ReportageVerschil Noord-Zuid

In Noord- en Zuid-Nederland gaat de versoepeling van de lockdown er heel anders aan toe

De herdenkingsplaats voor de coronaslachtoffers in Erp.Beeld Koen Verheijden

Het coronavirus sloeg in Zuid-Nederland veel harder toe dan in Noord-Nederland. Daarom zijn ze in het zuiden nu nog steeds voorzichtig, waar ze in het noorden de kinderen op school weer lekker knuffelen.

‘Als je hebt gezien wat wij hebben gezien, dan kijk je wel uit’

Als het coronavirus een gemeenschap zo hard raakt als in Erp, dan verandert het gedrag van de mensen slechts stapje voor stapje. Een versoepeling van de regels is niet per definitie gewenst.

Op de stoep voor de beddenzaak maakt Tiny van den Elsen een praatje met een dorpsgenoot. De mannen staan netjes op afstand. Tot zover het gewone, want het tafereel is bijzonderder dan het op het eerste gezicht lijkt. De 67-jarige Erpenaar komt de laatste twee maanden weinig buiten, laat staan dat hij de tijd neemt om een gesprek aan te knopen. Maar heel voorzichtig durft Van den Elsen weer. “Ik ben zelfs al bij de kapper geweest”, zegt hij. Een voorzichtige lach verraadt dat het hem goed doet om af en toe weer onder de mensen te zijn.

Terwijl de bus van Veghel naar Gemert zonder passagiers het Hertog Janplein op draait, observeert Van den Elsen de dorpskern. Het is op straat nog steeds rustiger dan voorheen, stelt hij vast. De bloemen, harten en kaarsen bij de kerk geven aan waarom. Voor elke afzonderlijke inwoner van Erp is corona de afgelopen tijd dichtbij geweest. Tientallen mensen overleden hier sinds half maart, al dan niet officieel aan het virus. De gemeenschap is op zijn hoede. Of Van den Elsen zijn kleinkinderen recent nog zag, is haast vragen naar de bekende weg. “Alleen via de computer. Hier houdt iedereen zich aan de regels. Als je hebt gezien wat wij hebben gezien, dan kijk je wel uit.” 

Beeld Louman & Friso

Een tante van Janine Verbrugge was twee maanden geleden een van de eersten die stierf. Met haar vriendin Angela Hendriks staat Verbrugge nu voor het eerst weer op de tennisbaan. Sinds maandag zijn de leden hier weer welkom, maar de versoepeling leidt nog niet tot een massale aanloop. Verbrugge snapt het wel. “Hier zijn veel ouderen lid. Zij dubbelen liever, maar dat mag nog niet.” Het is waarschijnlijk niet de enige reden. De sportvelden zijn een beladen plek. Onder de slachtoffers in Erp waren veel vrijwilligers van de voetbal- en tennisvereniging. Je moet een drempel over om er voor het eerst weer te gaan ontspannen.

‘De nieuwe regels zijn confronterend’

De versoepelingen gaan hier in alle voorzichtigheid. Op basisschool De Empel moet locatiemanager Anke Wonders even nadenken. De vraag of ze blij is met de heropening is makkelijker gesteld dan beantwoord. Elke stap op het plein en in de gangen gaat gepaard met strikte regels, desondanks proeft Wonders bezorgdheid bij ouders en leerkrachten. Ergens had ze de tekst ‘Welkom terug op school’ liever nog niet op het raam hoeven hangen. “Het is leuk hoor, om weer echt met de kinderen te kunnen werken. Maar we hadden het juist goed voor elkaar. En de nieuwe regels zijn confronterend. Vooral van de jongere kinderen kun je je afvragen of ze nog geborgenheid kunnen voelen als de juf afstand houdt. We geven nu les op een manier die we eigenlijk niet willen.”           

Angela Hendriks (links) en Janine Verbrugge staan voor het eerst weer op de tennisbaan. Beeld Koen Verheijden

Eén leerkracht blijft voorlopig thuis, sommige ouders laten hun kind ook nog binnen. Wonders heeft begrip, het gaat in de meeste gevallen om mensen met een kwetsbaar gezinslid. “Er heerst nog angst. Bij mij ook wel een beetje. Ik kijk bepaald niet uit naar de volgende stap, als we weer volledige klassen les mogen geven.”

Toch, stapje voor stapje, geeft Erp zich weer over aan het reguliere leven. In zijn knusse bakkerij aan de Kerkstraat vindt af en toe weer een gesprek plaats, zegt Jac Barten. Wekenlang stonden zijn klanten zwijgend in de vakken die hen op voldoende afstand van elkaar moeten houden. Juist hier, waar altijd volop nieuwtjes worden uitgewisseld, beperkte het gesproken woord zich tot het noodzakelijke. Sinds Koningsdag kruipen ze een beetje uit hun schulp. “Het krampachtige raakt er vanaf. Buiten zie je ook al wat meer mensen.”

Maar velen zitten ook nog binnen. Barten merkt het met de bestellingen die hij aan huis levert. Het zijn er nog altijd behoorlijk meer dan ‘vroeger’. Bij veel klanten gaat de deur hooguit op een kier als hij aankomt. Barten zal de laatste zijn die erover oordeelt. “Ik heb één keer een ronde gereden waarop ik een lijkauto tegenkwam, vervolgens een ziekenwagen en twee keer de kerkklokken hoorde luiden. Zulke middagen vergeten we hier nooit meer. Veel mensen zijn nog tam. Met wat hier is gebeurd, lijkt me dat niet vreemd.”

‘We mogen onze handjes hier wel dichtknijpen’

Corona sloeg het Drentse dorp Peize grotendeels over. Gaat de versoepeling van de maatregelen snel genoeg volgens de bewoners?

Op de tennisbaan in Peize is Jaap Koster bezig met het in gereedheid maken van de banen.Beeld Reyer Boxem

Zelfs in het bedaarde dorp Peize valt te bespeuren dat de versoepeling van de coronamaatregelen in gang is gezet. De kapper is weer open en het voorjaarsbriesje voert voor het eerst in weken het geluid van spelende kinderen op een schoolplein mee.

Op het buitenplaatsje van de kinderopvang parkeert een blonde kleuter een trapauto tussen twee bloembakken, onder toezicht van Larissa Mensinga. De opvang functioneerde wekenlang alleen als nooddagverblijf en opereert nu weer op volle kracht. Er zijn een paar mensen ziek geworden in het dorp, vertelt Mensinga, maar het virus lijkt in het noorden niet ver te zijn gekomen. In de hele gemeente Noordenveld, waar Peize toe behoort, viel één dode. Een andere kleuter meldt zich bij Mensinga voor een knuffel, ze tilt hem moeiteloos op. “We mogen onze handjes hier wel dichtknijpen”, zegt ze met haar wang tegen het betraande gezichtje.

Op de tennisvereniging maakt Jaap Koster een tevreden indruk. Nu hij met pensioen is, is hij ‘manusje-van-alles’ op de tennisclub, zegt hij. De banen liggen er onberispelijk bij, in een van de hoeken wordt het eerste balletje van de dag geslagen. Koster was bang dat er drukte op de baan zou ontstaan, nu die weer open is. “Als je de koeien van stal haalt, beginnen ze ook te rennen, snap je?” Ondanks de beperkte impact van het virus, stelt hij, heerst er toch angst. En dus worden er maatregelen getroffen: er is een speciaal ontworpen speelrooster, en een looproute moet ervoor zorgen dat tennissers zoveel mogelijk afstand kunnen houden.

‘Ik snap het landelijke beleid wel’

Tja, die maatregelen, verzucht café-eigenaar Reinder Ensink, die uit het café dat zijn achternaam draagt komt lopen. Hij is als ondernemer nog zoekende. “Bij de horeca hoort gastvrijheid, ik weet niet of het dan past om eerst een hele vragenlijst af te werken voordat iemand op het terras kan gaan zitten.” Natuurlijk heeft hij nagedacht over de vraag of het eerlijk is dat in het noorden en het zuiden van het land dezelfde maatregelen gelden. “Maar ik snap het landelijke beleid wel. Het is gewoon onmogelijk: als je in het noorden verder wil versoepelen, waar trek je dan de grens? En hoe voorkom je dat er iemand uit het zuiden hier wat komt drinken?”

Twee straten verder is Fred Woudsma in zijn tuin bezig. Ook hij heeft kritisch nagedacht over de versoepelingen in het noorden. Voor hemzelf vindt hij de beperkingen niet zo erg, benadrukt hij. “Dat ik even niet naar het restaurant kan, ach, wat maakt dat uit. En die vakantie in Spanje ging niet door, maar dat overleef ik ook wel.”

Alleen de verpleeghuizen, daar tobt hij over. Hoe eenzaam de mensen daar moeten zijn. “Misschien zouden ze hier in de buurt toch na kunnen denken of daar niet verder versoepeld kan worden.” Zelf bezoekt hij met zijn vrouw stiekem haar bejaarde moeder. Die woont in een aanleunwoning, maar toch. “Je mag niet door de hoofdingang, dus gaan we illegaal door de schuifdeur.”

Het is twee uur en de basisschool is uit. Directeur Wilfred Dijkstra komt een praatje maken met de ouders op het plein. Hij ziet heel veel blije gezichten nu de school weer open is. Maar de sluiting van de school was wel terecht, zegt hij. Ook nu houden sommige ouders hun kinderen nog thuis, omdat ze zelf bij een risicogroep horen. Dijkstra kan niet lang praten. Hij wil nog even met wat ouders spreken, horen hoe het met ze is. Om hem heen stappen de Peizenaren al met hun kinderen op de fiets. Tien minuten later is het schoolplein leeg en zijn de merels in de heg het enige geluid in de dorpsstraat.

Lees ook:

Hoe het coronavirus het Brabantse Prinsenbeek in het hart raakt

De pop-upredactie van Trouw verbleef anderhalve week in het Brabantse Prinsenbeek om de sociale impact van het coronavirus op te tekenen. Per dag werd het rustiger op straat. Inmiddels heeft ook de dood Prinsenbeek bereikt. Het virus, mogelijk vermomd als carnavalsgriepje, heeft zich diep in de gemeenschap genesteld.

Redacteur John Graat gaat terug naar zijn geboortedorp, midden in coronabrandhaard Brabant

Haar koorts en die stekende pijn op de longen gingen maar niet weg, dus móest Trouw-redacteur John Graat naar zijn moeder, of – zolang dat nog niet mocht – in elk geval naar zijn geboortegrond. Daar, in Brabant, woedde inmiddels de corona-epidemie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden