Déjà Vu Lonely Planet

Holland stond anno 1838 ook al in de toeristische tiplijstjes

Klederdracht, hier begin jaren dertig van de vorige eeuw op Walcheren, was ook in de negentiende eeuw al leuk voor buitenlandse toeristen. Beeld ANP

Ga naar de Wadden (Vlieland in het bijzonder) en een bezoek aan Nederland is niet compleet zonder Maastricht, raadt ‘Lonely Planet’ zijn lezers aan. De beroemde reisgids heeft Nederland in de toptien van belangrijkste bestemmingen voor 2020 opgenomen.

In de negentiende eeuw concentreerden dit soort boekjes zich, als ze Nederland beschreven, op wat later de Randstad is gaan heten: de grote steden. Het Delft van Vermeer, plaatsjes rond de Zuiderzee en het schilderachtige Broek in Waterland eisten de hoofdrol op in de reisgidsen van toen.

Dat andere bestemmingen er bekaaid van afkwamen, had ook alles te maken met bereikbaarheid. Zonder of met slechts beperkte treinverbindingen kostte reizen veel tijd. Wegen waren slecht. Schuiten voeren langzaam.

Trek voor Nederland tweeënhalf tot drie weken uit, raadde John Murray, de zoon van een Britse uitgever, aan in zijn in 1838 verschenen ‘Holland, Belgium and the Rhine’. Zijn doelgroep bestond uit gegoede burgers. Alleen zij hadden de middelen om als toerist op pad te gaan. Andere reisgidsen later in dezelfde eeuw vroegen nog om minstens een week in te plannen voor een goede rondgang door Nederland. Veel tijd in de ogen van 21ste-eeuwse reizigers, van wie sommigen zelfs kiezen voor Holland in one day.

Niet bovenaan de verlanglijstjes

Nederland stond niet bovenaan de verlanglijstjes van de buitenlandse toeristen: Zwitserland was bijvoorbeeld populairder, net als Parijs en andere delen van Frankrijk. De wat meer centrale ligging in Europa speelde daarbij ook een rol.

De rode reisgidsen van de Duitser Karl Baedeker, afkomstig uit een geslacht van boekdrukkers en -handelaren, waren de Lonely Planets van hun tijd. Informatie over bezienswaardigheden, praktische tips en handige kaarten hielpen de toeristen hun weg te vinden. De eerste Baedeker over Nederland en België verscheen in 1858, deels gebaseerd op andere gidsen (onder meer Murray) en deels op basis van eigen reiservaringen.

Nederland rook fris, vond Murray. Hij beschreef de inwoners als manische schoonmakers. Bij een rondgang door steden en stadjes ontkwam je niet aan mannen en vooral vrouwen die druk aan het boenen, schrobben, dweilen, zemen en vegen waren.

Kijk wel uit dat je als reiziger geen nat pak haalt, als de emmers worden leeggegooid over ramen, waarschuwde de Baedeker. Die gids had ook medelijden met een deel van de Nederlandse fauna: “Geen dier wordt met zoveel ijver vervolgd als de spin”.

Kritischer over hygiëne

Ook de Nederlandse hotelkamers vielen aanvankelijk op door hun netheid. Later in de negentiende eeuw werden schrijvers van reisgidsen kritischer over de hygiëne in hotels en herbergen. De prijzen voor het huren van kamers waren in vergelijking met andere landen hoog, zeker als je ook nog eens scherp keek naar het gebodene.

Horecapersoneel blonk niet uit in gastvrijheid en dienstverlening, merkten reisgidsen op. Klanten uit het buitenland voelden zich nogal eens genegeerd. Eigen volk eerst, leek het motto van veel hoteliers en herbergiers.

Zakelijk, koeltjes, flegmatiek, waren typeringen die de Nederlanders in reisgidsen kregen toegedicht. Veel van het karakter en de eigenaardigheden linkten de schrijvers voor het gemak maar aan het aangetroffen landschap. Buiten de steden was op veel plekken ook de mensenhand zichtbaar.

Ook het kaarsrechte van de weides, akkers, vaarten en sloten ademde zakelijkheid en nuchterheid. De gemiddelde negentiende-eeuwer van over de grens, nog vervuld van de Romantiek, had het daar overigens niet zo op. Het was goed dat de reiziger na zoveel saai Nederlands landschap door kon naar buurlanden met meer panorama’s, watervalletjes en ander sprookjesachtigs. Minder voorspelbaarheid. Minder monotonie.

Fijn was wel dat in Nederland nog op relatief veel plekken klederdrachten werden gedragen. Onder meer in de plaatsjes rond de Zuiderzee konden de buitenlanders hun ogen uitkijken.

In de rubriek Déjà Vu bekijkt Paul van der Steen wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden