ReportageAmsterdam

In Amsterdam moeten ook de daklozen naar binnen

Bep Brunt is een van de vrijwilligers die de Van Hogendorpsporthal in Amsterdam ombouwt tot daklozenopvang. Zondag wordt de hal in gebruik genomen.Beeld Jean-Pierre Jans

Amsterdam opent extra nachtopvang voor daklozen in sporthallen. Zondag werd de eerste hal in gebruik genomen en die is nu bomvol. Alcohol is er verboden, en wie toch bier drinkt, moet voor straf alsnog een nachtje buiten slapen.

In de daklozenhanghoek in het Amsterdamse Westerpark plukt een man een uitgetrapte peuk uit het gras. Hij heeft opgezwollen vingers en wonden op zijn neus. Vandaag gaat deze magere Roemeen naar sporthal Van Hogendorp, vlakbij. Daar is hem een plekje toegewezen met een bed, een tafeltje én een stoel, vertelt hij bijna trots in gebrekkig Spaans en Engels. Jaren werkte hij in de bouw in Spanje en Engeland.

Het is een verkapt compliment voor de medewerkers en vrijwilligers van De Regenboog Groep, de organisatie die dit sportcentrum het afgelopen weekend samen met het Rode Kruis omtoverde tot een nachtopvang voor honderd daklozen – catering en beveiliging inbegrepen.

Vorige week vrijdag pas besloot de gemeente Amsterdam dat 173 daklozen vanwege het coronavirus uit te krappe opvangbehuizing moesten. Ook de kwetsbare straatgroep moet naar binnen. Voor die groep komen er in deze corona-maanden tot 350 plekken in leegstaande sporthallen in de stad. De Van Hogendorphal is de eerste die in gebruik werd genomen, afgelopen zondag.

‘Thanks for the hospitality’

Met tape zijn ruime vierkanten afgetekend. Iedereen die door de screening van de GGD komt – je moet echt helemaal geen alternatief hebben – is hier welkom. De gemeenteraad wilde vierentwintiguursopvang, maar dat is door de GGD afgeraden. Veiliger is het voor de daklozen, en voor het personeel, dat zij om half tien in de ochtend, na een ontbijtje in een bruine papieren zak, weer naar buiten gaan, de frisse lucht in of naar een inloophuis. 

Vanaf half vijf in de middag zijn ze weer welkom.

Om acht uur ’s avonds is het nog verrassend stil in de Van Hogendorphal. De pionnen buiten en de tape om de plekken in de wachtrij aan te geven zijn overbodig. De boerenkool met worst wordt warm gehouden voor laatkomers. Drank, drugs en sigaretten zijn verboden, misschien wel de reden dat de mannen zo laat binnen beginnen druppelen.

Het personeel is resoluut: een man die toch binnen uit een blikje bier drinkt, wordt vriendelijk verwijderd. Als je morgenvroeg om half tien je excuses komt aanbieden, mag je er misschien weer in, klinkt het. “Thanks for the hospitality”, antwoordt hij mopperend. Als afscheid krijgt hij een gebiedsverbod van vijfhonderd meter.

Aardige Amsterdammers

Buiten de sporthal wacht buurtbewoonster, Annette, die uit privacyoverwegingen niet met haar hele naam in de krant wil. Ze laat haar buldog Pip uit en komt hulp aanbieden. “Ik ben producer en mijn werk ligt nu stil. Wij hadden een brief gekregen van de gemeente dat de daklozen hier komen. Ik dacht: gelukkig, dan zijn ze tenminste onderdak. Want het vriest ’s nachts. Mijn buurvrouw had geholpen met het opzetten van de veldbedden.” 

Er hebben zich bij De Regenboog sinds vorige week vrijdag al honderd ‘aardige Amsterdammers’ aangeboden als vrijwilliger. En de hal is inmiddels, na een paar nachten met slechts zestig daklozen, vol. Vannacht sliep er slechts één vrouw, op wier veiligheid goed gelet is door medewerkers en beveiliging. 

Precies twaalf uur later, in de ochtend, verlaten de mannen een voor een de sporthal, sommigen met latex handschoenen aan of een mondkapje voor. Eenmaal buiten rollen er vijf hun eerste sigaretjes. De beveiliger met het lange rastahaar is er als de kippen bij. “Keep your distance”, maant hij.

De vrouwen die hier werken ogen stoer, de mannen van de beveiliging zijn juist de rust zelve. “Zo is mijn karakter”, zegt de boomlange Braziliaan Lulu Dos Santos. “Hij is wat brutaler”, zegt hij over zijn collega met het lange haar. “Kleintjes zijn brutaler.”

Jurist in Mexico

Binnen in de hoek wacht de enige vrouw in de sporthal tot zij echt buiten moet zijn. Het is de Mexicaanse Martha Ayala, en net als de pizzabakker in de andere zaal is zij een exponent van de groeiende groep economische daklozen. Bij tegenslag rooien zij het niet in het stikdure Amsterdam. Jurist in Mexico, hier werkzaam in een schoonheidssalon die nu dicht is. “Mijn onderhuur in een sociale huurwoning is opgezegd omdat de bewoner meer kan verdienen aan prostituees die bij hem komen werken met hun klant.”

Tweede ‘man’ op deze locatie is Bep Brunt, die al twintig jaar bij De Regenboog werkt. Zij is trots op hoe hier geknokt is om zo grootschalig en ruimhartig daklozen op te vangen. “Omdat iedereen een vaste plek krijgt, met een eigen bed en vaste buren, zorgen we dat deze groep eindelijk wat rust krijgt op een menswaardige manier. Dat ze hier zijn is ook in het belang van de Amsterdammers. We zien ze, vragen hoe het gaat, en we kunnen ze checken als ze koorts hebben.”

Over de vele Oost-Europese mannen in de opvang zegt Brunt: “Oost-Europeanen doen hier allerlei werk dat wij niet willen doen. Dan moet je ook accepteren dat er een onderlaag is die mislukt, en dat onze zorg er ook voor hen is.”

De identiteit van de Roemeen en de achternaam van de buurvrouw zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

De economie floreert, maar het aantal daklozen was nog nooit zo hoog in Nederland

Het aantal mensen dat in de openlucht slaapt is sinds 2009 verdubbeld. Vooral jongeren zijn vaker de dupe. Dat komt onder meer door gebrek aan betaalbare woningen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden