Journalist en schrijver Ernst Arbouw uit Groningen ging achter het verhaal aan van de initialen H.W.R. die in een boom gekerfd zijn in Eelde-Paterswolde. Die bleken van een Canadese soldaat te zijn, die bij de bevrijding van Groningen is omgekomen.

InterviewErnst Arbouw

Het verleden doet een high five met het heden: wat is het verhaal achter de initialen H.W.R in een Drentse boom?

Journalist en schrijver Ernst Arbouw uit Groningen ging achter het verhaal aan van de initialen H.W.R. die in een boom gekerfd zijn in Eelde-Paterswolde. Die bleken van een Canadese soldaat te zijn, die bij de bevrijding van Groningen is omgekomen.Beeld Reyer Boxem

Tachtig jaar geleden meldde een zeventienjarige jongen uit het Canadese Toronto zich bij het leger. Deze week verschijnt een boek over zijn leven. Dat was nooit gebeurd als hij niet, vlak voor zijn dood, zijn initialen in een boom had gekerfd in het bos van Eelde.

Zelfs met zijn ogen dicht zou schrijver Ernst Arbouw er moeiteloos heen kunnen lopen. Op de dik bemoste, bebladerde bosbodem van landgoed De Duinen in zijn woonplaats Eelde, daar staat hij: De Boom. Op ooghoogte, onmiskenbaar in de bast gekerfd, is te lezen:

H. W. R.
Toronto.
Canada.

Bij deze boom, die hij stomtoevallig voorbij zag komen op de Facebookpagina van een bevriende boswachter, begint het verhaal van private Harold Wilbert Roszell. Of althans, het moment waarop Arbouw in diens leven komt, en Roszell in dat van hem.

Het is, zegt de schrijver, een typisch voorbeeld van ‘hoe de geschiedenis vastzit aan de werkelijkheid.’ Het verleden dat een high five doet met het heden. Zoals een kogelgat in de Martinitoren dat doet, of een scheur in de muur van het stadhuis. Maar: die herinneren aan een gróte gebeurtenis die allang bekend en beschreven is: de Slag om Groningen, de bevrijding van de stad. De gróte lijnen, de gróte oorlog, gevoerd om gróte idealen en ideologieën.

De initialen in de boom laten juist één van de vele kleine verhalen achter dat grote verhaal zien. Het verhaal van de Canadees Roszell, die als jonge soldaat in Nederland was tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, en omkwam met de haven in zicht Beeld Reyer Boxem
De initialen in de boom laten juist één van de vele kleine verhalen achter dat grote verhaal zien. Het verhaal van de Canadees Roszell, die als jonge soldaat in Nederland was tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, en omkwam met de haven in zichtBeeld Reyer Boxem

De initialen in de boom laten juist één van de vele kleine verhalen achter dat grote verhaal zien. Het verhaal van de Canadees Roszell, die als jonge soldaat in Nederland was tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, en omkwam met de haven in zicht. Maar hoe kwam hij om?

Arbouw groef zich in in het leven van ‘H.W.R.’, die met de 2e Canadese Infanterie Divisie via Normandië, België, Zeeland en Nijmegen uiteindelijk op 14 april 1945 in Eelde bleek te zijn beland. Daar, in de dorpsschool, zat het hoofdkwartier van de divisie.

Tot zover de soldaat Roszell. Maar Arbouw wilde meer weten. Wie wás hij? Hóe was hij? Een goedlachse blonde jongen, zo bleek, extravert, die hield van lacrosse en jagen, die zijn zusjes plaagde en die na de oorlog elektricien wilde worden. Die als reden voor zijn aanmelding adventure had ingevuld, die vertrokken was met een paar brieven en foto’s op zak, wat muntjes, het Evangelie van Johannes, een horloge en de Great War service button van zijn overleden vader. Die in zijn eenheid de bijnaam ‘Rosie’ kreeg en zijn moeder vaak schreef, maar altijd zweeg over de verschrikkingen die hij zag, om haar te sparen. Die niet terugkwam, maar voor altijd eenentwintig bleef, gestold in de tijd.

Nee, zegt Arbouw, het was geen groot vooropgezet plan om het leven van een Canadese soldaat uit te pluizen, laat staan om er een boek over te schrijven. Eerder was het een nieuwsgierigheid die totaal uit de hand liep. “Wie wás deze H.W.R. en wat deed hij in Eelde? Met die vragen begon ik. Maar ja, elk antwoord riep nieuwe vragen op, en als je dan een puzzelstukje vindt, wil je ook wel verder zoeken. En dan nog verder.”

Overlijdensadvertentie

Een naam, een rang, een registratienummer. Een dienstmaat met wie hij optrok. Een doodsoorzaak – zowel Roszell als die maat, John Tuckey, is doodgeschoten – maar geen antwoord op de vragen hoe, wat, waarom en vooral: door wie? Een bezoekje aan de lokale historische vereniging. Mailtjes naar allerlei instanties. Een foto in het Nationaal Archief van meisjes die bloemen op een graf leggen. Een overlijdensadvertentie waar namen onder staan. Een tweet naar een van die namen. Een antwoord, per ommegaande, terwijl het in Canada midden in de nacht is. Een nicht die stomtoevallig een week later in Amsterdam is. Een ontmoeting.

En voor je het weet sta je luid schreeuwend een praatje te houden in een Canadees tehuis voor bejaarde veteranen. Hij lacht. “Op een moment, ik weet het nog precies, ik stond tot aan mijn knieën in de sneeuw in Wellington Street in Ottawa, dacht ik ineens: hoe ben ik hier in vredesnaam beland? Moet je nagaan: een jongen kerft duizenden kilometers van huis zijn naam in een boom in mijn dorp, en nu sta ik hier in zijn voetspoor.”

Ruim vier weken was hij in Canada, waar hij veel optrok met de familieleden van zijn hoofdpersonen. Heather, de dochter van Harolds zuster, kende iemand bij een televisiestation, wilde hij in de uitzending over zijn zoektocht komen vertellen? Op dat optreden volgde er nog een, een radiostation pikte het op, het regende reacties en nieuwe aanknopingspunten. “Toen ik op het Canadese tv-journaal was geweest, gingen allerlei deuren die eerder dicht zaten, alsnog open”, grijnst Arbouw. “Eigenlijk was het een soort Kuifje in Canada.”

Hij bracht dagen in archieven door, online, offline, in Nederland en Canada, met trillende handen en een bonzend hart. Vond paperassen in verregaande staat van verkruimeling. Las in de dagboeken van een Groninger sigarenboer hoe ‘de Moffen zich in de loopgraven en tusschen de boschjes verschansd hadden’.

De ene vondst leidde tot de andere. Arbouw had veel geduld en soms geluk. Met de nabestaanden die hij opduikelde, die hem verwelkomden alsof hij familie was. Met de stomme onwaarschijnlijke toevalligheid dat de war diaries, de uur-tot-uur-verslagen van de strijd, één zin wijdden aan Roszell en Tuckey, met wie hij op pad ging en die drie weken later dood in een sloot werd aangetroffen. Voor ‘gewone jongens’ is zelden plek in de war diaries, of eigenlijk nooit. Hun namen worden ook niet genoemd, maar Arbouw had inmiddels zo veel informatie verzameld dat hij de puntjes met elkaar kon verbinden.

Niet al zijn vragen werden beantwoord. Zo komt hij er niet achter wie er precies verantwoordelijk is voor de dood van de beide heren. Maar eigenlijk, zegt hij, maakt het hem niet zo veel uit. “Ik wilde weten wie ze waren, wat voor jongens daar in het voorjaar in het bos stonden. Dat is gelukt.”

En o ja, Arbouw deed en passant ook nog een paar ontdekkingen waarmee hij historici verbaasde en verblijdde, om nog te zwijgen van de nabestaanden. “Moet je voorstellen”, zegt hij. “Dan heb je je moeder wel eens horen vertellen over haar broer die lang geleden duizenden kilometers verderop is omgekomen, en ineens duikt er een weirdo uit Nederland op die zegt: ‘Volgens mij heb ik een boom gevonden waarin hij zijn initialen gekrast heeft. En dat vind ik interessant genoeg om voor naar Canada te komen.”

Arbouw kon de familieleden dingen vertellen die ze zelf nog niet wisten, die ze nooit hádden geweten als niet die foto, als niet die boom, als niet dat ongelooflijk bizarre toeval. Als, als, als.

Roszells nicht Heather kwam naar Eelde om met eigen ogen de boom te zien. De boswachter van de oorspronkelijke foto bracht haar in een zijn oude jeep – precies zo moest Harold ook op deze plek zijn gekomen. Heather kreeg kippenvel toen ze de initialen zag, zich realiseerde dat deze boom vermoedelijk het laatste was wat haar oom had gezien. ‘De oom die ik nooit gekend had, kwam ineens tot leven’, vertelde ze in een item op CBC, de Canadian Broadcasting Corporation.

 Roszells nicht Heather kwam naar Eelde om met eigen ogen de boom te zien.  Beeld Reyer Boxem
Roszells nicht Heather kwam naar Eelde om met eigen ogen de boom te zien.Beeld Reyer Boxem

Dat is wat Arbouw wilde met zijn onderzoek: de gewone Canadees tot leven wekken. In de geschiedenisboeken, zegt hij, ligt de focus op de hoge pieten: de politici, de officieren. “Maar het zijn niet de politici en de officieren die Nederland hebben bevrijd. Dat is gedaan door jongens zoals Harold en John. Ik geef nu hun verhaal door. Maar eigenlijk gaat het over ál die vijfduizend Canadezen die in Nederland begraven liggen.”

Jongens, die de armoede en de verveling wilden ontvluchten, vervolgt hij, die zich daarom aanmeldden bij het leger. En achter al die jongens zitten moeders, vaders, broers en zussen, soms kinderen.

Die menselijke drama’s, zegt hij, die ontroerden hem constant tijdens zijn zoektocht: kleine speldenprikjes van groot en intens verdriet, soms tussen de regels door.

Niet zo zeer het overlijdensbericht van Roszells dienstmaat John Tuckey zelf, maar het feit dat het bij zijn vrouw Madeline werd bezorgd op 8 mei 1945, VE-Day. Terwijl ze de kerkklokken in Ottawa kon horen luiden die het einde van de oorlog in Europa vierden, stond zij die kille kapitalen te lezen. “Het is niet moeilijk om voor je te zien hoe zo’n arme vrouw op de veranda staat, een telegram in ontvangst neemt, denkt: hij komt thuis! En dat het dan een doodstijding blijkt te zijn.”

Of het formulier voor de oorlogsgravencommissie waarop Madeline de namen van de familieleden invulde. Relatie tot John: ‘Ik ben de weduwe van de overledene’, haar handtekening en de datum: 23 mei 1945. “En dat dan even daarboven haar trouwdatum staat: 23 mei 1931. Daar zit je dan, als weduwe. Op je trouwdag, met acht kinderen.”

Herdenkingskruis

Of het briefje waarin John Tuckeys moeder het ministerie van defensie in Ottawa bedankt voor het herdenkingskruis dat haar zoon heeft gekregen. ‘John is de tweede zoon die ik in de oorlog ben verloren’, schrijft ze. ‘Mijn andere jongen diende vier jaar op de Illustrious in de Royal Navy. Hij stierf toen hij 22 was.’

Of: Roszells broer Albert, die ook militair was maar de oorlog overleefde, die zeker meende te weten Harold te zien op een troepenschip, dat diens dood een vergissing moest zijn. Gewone jongens die niet in de boeken komen.

Op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek overviel het Arbouw. Ooit, dacht hij, zijn we vergeten wie hier begraven liggen. Hij schrijft: ‘We kunnen namen op de stenen lezen, maar niemand weet dan nog hoe de Canadese jongens die hier liggen lachten en praatten of hoe hun omhelzing voelde. Of wat hun lievelingseten was.”

Roszell en Tuckey liggen sinds hun herbegrafenis in 1946 until posterity op de erebegraafplaats in Holten, maar werden in eerste instantie begraven op een tijdelijke Canadese begraafplaats in Eelderwolde.

Meisjes uit het gehucht legden daar geregeld bloemen neer op de graven. Op een zwartwit foto staan twee van hen, hurkend bij omgewoelde grond, met tulpen en chrysanten. Het linkermeisje, Roelie, was met zestig jaar verschil Arbouws buurvrouw. Zij, en hij dus ook, zij het zestig jaar later, woonde tegenover de plek waar Roszell en Tuckey begraven hebben gelegen. Maar hij had geen idee. “Weer die onzichtbare draadjes waarmee de geschiedenis vastzit aan het heden.”

Nu hij het wél weet, kan hij het niet meer ont-weten. “Ik kom er zo’n vier keer per week langs. En elke keer kijk ik even, en dan denk ik: zo, nu wordt er toch nog even aan de Canadezen gedacht.”

Harold Wilbert Roszell in 1942 in Nanaimo op Vancouver Island. Beeld  Familiearchief Roszell
Harold Wilbert Roszell in 1942 in Nanaimo op Vancouver Island.Beeld Familiearchief Roszell

Terwijl Groningen na de zware slag om de stad dan toch eindelijk de vlag kon uithangen, tilden tien kilometer zuidelijker zes vrienden Harold Wilbert Roszell in zijn tijdelijke graf. De legerpredikant die de dienst leidde, schreef naderhand een brief aan diens moeder Irene. ‘Er is weinig te zeggen onder deze omstandigheden’, schreef hij. ‘Behalve dat u erg trots op uw zoon moet zijn.’

Arbouw zag de tekst al vele malen voorbij komen, maar heeft hem nog niet één keer kunnen lezen met droge ogen. Waarom precies? Hij valt even stil.

Zegt dan: “Ik denk, omdat ik in die woorden het verdriet van Irene terugzie, Harolds moeder die eerder al haar man had verloren, die zich zo ontzettend veel zorgen maakte, en nu ook nog haar zoon was kwijtgeraakt. En om het stukje medemenselijkheid van die predikant.”

Om hun waardering te tonen, schrijft die predikant aan Harolds moeder, hebben de Nederlanders tulpen op zijn graf gelegd. “Zijn offer is niet onopgemerkt gebleven door de mensen die hij heeft helpen bevrijden.”

H.W.R. was hier. Canada, Nederland, de bevrijding, en de zoektocht naar soldaat Harold Wilbert Roszell. AtlasContact, 21,99 euro.

Lees ook: Voor de geallieerden was de bevrijding van Nederland nooit meer dan bijzaak

Liefst acht maanden duurde de bevrijding van Nederland, 75 jaar geleden. Militair historicus Wim Klinkert verklaart drie keerpunten in de strijd tegen de Duitsers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden