InterviewEvacuatie Afghanistan

Hoe een Afghaanse tolk na vier pogingen en uren in rioolwater toch op een evacuatievlucht belandde

Gepensioneerd advocaat-generaal Jan Gras  (veteraan Europese politiemissie) in gesprek met zijn persoonlijke tolk en goede vriend, die is geëvacueerd uit Kaboel en nu in Zeist woont met zijn gezin.  Beeld Bram Petraeus
Gepensioneerd advocaat-generaal Jan Gras (veteraan Europese politiemissie) in gesprek met zijn persoonlijke tolk en goede vriend, die is geëvacueerd uit Kaboel en nu in Zeist woont met zijn gezin.Beeld Bram Petraeus

Met koffie en appeltaart vertellen de Nederlander Jan Gras en een geëvacueerde Afghaanse tolk over het verloop van de evacuaties uit het land.

Na twee uur wachten in een greppel vol vies water, ziet de Afghaanse tolk dat een Nederlandse militair zijn zoon het vliegveld van Kaboel optrekt. Paniek bij zijn vrouw. “Wij moeten nu ook het vliegveld op”, schreeuwt ze naar haar man. Hij heeft aan elke hand een kind, zij draagt hun jongste van een paar maanden oud. Het gezin is nat, vies en moe. De kinderen huilen onbedaarlijk, de nacht is gevallen.

Dan wordt ook hij het vliegveld opgetrokken, samen met zijn vrouw en andere kinderen. Ze krijgen water, moeten nog langer wachten. Het riool lekte in de greppel, maar er zijn geen schone kleren. Niet voor hem en zijn vrouw, noch voor de kinderen. Maar eindelijk, na een vijfde poging, kan de Afghaanse tolk zijn Nederlandse vriend Jan Gras een appje sturen: ‘Inside the airport’.

Persoonlijke tolk

“Ik was zo blij”, herinnert Gras zich dat moment. De gepensioneerde advocaat-generaal werkte 3,5 jaar in Kaboel voor de Europese politiemissie EUpol. De Afghaan was daar zijn persoonlijke tolk. Beide mannen hebben afgesproken in Zeist, om bij een cappuccino en een appeltaartje te vertellen over die nacht, en de maanden en dagen die eraan vooraf gingen.

En om het te hebben over de toekomst, natuurlijk. Een dag na de koffie en taart heeft de tolk zijn eerste gesprek bij de IND. Daarna durft hij wat langer het terrein van de noodopvang in Zeist af. De afgelopen weken wilde hij in de buurt blijven, voor het geval de IND hem nodig zou hebben. Gras: “Ik wil met hem en zijn kinderen naar de speeltuin”. Hij heeft al een leuke op het oog.

Dreigbrief

In juni vroeg de tolk Nederland al om bescherming. Hij had een dreigbrief ontvangen van de Taliban. Zijn vliegticket kwam pas in augustus, en was geboekt voor de 17de van die maand. “Ik wilde alles goed afsluiten”, stelt hij. “Met het huis, met onze spullen. We hadden bagage ingepakt. Cadeaus gekocht voor mensen in Nederland. Maar we hebben alles achtergelaten.”

Want in het weekend voor zijn vertrek verandert alles: op 15 augustus valt Kaboel in handen van de Taliban. Als de Afghaan zich daarna meldt bij de Nederlandse ambassade, is die verlaten. Maar al zijn papieren liggen er nog. “Jij was bang dat ze de paspoorten en identiteitskaarten hadden verbrand”, zegt Gras.

Na dagen onduidelijkheid moet de Afghaan in een taxi langs de ambassade rijden, waar een achtergebleven medewerker al zijn documenten door het raam van de auto zwiept. “Ik vroeg mijn vrouw om te kijken of alles er was, maar zo dat de taxichauffeur niets kon zien”, vertelt hij. “Ik kon niemand vertrouwen.”

Holland Poort

Vier pogingen om het vliegveld op te komen, stranden buiten de poorten. Via een appgroep loodsen Nederlanders als Gras de tolk samen met andere Afghanen uiteindelijk richting wat de ‘Holland Poort’ is gaan heten; een gat dat Nederlandse militairen hebben gemaakt in het prikkeldraad bij het vliegveld, zodat ze evacués over de betonnen muur kunnen trekken, naar veiligheid.

Gras moedigt zijn Afghaanse vriend ondertussen vooral aan om hoop te houden. In de vele appjes die ze elkaar in die dagen sturen komt het steeds maar terug: Houd hoop, mijn vriend. Geef niet op. Het komt goed.

Met een Herculesvliegtuig verlaat de Afghaan uiteindelijk zijn vaderland. In die nacht van 23 augustus vliegt hij naar Islamabad, waarna het gezin op een vliegtuig naar Amsterdam wordt gezet, en in bussen naar de opvang in Zeist. Daar komen ze een dag later aan, nog altijd in de natte en stinkende kleding waarmee ze uit Afghanistan vertrokken.

Zorgen over familieleden

Hoe het nu met de tolk gaat, en met zijn kinderen? “Het is oké. Maar we zijn in shock”, antwoordt hij. Bovendien maakt hij zich grote zorgen over de veiligheid van achtergebleven familieleden. Zijn ouders hebben hun huis verlaten en zijn ondergedoken. Gras buigt naar zijn vriend toe: “Je mag om hulp vragen voor wat jij en je kinderen hebben meegemaakt”, zegt hij. “Dat is geen schande. Laten we daar eens samen naar kijken.”

Ondertussen zit Gras niet stil. Hij heeft al contact opgenomen met de burgemeester van Breda, de stad waar hij woont. Met de vraag of de tolk met zijn gezin aan die gemeente toegewezen kan worden zodra hij zijn verblijfsvergunning heeft. “Dan kunnen zijn kinderen spelen met mijn kleinkinderen, en kan ik helpen als hij vragen heeft.”

De volledige naam van de tolk is bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Dagboek uit Kaboel: ‘Het onmogelijke is mogelijk geworden: we zijn onderweg naar Nederland’

Trouw volgde de 28-jarige Tahmeena Sattari, een Afghaanse medewerker van de Nederlandse ambassade in Kaboel die probeerde het land te verlaten. Zij vertelt hoe zij en 206 andere ambassademedewerkers en hun familieleden zijn geëvacueerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden