InterviewIntegratie

Hoe is het Afghaanse vluchtelingen in Nederland tot nu toe vergaan? ‘Wij zijn heel prestatiegericht’

Anisa Dehzad. Zij vluchtte in 1992 uit Afghanistan.
 Beeld
Anisa Dehzad. Zij vluchtte in 1992 uit Afghanistan.

Afghanen kwamen sinds de jaren negentig naar Nederland, op de vlucht voor oorlog en geweld. Hoe is het met hen?

“Er zijn altijd verschillende perspectieven en motieven mogelijk”. Sahar Noor, tot voor kort onderzoeker inclusie en diversiteit bij Movisie, wil meteen een stevige disclaimer maken over de Afghaanse gemeenschap in Nederland. “Geen statistiek of onderzoek kan de diversiteit ondervangen.”

In totaal zijn er zo’n 50.000 Nederlanders met Afghaanse wortels. Veruit de meesten hebben een vluchtelingenachtergrond of zijn de kinderen van ex-vluchtelingen. De meeste Afghanen arriveerden halverwege de jaren negentig. Zij probeerden te ontkomen aan de bloedige oorlogen die ontstonden na de val van het communistische regime.

De mensen die naar Nederland kwamen waren over het algemeen hoger opgeleid. “Je hebt geld nodig om te kunnen vluchten. Dit waren dus mensen met een bepaalde maatschappelijke status. Hun vlucht betekende ook een braindrain voor Afghanistan.”

‘Goede naam’

Al snel ontstond het beeld in Nederland dat de nieuwe Afghaanse landgenoten hard werkten. “Op het gebied van integratie vallen geen grote problemen te verwachten”, schreef het CBS aan het begin van deze eeuw. Onderzoeker Noor wil het beeld wel nuanceren. “Afghanen kregen een ‘goede naam’. Maar die eerste generatie kreeg zeker niet altijd de investering die ze nodig had om goed te kunnen functioneren. Diploma’s uit Afghanistan waren niet geldig in Nederland; er was lang veel werkloosheid bij deze generatie. Ook was er veel minder psychologische hulp dan nu voor mensen met oorlogstrauma’s, en al helemaal weinig mogelijkheid tot interculturele zorg. Het was vooral: je bent nu hier, dus succes! Ga het maar zelf doen.”

De generatie kinderen die in de jaren negentig met hun ouders naar Nederland kwam, doet het op ‘basis van statistische kennis’ heel goed, zegt Noor. “We weten dat zij relatief vaak een vervolgopleiding hebben afgemaakt en werk hebben gevonden. Ze zijn goed geworteld in Nederland, ze ondersteunen hun ouders. Zij doen heel erg hun best, vaak vanuit het idee: onze ouders hebben iets opgeofferd, nu moeten we iets terugdoen.”

‘We hebben een soort loterij gewonnen’

“Dat plichtsbesef is echt iets voor deze generatie”, zegt Toba Dehpoor (24), bestuurslid bij de Afghaans-Nederlandse organisatie KEIHAN. “Wij hebben een kans gehad, een soort loterij gewonnen. We zijn heel prestatiegericht en willen alle kansen benutten.” KEIHAN is een soort voorbeeld van die drive. “De organisatie is altijd gerund door twintigers. We willen gewoon graag iets terugdoen voor de maatschappij.”

Onderzoek toont aan dat dat harde werken niet voor iedereen zonder gevolgen is, waarschuwt onderzoeker Noor. “Het kan erg zwaar zijn. Bovendien weten we vanuit de sociologie dat trauma’s kunnen worden doorgegeven van generatie op generatie. Daar kampt ook een deel van deze groep twintigers en dertigers mee.”

Minder asielaanvragen

De afgelopen jaren zijn er relatief weinig Afghanen Nederland binnengekomen; in 2020 waren er zo’n 400 asielaanvragen. Dat heeft te maken met het feit dat Nederland het land tot voor kort als veilig beoordeelde. “Vluchten met als argument dat het in je land onveilig is, was dus niet meer voldoende”, zegt Sahar Shirzad, programmamaker en jurist gespecialiseerd in mensenrechten. “Je moest kunnen aantonen dat jij specifiek gevaar loopt, vanwege bijvoorbeeld je religie, etniciteit of je seksualiteit.”

Toch was Afghanistan ook tijdens de Amerikaanse aanwezigheid gevaarlijk. “De regelgeving in Nederland was veranderd, de situatie in Afghanistan niet”, vat ze samen. “Maar het politieke klimaat hier en in de rest van Europa is deze eeuw conservatief-rechts geworden. Het asielbeleid is nu gericht op afschrikken.” Shirzad organiseert vandaag een demonstratie op de Amsterdamse Dam om het kabinet op te roepen Afghanistan weer de status ‘onveilig’ te geven.

De jurist wil benadrukken dat het afschrikbeleid en de lange procedures ook maatschappelijke gevolgen hebben. “Van de status vluchteling is een identiteit gemaakt, in plaats van een juridische status.” Ze vraagt zich af wanneer Afghaanse Nederlanders niet meer als vluchteling zullen worden gelabeld. “We waren op de vlucht. Maar nu ben ik gewoon Sahar, Nederlands-Afghaanse.”

Oorlog en conflict in Afghanistan

In 1978 plegen militairen een coupe in Afghanistan. Ze zetten een communistische regering op. Maar verschillende groepen in het land komen tegen deze regering in opstand. In 1979 valt de Sovjet-Unie het land binnen om de communisten te steunen.

De VS beginnen zich daarop ook te bemoeien met Afghanistan. Ze steunen islamitische strijders, de Mujahideen. Er ontstaat een langdurige burgeroorlog en veel Afghanen vluchten. In de jaren negentig komen de Taliban op, die in 1998 officieel aan de macht komen. Zij vormen Afghanistan om tot een streng islamitisch land. Vrouwen mogen niet werken of naar school. Op overtreding van de extreem conservatieve regels van de Taliban staan lijfstraffen.

Na de aanslagen van 11 september 2001 beschuldigen de VS de Taliban ervan dat zij Osama bin Laden niet uit willen leveren. In oktober 2001 beginnen de VS en hun bondgenoten met militaire aanvallen op de Taliban.

Anisa Dehzad (60): ‘Onze kinderen hebben allemaal gestudeerd’

“Wij zijn in november 1992 naar Nederland gekomen. Daarvoor woonde ik in Kaboel en gaf ik les op het filosofiedepartement aan de universiteit. In die jaren was ik actief in de vrouwenbeweging. Ook mijn man was politiek actief. Op den duur waren we ons leven niet meer zeker en moesten we vluchten.

“Het maakte me niet zoveel uit waar we naartoe gingen, als het maar veilig was. We kwamen samen met onze kinderen, de oudste was 7, de middelste 5 en ik was in verwachting. Eén maand nadat we hier kwamen is de jongste geboren. Je eigen land verlaten naar het onbekende is nooit leuk, maar als moeder ben je ook nog verantwoordelijk voor je kinderen. Net als iedere ander vluchteling moesten we een lange weg bewandelen, de procedures duurden lang.

“Als je vlucht, neem je je papieren en je diploma’s niet mee. Je komt met lege handen, zonder dat je de taal spreekt. Ik kon hier niets doen met mijn universitaire opleiding. Maar ik wilde graag iets betekenen voor de samenleving. Ik ben weer gaan studeren, en maatschappelijk werker geworden. Ook mijn man heeft zich laten omscholen. Om de beurt bleven we thuis bij de kinderen.

“De kinderen hebben hier allemaal gestudeerd, ze hebben hun plek gevonden in de samenleving. Maar ze voelen zich ook nog Afghaans. Ze zijn heel betrokken, ook omdat er nog veel familie in Afghanistan is. Die zitten in een heel slechte situatie. Maar we kunnen niets doen. Ik voel me daar heel machteloos over.

“Of ik het jammer vind dat ik mijn universitaire carrière heb moeten laten varen? Ik denk er niet zo over na. Ik heb altijd gedacht: als je blijft stilzitten en rouwen bereik je niets. Wij hebben besloten om verder te gaan.”

Aqlima Nazary (48): ‘Vrouwen, wees trots en laat jezelf zien’

“Ik kan me herinneren dat toen ik naar Nederland kwam, ik dacht dat het het paradijs was. Voor het eerst hoefde ik niet meer bang te zijn voor oorlog. En dan was er de vrijheid als vrouw. Dat ik kon zeggen wat ik wilde zeggen. Dat was nieuw; in Afghanistan was er weinig aandacht voor mijn ambities.

“Ik ben geboren en getogen in Kaboel, in een gezin van tien kinderen, waarvan er twee zijn omgekomen in de oorlog. Ik heb heel veel familieleden verloren aan het geweld. Het verdriet daarvan heeft sterk beïnvloed wie ik vandaag de dag ben.

“In 1994 kwam ik hier, alleen. Ik was 19, mijn ouders waren twee jaar daarvoor gekomen. In Nederland ben ik meteen begonnen met het leren van de taal. Eerst studeerde ik hotelmanagement. Maar dat was eigenlijk niets voor mij. Toen zei iemand: je kan ook werk doen waarbij je anderen helpt.

“Ik realiseerde mij: door mijn achtergrond kan ik mensen die hier komen helpen met mogelijkheden vinden. Op die manier heb ik mezelf ontwikkeld tot cultuurcoach. Ik focus mij nu vooral op Afghaanse vrouwen hier. Zij zijn jarenlang onderdrukt geweest, ze weten daardoor niet welke capaciteiten ze hebben of hoe ze die kunnen benutten. Ze durven ook vaak niet te zeggen waar ze goed in zijn. Dat is extra lastig in Nederland, omdat er hier heel erg van je verwacht wordt dat je assertief bent en dingen zelf doet.

“Ik maak me erg veel zorgen over de vrouwen die nu in Afghanistan zijn. De repressie neemt alleen maar toe. Tegen de vrouwen die nu naar Nederland komen zou ik willen zeggen: jullie hebben nu het recht om je stem te laten te horen. Je hebt de gelegenheid om als een volledig mens te kunnen leven. Wees trots op jezelf en laat jezelf zien.”

Lees ook:

Hoe de noodopvang voor Afghaanse evacués in Heumensoord beter kan dan de vorige keer

Er komt opnieuw een noodopvanglocatie voor 750 vluchtelingen in Heumensoord. In 2015 zaten hier bijna 3000 vluchtelingen in tenten. Wat valt er te leren van de vorige keer?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden