Moord Derk Wiersum

Hoe Nederland het momentum miste om de georganiseerde misdaad aan te pakken

Beeld Ilse van Kraaij

Hoe kan het dat de georganiseerde criminaliteit in Nederland zo open en bloot kan huishouden? Dat heeft te maken met een beslissing van ruim twintig jaar geleden. 

Een moord op een advocaat, op een woensdagochtend in een gewone woonwijk, hoe kan dat, in Nederland? Hoe kan het dat eerder een onschuldige broer van een kroongetuige in alle openheid wordt vermoord, dat kogels soms over straat vliegen als jonge bendeleden, tieners vaak nog, een liquidatie uitvoeren? Hoe kan het dat een term als vergismoord volledig ingeburgerd is?

Minister Ferd Grapperhaus van justitie gaf een schuldbewust antwoord. Op de dag van de liquidatie van advocaat Derk Wiersum zei hij geëmotioneerd dat ‘we de georganiseerde misdaad in Nederland hebben laten woekeren’.

Dat hebben we zeker, beaamt lector aan de Politieacademie Edward van der Torre. Hoe vaak is er al niet gewaarschuwd voor de opkomst van de georganiseerde zware criminaliteit in Nederland? In 2007 zei toenmalig recherchechef Willem Woelders al dat een groep jonge Marokkanen klaarstaat om door te stoten naar de criminele top. “Vijf jaar geleden waren het kleine criminelen, nu plegen ze grote kraken en schuwen geweld niet”, zei hij.

Woelders heeft gelijk gekregen, zegt Van der Torre. En volgens hem waren er al eerder waarschuwingen. De eerste kans om de opmars van de georganiseerd misdaad te stuiten, was ruim tien jaar eerder, in 1996. In dat jaar sloot de commissie-Van Traa haar onderzoek af naar de manier waarop de recherche drugscriminelen probeerde te pakken. Die was omstreden omdat het Interregionaal Recherche Team (IRT) onder toezicht drugs doorliet om zo in de top van de georganiseerde misdaad te infiltreren. “Uit die commissie kwamen twee conclusies”, zegt Van der Torre. “Eén: de opsporingsmethode deugde niet. Er moesten betere regels komen. Tweede conclusie: de georganiseerde misdaad in Nederland is te omvangrijk geworden.”

Een snackbar zonder frituur

Hoe sterk de georganiseerde misdaad in die tijd al was, daarvan kreeg Van der Torre zelf een indruk toen hij voor zijn proefschrift meeliep op bureau Rotterdam Marconiplein. Agenten wezen hem op een snackbar zonder frituur Dat ging allerminst ten koste van de klandizie. Zelfs vanuit België en Frankrijk kwamen de klanten naar die befaamde snackbar. “Er werd een onderzoek gestart en ik dacht: hier wordt flink verdiend. Dat gaat vast om tienduizenden guldens.”

Beeld Ilse van Kraaij

Van der Torre zat ernaast. Het bleek te gaan om 450 miljoen gulden, weggesluisd naar Marokko. “Als je dat geld deels investeert in vastgoed in Marokko en deels in drugs, ben je snel miljardair. Voor mij was die casus met die honderden miljoenen, gevoegd bij het rapport Van Traa dat in die tijd verscheen, het moment om fors in te zetten op opsporing. Maar dat gebeurde niet.”

Want de aandacht ging niet naar de aanpak van georganiseerde misdaad, maar naar ‘gebiedsgebonden’ politie. Dat zijn de agenten die de boeven vangen waar gewone burgers last van hebben. De tasjesdieven, inbrekers en overvallers. “De wijkagenten, de geüniformeerde politie, stond centraal. Daarom hebben we nu ook goede uniformpolitie. Toch, als je nu terugkijkt naar Van Traa kun je zeggen: er is destijds half werk geleverd. Ja, de opsporingsmethode is beter gereguleerd, maar de opsporing zelf is destijds onvoldoende verbeterd, terwijl de omvang van de georganiseerde misdaad duidelijk maakte hoezeer die opsporing nodig was.”

Als Van der Torre met oude recherchebazen praat, zeggen zij dat Nederland toen, zo halverwege de jaren negentig, het moment passeerde om in te grijpen en de georganiseerde misdaad beheersbaar te houden.

Een vastgeroest idee is dat het de gewone burger nauwelijks treft

Dat de aandacht sinds de jaren negentig vooral uitgaat naar de zogeheten high impact criminaliteit heeft wel tot resultaat geleid, zegt Van der Torre. De cijfers laten zien dat het aantal inbraken en geweldplegingen daalt. Ook lost de recherche vaker moorden op. Maar door de concentratie op deze criminaliteit blijven de drugsbaronnen en hun helpers buiten schot. En zo kon Nederland de afgelopen decennia uitgroeien tot het grootste drugsland van Europa.

Een vastgeroest idee rond georganiseerde misdaad was dat die de gewone burger nauwelijks treft. Noord-Brabant weet ondertussen beter. In die regio dumpen criminelen geregeld gevaarlijk afval van xtc-laboratoria. Maar ook in de grote steden tarten de vele moorden en vooral de vergismoorden de openbare orde. 

Het klassieke beeld is dat mensen die in de georganiseerde misdaad actief zijn al vroeg beginnen met misdaad. Dat klopt niet altijd. Onderzoeken naar het strafblad van criminelen laat zien dat er een groep is die inderdaad van jongs af aan in de criminaliteit zit, maar er zijn ook mensen die ogenschijnlijk uit het niets opduiken, zoals personen die gedwongen worden hun diensten te leveren aan drugsbazen.

Ton Nabben, criminoloog en drugsonderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam: “Iemand die niet crimineel is, maar zijn rekeningen voor gas en licht niet kan betalen, kan zo stom zijn om zijn slaapkamer ter beschikking te stellen voor een hennepkwekerij. Als je wordt gepakt, zegt de crimineel: dat is een verloren oogst. Je bent me 30.000 euro verschuldigd. Dan zit je goed in de problemen.”

Beeld Ilse van Kraaij

Een andere truc is een dure auto uitlenen aan een liefhebber van auto’s, een garagehouder bijvoorbeeld, of een vrachtwagenchauffeur. Als die auto ineens ‘gestolen’ is, mag de garagehouder of chauffeur hem terugbetalen door diensten te verlenen, zoals drugs smokkelen. Zo kunnen burgers die naïef zijn of een misstap begaan ineens in de zware criminaliteit belanden.

‘Gewone’ mensen kunnen ook in de criminele organisatie terechtkomen als zij bepaalde nuttige kennnis hebben, zegt universitair docent criminologie bij de Vrije Universiteit Vere van Koppen. Wie veel verstand heeft van geldstromen, zoals een accountant, kan benaderd worden om geld aan het zicht te onttrekken. 

Weet je geen mensen die drugs kunnen vervoeren?

Voor haar onderzoek voerde Van Koppen gesprekken met gevangenen. “Een van hen was een kroegbaas. Hij had een paar vaste klanten met wie hij vaak sprak. Zij bleken drugshandelaren te zijn. Ze vroegen hem: weet je geen mensen die voor ons drugs kunnen vervoeren? Die man zei dat hij het zelf aanvankelijk niet deed. Maar op zeker moment is hij toch gaan rijden. Nu zit hij een straf uit van twaalf jaar. Soms zijn mensen zelf niet op zoek, maar het komt naar hen toe en dan gaat het van kwaad tot erger.”

Deze groep die ineens in de georganiseerde criminaliteit belandt, is niet van tevoren in de gaten te houden. Dat roept de vraag op of uitvoerig controleren en monitoren van jonge delinquenten wel zo nuttig is. Amsterdam doet dat met de zogeheten Top600-aanpak. De zeshonderd jongeren die voor de meeste overlast zorgen, worden eerst hard aangepakt met lik-op-stukbeleid en dan geholpen om een opleiding af te ronden en/of werk te vinden.

Over de effectiviteit verschillen de meningen. Sommige deskundigen wijzen erop dat weliswaar een deel weer op het rechte pad komt, maar dat de aanpak daar vermoedelijk niets mee te maken heeft. Als de jonge crimineeltjes eenmaal een jaar of dertig zijn, houdt een groot deel er vanzelf mee op.

Laat die beïnvloedbare jongens niet lopen

Toch vindt criminoloog en drugsonderzoeker Nabben de aanpak zeker niet nutteloos. Hij heeft contacten met jongerenwerkers in Amsterdam. “Zij zeggen al jaren dat in hun wijk groepjes al op zeer jonge leeftijd buiten de boot vallen. Dat zijn de snel beïnvloedbare jongens die makkelijk achter criminelen aan lopen. Die moet je niet laten lopen, maar je best doen om ze de andere kant te laten kiezen. Al is dat lastig, want het grote geld van de criminaliteit blijft een aantrekkelijk alternatief.”

Dat minister Grapperhaus de hand in eigen boezem steekt en erkent dat Nederland geen prioriteit heeft gegeven aan de georganiseerde misdaad, verbloemt volgens Nabben het echte probleem. Dat is niet de drugshandel in Nederland, maar de internationale drugsindustrie.

“Wat hier gebeurt, zijn rimpelingen van de grote drama’s die zich in Mexico en Latijns-Amerika afspelen. Daar worden hele legers op de georganiseerde misdaad afgestuurd. Zonder resultaat, want georganiseerde misdaad blijft oppermachtig.

Beeld Ilse van Kraaij

“Het klinkt wat gek, maar trek een parallel met de klimaatdiscussie. We kunnen in Nederland allerlei maatregelen nemen, maar de grote klimaatvraagstukken zijn mondiaal. De war on drugs is ook mondiaal, maar alle landen zijn er op hun eigen manier mee bezig.”

Dat Nederland de reputatie heeft van narcostaat, ligt volgens Nabben niet helemaal aan het beleid waarin georganiseerde misdaad kon voortwoekeren. Hij stelt dat Nederland een mondiaal drugknooppunt is vanwege de geografische ligging. “Miami heeft daar ook last van, net als New York en Spanje. Door de ligging is Nederland een ideaal doorvoerland.”

Allerlei goederen komen over water, land en via de lucht Nederland binnen om van hieruit te worden gedistribueerd over Europa en andere continenten. “Onze open economie is ideaal voor criminelen om op mee te liften. Dat al jarenlang op verontrustende schaal wordt geliquideerd, laat zien dat er een strijd is rond de distributiekanalen. Ik begrijp de huidige discussie en de vraag of we deze geweldsgolf hadden kunnen voorkomen. Maar je moet ook naar het grotere verband kijken.”

Nederland wil drugs niet uit het criminele circuit halen

Een internationale aanpak is volgens Nabben een absolute voorwaarde om de drugscriminaliteit te bestrijden. Hij en Van Koppen zien ook wel iets in regulering. Bij regulering houdt de overheid in de gaten hoe vaak en hoeveel iemand gebruikt. De overheid verstrekt dan via een loket bijvoorbeeld cocaïne. Dan kan het direct de kwaliteit controleren.

Onrealistisch? Voorlopig wel. Toch zijn er deskundigen die de geesten rijp willen maken voor regulering. De Global Commission on Drugs Policy onder meer, een panel waarin oud-staatshoofden, politici en zakenlieden zitting hebben. Zij vinden de war on drugs een doodlopende weg en willen drugs uit het criminele circuit halen. Nederland ziet daar niets in, zo liet de Tweede Kamer deze week nog weten.

Van der Torre pleit ervoor het werk dat na de commissie-Van Traa is blijven liggen op te pakken. “We hebben een goede uniformpolitie, de opsporing is beter geregeld en de oplossingspercentages van misdrijven zijn verbeterd. De opdracht nu is: de bestrijding van de georganiseerde misdaad versterken. Dus niet alleen criminaliteit aanpakken waarvan mensen aangifte of een melding doen, maar ook de criminaliteit waarbij opsporingsdiensten zelf op zoek moeten naar informatie, zoals in de drugshandel, vastgoedwereld, witwassen en mensenhandel. Die opsporing moeten we naar een hoger niveau tillen. Daar moet Den Haag de politie bij helpen. We zullen een debat moeten voeren over de vraag: wat is de opsporing van de zware, georganiseerde criminaliteit ons waard?”

Lees ook:
De moord op Derk Wiersum leest als een boodschap

Iedereen noemt de moord op advocaat Derk Wiersum, woensdagmorgen in Amsterdam, een aanslag op de Nederlandse rechtsstaat

Grapperhaus zet NCTV op moordzaak: ‘We lieten misdaad woekeren’

De NCTV krijgt een rol in de bescherming en veiligheid rond de strafzaak tegen Ridouan T. De politiek worstelt met de vraag hoe te winnen van de ‘nietsontziende misdaad‘.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden