Geschiedenis

In Velsen rij je door het meest noordelijke Romeinse fort in Europa, maar niemand die dat beseft

Een impressie van het Romeinse fort en de haven van Velsen. Beeld Graham Sumner
Een impressie van het Romeinse fort en de haven van Velsen.Beeld Graham Sumner

Met de vondst van een heus Romeins legioenenkamp, een castra, in Velsen weten archeologen het zeker: het meest noordelijke Romeinse fort op het Europese continent lag in Noord-Holland. Wat is hier gebeurd?

Hannah van der Wurff


Met een beetje fantasie kun je Romeinse soldaten horen marcheren door het drassige veldje in wat nu recreatiegebied Spaarnwoude heet. Archeoloog Arjen Bosman moet hard praten om boven het geruis van auto's en het getik van hagelstenen op zijn stormparaplu uit te komen.

De eerste opgraving van de gracht van ‘Velsen 2’ in 1997. Beeld
De eerste opgraving van de gracht van ‘Velsen 2’ in 1997.Beeld

“Stel het je even voor,” begint hij. In Velsen stroomde tweeduizend jaar geleden een aftakking van de Rijn. Hij wijst naar de Velsertunnel. “Een paar honderd meter stroomafwaarts stond vroeger een gigantisch Romeins legerkamp. Het meest noordelijke van die grootte.” Zijn ogen worden groot. “Dat is wereldnieuws.”

Nu rijden automobilisten in de Velsertunnel ongemerkt dwars door deze historie heen. Fort ‘Velsen 2’, zoals Bosman het noemt, bleek na recent onderzoek in opdracht van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek veel groter dan eerder gedacht. Bosman schat dat er duizenden Romeinse soldaten in het kamp woonden die de noordelijke grens van de Romeinse veroveringstochten door Europa beschermen tegen oprukkende Germanen.

De locatie van de twee Romeinse forten. Beeld Thijs van Dalen
De locatie van de twee Romeinse forten.Beeld Thijs van Dalen

Met één klap werd Nederland dit jaar, wat betreft de vroeg Romeinse tijd, op zijn kop gezet. Eerder dit jaar werd een soortgelijke castra ontdekt in Valkenburg, naast het Zuid-Hollandse Leiden. Waar Nijmegen al langer bekend stond als legioensbasis, zijn Velsen en Valkenburg daar bij gekomen. Een belangrijke vondst volgens Bosman: “Dit was in een periode waarin Nijmegen nota bene niet zo groot was.”

Expedities naar Engeland

Een gelukkig toeval, en de vondst van zijn carrière. Toen een drietal Romeinse slotgrachten gevonden werd bij de aanleg van water- en gasleidingen in Velsen, wist Bosman zeker dat het kamp groot moest zijn geweest. Daaruit leidt hij af dat het kamp een strategische positie bekleedde, waarschijnlijk voor de expedities naar Engeland.

Dat moest om de eer van keizers Caligula (37-41 na Christus) en Claudius (41-54) hoog te houden koste wat kost goed gaan. Hij wijst ter illustratie naar de sloot links van hem, waar het kamp vroeger gelegen moest hebben. “Mocht iemand het kamp willen aanvallen, dan werden zij vertraagd. Zulke grachten werden aangelegd als verdediging.”

Een Romeins koppel waaraan het zwaard van een soldaat hing, opgegraven in 1964. Dit is goed bewaard gebleven in het grondwater, waardoor het niet is aangetast door zuurstof. Even daarvoor was eenzelfde koppel gevonden bij Valkenburg. Beeld
Een Romeins koppel waaraan het zwaard van een soldaat hing, opgegraven in 1964. Dit is goed bewaard gebleven in het grondwater, waardoor het niet is aangetast door zuurstof. Even daarvoor was eenzelfde koppel gevonden bij Valkenburg.

Dat was geen overbodige luxe. De eerste, aanzienlijk kleinere, nederzetting van de Romeinen in de buurt van Flevum (lees: Velsen), lag zeshonderd meter stroomopwaarts, waar nu de Wijkertunnel onder het Noordzeekanaal heen loopt. Op die plek verloren de Romeinen rond 28 na Christus een bloedige veldslag tegen de Friezen, waarna ze hun biezen pakten en zich terugtrokken naar het zuiden.

‘Dan hadden wij nu Frans of Italiaans gesproken’

Maar ze keerden snel terug. En, blijkt nu, deze keer met versterking. “Dat geeft weer eens aan dat dit gebied van groot belang was voor de Romeinen,” zegt Rob van Eerden, beleidsmedewerker archeologie van de provincie Noord-Holland. De legercampagne richting het noorden had volgens Van Eerden maar één doel: het was een poging controle te krijgen over het gebied boven de Rijn. “Als de Germanen de Romeinen niet hadden afgeschrikt, dan hadden wij nu Frans of Italiaans gesproken.”

Zo ver is het niet gekomen. Wat er daarna precies gebeurde in het gebied blijft volgens archeoloog Bosman onduidelijk. Uitkijkend over de grauwe vijver tussen beider tunnels kan hij in zijn fantasie de Romeinse schepen op en neer zien varen. Uitnodigend is het uitgestrekte en koude gebied niet geweest voor de tuniek dragende Romeinse soldaten, vrouwen en kinderen, beeldt Bosman zich in.

Ze zijn daarom niet lang blijven plakken. Na acht jaar krijgen de manschappen een keizerlijk bevel zich terug te trekken, volgens Bosman omdat Flevum zijn strategische positie verloor door het dichtslibben van de riviermonding waar het legerkamp aan lag. Of de Germanen ze uiteindelijk de deur wezen, is in ieder geval niet terug te vinden in de Romeinse teksten over deze tijd. De manschappen vestigen zich daarna achter de Rijn, wat in de geschiedenis bekend staat als de noordelijke grens van het Romeinse rijk.

Correctie: In een eerdere versie van dit stuk stond vermeld dat de Claudius keizer was tot 57 na Christus. Dit hoort echter 54 te zijn.

Lees ook:

Met een metaaldetector op zoek naar een schatten uit het verleden: ‘Wat komt er dit keer uit de grond?’

Elke ‘zwaai’ is spannend voor de ­detectoramateur, die hoopt op een Romeinse mantelspeld of een lepel uit de zeventiende eeuw. ‘Na al die jaren ga ik nog uit m’n dak als ik een munt uit de oudheid vind.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden