De Lutzmann-automobiel in Zoutkamp, met kenteken ‘1'. Beeld Groninger Archieven

Déjà Vu Nummerborden

Hoe het kenteken van nummer 1 naar één letter, drie cijfers en twee letters ging

Ingewikkelde combinaties zoals nu met weer nieuwe kentekens (achtereenvolgens één letter, drie cijfers en twee letters) waren anno 1898 nog niet nodig. Automobielen kregen letterlijk een nummerbord. Op de eerste, voor de Groningse bankier en effectenhandelaar Willem Allard van Dam stond kortweg het cijfer één, op de tweede voor Van Dams broer ­Johannes een twee en zo verder. De Van Dams reden een Pfeil, een automerk dat een jaar later al werd opgekocht door Opel.

De zelfrijdende koetsen waren eind negentiende eeuw een noviteit op de Nederlandse wegen. De Duitsers liepen iets voor. In 1893 vertoonde een van hen zich net over de grens in Venlo met zijn automobiel, voor zover bekend de eerste verschijning op de vaderlandse bodem. Twee jaar later was de Tilburgse industrieel Jos Bongaers de eerste Nederlander die een exemplaar aanschafte.

Het drie jaar later ingevoerde nummerbord mocht met recht een kenteken heten. Want de wetgever had echt de bedoeling om steeds helder te hebben wie zich voortbewoog met in de snelle en tamelijk anonieme voertuigen. Na de eerste nieuwsgierigheid viel namelijk veel angst te bespeuren voor de ­automobielen en er gebeurden ongelukken.

Nummerborden met provincie-aanduiding

Destijds werd overigens niet ­gesproken van een kenteken of nummerbord maar van een rij­vergunning. Het ministerie van ­waterstaat gaf die af en trok de toestemming in geval van overtredingen ook in. “De snelheid, welke in bebouwde kommen niet mag worden overschreden, bedraagt thans 8 K.M. per uur, 1,5 maal de snelheid van een voetganger, terwijl deze kommen nagenoeg nergens zijn aangegeven”, schreef het Algemeen Handelsblad in 1903. “Houdt men een paard bij dat in matigen draf gaat, is men strafbaar en wordt de rijvergunning al heel licht ontnomen.”

De in 1898 ingevoerde nummering werd al in 1906 afgeschaft. ­Nederland kreeg een nieuw soort kenteken met één of twee letters die aangaven uit welke provincie je kwam en daarna een cijfercombinatie. De A stond voor Groningen, de B voor Friesland en zo had elk landsdeel herkenbare letters. Die met de meeste auto’s hadden zelfs meerdere varianten: G, GZ, GX voor Noord-Holland en H, HZ en HX voor Zuid-Holland. De nummerborden moesten voortaan ook bij de provincie worden aangevraagd.

Een speeltje voor de welgestelden

Een groot deel van de publieke opinie keerde zich vooralsnog trouwens tegen de auto. In de ogen van velen vormde die vooral een speel­tje voor de welgestelden. In een Kamerdebat in 1906 verzetten de meeste parlementariërs zich tegen nog meer aanpassingen voor deze snelheidsmonsters. Minister van waterstaat Cornelis Lely kwam als een van de weinigen met een ­tegengeluid en voorzag de grootse rol die voor dit soort voertuigen in het verschiet lag: de auto kon volgens de bewindsman het begrip mobiliteit een nieuwe dimensie ­geven. De bewindsman was een roepende in de woestijn, maar kort daarna nam het aantal wagens inderdaad snel toe: in 1909 reden er zo’n 1500 auto’s in Nederland rond, in 1913 waren dat er al vierduizend.

Waar andere landen vasthielden aan nummerborden die verwezen naar de plaats van herkomst van de automobilist (denk aan de Duitse kentekenplaten met een afkorting die verwijst naar waar mensen ­wonen), nam Nederland er in 1951 afscheid van. De cijfer-lettercombinatie had in het vervolg niets meer te maken met de provincie van de auto-eigenaar. Niet de provincie maar de Rijksdienst voor het Wegverkeer voorzag Nederland voortaan van kentekenplaten.

De laatste grote revolutie voltrok zich vanaf 1 januari 1978: Nederland verruilde de blauwe nummerborden met witte letters voor gele met zwarte letters. Ze waren beter te lezen in het donker en droegen bij aan de verkeersveiligheid in tijden dat jaarlijks nog meer dan 2500 verkeersdoden vielen.

In de rubriek Déjà Vu bekijkt Paul van der Steen wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden