Melkbusschieten

In 1912 ontregelde carbidschieters Drenthe al. ’t Paard schrok, en het rijtuig belandde te water

Een archieffoto van melkbussen in Kampen. Beeld Jonn van Zuthem
Een archieffoto van melkbussen in Kampen.Beeld Jonn van Zuthem

Schieten met carbid en melkbussen: het bestaat ruim honderd jaar. Hoe de traditie het Nederlandse platteland veroverde.

Stefan Keukenkamp en Isabel Baneke

Aan de ovale tafel in het politiebureau van Kampen vist historicus Jonn van Zuthem een bruinkleurig dossier uit zijn schoudertas. Het zit vol met oude krantenknipsels uit de jaren zeventig. In die periode draaide de jaarwisseling in Kampen steevast uit op confrontaties tussen de politie en inwoners van de arbeiderswijk ‘Brunnepe’, die het oude jaar met melkbussen en carbid vaarwel knalden. “De deksels vlogen door de straten”, put Van Zuthem uit zijn herinnering. “Door de hele stad sneuvelden er ruiten, de spreekkamer van de dokter zat vol. Het waren veldslagen.”

Kampen is zelfbenoemd carbidhoofdstad van Nederland. Al decennialang stoppen zogeheten ‘schutters’ carbid in stalen melkbussen, waarna ze het goedje natmaken en via een gaatje ontsteken. “Het is een gebruik dat van vader op zoon wordt doorgegeven”, legt Van Zuthem uit. “En al gaat het melkbusschieten niet langer met chaos gepaard, en hebben schutters en politie inmiddels afspraken gemaakt over het knallen, reken maar dat je in Brunnepe gehoorbescherming nodig hebt tijdens deze jaarwisseling.”

Onder het genot van frituur en kratten bier

Van Zuthem kan het weten. Hij groeide op in Kampen, en werkt samen met politiechef Johan Ekkel aan een boek over de oudejaarstraditie van zijn stad. “Het melkbusschieten is daarmee onlosmakelijk verbonden”, stelt de historicus. “Het lijkt een vervolg op stokoude, Germaanse gebruiken om hartje winter met veel licht en geluid af te rekenen met het voorgaande jaar. Wij focussen ons op Kampen, maar ook op andere plekken in het oosten en noorden zie je rond de jaarwisseling partytenten verrijzen. Op allerlei erven knallen families en vriendengroepen, onder het genot van frituur en kratten bier.”

Carbidschieten is een jonge traditie. Het bestaat nog ‘maar’ zo'n honderd jaar", zegt Peter Jan Margry van het Meertens Instituut. “Terwijl het vieren van de jaarwisseling als festiviteit al in de Middeleeuwen gebeurde. Toen gebruikte men ratels, de knallers kwamen later pas. Het schieten met carbid is eigenlijk een moderne innovatie, een oude expressie van de moderniteit.”

Melkbusschieten is voortgekomen uit een toevallige ontdekking. De Canadees Thomas Wilson had in 1892 een manier bedacht om de anorganische verbinding van calcium en koolstof te maken. Het licht ontvlambare goedje werd gebruikt in lampen en was ook handig bij het lassen. En je kon er dus blikjes en bussen mee tot ontploffing brengen.

Vooral op het platteland bleek carbidschieten direct populair. “'n Zeer gevaarlijk spelletje wordt tegenwoordig druk beoefend”, informeert de krant de bevolking van Rouveen in 1909. “Ouders, weest gewaarschuwd! Geef de jeugd geen carbid of lucifer.” Want waar geschoten wordt, gebeuren ongelukken. Met name de rondvliegende deksels bleken letsel te veroorzaken.

Een artikel uit de Drentsche en Asser Courant van 1 januari 1912. Beeld Delpher
Een artikel uit de Drentsche en Asser Courant van 1 januari 1912.Beeld Delpher

Toch neemt de traditie pas écht serieuze vormen aan na de Eerste Wereldoorlog. “Van kwajongenswerk van enkelen werd het hoe langer hoe meer een groepsgebeuren", zegt historicus Van Zuthem. “Er ontstaan verenigingen, competities, boeren en arbeiders komen bijeen om samen met melkbussen te schieten.”

Niet iedereen was blij met het harde geknal. Ook de vernielingen en ongevallen die met het schieten gepaard gingen leidden tot wrevel bij de autoriteiten. “In de jaren dertig ontstonden de eerste carbidrelletjes, melkbusschieten en sensatie gaan hand in hand", vertelt Van Zuthem. “Lange tijd was het ieder jaar opnieuw een kat-en-muisspel tussen de carbidschieters en de politie.” Pas vanaf de jaren tachtig, een periode waarin sommige gemeenten spelregels aan het geknal verbinden, keert de rust weder.

‘Een ultiem gevoel van vrijheid’

Het voorlopig laatste hoofdstuk in het carbidboek is geschreven in 2014, als de traditie een officiële vermelding krijgt op de nationale inventarislijst van immaterieel erfgoed. Volgens voorzitter John Schoonheim van Stichting Carbidschieten Drenthe een essentieel moment. “We zijn schatbewaarder en erg trots. Ons doel is om carbidschieten levendig te houden en door te geven aan volgende generaties.”

Carbid is makkelijker te krijgen dan ooit: gewoon te bestellen op internet. Maar heeft carbidschieten wel een toekomst? Een moeilijke vraag, vindt Van Zuthem. “Ik hoop van wel. Het geeft een ultiem gevoel van vrijheid, om een dag in het jaar iets te doen wat doorgaans niet mag. Maar er is lokaal en landelijk veel discussie over carbidschieten. Niet iedereen zit op al dat geknal te wachten, carbidschieten wordt met steeds meer regels omgeven. Het blijft zoeken naar een balans: hoe geef je ruimte aan de traditie en zorg je tegelijkertijd dat de bijbehorende overlast binnen de perken blijft?”

Lees ook:

Een ratjetoe aan regels voor carbidschieten: op de ene plek mag het niet, in de buurgemeente wel Een groeiende groep gemeenten verbindt via lokale verordeningen regels aan carbidschieten.

Na alle commotie voorafgaand aan de vorige jaarwisseling, is er een lappendeken aan voorwaarden ontstaan voor het knallen met melkbussen.

Het carbidschieten mag wel doorgaan, ‘maar verknal het niet’

Wordt carbidschieten het alternatief voor vuurwerk? Carbidverkopers doen goede zaken, maar oog voor de veiligheid is essentieel. ‘Je kunt niet zomaar met een biertje op zo’n ding afschieten.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden