ReportageOpenbaar vervoer

In het drukker wordende openbaar vervoer zijn de meeste reizigers mondkapjesmijders

Reizigers in de Amsterdamse metro. Beeld Patrick Post

Gebruik het openbaar vervoer alleen als het echt niet anders kan, luidt het devies van de overheid in deze coronatijd. Toch neemt het aantal forenzen in bus en trein gestaag weer toe. Anders dan in het buitenland, blijven de mondkapjes meestal achterwege.

Om bij haar werk in Rijen te komen, kan Mires Lourens vanaf het Bredase centraal station kiezen tussen zeven minuten reistijd en 38 minuten reistijd. Die keuze is een makkelijke. Dagelijks stapt ze op buslijn 130, die haar via het centrum, een evenementenpark, een bedrijventerrein en het dorpje Dorst op het gemak naar de plaats van bestemming brengt.

De trein is geen optie voor Lourens (57). Ze heeft het geprobeerd, zoals ze gewoon was uit de tijd dat we nog nooit van corona hadden gehoord. Het voelde ongemakkelijk. Lourens zag grotere groepen, mensen die geen afstand hielden. De druppel was dat bekenden elkaar begonnen te kussen als groet. “Dan zit ik liever in de bus. Daar is het lekker rustig nu.”

Wat heet. Het stadsvervoer trekt momenteel al weinig reizigers in Breda, de streekbussen zijn ronduit leeg. Om half zes, spitsuur dus, stapt een enkele passagier in. Lijn 132 naar Baarle-Nassau: één persoon. Lijn 123 naar Raamsdonksveer: zes mensen. Lijn 311 richting Oud Gastel: drie schamele passagiers. Ook richting Zevenbergen en Galder heeft iemand de bus voor zich alleen en de chauffeur van de eerder genoemde lijn 130 gaat nu met nul passagiers op pad.

Onveiliger in de supermarkt

In de bussen zelf heerst rust. Achter de eerste rij stoelen hangt aan een ketting een bord met de korte boodschap: ‘Coronamaatregelen’. Het houdt de passagiers, die achter instappen, weg van de bestuurder. Het digitale mediasysteem herinnert nog maar eens aan de anderhalvemeterregel. De meesten hebben er geen oog voor. Ze luisteren muziek of kijken op hun telefoon.

Niemand lijkt het eng te vinden in de bus. Of mensen nu naar de chiquere wijk Ginneken, het wat rauwere Hoge Vucht of de stad uit gaan: niemand draagt een mondkapje. Pim Vissers (19) denkt niet dat het veiliger zou zijn. “Ik kan me ook niet voorstellen dat het fijn zit.” Fleur Bom (20) overweegt ook niet om er vrijwillig een op te zetten. “Dan liever in de supermarkt waar ik werk. Daar voel ik me onveiliger dan in de bus.”

Lourens, zelf werkzaam in de zorg, vindt de anderhalve meter belangrijker. “Zolang een mondkapje niet hoeft, doe ik het niet. Een enkele keer zie ik er in de bus iemand mee zitten. Meestal Aziatische mensen, voor wie het -denk ik- toch normaler is.”

En dan, na enkele uren, verschijnt er iemand met een mondkapje. Met een vijfliterfles olijfolie in de ene hand en een volle boodschappentas in de andere, stapt de Syriër Adam Altarshe op de bus die hem terug naar Klundert brengt. Eenling op een station met mondkapjesmijders. Hij kijkt er zelf ook van op. “Ik vraag me af waarom mensen zo onvoorzichtig zijn. Afstand houden is goed, maar niet genoeg. Het lijkt erop dat Nederlanders het niet prettig vinden om een mondkapje te dragen.”

Een testtrein van de Nederlandse Spoorwegen (NS) onderweg naar Groningen. De NS zijn bezig zich voor te bereiden op de anderhalvemetersamenleving. In de trein is aangegeven welke zitplaatsen wel en niet beschikbaar zijn voor reizigers. Beeld ANP

Mondkapjes in de trein vindt Manon van der Werf (24) uit Grou een goed idee. En handschoenen aan ook. “Als het drukker wordt zeker”, zegt ze in de trein van Leeuwarden naar Heerenveen. “Ik werk met een kwetsbare groep. In de trein loop je toch dicht langs andere reizigers.”

Van der Werf is helpende in verzorgingshuis Erasmushiem in Leeuwarden. Dagelijks reist ze op en neer naar de Friese hoofdstad. Ze merkt dat het, in vergelijking met een paar weken geleden, al drukker begint te worden in de trein. “Er zijn mensen die nu ook gewoon even gaan winkelen in Leeuwarden.” Veilig voelt ze zich wel.

Dat geldt ook voor Liz Venier (58) uit Akkrum die net als Van der Werf dagelijks de trein pakt naar de Friese hoofdstad. Ze werkt er bij een organisatie die medische facturaties verzorgt. Mondkapjes draagt ze niet. En die ziet ze zichzelf ook niet dragen. “Ik vind het niet nodig en het lijkt me ook vervelend om ze te dragen. Ik woon in Akkrum, een dorp met 3000 inwoners dat coronavrij is. Zelfs in het bejaardenhuis zijn geen coronagevallen.” Maar als het verplicht wordt in het openbaar vervoer, zoals in Frankrijk en Duitsland, zit er niet anders op, beseft ze.

Als het aantal treinreizigers weer gaat toenemen, moet de NS meer treinen inzetten, vindt Venier. “Dan zullen de treinkaartjes wel duurder worden, want het geld moet ergens vandaan komen.”

‘Alle mondkapjes linea recta naar de zorg’

Scholiere Anke Visser (15) stapt uit in Heerenveen. Met de mouw van haar jas om haar vinger drukt ze op de knop om de treindeur te openen. Ja, daar let ze op, zegt ze. En ook op de anderhalve meter afstand. “Ik loop zelf niet zoveel risico, maar kan het wel op anderen overdragen.” In de trein voelt ze zich veilig. Mondkapjes vindt ze een goed idee. Eerst alleen voor conducteurs. Al het straks weer drukker wordt in de trein, ook voor reizigers. “Want het is toch soms lastig om voldoende afstand te houden.”

In Heerenveen stappen vier mensen om 18.02 in de intercity naar Rotterdam. Eén reiziger stapt uit. Terug naar Leeuwarden zit Jort Stadig (17) met oortjes in als enige in een lange, verlaten coupé. Hij werkt in een verfwinkel in Steenwijk en reist vier dagen per week op en neer naar zijn woonplaats. Alle mondkapjes die de winkel binnenkrijgt gaan linea recta naar de zorg, vertelt hij. Mondkapjes voor zichzelf of anderen in het openbaar vervoer vindt hij niet nodig. “Gewoon aan de zorg geven. Als je voldoende afstand houdt zijn ze ook niet nodig. En als je ziek bent, moet je gewoon thuisblijven.”

Reizigers op de Amsterdamse Noord-Zuidlijn.Beeld Patrick Post

Op het Centraal Station in Amsterdam is de helft van de ruim 30 toegangspoortjes tot de metro gesloten. Het oogt uitgestorven in de grote metrohal. Toch wordt de Noord-Zuidlijn weer drukker. De meeste van de honderd reizigers in deze spitsmetro naar station Zuid zitten op behoorlijke afstand van elkaar.

John Meijer (55) zat twee weken geleden bijna alleen in de metro, van huis naar zijn werk in Amsterdam-Noord. Slechts een enkeling draagt iets voor zijn mond, zoals de man tegenover hem. Meijer vindt de situatie niet eng, maar past wel goed op: “Als iemand te dichtbij komt, stap ik opzij. En ik pak zo min mogelijk beet.” In deze tijd gaan alle deuren van de metrostellen automatisch open, zodat niemand de knop hoeft in te drukken.

Een mondkapje draagt hij niet, maar hij snapt als anderen het doen. “Baat het niet, dan schaadt het niet. Als het straks verplicht wordt in het openbaar vervoer kan ik daarmee leven. Veel risico loop ik niet. Mijn drie haltes duren precies zes minuten, en ik ga maar één keer per week naar kantoor nu.” Meijer is manager bij de GVB-veren. “Op de pontjes is het al veel te druk, zeker in het weekend als het mooi weer is. Er ontstaat gedoe tussen passagiers onderling over de afstand, over voordringen.” Hij verwijst naar de gemeente die verantwoordelijk is voor beheersing van de aantallen passagiers. “GVB voert alleen uit.”

Er is geen brug tussen het centrum en Amsterdam-Noord voor fietsers en voetgangers. Meijer weet dat Amsterdam achter de schermen verkeersmaatregelen voorbereidt. Of het openen van de IJ-tunnel voor fietsers daarbij hoort, zodat voetgangers op de veren meer ruimte krijgen, weet hij niet.

40 passagiers betekent: vol

Op het perron van metrohalte Rokin wacht Jessica Gunawan (51). “Ik ben voor het eerst weer in de stad na zes weken thuis zitten. Best eng. We kregen op mijn werk in de Utrechtsestraat uitleg hoe het zal gaan als wij zaterdag de kledingwinkel weer openen. Maximaal acht klanten en wij met een mondkapje.” Op de heenweg vanaf haar woning op IJburg nam ze de tram. In elke tram hangt de maximumregel: 40 passagiers betekent vol. De metro is zover nog niet.

“Ik heb handschoentjes bij me en een mondkapje, maar dat is zo benauwd.” Gunawan heeft niets aangeraakt, zelfs niet de handgreep van de roltrap die de diepte induikt: “Ik kon goed balans houden.” Wat gaat zij straks doen als het drukker wordt? “Me aanpassen, misschien vroeger naar het werk. En wel een kapje op, uit veiligheid voor mezelf en de medemens.”

Lees ook:

Voorzitter koepel ov-bedrijven: Regering moet snel met heldere regels komen voor passagiers en personeel

De openbaarvervoerbedrijven in Nederland voelen de hete adem van de reizigers in de nek. Het kabinet moet snel duidelijkheid verschaffen over wie er straks met trein of bus mag. En moeten zij een mondmasker op?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden