Slavernij

‘Individuele herstelbetaling voor slavernij? Dat is onmogelijk’

Ontroering bij de onthulling van het Slavernijmonument in Amsterdam in 2002. Beeld ANP /  ANP
Ontroering bij de onthulling van het Slavernijmonument in Amsterdam in 2002.Beeld ANP / ANP

Het kabinet zet stappen richting een excuus voor het slavernijverleden. Daar hoort serieuze financiële compensatie bij, wat miljarden euro’s gaat kosten, zegt Alex van Stipriaan, emeritus-hoogleraar Caraïbische geschiedenis.

Jeroen den Blijker

Van Stipriaan is verheugd dat het kabinet nu eindelijk aanstalten lijkt te maken voor officiële excuses voor honderden jaren slavernij. “Een half jaar geleden was het nog niet zo ver”, zegt de deskundige die onder andere het slavernijverleden van Rotterdam te boek stelde en het rapport schreef dat de weg vrijmaakte voor het Nationaal Slavernijmuseum in oprichting. Ook stond hij aan de wieg van het Nationaal Slavernijmonument en het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee).

Maar de 200 miljoen die het kabinet wil uittrekken voor ‘bewustwording’ vindt Van Stipriaan een ‘schraal bedrag’. Niet dat hij tegen bewustwording is, maar er is veel meer nodig, zegt hij. “Dan moet je al snel denken aan miljarden euro’s, voor een plan dat is te vergelijken met het Marshallplan.” Daarbij wijst hij op het volgens hem uitgetekende tienpuntenplan dat in 2013 door de organisatie van Caraïbische landen (Caricom) is aangeboden aan de landen die veel verdienden aan slavernij. Dat plan bepleit investeringen in de voormalige koloniën, in hun gezondheidszorg, onderwijs en kennisoverdracht, maar ook kwijtschelding van schulden en versterking van hun culturele identiteit. “Het is destijds ook aan premier Rutte aangeboden”, zegt Van Stipriaan. “Rutte zei er later over ‘dat we er volop mee bezig zijn’, onder andere met websites over het verleden.” Maar zo’n antwoord kan de emeritus natuurlijk niet serieus nemen.

‘Tamelijk ondoenlijk’

Individuele compensatie van de nazaten van de slaafgemaakten is in ieder geval volgens hem ‘tamelijk ondoenlijk’. “Dat wordt eindeloos uitzoeken wie waarvoor in aanmerking komt.” Ja, er is natuurlijk het een en ander gedocumenteerd. Er zijn voor plantages tabellen overgeleverd, met namen van slaafgemaakten. Zo is ook bekend dat op 1 juli 1863 34.000 mensen in Suriname en 11.000 op de Antillen op papier hun vrijheid kregen.
“Maar zelfs dan stuit je op allerlei praktische problemen.”

De scheidslijnen tussen slavenhouder en tot slaafgemaakten waren destijds minder strak dan vaak gedacht. “Hoe tel je bijvoorbeeld een kind mee van een Hollandse moeder en een Afro-Surinaamse vader? En wat doe je met Afro-Surinaamse of Afro-Caraïbische mensen die zelf slaafgemaakten hadden?”, zegt Van Stipriaan. In de negentiende eeuw gebeurde het bijvoorbeeld geregeld dat slaafgemaakten zich vrijkochten, om vervolgens zelf slavenhouder te worden.

Slavenhouders kregen wel compensatie

Cynisch genoeg zijn de Nederlandse slavenhouders na 1863 wél individueel door de overheid gecompenseerd voor de afschaffing van de slavernij. In Suriname was dat met driehonderd, op de Caraïbische eilanden tweehonderd gulden ‘per hoofd’. De plantages van Suriname leverden meer op dan die van Caraïbische eilanden, waar de economie afhankelijk was van handel en zoutwinning, verklaart Van Stipriaan het verschil.

De plantage-eigenaren in Suriname konden na 1863 bovendien nog tien jaar profiteren van de arbeid van hun, op papier, vrije slaafgemaakten. “Want die mensen moesten leren wat geregelde arbeid was”, legt Van Stipriaan de regeling uit die ‘Staatstoezicht’ heette. Op de Antillen maakte de slavernij na 1863 bovendien plaats voor het paga tera-systeem, een systeem van gedwongen pacht die sterk doet denken aan slavernij: omdat goede landbouwgrond schaars was, restte de vrijgemaakten weinig anders dan daar hun bestaan op te bouwen op de plantages waar ze voorheen als slaafgemaakten werkten. “Dat kon in ruil voor een deel van hun oogst en gratis dagen werken.” Paga tera bleef bestaan tot in de twintigste eeuw. Ongeveer de helft van de in 1863 vrijgemaakten (circa 5500 mensen) was ertoe veroordeeld. Vandaar ook dat op de Antillen het diepe gevoel bestaat, dat de slavernij daar veel langer duurde dan in Suriname, aldus de emeritus-hoogleraar.

Lees ook:

Burgemeesters vragen het kabinet excuses aan te bieden voor het slavernijverleden

De burgemeesters van Rotterdam, Utrecht en Middelburg vinden dat het kabinet excuses aan moet bieden voor het slavernijverleden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden