Koloniale geschiedenis

In Zeeuwse kerken is het slavernijverleden nooit ver weg

Siegfried en Anneloes Steglich in de Sint Jacobskerk in Vlissingen, bij het Michiel de Ruyter glas-in-loodraam. Beeld Boaz Timmermans/Fos Fotografie
Siegfried en Anneloes Steglich in de Sint Jacobskerk in Vlissingen, bij het Michiel de Ruyter glas-in-loodraam.Beeld Boaz Timmermans/Fos Fotografie

Ook in Zeeland komt er van alles boven water over de betrokkenheid van kerken bij de slavenhandel. De één klaagt dat het weer over ‘het s-woord’ gaat, de ander trekt er waardevolle lessen uit.

Voor het echtpaar Anneloes (70) en Siegfried (72) Steglich uit Vlissingen was het geen nieuws dat de protestantse kerk betrokken was bij de slavenhandel en slavernij. Deze week maakten de Vrije Universiteit en de Protestantse Theologische Universiteit bekend dat ze de rol van de protestantse kerken bij het koloniale verleden gaan onderzoeken. De Steglichs hebben dat in het klein al gedaan. Hun eigen kerk, de protestantse Sint Jacobskerk in Vlissingen, heeft hen afgelopen zomer gevraagd hier een presentatie over te geven.

Zeeland was in de achttiende eeuw de grootste speler in de Nederlandse slavenhandel. En slavenhandel was in de tweede helft van die eeuw een van de belangrijkste bronnen van inkomsten in Vlissingen. Zowel de stad als de kerken profiteerden daarvan.

‘Slavernij is nooit ver weg in onze kerk’

In de Sint Jacobskerk hangen nog altijd de rouwborden ter nagedachtenis aan de familie Lampsins, een familie die slavenhandel bedreef en plantages had op Sint Maarten en Tobago. En de noordwestelijke kapel werd eind zestiende eeuw tientallen jaren verhuurd als suikerpakhuis aan de familie Van Pere, die plantages en slaven hadden. “In onze kerk is de slavernij nooit ver weg”, zegt Anneloes Steglich.

De kerk had hen gevraagd omdat Siegfried Steglich, die afstamt van tot slaafgemaakten en Duitse zendelingen die naar Suriname kwamen, zich al jarenlang met het onderwerp bezighoudt. “Dus ik heb al veel eerder gelezen en gehoord welke ongerijmdheden zich hebben voorgedaan in de kerken.”

Hij was betrokken bij de stichting achter het slavernijmonument in Middelburg. “De Stichting Monument Middelburg, heette die in het begin. We hebben bewust niet het s-woord, ‘slavernij’, in de stichtingsnaam opgenomen, omdat de mensen destijds nogal in een soort kramp schoten als dat woord viel.”

Tegenwoordig valt dat mee, zegt Siegfried Steglich. “Je hoort mensen hier wel soms klagen dat het Zeeuwse slavernijverleden zo vaak genoemd wordt. Maar ik vind het kennisniveau behoorlijk laag.”

Slavenhandelaren in de kerkenraad

Iemand die wél diep in de materie zit, is archivaris Ad Tramper. Hij is ooit afgestudeerd op het slavernijverleden en werkt voor het Zeeuws Archief in Middelburg. Vorig jaar maakten zij een zesdelige serie over de slavenhandel voor Omroep Zeeland. “Ik merkte dat er vanuit mijn netwerk of kennissenkring nauwelijks reacties op kwamen. Dat zegt wel iets. Het is voor veel mensen best een ver-van-mijn-bed-show.”

Historicus Gerhard de Kok van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis schreef een boek over de economische aspecten van de slavenhandel op het Zeeuwse eiland Walcheren. Hij stuitte op enkele voorbeelden van nauwe banden tussen de kerk en de slavenhandel, vertelt De Kok. “Om te beginnen hadden sommige slavenhandelaren een functie in de kerkenraad.”

Een dominee als grootaandeelhouder

De populaire dominee Jacobus Willemsen van Middelburg, die ‘een vrome en zacht-aardige kerkleeraar’ heette, was de grootste aandeelhouder van de Middelburgse Commercie Compagnie - in de achttiende eeuw de belangrijkste speler in de Nederlandse slavenhandel. “Hij had die aandelen geërfd van zijn schoonmoeder. Maar hij heeft dus nooit gedacht: die aandelen moet ik van de hand doen.”

Ook de Waalse diaconie van Middelburg had een half aandeel in dezelfde compagnie. “Vermoedelijk een nalatenschap”, zegt de Kok. “Eigenlijk heel ironisch dat dat geld naar de armenzorg ging.”

Tot De Koks verbazing kwam hij bij zijn onderzoek nauwelijks morele bezwaren tegen van Zeeuwse tijdgenoten. “Slavernij was niet echt een issue. Er waren wel mensen die er een beetje kritisch op waren, die bijvoorbeeld vonden dat je slaven wel netjes moest behandelen, maar lange tijd bleef het daarbij.”

Vaak wordt naar de naam van de Zeeuwse dominee Smytegelt (1665-1739) verwezen, van wie een preek tegen de slavernij bewaard is gebleven. “Maar dat is één preek. Het beeld dat er een groep dominees was die elke zondag van leer trok tegen de slavernij, dat klopt niet.”

Admiraal Michiel de Ruyter (1607-1676) is op een minder directe manier betrokken bij de slavernij. Hij werkte als jonge jongen voor de familie Lampsins, die van het rouwbord in de Sint Jacobskerk, en deed later veroveringen in West-Afrika om de slavenhandel over te nemen van de Engelsen. Aan hem is een gebrandschilderd raam gewijd in de Sint Jacobskerk.

Het Michiel de Ruyter glas-in-loodraam in de Sint Jacobskerk in Vlissingen.  Beeld Boaz Timmermans/Fos Fotografie
Het Michiel de Ruyter glas-in-loodraam in de Sint Jacobskerk in Vlissingen.Beeld Boaz Timmermans/Fos Fotografie

Geen verdriet

De Steglichs kijken er elke zondag naar. Maar dat levert geen problemen op, zegt Siegfried Steglich. “Ik beleef er geen verdriet door.” Wel zet het hem aan het denken, vertelt hij. “Ik vraag me af: Hoe zou ik daar in gestaan hebben als ik in die tijd leefde?”

Zij juichen het toe dat er onderzoek komt naar het aandeel van de protestantse kerken in slavernij en kolonialisme. “Laat het allemaal maar boven water komen”, zegt Anneloes Steglich. “Pas als mensen de gedetailleerde verhalen horen, dringt het door.”

Van hun presentatie herinnert ze zich nog goed hoe geschokt sommige gemeenteleden waren toen ze de Vlissingse details te horen kregen. “Dit hadden ze nooit achter de kerk gezocht. Na afloop van de dienst kwam er een aantal mensen naar ons toe om te zeggen dat het ze speet.”

Dat vonden ze niet nodig, vertelt ze. “Maar het is wel belangrijk dat dit verleden aan het licht komt.”

Lees ook:

Groot onderzoek naar met slavernij besmet kerkelijk verleden

Nu de keerzijde van het koloniale verleden steeds meer wordt gezien, komt er een onderzoek naar de rol van de protestantse kerken hierin.

Nu predikt de kerk gelijkheid, vroeger hield ze slaven. Dat geeft spanning

Door heel het land komt bezinning op gang over resten van het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis die in en om gebedshuizen te zien zijn. In Zeist maakt het boosheid los, maar ook berusting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden