Jair van der Reis Cohen: ‘Om me heen verhuizen mensen naar Israël, maar ik laat me niet wegjagen’.

75 jaar bevrijding van Auschwitz

‘Iedereen zou een keer een vernietigingskamp moeten zien’

Jair van der Reis Cohen: ‘Om me heen verhuizen mensen naar Israël, maar ik laat me niet wegjagen’.Beeld Mark Kohn

Het is maandag driekwart eeuw geleden dat Auschwitz werd bevrijd. Twee Joodse twintigers vertellen wat een bezoek aan de overblijfselen van de vernietigingskampen in Polen voor hen betekende. ‘De Holocaust is dichtbij.’

Jair van der Reis Cohen (23) uit Amsterdam, reisde in 2017 naar Polen om een aantal vernietigingskampen te bezoeken:

“De Holocaust ís niet lang geleden. Neem mijn oma, de moeder van mijn moeder. Zij is in de oorlog geboren. Ze kwam als Joods baby’tje in de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg terecht, de plek vanwaaruit Joden werden weggevoerd. Vanuit daar is zij weggesmokkeld door het verzet en in een pleeggezin terechtgekomen. Na de oorlog, toen ze ouder werd, hoorde mijn oma dat bijna iedereen dood was van haar familie, onder wie haar beide ouders, haar grootouders, haar zusje. Allemaal in vernietigingskampen Sobibor en Auschwitz vermoord. Stel je dat eens voor. Mijn oma leeft nog, dus zo dichtbij is deze geschiedenis voor mij.

Mijn oma is, met haar huidige man, een paar jaar geleden zelf naar de kampen in Polen gegaan. Dat motiveerde mij. Ik vroeg haar toen tevoren: waarom wil je daarheen? Waarom zou je dat jezelf aandoen? De meeste mensen willen er niks meer mee te maken hebben. Als je het aan mijn opa van vaderskant zou vragen, die ondergedoken zat in de oorlog maar ook heel veel familieleden heeft verloren, dan zou hij zeggen: daar ga ik van mijn leven niet heen. Maar zij antwoordde: misschien vind ik er wat terug. Weer in Nederland vertelde ze dat dit niet zo was, er was niks meer.

Veel uitgeplozen over mijn familie

Mijn hele leven al interesseert de oorlog mij. Ik heb ook veel uitgeplozen online over mijn familie van moeders- en van vaderskant. Velen zijn vermoord. Ik word er niet bang van of verdrietig, geen emotie, zo ben ik. Maar wat wel zo is: als ik een oorlogsfilm kijk met muziek erbij, dán raakt het me. Dan komt het binnen. ‘Defiance’ over Joodse broers in Wit-Rusland die mensen uit het getto redden en in het bos onderbrengen vind ik een mooie film. Omdat ze overleven, omdat je ziet dat ze winnen.

Mijn ouders zijn allebei Joods, mijn vader is geboren in 1965, mijn moeder in 1969. Ze zijn gescheiden toen ik tien jaar was. Ik woonde met mijn oudere broer de ene week bij de ene en de andere bij de ander. We zijn geen vrome Joden, eten niet koosjer ofzo, maar vieren wel de Joodse feestdagen, zoals Grote Verzoendag en het Joods Nieuwjaar. Ik zat ook op Joodse scholen, basisschool Rosj Pina en het Maimonides Lyceum. Daarna heb ik op het Eurocollege, een privéschool gezeten. Ik studeerde international business en nu heb ik sinds drie jaar een eigen bedrijf. We ontwikkelen een elektrische step die legaal de weg op mag. Deze zomer zullen de eerste steps te zien zijn.

De oorlog speelde in mijn jeugd een grote rol. Ik wilde die kampen ook wel­eens in het echt zien. Daarom ben ik met dertig mensen via het Auschwitz-comité naar Polen gereisd in 2017. Een trip van een kleine week. Mijn vader en broer gingen mee. We gingen met een bus drie grote kampen langs: Auschwitz, Sobibor en Majdanek. Auschwitz was het grootst, maar het maakte op mij minder indruk dan de andere twee. Er lopen zoveel toeristen, dat kwam toch minder binnen.

Het ergste vond ik eigenlijk Majdanek in Oost-Polen. Het regende die dag, het was koud. Er was verder niemand. Je zag in de verte de gaskamer staan, met een hoge schoorsteen. Je zag ook nog barakken, alles was nog in goede staat. Dan stel je je voor dat je daar bent en weet: die hoge schoorsteen, daar eindig ik ook straks ook in. En bij de gaskamers stond nog een bad. Dat werd verwarmd door de ovens van de mensen die verbrand werden. Daar baadden de nazi’s in. Verschrikkelijk.

Een grote asberg

Sobibor was het allerheftigst. Omdat mijn meest directe familie daar vermoord is. Er zijn er ook veel in Auschwitz omgekomen, maar dat is minder dichtbij. In Sobibor loop je over een pad door de bossen naar een grote asberg. Daar zijn stenen op gelegd. Je realiseert je: hier ligt metersdiep, de as van mensen. Ook van mijn eigen familie. Voor de rest is het er helemaal stil. We hebben daar de namen opgenoemd van onze familie, ik die van mijn moeders kant, en mijn vader en mijn broer van vaders kant. Daar werd ik wel even… dan moet je me even alleen laten.

Er is nog zoveel antisemitisme, overal, ook in Nederland. Ik ben ook weleens uitgescholden, zelfs als ik zonder keppeltje loop. Kankerjood, dat soort scheldwoorden. Om me heen verhuizen Joden naar Israël, maar dat zal ik zelf niet snel doen. Amsterdam is een fantastische stad om te wonen, ik laat me niet wegjagen. Het is wel heel belangrijk dat Israël er is. Ik vind haat tegenover de staat Israël ook gelijkstaan aan antisemitisme. Als wat in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, weer zou gebeuren, dan is het de enige plek waar Joden heen kunnen.

Ik ga zeker nog een keer naar Polen om die kampen te bezoeken. Om het aan anderen te laten zien, misschien later als ik kinderen heb, of aan vrienden. Het bezoek heeft mij niet veranderd. Maar iedereen zou een keer naar een vernietigingskamp als Sobibor moeten gaan. Om te begrijpen wat is aangericht.”

Michelle Michel (22) uit Amsterdam bezocht in november vorig jaar enkele Poolse vernietigingskampen waaronder Auschwitz:

“Vlak voor ik afgelopen herfst met mijn moeder en een groep naar Auschwitz en andere ­nazikampen in Polen zou gaan, wilde ik afzeggen. Ik zat namelijk zelf niet lekker in mijn vel. Ik wist niet wat ik met mijn leven aan moest. Dit is helemaal geen goed moment om zo’n zware reis te maken, dacht ik. Maar mensen om mij heen zeiden: het kan heel moeilijk zijn, maar wie weet knap je er juist van op. Ik ben nu ontzettend blij dat ik gegaan ben. Het heeft me, hoe gek dat ook klinkt en hoe afschuwelijk het óók was, toch goed gedaan.

Mijn moeder, geboren in 1961, wilde heel graag een keer naar Auschwitz en Sobibor gaan. Haar grootouders van vaders kant zijn in Sobibor vergast. Haar vader was ondergedoken en overleefde zo de oorlog. Zij wilde dus haar opa en oma herdenken. En ze wilde heel graag dat ik meeging. Ik ging ook echt voor haar. Bovendien hoorde ik van mensen om me heen dat je dit één keer in je leven gezien moet hebben. Omdat je daarmee een beter beeld krijgt van wat er allemaal gebeurd is, wat de Holocaust inhield.

Michelle Michel: ‘Voor mij is het niet de vraag of er nog eens een oorlog komt, maar wanneer’.Beeld Mark Kohn

Mijn opa, van wie dus de ouders in Sobibor vermoord zijn, heb ik niet gekend. Hij is al voor mijn geboorte overleden. Maar zijn vrouw, mijn oma, is er nog steeds, ze is nu 90 jaar oud. Zij zat met haar broertje ondergedoken en is niet altijd goed behandeld. Na de oorlog heeft ze wel haar onderduiknaam behouden, ze wordt Annie genoemd. Maar ze draagt wel een ketting om haar nek met haar echte naam: Esther. Waarom ze die naam gehouden heeft? Ik weet dat niet. Ze praat er niet heel vaak over. Ze vindt het moeilijk gevoelens te uiten.

De oorlog was in mijn jeugd aanwezig, zowel op school als thuis werd erover gesproken. Ik groeide op in een liberaal-joodse omgeving. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik nog heel jong was, ik woonde vooral bij mijn moeder.

Ik zat op een Joodse basis- en middelbare school. Daarna ben ik makelaardij gaan doen, maar gestopt, ik vond er niets aan. Sinds twee jaar woon ik op mezelf in Amsterdam-Buitenveldert. Ik heb allerlei baantjes gehad, in de horeca en office manager bij een voetbalclub. Nu ben ik op zoek naar wat nieuws.

 Ik dacht eerst: het valt best mee

Ik had de tocht langs die concentratiekampen in Polen zwaar onderschat. De dagen waren helemaal volgepland. Je moest vroeg op en met een bus reden we rond. Polen in dit seizoen is heel sfeerloos, grauw, al vroeg is het donker. Rondom het plaatsje Auschwitz liggen drie kampen. Auschwitz 1 bezochten we als eerste. Het klinkt misschien raar om te zeggen, maar ik dacht: het valt best mee. De barakken waren van steen en, ja, ik vond ze best mooi. Het was er toeristisch, vol, en meer een groot museum. Maar als je naar de foto’s keek die er hingen… verschrikkelijk.

In het tweede kamp Birkenau is dat heel anders, daar zijn de barakken van hout, je voelt de ellende die de mensen moesten doorstaan. De kou, de tocht, de ziektes. En de gaskamers daar, vreselijk, echt een industrie van vernietiging. We bezochten ook Majdanek en op de laatste dag Sobibor.

Heel veel indruk maakten de verhalen over wat Joodse mensen moesten doen. Zoals wegen aanleggen met Joodse grafstenen. Hoe verzin je zoiets zieks? Met blote handen en voeten in de vrieskou moesten ze zo hard werken. Of dat je bijvoorbeeld expres juist op Joodse feestdagen mensen extra lang afbeult. Dat vind ik zo gestoord. Dat het zo ver is gekomen, hoe kan het? Dat zoveel mensen eraan meegewerkt hebben. Het scheiden van ouders en kinderen, zo verschrikkelijk. Hebben de mensen die dat bedachten en uitvoerden dan helemaal geen gevoel gehad?

Mijn moeder is een emotioneel persoon, ze had het heel zwaar. Ik ook wel, maar ik huil minder snel waar anderen bij zijn. Na een tijdje huilde ik ook mee, hoor. Vooral die laatste dag in Sobibor, toen mijn moeder haar grootouders herdacht, was heel erg heftig. Die megaheuvel met as, en dat je dan beseft dat zij daartussen liggen. Daar ging de hele groep kapot. We hebben allemaal rode rozen op de witte stenen gelegd. Het was heel indrukwekkend.

Je bént er, wat bijzonder

Ik voelde me heel verbonden met mijn familie. Ook in Auschwitz, waar op de muur tussen al die namen ook die van familie staat. Het besef dat dit echt is gebeurd. Ik heb nu met eigen ogen gezien waar de mensen gelopen hebben. Toen ik daar rondliep dacht ik telkens: wat als? Wat als mijn oma niet ondergedoken was? Dan was ik er niet geweest. Ik voelde me blij dat zij het overleefd heeft. Vóór die reis dacht ik: wat is mijn leven waard? Nu denk ik meer: je bént er, wat bijzonder. Dat heeft mijn ogen geopend. Ik ben heel trots dat wij Joden er nog zijn. Niet met veel, maar wel met nog wat.

Het antisemitisme is nog springlevend, helaas. Veel Nederlanders zien het niet, die zijn zo naïef. Maar voor mij is het niet de vraag of er nog eens een oorlog uitbreekt, maar wanneer. Er hoeft maar een gek aan de macht te komen en dan is het weer zo ver.

Ik ga geregeld naar Israël op vakantie, ik heb er vrienden wonen. Het is heerlijk daar. Ik huur altijd een huisje via Airbnb. Dan voelt het net of je er woont. Tegelijk hoef ik daar niet permanent te wonen. Ik heb geen behoefte Amsterdam te verlaten.

Ik hoef niet nog eens op excursie naar de kampen in Polen. Waarom zou ik dat doen? Ik deed het voor mama en voor mijn opa. Eén keer in je leven erheen met een goede reden, ja. En wie ieder jaar wil gaan om te herdenken, ook prima natuurlijk. Maar voor mij was het zo genoeg. Het moet ook niet een soort gangbaar uitje worden. Wie weet in de verre toekomst met mijn kinderen, ga ik nog een keer. Maar komende jaren, nee, zeker niet.”

Lees ook:

Selma van de Perre (97) doet nu pas haar verhaal over het concentratiekamp. ‘Ik gunde het de Duitsers niet dat ik doodging’

Het heeft lang geduurd voor ze kon vertellen over wat haar is overkomen in de oorlog. De inmiddels 97-jarige Selma van de Perre werd als Joodse verzetsvrouw opgepakt en belandde uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück. Ze verloor in de Tweede Wereldoorlog haar ouders, haar zusje en talloze andere geliefden. Deze week verschijnen haar oorlogsherinneringen.

De Pool die vrijwillig naar Auschwitz ging om verslag te doen werd door niemand geloofd

De Britse journalist Jack Fairweather schreef een boek over de Poolse held Witold Pilecki, die als verzetsman vrijwillig naar Auschwitz ging om verslag te doen aan de geallieerden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden