Op de rotonde bij het Friese Hardegarijp staat een auto met omgekeerde vlag als protest tegen het stikstofbeleid.

Extremisme

In Noord-Nederland is de extremist zelden een jihadist

Op de rotonde bij het Friese Hardegarijp staat een auto met omgekeerde vlag als protest tegen het stikstofbeleid.Beeld Kees van de Veen

Bij extremisme wordt vaak gedacht aan jihadisme, terwijl rechts-extremisme een groeiend probleem is. Regionaal onderzoek in Noord-Nederland van de Rijksuniversiteit Groningen brengt dit verschijnsel in kaart.

Eline van Suchtelen

In de nacht van 19 op 20 augustus vorig jaar werd een Groningse journalist die kritisch schreef over tegenstanders van de coronamaatregelen opgeschrikt door een molotovcocktail die door zijn ruit werd gegooid. Hij was al vaker doelwit van intimidatie geweest. De journalist overleefde de aanslag door het vuur zelf te blussen.

In Noord-Nederland komt dit soort extremistische incidenten de laatste jaren steeds vaker voor. Asbestdumpingen op de weg vanwege onvrede over de komst van een windmolenpark. Pogingen tot brandstichting bij het huis van een windmolenbouwer. De bekende snelwegblokkade in 2017 bij Dokkum om antizwartepietdemonstranten tegen te houden.

Tiener op zolderkamer

Voor deze nieuwe vormen van extremisme is onder professionals nog relatief weinig aandacht, concluderen onderzoekers Pieter Nanninga, Léonie de Jonge en Fleur Valk van de Rijksuniversiteit Groningen in een woensdag gepubliceerd rapport. In het rapport wordt op regioniveau naar het aantal escalaties gekeken waarbij anti-overheidsdenken een rol speelt.

In de afgelopen vier jaar kwam meer dan de helft van deze escalaties voort uit anti-overheidsgevoelens, terwijl de aanpak van radicalisering en extremisme zich nog vooral richt op jihadisme. “Iemand met een baard die Arabisch spreekt wordt nu sneller als extremist gezien dan een Nederlandse tiener die op zijn zolderkamer allerlei dingen doet die niet door de beugel kunnen”, zegt onderzoeker Pieter Nanninga. “Dat is ook niet zo gek, gezien de dreiging van het jihadisme. Maar je ziet wel dat die dreiging afneemt, terwijl nieuwe vormen van extremisme opkomen. Professionals zijn daar nog niet goed op getraind. Die herkennen vooral signalen van jihadistische radicalisering.”

Voor het onderzoek van de Rug werd gesproken met 33 professionals uit verschillende gemeenten, van politiemedewerkers tot gemeenteambtenaren. Zij bleken bij radicalisering en extremisme vooral te denken aan Syriëgangers en asielzoekers, en daardoor andere vormen van extremisme over het hoofd te zien. Zo werd een meisje dat naar Syrië vertrok meteen een extremist genoemd, terwijl twee niet-jihadistische jongeren die worden gevolgd door veiligheidsdiensten werden beschreven als ‘jochies die de weg kwijt zijn en te veel achter de computer hebben gezeten’. Een professional vertelde dat er geen melding gedaan werd van een vader met nazivlaggen thuis omdat hij ‘zo’n lieve vader was’.

Afkeer van de randstad

In Noord Nederland blijken relatief sterke gevoelens van maatschappelijk onbehagen te leven. De afkeer van de randstad is groot. De regio is daardoor een voedingsbodem voor nieuwe vormen van radicalisme en extreemrechts.

Het liep met name uit de hand rond onderwerpen die gevoelig liggen in de regio, zoals de komst van een asielzoekerscentrum, een nieuw windmolenpark of het debat over de uitstoot van stikstof. Opvallend genoeg vonden de onderzoekers geen extremistisch gedrag rond het belangrijkste hoofdpijndossier: de aardbevingen door gaswinning.

De burgemeester van Hoogeveen, Karel Loohuis, herkent de sentimenten in zijn regio. “Mensen denken: daar in Den Haag vallen de beslissingen zonder rekening te houden met ons gebied met de bevingsschade en windmolenparken die er tegen de zin van bewoners toch komen.”

Loohuis denkt dat anti-overheidssentiment meer voedingsbodem heeft in het noorden en provincies als Limburg en Noord-Brabant dan in Noord- en Zuid-Holland. “Mensen keren zich hier sneller dan vijf of tien jaar geleden tegen de overheid. Die voedingsbodem helpt de extremisten.”

Kruisbestuiving

Op veel plekken groeide het maatschappelijk onbehagen tijdens de coronapandemie. Omdat het door de coronamaatregelen lastiger werd voor extreemrechtse organisaties om demonstraties en fysieke bijeenkomsten te organiseren, zochten ze elkaar online op. Dat zorgde voor een kruisbestuiving tussen verschillende groepen.

Radicalen en aanhangers van extreemrechts vinden daardoor steeds vaker aansluiting bij andere protesten, zoals die tegen het coronabeleid, sinterklaasintochten en het boerenprotest. Ze durven zich ook meer uit te spreken omdat het uiten van radicaal rechts gedachtegoed uit de taboesfeer is gehaald. “Door de verharding van het maatschappelijke debat zijn anti-overheidsgevoelens normaler dan bijvoorbeeld twintig jaar geleden. De drempel om die te uiten is daardoor kleiner geworden”, zegt Nanninga, die hoopt dat het onderzoek ook in andere regio’s wordt uitgevoerd.

Burgemeester van Hoogeveen: ‘Noorden heeft extra voedingsbodem voor anti-overheidssentiment’

Het noorden van Nederland heeft een extra voedingsbodem voor anti-overheidsextremisme, zegt de burgemeester van Hoogeveen in reactie op een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen over extremisme.

Politie, gemeenten, Openbaar Ministerie, zij zijn getraind om signalen op te vangen over bijvoorbeeld mensenhandel of jihadisme. Dat moet ook gebeuren met anti-overheidsextremisme, zegt de burgemeester van Hoogeveen, Karel Loohuis. “Dan zijn we er vroeg genoeg bij voordat het escaleert.”

Eerder deze maand stelde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) dat het jihadisme nog altijd het gevaarlijkst is. Dan gaat het om de kans op een aanslag. De NCTV noemde ook nadrukkelijk het anti-overheidsextremisme. De kans op een aanslag vanuit die beweging is op dit moment minder groot dan vanuit het jihadisme, maar de groep anti-overheidsextremisten is groter en zij proberen de democratie en rechtsstaat op andere manieren te ondermijnen.

Anti-overheidsextremisten zijn niet per se de mensen die demonstreren tegen bijvoorbeeld windmolens of stikstofmaatregelen. “We moeten wel onderscheid maken tussen protestbewegingen en extremisme”, zegt Loohuis. “Protesteren tegen de overheid is legitiem.”

Maar extremisten zoeken wel aansluiting bij deze demonstraties en protestacties, ziet Loohuis. En hij heeft ook de indruk dat de extremistische beweging groeit. “Daarom heeft de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) de opdracht gekregen deze ontwikkeling uit te diepen.”

De universiteit publiceerde woensdag een onderzoek naar het groeiend extremisme in de drie noordelijke provincies. Daar moet meer aandacht voor komen concludeert de RUG, anders komt de veiligheid in gevaar. De veiligheid is een taak van de burgemeesters, zoals Loohuis, die die namens alle burgemeesters in het noorden over deze veiligheidskwestie spreekt.

In het noorden heerst een algemeen wantrouwen tegen de Randstedelijke politieke elite, zegt Loohuis. “Mensen denken: daar in Den Haag vallen de beslissingen zonder rekening te houden met ons gebied. Dat sentiment leeft. Door de bevingsschade, windmolenparken die er tegen de zin van bewoners toch komen en daar komen de nationale problemen met inflatie en energie nog eens bovenop. Ik denk dat anti-overheidssentiment meer voedingsbodem heeft in provincies als Limburg en Noord-Brabant en de gebieden waar wij wonen dan in Noord- en Zuid-Holland. Mensen keren zich sneller van de overheid, sneller dan 5 of 10 jaar geleden. Die voedingsbodem helpt de extremisten.”

Door de protesten en breed gevoelde onvrede over de overheid, ligt het gevaar op de loer dat anti-overheidsextremisme minder opvalt, of wordt genormaliseerd. Maar dat ziet Loohuis niet gebeuren. “Ik denk dat er onder bepaalde delen van de bevolking begrip is voor anti-overheidsgevoel. Verandert dat in extremisme, dan voel ik om me heen afkeuring. De staat omver werpen of geweld gebruiken, dat gaat mensen te ver. Maar er is wel een potentieel gevaar vanuit het anti-overheidsextremisme. Daarom willen we dat beter in beeld brengen.”

Lees ook:
Omvolkingstheorie van extreem-rechts wordt normaler, en dat is gevaarlijk

Complotdenkers die geloven dat de witte bevolking vervangen wordt door immigranten, duiken steeds vaker op bij mainstream (sociale) media, waarschuwt de coördinator terrorismebestrijding.

Anti-overheid en extreem: de diensten waarschuwen al jaren
AIVD en NCTV wijzen al langer op de gevaren van anti-overheidsextremisten, zonder namen en rugnummers te noemen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden