Adoptie

Historici: Adoptie heeft koloniale wortels

Beeld van de protestantse zending in Papoea-Nieuw Guinea  met enkele adoptiekinderen, 1902.  
 Beeld rv
Beeld van de protestantse zending in Papoea-Nieuw Guinea met enkele adoptiekinderen, 1902.Beeld rv

Dat interlandelijke adoptie ‘opeens’ ontstond in de jaren zeventig, is een mythe, betogen historici. Het fenomeen adoptie is volgens hen niet los te zien van de koloniale tijd.

Interlandelijke adoptie heeft koloniale wortels, is de gezamenlijke conclusie van acht historici in het recente nummer van het wetenschappelijke tijdschrift BMGN – Low Countries Historical Review. Er loopt volgens hen een ‘directe lijn’ van deze geschiedenis naar de opkomst van adoptie van kinderen uit het buitenland in België en Nederland in de jaren zeventig.

Centraal in het nummer staat de tot nu toe zeer onderbelichte koloniale praktijk van ‘child separation’: het losweken van ouders en kinderen ten behoeve van de koloniale idealen: het kweken van een nieuwe generatie die meer in lijn is met de westerse samenleving. Dat varieerde van kinderen voor langere tijd naar een kostschool sturen tot het al dan niet gedwongen weghalen van kinderen bij hun ouders. “Kinderen vormden de toegang tot een moeilijk toegankelijke lokale bevolking”, zegt historicus Geertje Mak, samensteller van het themanummer en bijzonder hoogleraar gendergeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Kinderen met een gemengde afkomst

De historici werpen daarnaast licht op een donkere kant van de koloniale geschiedenis die in landen als Australië al tot excuses heeft geleid, maar in Nederland nog niet bekend is: de omgang met kinderen met een gemengde afkomst. Indo-Europese kinderen werden als een bedreiging gezien voor het koloniale systeem. Als de Nederlandse vader uit beeld was, kreeg de inlandse moeder geen voogdij en konden deze kinderen naar weeshuizen worden gestuurd, om ze westers op te voeden. “Het idee was dat ze niet mochten ‘afzakken’ naar Indo-niveau”, zegt Mak. Sommige Indo-Europese kinderen werden door de vader meegenomen naar zijn nieuwe gezin, een soort halve adoptie.

Ook tot slaaf gemaakte kinderen werden soms opgenomen in westerse gezinnen, doordat missionarissen ze kochten. Gelijk aan de witte kinderen werden ze niet, maar ze kregen wel een westerse opvoeding. De zendingsblaadjes werden volgeschreven over deze ‘negertjes’ en soms werden ze meegenomen naar Europa om hen te showen. Mak: “In de trant van: we hebben een slavenkind gekocht, kijk hoe netjes het zich nu al gedraagt.”

Deze kinderhulp was een heel centrale gedachte van het koloniale stelsel, blijkt uit het themanummer. Het gold volgens Mak als een ‘humanitair sausje’ over een systeem om greep op de bevolking te krijgen. Mede daardoor, betoogt Mak, voelde het min of meer logisch om in de postkoloniale periode kinderen naar het Westen te halen, in plaats van vooral te investeren in betere hulp in de Derde Wereld zelf. “Daar zit een veronderstelling in dat het kind het in de eigen cultuur niet goed heeft.”

Pleeggezinnen in België

In België is de link tussen de koloniale tijd en de opkomst van de interlandelijke adoptie nog concreter onderzocht door historicus Chiara Candaele, die hiervan verslag doet in het themanummer. Zij laat zien dat na en rond de onafhankelijkheid van Belgisch Congo en koloniaal Ruanda-Urundi (dat het huidige Rwanda en Burundi omvat), aan het begin van de jaren 1960, enkele honderden kinderen van gemengde afkomst naar pleeggezinnen in België verplaatst worden, omdat dat beter voor hen werd gevonden.

Van deze praktijk was na de dekolonisatie in veel andere landen ook sprake, vertelt Candaele. “Deze kinderen werden gezien als verlaten en verstoten, omdat ze niet erkend werden door de Europese vader en de moeder als opvoedster incapabel werd geacht. Dat idee van verlatenheid evolueert in de jaren zeventig. Dan wordt het gebruikt voor kinderen die in kansarmoede opgroeien, of kinderen die opgroeien bij een ongehuwde moeder. Dat rechtvaardigt de adoptie.”

De eerste adopties in de jaren zestig en zeventig in België betreffen ook kinderen van gemengde afkomst. “Daar zie je een directe link”, zegt Candaele. “Soms speelden hierbij dezelfde personen en organisaties een rol om de adopties mogelijk te maken. Het idee van België als moederland dat deze kinderen moest redden, bleef ook na de dekolonisatie bestaan.”

Lees ook:

Van roze wolk tot adoptiestop

Nu interlandelijke adoptie tijdelijk is gestopt, rijst de vraag hoe het allemaal begonnen is. Een historische reconstructie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden