InterviewSandra van Beek

‘Het werk van Anne Frank is kunst, zo goed is het geschreven’

Sandra van Beek is een Nederlandse schrijver, researcher, filmschrijver en vertaler. Beeld Martijn Gijsbertsen
Sandra van Beek is een Nederlandse schrijver, researcher, filmschrijver en vertaler.Beeld Martijn Gijsbertsen

75 jaar na de eerste publicatie van het dagboek van Anne Frank heeft schrijver Sandra van Beek de geschiedenis van Het Achterhuis opgetekend. Die is onlosmakelijk verbonden met vader Otto Frank, die een prominente rol speelt in het boek.

Tobiah Palm

“Deze foto zegt eigenlijk alles”, zegt schrijver Sandra van Beek. Voor haar op tafel, in haar woonkamer in Amsterdam, ligt een zwart-witfoto van Otto Frank. Hij is kalend, in pak, en houdt een levensgrote poster van zijn dochter Anne Frank in zijn handen. “Kijk, Annes hoofd is groter dan dat van Otto.”

‘Otto’ en ‘Anne’, noemt Van Beek het meisje en haar vader. Liefdevol bijna, alsof ze hen gekend heeft. Misschien voelt dat ook wel zo, na het jarenlange onderzoek dat Van Beek deed. Ze heeft de levensloop van Het Achterhuis en het daarmee onlosmakelijk verbonden leven van Otto Frank opgetekend: van het moment dat hij het boek voor het eerst las, via een bewerking voor Broadway, tot zijn gesprekken met filmster Audrey Hepburn, die was gevraagd om Anne te spelen.

Naast de foto liggen verschillende uitgaven van het dagboek – Van Beeks lievelingseditie is een Vietnamees-Engelse kinderversie om Engels te leren – en een recensie uit The New York Times.

Een symbool dat als geen ander verkoopt

Het dagboek werd een bestseller, een product, de dagboekschrijver een symbool. Een symbool dat als geen ander verkoopt. Zaterdag is het precies 75 jaar geleden dat het boek voor het eerst werd uitgegeven. En nog steeds wordt het herdrukt: het ligt in boekwinkels voor 2,99 euro en is vertaald in tachtig talen. Er is een film, een theaterstuk, een videodagboek, een strip, noem maar op.

Eigenlijk vindt ze het onzin, vertelt Van Beek, al die remakes. “Je moet gewoon het dagboek lezen. Zij was een groot literair talent en zij wilde gelezen worden”, zegt ze. Ze citeert Arnon Grunberg: “We weten niet wie Anne Frank heeft verraden, maar we kunnen ophouden haar te blijven verraden. Om te beginnen door ons in het verleden te verdiepen zonder sentimentalisme en gemakzuchtig moralisme.”

Van Beek snapt dat het boek zo populair is. Het werk van Anne Frank is kunst, vindt ze, zo goed is het geschreven. “Je kunt het telkens opnieuw lezen en steeds iets anders ontdekken, afhankelijk van je stemming. Het is eigenlijk net als kijken naar een schilderij van Van Gogh. Tegelijkertijd heeft het natuurlijk ook te maken met wie Anne was: een mooi, onschuldig meisje, gestorven in een kamp. En dan beschrijft ze in het dagboek óók nog eens alle normale-levensdingen van de onderduik. Als lezer heb je de perverse kennis dat je weet hoe het met Anne afloopt, terwijl zij nog pijnlijk mijmert over ‘als dit alles voorbij is’.”

De stem van zes miljoen zielen

Het boek is al vanaf de eerste druk razend populair. In Nederland schreven intellectuelen lyrische recensies over het boek, dat zo goed geschreven is, dat spreekt van zo’n enorme zelfreflectie van een tienermeisje, dat het ultieme onschuldige oorlogsdocument is. In The New York Times schreef Meyer Levin al in 1952 dat het dagboek een klassieker is, omdat het niet terugblikkend is geschreven – het bevat elk moment van de enge onderduik – waardoor de stem van Anne Frank de stem van zes miljoen verdwenen zielen wordt.

Sandra van Beek Beeld Martijn Gijsbertsen
Sandra van BeekBeeld Martijn Gijsbertsen

Toch is het een wonder, denkt Van Beek, dat Het Achterhuis in de tijd van de wederopbouw al zo geliefd werd. Eind jaren veertig dachten mensen liever niet aan de oorlog. Het herdenken kwam pas in de jaren tachtig, toen bekend werd hoe afschuwelijk de concentratiekampen waren. Die verschrikkingen komen natuurlijk niet in het dagboek voor, denkt Van Beek nu hardop. Misschien lazen mensen het juist graag omdat het niet alleen de pijn van de oorlog beschrijft.

Zelf zag ze Anne Frank voor het eerst op een foto die ze thuis vond, midden jaren zestig. Haar zusje had het plaatje in een agenda geplakt, alsof Anne filmster was. Later, toen Van Beek een jaar of veertien was, las ze het dagboek en dacht ze: ik wil ook schrijver en journalist worden, net als Anne.

Vader in het verzet

Van Beek heeft altijd veel met de oorlog te maken gehad. Haar vader zat in het verzet en hij wilde nooit, maar dan ook nooit kwaad met kwaad vergelden. Na de bevrijding kwam hij bij de Binnenlandse Strijdkrachten terecht, een burgerleger bestaande uit leden van de grootste drie verzetsgroepen. Haar vader deed de eerste voedseldroppings. Later werd hem gevraagd om ook mensen die ‘fout’ waren in de oorlog op te pakken, maar dat weigerde hij. “Daarvoor heb ik mijn leven niet gewaagd, zei mijn vader.” Van Beek vertelt het trots.

Eigenlijk herkent ze wel iets van haar vader in Otto Frank, die ze tijdens het schrijven van het boek steeds beter heeft leren kennen. Otto kende geen haat, niet jegens Duitsers en zelfs niet jegens de nazi’s. Het is bijna onvoorstelbaar, zegt Van Beek, maar ze snapt wel hoe het komt. “Otto is een leraar. Een humanist.”

Daar kon hij behoorlijk ver in gaan. Hij ontfermde zich als een vader over Eva Geiringer, de dochter van Fritzi Geiringer, de vrouw die hij later trouwde. Ook Eva’s gezin scheurde door concentratiekampen uit elkaar: ze verloren vader en echtgenoot, broer en zoon. Na de oorlog zat Eva naar eigen zeggen ‘vol haat’ en was ‘heel opstandig’. Otto zei tegen haar: “Zo kun je niet verder, je bent jong, je kunt de mensen niet haten. Als je mensen met een lach benadert, kun je heel ver komen. Het is heel erg wat de Duitsers gedaan hebben, maar niet iedereen is slecht.”

‘Ik voel dat Anne bij me is’

Het boek van Van Beek geeft, door sober onder elkaar gezette quotes van naasten van Otto Frank, een intieme inkijk in zijn leven. De lezer reist met hem mee naar de Oekraïense havenstad Odessa, waar hij heen ging nadat de Russen Berlijn hadden bevrijd. Over die treinreis schreef hij: “Geen slaap, te veel mensen, onaangenaam”. Uit de brieven die hij aan zijn moeder en zus schreef, is op te maken hoe hij het dagboek las: als een vader die voor het eerst de diepere gevoelens van zijn puberdochter leert kennen, schrijft Van Beek.

Na het lezen besloot hij dat dit verhaal gedeeld moest worden met de rest van de wereld. Het werd zijn redding, zei Eva Geiringer. “Hij heeft een paar dingen voorgelezen, tot hij zo huilde dat hij niet meer verder kon lezen. Daarna drukte hij het boek tegen zich aan en zei: ‘Als ik dit boek bij me draag, voel ik dat Anne bij me is’”, zo citeert Van Beek Geiringer in het boek.

Otto kreeg een doel, een levensmissie. Hij had het dagboek nodig, misschien wel zoals Anne haar vader nodig had toen ze nog leefde, denkt Van Beek. Ze weet het niet zeker, maar ze heeft een vermoeden dat Anne een vorm van ADHD had. “Ze was druk en had veel aandacht nodig. Ik denk dat Otto haar hielp rustig te worden, en wat orde aanbrengen in de chaos in haar hoofd. Hij kon haar helpen, denk ik, omdat hij het herkende. Hij was zelf ook een zenuwachtige man. Enorm nerveus.”

Een man vol contradicties
Otto ontvouwt zich in het boek als een man vol tegenstrijdigheden. Hij is meestal gereserveerd, maar kan soms plotseling in huilen uitbarsten. “Dat is niet gek”, zegt Van Beek. “Gezien het enorme trauma waar hij mee rondliep.” Maar soms komen zulke emoties ook van pas, voegt ze er voorzichtig aan toe. Soms moest hij ook huilen als een journalist hem een moeilijke vraag stelde. En dan durfde de verslaggever natuurlijk niet door te vragen.

Otto Frank had een missie: het dagboek van zijn dochter zo veel mogelijk verspreiden, ervoor zorgen dat alle mensen ter wereld weten wat het leed van de Tweede Wereldoorlog betekende. Tegelijkertijd mag van hem niemand met Annes verhaal aan de haal gaan, dat volgens hem zo universeel mogelijk moet blijven, zodat iedereen zich er te allen tijde in zou kunnen herkennen.

Van Beek probeert, door de geschiedenis van het dagboek en van Otto Frank te beschrijven, die missie voor te zetten. Iedereen zou Het Achterhuis moeten lezen vindt ze, al is het maar omdat het een klassieker is. Maar ook om het achterliggende idee van Otto, die met het boek tolerantie en verdraagzaamheid wilde verspreiden. En dat, vindt ze, is in deze tijd eigenlijk wel nodig.

Sandra van Beek
Geschiedenis van het dagboek. Otto Frank en Het Achterhuis
Uitgeverij Pluim; 272 blz. €24,99.

Lees ook:

Anne Frank op een onderzetter: respectvol herdenken of botte commercie?

Het gezicht van Anne Frank op een onderzetter, het Achterhuis in miniatuur: ongepast, of sluiten ze aan bij de wens het verhaal van Anne in leven te houden? Van Kees Ribbens mag herdenken meer schuren.

Hoe de vrienden en vriendinnen van Anne Frank de oorlog doorkwamen

Janny van der Molen brengt in mooi geïllustreerd boek Annes kennissenkring in kaart, beschrijft dwarsverbanden daarin, vertelt hoe het iedereen verging na de oorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden