InterviewUrwin Vyent

Het slavernijverleden drukt nog altijd een stempel op de samenleving, zegt organisator herdenking

Urwin Vyent, directeur van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (Ninsee)Beeld Patrick Post

Het racismedebat in Nederland blijft ondanks de Black Lives Matter-beweging veel te oppervlakkig, vindt Urwin Vyent, organisator van de jaarlijkse slavernijherdenking in Amsterdam.

Het had woensdag een extra feestelijke viering van Keti Koti moeten worden in het Oosterpark in Amsterdam, waar jaarlijks op 1 juli wordt stilgestaan bij de afschaffing van de slavernij. De gemeente Amsterdam zou dit jaar met langverwachte excuses komen voor het slavernijverleden van de stad. Daar roepen velen, met name in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap, al jaren om.

De huidige internationale beweging Black Lives Mattter zou er dit jaar voor hebben gezorgd dat de opkomst zeer groot zou zijn, denkt directeur Urwin Vyent van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (Ninsee). Dat instituut werd tegelijk met de eerste slavernijherdenking opgericht, in 2001, en organiseert de jaarlijkse nationale herdenking. “Als je ziet dat nu op zo’n demonstratie van Black Lives Matter honderden, soms duizenden, mensen afkomen, zou de herdenking vermoedelijk ook gigantisch druk zijn geworden.”

Het mag niet zo zijn, vanwege – allereerst – het coronavirus. De maand van Keti Koti-vieringen voorafgaand aan 1 juli is afgelast. Alleen regionaal zijn er, vaak met inzet van sociale media, nog debatten gevoerd over het verleden en over racisme, zegt Vyent. De herdenking woensdag in het Amsterdamse Oosterpark gaat wel door – op gepaste afstand, en zonder publiek. De plechtigheid wordt door de NPO live uitgezonden.

De dood van George Floyd

Ook die excuses komen er dit jaar niet, maar dat heeft een andere reden dan Covid-19. Het onderzoek naar het slavernijverleden dat de gemeente laat doen, is nog niet af. Dat wordt pas na de zomer verwacht. Die excuses zullen dus vermoedelijk bij het volgende officiële moment, op 1 juli 2021, worden uitgesproken.

Vyent vindt het jammer, zegt hij. “Waarom moet het zo lang duren?” Echter, begin volgend jaar komt ook de commissie die zich buigt over de komst van een slavernijmuseum in Amsterdam met haar rapport. “Er komen dus volgend jaar twee nieuwe grote momenten aan waarin aandacht zal zijn voor het koloniale verleden. Dat is wel weer goed nieuws.”

Vyent ziet meer goed nieuws. Er is een duidelijke verbreding van het draagvlak tegen hedendaags racisme door de wereldwijde reactie op de dood van de Amerikaan George Floyd, gestikt onder de knie van een politieagent. Vyent: “Je ziet dat meer witte Nederlanders beseffen: dit kan gewoon niet. Dit politiegeweld en etnisch profileren moet stoppen. Dit gaat om mensenlevens.”

Wat moet de discussie over gaan?

Toch mist Vyent echte verdieping in het debat dat nu in Nederland wordt gevoerd. Dat debat blijft, aangevoerd door de voormannen van Kick Out Zwarte Piet (KOZP), steken, zegt hij. “Het dominante beeld, zoals het uit de media naar voren komt, is dat dit debat over alleen maar Zwarte Piet gaat en over de boosheid van een aantal black angry young men. Ik zie dat vooral in de praatprogramma’s op televisie. Maar daar zou het niet alleen maar over moeten gaan.”

Waar het wel over moet gaan? “We beseffen onvoldoende hoe het slavernijverleden nog altijd doorwerkt in de hedendaagse samenleving, bij wit en zwart en in hun onderlinge relatie. Maar ook in relatie tussen zwart en zwart.”

Een voorbeeld. Hij ziet in de zwarte gemeenschap een diep wantrouwen tegen wat hij “de witte omgeving” noemt. “Het probleem ligt niet op het niveau van het individu: je vindt geen zwarte man of vrouw die niet een witte vriend of vriendin heeft. Wat wel het probleem is verwoordde onlangs premier Rutte op de televisie: het hedendaagse racisme is systemisch. Dáár moeten we het over hebben.”

Vyent legt uit wat systemisch inhoudt. Hij ziet zwarte jongeren kiezen voor wat zij als veilige beroepen zien. “Dat is dan bijvoorbeeld de zorg of in de beveiliging. Een andere keuze, zoals de advocatuur of industrieel ontwerper, die misschien iemand meer interesseert, wordt niet gemaakt met het argument: dat lukt mij niet, want dat is een wit bolwerk.”

Onlangs vertelde een witte kennis, die op de Zuidas werkzaam is, aan Vyent over een jonge jongen die op een vacature had gesolliciteerd. “Hij voldeed aan de kwalificaties maar, zo zei deze kennis, we hebben hem niet aangenomen om hem te beschermen. In zo’n witte setting als de Zuidas zou deze jonge jongen helemaal afgebrand zijn, hij zou het dus op basis van zijn huidskleur niet gered hebben.“

Vyent: “Ik snap enigszins de overweging wel, het is misschien oprecht bedoeld, dit kan een dilemma zijn. Maar daar moet je je toch niet bij neerleggen.”

Een vrije feestdag

In Amerika zie je dat er echte hervormingen, bijvoorbeeld die van het politie-apparaat, in gang gezet zijn. Maar in Nederland lijkt het beleid toch vooral gericht op veel praten, maar weinig werkelijk aanpakken, zegt hij.

Een mooie stap zou zijn om 1 juli ook in Nederland tot nationale vrije feestdag te maken. Dat is het al in Suriname. “Deze viering leeft nog niet echt onder witte mensen in Nederland. Maar Keti Koti gaat niet alleen over de geschiedenis van Surinamers en Antillianen in Nederland. Het koloniale verleden is onderdeel van de identiteit van Nederland.”

Ook excuses voor dat verleden zullen straks bijdragen aan dat besef, is zijn verwachting. “Dat zal de dialoog vergemakkelijken. Je kunt je als witte Nederlander dan niet meer verschuilen achter de opmerking: ik ben niet verantwoordelijk, dat waren verre voorouders. Want excuses van de staat gaan ons allen aan, wij maken daar allemaal onderdeel van uit.”

Bij het Zuidelijk Toneel in Tilburg werkte een diverse groep jongeren aan een speciaal Keti Koti-project om het Nederlandse slavernijverleden onder de aandacht te brengen. Vier van hen vertellen over hun ervaringen.

Vera Beukers (17)Beeld Ton Toemen

Vera Beukers (17)

“Dat er aandacht is voor het slavernijverleden vind ik heel belangrijk, volgens mij is dat er nog veel te weinig. Op school bijvoorbeeld hoor je er bijna niks over. Door dit project zag ik dat er best veel mensen zijn die wel interesse hebben in die geschiedenis. Toch denk ik dat er nog veel mensen zijn die er niet echt mee bezig zijn, ook van mijn leeftijd. Dat is jammer, want herdenken is heel belangrijk. We mogen het verleden zeker niet vergeten, anders kan het altijd nog een keer gebeuren.

“Wat bijzonder is aan theater, is dat je iemand niet komt vertellen hoe het zit. In plaats daarvan stel je eigenlijk een vraag. Dan kunnen mensen zelf gaan nadenken.”

Tessa de Boysère (26) Beeld Ton Toemen

Tessa de Boysère (26)

“Mijn familie komt uit Indonesië, al heette het toen nog Nederlands-Indië. Ik ben door dit project veel meer gaan nadenken over mijn identiteit. Ik heb geprobeerd om niet alleen de geschiedenis, maar ook mezelf beter te leren kennen en te begrijpen.

“Racisme en het slavernijverleden zijn lastige onderwerpen om over te praten. Er raken snel veel van je eigen emoties bij betrokken. Het is niet leuk om te voelen dat het bij veel mensen niet zo leeft als bij je vrienden of bij jou. Door de protesten van de afgelopen tijd ben ik wel gesterkt in het idee dat we erover moeten blijven praten, ook als het soms vermoeiend is.”

Aithel Verhoeven (23)Beeld Ton Toemen

Aithel Verhoeven (23)

“Door de protesten van de afgelopen weken ben ik meer gaan nadenken over racisme. Verzet zit in me, ik kan heel veel woede voelen om onrecht. Ik luister ook veel naar hiphop: de ontlading die in die muziek zit, spreekt me heel erg aan. Theater betekent voor mij: angsten overwinnen. Voor een groot publiek spreken vind ik eng. Dit project gaf me een kans om daar overheen te komen.

“Het onderwerp, slavernij herdenken, gaf me een extra drive om mee te doen. Mijn moeder komt van Curaçao, mijn vader is Nederlands en glazenwasser. Hij veroverde mijn moeder door een hartje op het raam te tekenen, het kan zo in een film. Ik groeide op in Gilze, een best wel wit dorp. Mensen zeiden vaak dingen als: ‘Jij bent wél een goeie’. Daar blijkt dan wel uit hoe ze over donkere mensen denken.”

Jip Kraak (22)Beeld Ton Toemen

Jip Kraak (22)

“Ik ben heel blij dat ik hieraan mocht meedoen. Elke keer dat we elkaar spraken als groep leerde ik weer iets nieuws. Die Gouden Eeuw was eigenlijk gewoon een verschrikkelijke tijd. Ik heb ook heel veel geleerd van Delilah Eugenio, die voor deze productie een speciaal Keti Koti-menu samenstelde. Zij maakte bijvoorbeeld een soup of slavery: en soep gemaakt van overgebleven groente en schenkel of mergpijpen, het eten dat de witte overheersers niet meer hoefden..

“Ik heb veel vrienden die zeggen: het is toch al zo lang geleden, die slavernij, waarom moeten we het er nu nog over hebben? Aan hen probeer ik uit te leggen wat ik hier heb geleerd.”

Lees ook:

De gemiddelde kantoormedewerker is nog altijd wit. Hoe kan dat toch?

De Nederlandse arbeidsmarkt is nog altijd weinig cultureel divers. Voor de Black Lives Matter-demonstranten een doorn in het oog. Cultureel bepaalde studiekeuzes, financiële tegenslagen en een tekort aan slagvaardig beleid zitten in de weg.

Meldpunt tegen racisme en discriminatie moet Nederlandse media diverser maken

Er moet een meldpunt komen voor racisme en discriminatie in de media, vinden ruim driehonderd journalisten, programmamakers en bekende Nederlanders. De media zijn nog te veel een bolwerk van witte mannen.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden