InterviewNederlands-Indië

Hoe de Japanners zich overgaven in Nederlands-Indië

Japanse officieren op Timor, destijds half Nederlands, half Portugees, geven zich op 11 september over aan de Australische generaal Dyke.Beeld NIMH

De capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945, beëindigde de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Maar aan wie gaven de Japanners zich in het machtsvacuüm daar over?

De atoombommen had niemand zien aankomen. “Maar vanaf begin 1945 was duidelijk dat het militair een aflopende zaak was voor Japan”, zegt Esther Zwinkels, als historica verbonden aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). “Dat besefte ook de regering van Nederlands-Indië onder leiding van Huib van Mook, die naar Australië was uitgeweken om na de bevrijding het bestuur van Nederlands-Indië op zich te nemen.”

Hoe hoorden de Japanners in Nederlands-Indië over de capitulatie?

“Via de radio, die zond op 15 Augustus om 12 uur ’s middags een boodschap van de keizer uit. Ze kregen daarna opdracht onrust te voorkomen, en bevelen van de geallieerden op te volgen.”

Maar geallieerde autoriteiten waren maar mondjesmaat ter plekke. Nederland had al voor de capitulatie afgesproken dat de geallieerden, in afwachting van de terugkeer van Nederlandse militairen, zolang het militaire gezag zouden uitoefenen. Met tegenzin hadden de Britten die klus onder Amerikaanse druk aanvaard. Zwinkels: “Veel Britse militairen waren zelf net uit krijgsgevangenschap gekomen. Pas in oktober arriveerden de eerste, meest Brits-Indische, troepen.” 

Van Mook kwam pas 2 oktober in Batavia aan om een civiel bestuur op poten te zetten. In de stad vonden steeds meer gewelddadigheden plaats. De Britten namen het militaire gezag waar, op voorwaarde: jullie moeten onderhandelen met de Indonesiërs, en afzien van militaire acties. Een andere taak van de Britten was om zo’n 140.000 Nederlanders uit burger- en krijgsgevangenkampen te evacueren. “Omdat de onafhankelijkheidsstrijd al was uitgebroken, bezetten de Britten alleen de grote steden aan de kust, om daar de Nederlandse evacués te concentreren.”

De Britse angst betrokken te raken bij  het conflict had nog meer gevolgen. “Vanaf oktober begon Nederland de Nederlandse krijgsgevangenen uit Thailand en elders in de regio weer naar Indonesië over te brengen. Die popelden, ze maakten zich zorgen over gewelddaden tegen hun familie. Een eerste lichting oorlogsvrijwilligers en mariniers die vanuit Nederland en Amerika onderweg waren, hielden de Britten in Malakka (Maleisië) tegen. 

“Nederlanders klaagden dat de Britten niet ingrepen ondanks het geweld van Indonesische revolutionairen tegen bevolkingsgroepen die de onafhankelijkheid in de weg konden staan. Pas vanaf februari 1946 lieten ze meer Nederlandse bataljons toe. Ook de Britten zagen zich gedwongen zelf meer troepen te sturen, oplopend tot 65.000. En zo werden zij toch zelf een speler in het conflict. Pas in november 1946 vertrokken ze, toen het Nederlandse gezag en de leiding van de revolutionairen het akkoord van Linggadjati hadden gesloten – dat trouwens niet de verhoopte vrede zou brengen.”

Legden alle Japanners zich bij de capitulatie neer?

“Over het algemeen schikten ze zich. Ze kregen opdracht tot ‘zelfinternering’. Tezelfdertijd moesten Japanners op last van de Britten de kampen met Nederlandse burgers beschermen tegen het oplaaiende geweld. Zo’n 1200 Japanners sloten zich aan bij Indonesische strijdgroepen.

“Tijdens de bezetting waren grote confrontaties tussen Japanners en Indonesiërs uitgebleven, maar wrok was er wel: 2,5 à 4 miljoen Indonesiërs waren bezweken door honger en dwangarbeid. In oktober 1945 werden in Semarang honderd Japanse gevangenen vermoord, en ook elders vonden over en weer wraakacties plaats.”

Wanneer waren de Japanners weg?

“Die enorme operatie – er waren 300.000 Japanners in Indonesië – was pas in juli 1946 afgerond. Maar er bleven nog 3000 verdachten van oorlogsmisdaden achter en ook zo’n 11.000 Japanners die de Nederlanders inzetten in havens en wegenbouw.”

De Japanners hadden ook militaire training gegeven aan Indonesiërs.

“Ja, ze hadden een soort hulpkorps opgericht, de Peta. Veel jongeren leerden er met wapens omgaan. Het Nederlandse gezag benadrukte dat de onafhankelijkheidsstrijd van Japanse makelij was en niet breed werd gedragen: de Japanners hebben de jeugd ertoe aangezet! Maar je kunt niet beweren dat ze zich anders niet hadden gemobiliseerd. De voornaamste Indonesische commandanten hadden juist een Nederlandse militaire opleiding genoten.”

In Nederland klinkt de roep om op 15 augustus meer stil te staan bij Indonesische dwangarbeiders en andere slachtoffers van de bezetting. Doen Indonesiërs dat zelf wel?

“Nee. 17 augustus, de dag dat Soekarno de onafhankelijkheid uitriep, die wordt gevierd als de echte bevrijding. Er zijn bijvoorbeeld wel verenigingen van Peta-veteranen en lokale monumenten, maar er is geen nationale herdenking van de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog.”

Lees ook:

Huib van Mook zat klem tussen Nederland en Indonesië

Huib van Mook verspeelde als hoogste gezagsdrager in Indonesië het vertrouwen van de Nederlandse politiek. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden