ik ook blijven doen.”

Lees ook:

Van ‘generaliserende conclusies’ tot ‘weinig nieuws’: reacties op het Indonesië-onderzoek

Voor de publicatie van het nieuwe Indonesië-onderzoek stond al vast dat het niet iedereen tevreden kon stellen. Dat blijkt ook uit de eerste reacties.

Wat het excuus van de koning aan Indonesië betekent

Koning Willem-Alexander heeft zijn spijt uitgesproken en excuus aangeboden voor de ‘geweldsontsporingen van Nederlandse zijde’ in de jaren van strijd na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring op 17 augustus 1945.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden