Veldzicht is een ziekenhuis. Maar dan wel een met hekken. Dubbele, in het geval van de tbs-patiënten.

Reportage Transculturele psychiatrie

In de bossen van Balkbrug is een plek voor vreemdelingen die de weg kwijt zijn

Veldzicht is een ziekenhuis. Maar dan wel een met hekken. Dubbele, in het geval van de tbs-patiënten. Beeld Herman Engbers

In de bossen bij Balkbrug vinden asielzoekers en vreemdelingen die de weg kwijt zijn een plek om bij te komen. Een kijkje in een wereld die voor buitenstaanders normaal gesloten blijft.

 In een zaaltje boven de kantine springt een man op een geel krukje. Hij danst en zingt mee met een Egyptisch nummer, slooft zich uit, gaat achter de microfoon staan, danst weer verder. In de ruimte staan, behalve bekende instrumenten als gitaren, een drumstel en een keyboard, ook kalebassen, djembes, klankschalen en een koeiebel met the best cowbell ever op een rode ronde sticker.

Dit is de muziektherapieruimte van Transcultureel Psychiatrisch Centrum Veldzicht in Balkbrug. De voormalige tbs-kliniek specialiseert zich in transculturele psychiatrie: de zorg aan psychiatrisch patiënten met een niet-Nederlandse achtergrond. Het is de enige kliniek in haar soort.

In het statige complex uit 1894, omgeven door een groot terrein vol groen, worden asielzoekers behandeld, uitgeprocedeerden, ongedocumenteerden, gevangenen en tbs-patiënten die tot ongewenst vreemdeling zijn verklaard. Het is een ziekenhuis, benadrukt directeur Rob van der Plank. Maar dan wel een met hekken. Dubbele, in het geval van de tbs-patiënten.

Tbs’ers op verlof speelden tegen de plaatselijke voetbalclub

Veldzicht is bijna een dorp op zich. Met een eigen keuken en grote buitenruimtes met geiten, konijnen en moestuinen. Het leeft al ruim honderd jaar samen met het dorp Balkbrug. De ouders van sommige medewerkers werkten er ook al en ooit speelden tbs’ers op verlof tegen de plaatselijke voetbalclub.

Beeld Herman Engbers

Hele families hebben meegemaakt hoe het Rijksopvoedingsgesticht voor jongens in 1933 een tbs-kliniek werd. En hoe het kabinet Rutte-I Veldzicht in 2013 wilde sluiten, maar dat niet deed omdat het gedoogsteun nodig had van de ChristenUnie. Toenmalig fractievoorzitter Arie Slob wilde de kliniek vanwege de werkgelegenheid open houden.

In dat jaar werd Veldzicht een centrum voor transculturele psychiatrie. Wat betekent dat? Hoe gaat het eraan toe in een complex dat zowel gevangenis, tbs-kliniek als gesloten ggz-instelling is?

Voor de Egyptische muziek door de ruimte van muziektherapeute Marit schalt, heeft ze met de vijf aanwezige mannen een ademhalingsoefening gedaan. Samen met psychomotorisch therapeut Niels laat ze hen diep inademen en vraagt ze hoe het is met hun stressniveau. Negen van de tien, antwoordt een van de mannen. En ondanks de ademhalingsoefening en het wiegen van de ene op de andere voet, blijft hij paniekerig. “I want to walk”, zegt hij. Hij mag weg, terug naar de afdeling.

Deze mannen komen van de ggz-afdelingen West 3 en West 4, waar 24 asielzoekers en ongedocumenteerden behandeld worden. Vaak zijn ze gedwongen opgenomen, omdat ze een gevaar zijn voor zichzelf of hun omgeving. Soms laten ze zich vrijwillig opnemen, juist omdat Veldzicht gespecialiseerd is in transculturele zorg.

Muziektherapeute Marit. Beeld Herman Engbers

Transcultureel werken betekent altijd rekening houden met je eigen verwachtingen, vooringenomenheid en vooroordelen, zegt gz-psycholoog en hoofdbehandelaar Farshad. Hij werkt op de ggz-afdelingen waar de asielzoekers en ongedocumenteerde vreemdelingen zitten.

Veldzicht werkt met wat ze noemen een ecologisch model. Farshad: “Iemands persoonlijkheid, stoornis, culturele achtergrond en situatie spelen mee in hoe iemand zich voelt en uit. Mensen kampen met angst en trauma, zien beelden en/of horen stemmen, hebben herbelevingen. En ze zitten ook in een asielprocedure en hebben een vluchtverhaal. Dat moet je niet vergeten.”

Sommige patiënten in Veldzicht hebben een lange geschiedenis van psychische problemen, ook in hun thuisland, anderen hadden nergens last van tot hun vlucht een sluimerende aanleg aanwakkerde, weer anderen hebben een acuut probleem door een trauma of extreme stress. Vaak kampen vreemdelingen tegen de tijd dat ze in Veldzicht komen met een combinatie van stoornissen, trauma’s, angsten en verslavingen.

Iemand die geesten ziet is niet per se psychotisch

Om hen zo goed mogelijk te behandelen, houden de behandelaren in Veldzicht altijd rekening met iemands culturele achtergrond. Farshad: “Iemand zegt dat hij djins ziet (een soort geesten, red.). Dat hoeft niet te betekenen dat hij psychotisch is. Soms bedoelt hij dat hij heeft gedroomd over zijn overleden vader, of dat hij veel denkt aan zijn overleden moeder.

“Mensen in het Midden-Oosten spreken veel in anekdotes en metaforen. Wat we hier theatraal noemen, kan in Iran de gewoonste zaak van de wereld zijn. Zo hebben vrouwen in Iran de neiging om hun klachten te overdrijven, vanuit het idee dat ze alleen dan serieus genomen worden. Dus wanneer Iraanse vrouwen hier bij de huisarts of in de ggz op een bepaalde manier reageren, moet je dat wel in die context zien.”

Ook bij het stellen van een diagnose speelt de culturele achtergrond van patiënten een rol. Ingrit, een van de psychologen die de problematiek van patiënten in kaart brengt, laat de intelligentietesten zien die patiënten voorheen kregen. Daar blijken allerlei culturele aannames in te zitten waar mensen met een niet-Nederlandse achtergrond niets mee kunnen.

Beeld Herman Engbers

“Op basis van zo’n test zou je kunnen denken dat iemand verstandelijk beperkt is, terwijl dat niet zo is”, zegt ze. Ook het moment van diagnose blijkt bij asielzoekers en ongedocumenteerden belangrijk. “Wanneer iemand net gehoord heeft dat zijn asielaanvraag is afgewezen, is dat goed om rekening mee te houden als je de diagnose depressie wilt stellen.” Of neem de diagnose narcistische persoonlijkheidsstoornis, waar sommige mannen in passen. Ingrit: “Maar misschien is dat hele masculiene, dat dominante, in bepaalde regio’s wel aangeleerd gedrag.” 

Herbeleving van iets vreselijks dat tijdens de vlucht is gebeurd

Natuurlijk, zegt Farshad, als iemand schizofrenie heeft, heeft hij schizofrenie. En als iemand het contact met de realiteit helemaal kwijt is, merken de behandelaren dat echt wel. “Maar je moet de context en de klachten begrijpen. Is iemand psychotisch als die heel erg bang is, of heeft hij een herbeleving van iets verschrikkelijks dat hij heeft meegemaakt tijdens de vlucht?”

Voor muziektherapeute Marit betekent transcultureel werken dat ze zoekt naar wat aansluit bij haar doelgroep. “Anderhalf jaar geleden had ik alleen maar westerse instrumenten”, zegt ze als de sessie is afgelopen. “Toen ben ik op internet gaan zoeken en heb aan patiënten gevraagd welke instrumenten zij kennen uit hun thuisland. Dat kost tijd, want heel veel instrumenten zijn in Nederland niet te koop.” 

Ze haalde haar verzameling uit alle hoeken van de wereld. En het loont, merkt ze. “Er was hier een man uit Afghanistan met wie niemand contact kreeg. Hij praatte niet, tot hij hier de tanbur zag uit zijn vaderland.” Ze pakt het instrument op, een snaarinstrument met een ronde klankkast en lange hals, en doet voor hoe de man het omarmde. “Hij koesterde het echt. Toen ging hij ook praten.”

De patiënten met wie ze nu werkt hebben vaak een andere relatie tot muziek en dans dan Nederlanders, merkt ze. “Wij gaan niet zomaar dansen of zingen, maar dat is voor deze groep heel vanzelfsprekend. Als je een microfoon neerzet, gaat het vanzelf.”

Het is zoeken wat wel en niet werkt. Vanzelfsprekendheden vallen weg. “Ik merkte dat mensen niet weten hoe ze een basketbal moeten gooien of een tafeltennisbatje moeten vasthouden”, zegt sporttherapeut Niels. “Dat had ik me van te voren niet gerealiseerd.”

Kilometers gelopen naar een voodoopriester

Om erachter te komen wat voor invloed iemands culturele achtergrond heeft op zijn leven en de behandeling, een onderdeel van het ecologisch model, houdt Veldzicht wat ze noemen een cultureel interview: een gesprek van anderhalf uur waarin in kaart wordt gebracht waar iemand vandaan komt en wat hij heeft meegemaakt. “Zo kunnen we patiënten beter begrijpen en voelen zij zich beter begrepen door ons; hoe wordt ziekte gezien vanuit het perspectief en achtergrond van de patiënt?”, zegt Farshad. “Als iemand uit Mozambique vertelt dat hij kilometers heeft moeten lopen naar een voodoopriester, zegt dat iets over zijn achtergrond en ervaring met behandelingen. Daar houd ik rekening mee.”

Farshad spreekt Farsi, dus met een deel van zijn patiënten kan hij die taal spreken, de rest gaat in het Engels of met hulp van een tolk. Veldzicht werkt hard aan een divers team van behandelaars en therapeuten, zodat er niet alleen onder de patiënten rond de vijftig nationaliteiten en achtergronden te vinden zijn, maar ook onder de medewerkers.

Beeld Herman Engbers

Het is pionieren. Farshad en zijn collega’s onderzoeken wat dat nu is, transculturele psychiatrie en wat wel en niet werkt. Niet alleen in diagnose en behandeling moeten ze rekening houden met tientallen achtergronden, ook medicatie blijkt bij verschillende groepen verschillend aan te slaan: sommige medicatie werkt later bij Afrikanen, andere is trager bij Aziaten of Europeanen. Hoe dat zit, moet Veldzicht uitzoeken.

Er wordt weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het onderwerp, valt Farshad op. De kliniek probeert van alles op te zetten, zoekt contact met universiteiten of met Stichting Centrum ‘40-’45, dat gespecialiseerd is in traumabehandelingen. “Ik zeg altijd: het begint met nieuwsgierigheid. Je hoeft echt niet alles te weten. Als je maar nieuwsgierig bent en openstaat.”

Het is bloedheet, de zon schijnt ongenadig op de binnentuin van de afdelingen West 3 en 4. Er is een kleine kruidentuin met grote gele courgettes, in het weekend maken patiënten salades uit eigen tuin. Ondanks de hitte lopen meerdere patiënten rond met een sweater, soms met de capuchon over het hoofd. Anderen kiezen juist voor slippers, een korte broek en hemd.

Hij pakt de hand van een uitgebluste man

“Er heerst hier een positieve sfeer”, zegt afdelingshoofd Wilke. Hij werkt al decennia voor de Dienst justitiële inrichtingen, was helemaal gewend aan tbs’ers en moet nu wennen aan de nieuwe groep patiënten. Die creëren samen een betere sfeer, dat vindt hij leuk. “Wat niet leuk is, is de ontreddering die je hier ziet. Het is naar om te zien hoe mensen kapot kunnen draaien. Ze hebben last van herbelevingen, dan gaan ze rillen en hyperventileren.”

West 3 is de afdeling Veerkracht, waar mensen heen gaan als ze stabiel zijn. Ze krijgen er meer zelfstandigheid. De patiënten op West 4 zijn nog niet gestabiliseerd, de bedoeling is dat zij geholpen worden door hun lotgenoten op 3, aan de overkant van het smalle halletje. Dat lijkt te werken: dezelfde man die eerder op het gele krukje sprong, pakt de hand van een man die enigszins uitgeblust aan tafel zit en loopt met hem een rondje door de tuin.

De meest acute ggz-patiënten zitten op West 5 en 6. Daar wonen de mensen die zo in de war zijn dat ze soms vastgebonden binnengebracht worden met de psycholance, zich proberen op te hangen met televisiekabels, ogenschijnlijk zomaar gaan slaan of hun kamer onder laten lopen met water of zich onder het bed verstoppen. Vanwege hun eigen veiligheid en die van anderen heeft die groep weinig bewegingsvrijheid. De tuinen kunnen ze niet in.

Beeld Herman Engbers

Alle patiënten op West zijn asielzoeker, ongedocumenteerd of zaten in afwachting van uitzetting in vreemdelingenbewaring in het detentiecentrum in Rotterdam. Die laatsten zijn er het kortst, zij worden gestabiliseerd en zo snel mogelijk teruggebracht naar Rotterdam of het land van herkomst.

Transcultureel werken is radicaal anders dan wat afdelingshoofd Wilke deed toen Veldzicht nog een reguliere tbs-kliniek was, zegt hij. “Met tbs’ers werk je met zekerheden, je moet snel beslissingen nemen en handelen. Nu moet je juist openstaan en alles willen onderzoeken.” Het is voor hem een hele klus, zegt hij eerlijk. “Daarom zoeken we naar een divers team, mensen met verschillende achtergronden. En we krijgen allemaal een opleiding transcultureel werken.”

Soms komt Hollandse rechtlijnigheid hard over

Een van de mensen in dat team is sociotherapeute Abir, ooit gevlucht uit Syrië. Ze kent de culturele achtergrond van veel patiënten, snapt hoe het is om te vluchten. Omdat ze Arabisch spreekt is het voor haar gemakkelijk om met patiënten zowel een kletspraatje te maken als een goed gesprek te voeren. “Ik snap collega’s die transcultureel werken moeilijk vinden. Maar iedereen luistert en wil leren.”

De diversiteit in teams zorgt ook voor nieuwe uitdagingen en misverstanden. Soms snappen collega’s elkaars grappen niet, of komt die Hollandse rechtlijnigheid wel erg hard over.

Wilke: “In de cursus transcultureel werken zat een test over hoe goed je daarop bent voorbereid. Nou, daar kwam ik niet al te best uit.” Hij kijkt er enigszins verontschuldigend bij. “Als het rommelig wordt, wil ik zeggen: zo en zo gaan we het doen. Dat werkt niet.”

Als Abir emotioneel wordt, komt haar Syrische temperament boven, vertelt ze. Ook dat werkt niet altijd. “Toen ik hier net kwam had ik veel moeite met communiceren. Ik voelde me vaak overdonderd.”

Er zijn allerlei culturele codes die Nederlanders vanzelfsprekend vinden, maar die dat niet zijn. Iemand in de ogen kijken bijvoorbeeld. “Daar moet ik echt mijn best voor doen”, zegt Abir. Een deel van de patiënten heeft er ook moeite mee. En wie dat niet weet, kan ongemak om iemand aan te kijken zien als een vorm van autisme.

Beeld Herman Engbers

Terwijl Wilke en Abir over de afdeling lopen, waar de oranje voetbalvlaggetjes voor het Nederlands vrouwen-

elftal boven de televisie hangen, laten ze de comfort room zien. Het voormalige magazijn is omgebouwd tot een prikkelarme ruimte met enkel een stoel en een touchscreen waarop patiënten kleuren voor het licht kunnen instellen. “Hier zijn we heel blij mee”, zegt Wilke. “Mensen kunnen er tot rust komen. Deze kamer heeft al heel wat automutilatie voorkomen.”

In de isoleercel liggen tijdschriften en een Snickers-wikkel

Dankzij de comfort-rooms en extra beveiligde kamers, worden ze minder gebruikt dan voorheen, zijn er zijn nog isoleercellen in Veldzicht. Soms moeten die worden gebruikt, zegt de instelling, omdat patiënten helemaal doordraaien en er zich een kracht van hen meester maakt die niemand kan temmen. Dus gebeurt het nog dat mensen met een scheurhemd, van een speciale stof om te voorkomen dat ze zich met hun hemd ophangen, door de beveiliging naar de isoleercel worden gebracht.

Soms willen patiënten zelf de kamer in. In een van de isoleercellen, waar een matras op een kale vloer tegen een kale muur ligt, liggen nog wat tijdschriften en een Snickers-wikkel met het woord ‘pannenkoek’ erop. Hier heeft een patiënt net een paar uur op eigen verzoek doorgebracht. Om tot rust te komen.

Elke ochtend na het ontbijt tellen tbs-patiënten en sociotherapeuten samen het bestek. “Dat is vooral een signaal”, zegt sociotherapeut Janette. “Je kunt bestek gebruiken als wapen. Het is bewezen dat de mensen hier gevaarlijke dingen kunnen doen. Aan de andere kant (met ggz-patiënten, red.) ook wel hoor, maar daar gebruiken ze meer hun handen. Of ze stichten brandjes. Hier gebruiken ze wapens.”

Omdat beveiligers rondlopen in gewone kleding en dankzij het vele groen rond het gebouw voelt Veldzicht niet als een gevangenis of gesloten instelling. Maar wie ziet dat alle medewerkers rondlopen met piepers – één keer lang drukken betekent dat er sprake is van een gijzeling en één keer kort is andere paniek – snapt dat het werk risico’s met zich meebrengt.

Het laatste grote incident was in augustus 2017, toen een medewerker zwaargewond raakte doordat een tbs-patiënt kokend water over haar heen gooide. Kleinere incidenten zijn er met enige regelmaat.

Op elk van de vier afdelingen Noord zitten tien tbs-patiënten. Allemaal zijn ze tot ongewenst vreemdeling verklaard, vanwege een delict dat ze gepleegd hebben. Sommige patiënten zijn ooit gevlucht, maar dat geldt lang niet voor iedereen. Onder de ongewenste vreemdelingen zitten ook Britten en Duitsers. Veel van de voornamelijk mannelijke patiënten woonden al lang in Nederland voor ze veroordeeld werden. Sommigen al bijna hun hele leven.

Deze kant van Veldzicht is zwaar beveiligd en voelt onmiddellijk anders dan de gesloten ggz. Patiënten mogen niet met de trap, hekken zijn er alom en de deuren zijn nadrukkelijk gesloten, de buitenruimtes voelen minder aan als een tuin dan aan de andere kant. En ondanks de stickers op de deuren van de kamers, bedoeld om het een beetje huiselijk te laten voelen, is het duidelijk dat de kamers op deze afdelingen aan het begin van de avond gesloten worden en ’s ochtends pas weer opengaan.

Kamers op de TBS-afdelingen zijn bekleed met stickers. Beeld Herman Engbers

Omdat hier ongewenste vreemdelingen zitten, worden patiënten hier niet voorbereid op terugkeer in de Nederlandse samenleving, maar op terugkeer naar het land waar ze vandaan komen. Het betekent ook dat ze in Balkbrug in principe niet op verlof mogen.

Terugsturen naar Groot-Brittannië is lastiger dan naar Mogadishu

De maatschappelijk werkers van Veldzicht bouwen aan een wereldwijd netwerk van klinieken en collega’s aan wie ze patiënten kunnen overdragen. Binnenkort vertrekt een van de tbs’ers naar Rwanda, vertelt afdelingshoofd Bert. Een maatschappelijk werker is daar geweest om diens vertrek voor te bereiden.

Hoe ingewikkeld dat is, heeft volgens Bert niets met de afstand te maken. Het heeft Veldzicht voor een patiënt die terug moest naar Groot-Brittannië meer tijd gekost om daar alles te regelen dan voor de patiënt die binnenkort naar Mogadishu vertrekt.

Beeld Herman Engbers

Op de afdeling is het tijd voor een kop thee of koffie met een koekje. Een deel van de patiënten is naar de dagbesteding, maar niet iedereen kan dat aan. Terwijl een man zich veel zorgen maakt over een aanstaand tandartsbezoek, zet een ander thee en koffie. Op een tafel ligt een puzzel van duizend stukjes.

Terwijl sociotherapeute Janette en haar collega Emiel met twee patiënten thee drinken, klinkt uit een van de kamers muziek. “Dan is het onrustig in iemands hoofd”, zegt Janette.

De voorbereiding op terugkeer naar het land van herkomst doet Veldzicht op verschillende manieren. Door mensen te behandelen, ten eerste, om ze zo veilig te laten terugkeren. Maar ook door ze de mogelijkheid te geven cursussen te volgen waar ze straks iets aan hebben. Janette: “Zo hebben we nu een vrouw die certificaten wil halen voor de schoonmaak. Dat is slim, want daar is altijd behoefte aan en je hebt geen verklaring omtrent gedrag nodig.”

Om half twaalf moeten de sociotherapeuten van Veldzicht de eetkarren ophalen bij de grote keuken. Elke weekdag wordt er gekookt, de keuken dient als arbeidsomgeving voor patiënten. En, zegt de instelling, onderschat nooit de kracht van een goede maaltijd. Vandaag staan er kippenbouten op het menu met aardappels en sla. De rest van de week zomerragout, een Marokkaanse stoofschotel, paella en gehaktballen.

Op de cursus zijn wat kwartjes gevallen

Op de Tuinderij maken drie mannen een tafel, een vierde is net klaar met een picknickbank. Binnen zit een grote groep ggz-patiënten om een vierkante tafel waar ze rubber op metalen ringen klikken die gebruikt worden in constructiewerk. Er wordt gezongen en gekletst. Op het grote buitenterrein, ooit aangelegd door tbs’ers, wonen geitjes en konijnen. Tegen een zijmuur is een vijgenboom geplant.

Beeld Herman Engbers

“Ik had nooit een idee wat ik met die vruchten aanmoest”, zegt hout- en metaalbewerker Jasper, die deze dagbesteding begeleidt. “Maar de mensen hier zijn er dol op, ze hebben me meteen laten zien hoe ik ze moest eten.”

Ook hij werkte eerder met tbs’ers, en ook voor hem is werken met mensen van allerlei verschillende culturele achtergronden nieuw. “Kijk, het is wel mijn werkplaats”, zegt hij terwijl hij een shagje draait. “Maar als ze even willen bidden ofzo, ja dat vind ik prima. En ik heb cursussen gehad, dat is prettig. Dan gaan er wel kwartjes vallen.”

Tijdens die cursus leren medewerkers dat een duim opsteken, in Nederland het teken van ‘goed gedaan’, in andere landen een uitnodiging kan zijn tot homoseksueel contact. Ook het rondje met de wijsvinger op duim kan zomaar voor verwarring zorgen. Betekent dat in Nederland ‘het is goed zo’, in België zeg je zo tegen iemand dat die een sukkel is.

Een man vraagt of de chief een shagje voor hem heeft. “Ze noemen mij chief of boss”, zegt Jasper terwijl hij zijn schouders ophaalt. “Maar ik ben niet de baas. Ze vragen ook wel eens of alleen de baas koffie drinkt. Nee. Als ik koffie drink, drinkt iedereen koffie.”

Hij vindt het wel mooi, wat hij nu van asielzoekers leert. “Wat ik wel jammer vind, is dat mensen hier snel weer weg gaan. De tbs’ers zaten hier vroeger zes tot acht jaar. Dan kun je iemand een hele ontwikkeling zien doormaken, begeleiden van nul tot vakman. Hier moeten we iemand stabiliseren en dan gaat hij naar een paar maanden weer weg.”

Bewoners van De Beuk sporten, werken en kerken

Om de hoek van het grote gebouw, tegenover de Plus en naast een Chinees restaurant, ligt De Beuk. Dit is de laatste afdeling voor asielzoekers en ongedocumenteerden. Hier leren ze weer voor zichzelf te zorgen en een dagritme aan te houden.

Een kamer in De Beuk. Beeld Herman Engbers

Sommigen keren daarna terug naar een azc, anderen zijn uitgeprocedeerd en komen op straat terecht of gaan naar hun land van herkomst.

Het is zes uur, het einde van de dag, en Marco maakt kebab. Hij heeft het geleerd van zijn moeder, vertelt hij. Voor hij uit Iran vluchtte, studeerde hij biotechnologie en het leek zijn moeder een goed idee als haar zoon op de universiteit voor zichzelf zou kunnen koken. Marco is niet zijn echte naam, maar zijn zelfgekozen christelijke naam. “Jesus is my savior”, zegt Marco. Door zijn bekering moest hij vluchten. In het azc raakte hij verslaafd en in de war en hij liet zich vrijwillig opnemen in Veldzicht.

Bewoners van De Beuk gaan weer sporten, werken op de boerderij die ook bij Veldzicht hoort of op zondag naar de kerk. “Dan zie je ze bij de stoplichten uit elkaar gaan, allemaal naar een andere kerk”, zegt afdelingshoofd Jan. “Ik moet zeggen, dat gaat heel goed.”

Hier wordt veel gepraat over zingeving, zegt hij. “Mensen moeten hier zoeken naar zingeving zonder maatschappelijke ijkpunten. Ze mogen niet werken, ze zitten in een enorme onzekerheid. In het asielzoekerscentrum vervelen ze zich vaak enorm.” De Beuk wil ze de vaardigheden meegeven om in dergelijke situaties niet opnieuw in de war te raken.

Beeld Herman Engbers

“We leren ze hier basisdingen. Maar als je mensen alleen onze waarheid meegeeft, heeft behandelen geen zin”, zegt assistent-hoofdbehandelaar Lisa, die werkt op De Beuk. “Ik leer hier veel. Als mensen depressief zijn, gaan wij een uurtje met ze praten. In andere culturen maken ze dan muziek. Twee weken geleden was hier een winti-priester om een kamer te reinigen. We hebben een imam, een dominee en een pastoor in huis, aan wie mensen veel steun hebben. Ja, denk ik dan, waarom niet? Zo kan het ook.”

Omwille van de privacy en veiligheid van medewerkers zijn alleen hun voornamen genoemd. Hun volledige namen zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Bijna een kwart van de vluchtelingen in Nederland heeft psychische problemen
Van de groep vluchtelingen die naar Nederland komt heeft naar schatting 13 tot 25 procent een posttraumatische stressstoornis of depressie, zo schreef de Gezondheidsraad in 2016.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden