ReportageVergeten buurt

Het Rotterdamse Oud-Mathenesse was ooit chic, nu een wijk waaruit je liever vertrekt


Straatbeeld in Oud-Mathenesse. 
  Beeld Arie Kievit
Straatbeeld in Oud-Mathenesse.Beeld Arie Kievit

In het Rotterdamse Oud-Mathenesse toont zich de kloof tussen arm en welvarend Nederland. In zijn laatste stuk als regiocorrespondent doet Jochem van Staalduine verslag van zijn eigen wijk.

Oud-Mathenesse is een wijk met een vaste grap. Rotterdamse bestuurders vertellen de mop aan het begin van bijeenkomsten, ambtenaren verwerken ’m in ieder beleidsstuk. Wijkbewoners dreunen ’m schouderophalend op als iets ze niet zint. De uitvoering verschilt: soms verbazen ingevlogen politici zich over het bestaan van leven achter het Marconiplein. In andere vertolkingen veronderstellen de hotemetoten dat we bij het aangrenzende Schiedam horen. De clou is altijd dezelfde: ze zijn ons vergeten.

De meest westelijke wijk van Rotterdam is een schoolvoorbeeld van een buurt waar de coronacrisis hard toeslaat. Niet voor niets hing koepelorganisatie ‘Delfshaven Helpt’ in oktober met al haar gewicht aan de noodklok. Hulpverleners signaleren in het grotere stadsdeel snel toenemende angst, armoede, werkloosheid en eenzaamheid. Bewoners leven dicht op elkaar in kleine woningen en hebben veelal werk dat fysieke aanwezigheid vereist. Mondkapjes zijn duur, boodschappen bestellen na een positieve test onbetaalbaar, schreef de organisatie in een brandbrief.

Maar Oud-Mathenesse vereiste al aandacht toen Wuhan nog een onbekende miljoenenstad was, en zal achterstandswijk blijven als de coronapandemie straks alleen nog woedt in geschiedenisboekjes. Het afgelopen anderhalf jaar bezocht Trouw buurtavonden en sprak de krant met centrale figuren als de huisarts en de basisschooldirecteur. Bovendien woont uw regiocorrespondent er zelf.

Inkomens zijn laag, leefkosten ook

De ruim zevenduizend bewoners verblijven in een door dijken en wegen ingekaderd stukje Rotterdam. Veel van de kleine portiekwoningen uit de jaren veertig zijn verouderd. In het wijkprofiel scoort Oud-Mathenesse abominabel als het gaat om isolatie: we stoken ons suf en horen de buurman datzelfde doen.

Vier op de tien woningen zijn particulier verhuurd. Dat doet ertoe: in buurten met veel corporatiewoningen wordt armoede geregistreerd en gecompenseerd. Huren zijn laag en bewoners ontvangen huurtoeslag. Bij conflicten overlegt de woningbouwvereniging met andere instanties. Inkomens zijn laag, maar de leefkosten ook.

In Oud-Mathenesse tref je armoede in het wild. Het is een plek waar kansarmen als zzp’ers, schuldenaren en arbeidsmigranten een woning kunnen vinden. Hun financiële problemen spelen zich grotendeels af achter de voordeur en onder de radar. In de supermarkt heb ik geleerd bij de thee en het maandverband te scannen op geopende verpakkingen.

Meest zichtbare probleem is afval op straat. Ondanks niet aflatende inzet van wijkconciërge en de Helpende Handen - een groep wijkbewoners met een beperking - nestelt het zich onder heggen, tussen auto’s en naast containers. Als ware het onkruid dat zich op natuurlijke wijze voortplant. De meldingen die wijkagent Kimberly van der Welle binnenkrijgt zijn vooral sociaal van aard. “Huiselijk geweld komt veel voor, zeker nu mensen elkaar spuugzat zijn. We krijgen erg veel meldingen van overlast en van afval. Communiceren is een probleem. We hebben de tolkentelefoon vaak nodig.” Met de criminaliteit in de wijk valt het mee, op drugsoverlast na.

Hard werken

Eigenlijk heeft Oud-Mathenesse alles om een van de kwetsbaarste wijken van Rotterdam Zuid te zijn. In dat gebied pompt de overheid via een speciaal opgezet programma honderden miljoenen euro’s omdat het officieel aangewezen is als probleemgebied. In Zuid kan veel meer, terwijl de problemen van Oud-Mathenesse vergelijkbaar zijn.

Op het bureau van Monique Nüssler ligt een landkaart. Het is een van de handigste hulpmiddelen in het instrumentarium van de huisarts van Oud-Mathenesse. Is een nieuwe patiënt het Nederlands of Engels niet machtig, dan verzoekt ze hem of haar het land van herkomst aan te wijzen. Daarna probeert ze met handen, voeten en Google Translate zo snel mogelijk tot een diagnose te komen. Per consult vergoedt de verzekeraar tien minuten. Nüssler mikt op vijftien minuten.

De Rotterdamse volksbuurt Oud-Mathenesse. 
 Beeld Arie Kievit
De Rotterdamse volksbuurt Oud-Mathenesse.Beeld Arie Kievit

Het is hard werken, zegt ze. “Veel ouderen, mensen in de schuldsanering, ex-gedetineerden, mensen met psychiatrische problemen. Veel analfabeten of laaggeletterden, die maar wat aanvinken in een formulier. Zzp’ers met bedrijfsongevallen die niets hebben geregeld voor arbeidsongeschiktheid.” Tijd om de patiëntenpopulatie beter te leren kennen is er nauwelijks. “Veel mensen zijn binnen een half jaar weer weg. Normaal is het verloop bij een huisarts 10 procent per jaar. Hier is het een derde.”

Oud-Mathenesse is een doorgangswijk, blijkt ook uit andere cijfers. Jaarlijks vertrekt 16 procent van de bewoners, volgens het wijkprofiel. 39 procent van de geënquêteerden stemt in met de stelling: als het kan verhuis ik uit deze buurt. Toen de uitgesproken huisarts haar praktijk in de voormalige pastorie opzette, was dat wel anders. De wederopbouwwijk had binnen Rotterdam een goede naam. “Dit was een redelijk chique wijk, met veel particuliere woningeigenaren. De Franselaan had een gevarieerd winkelaanbod.”

Maar de ingezette neerwaartse spiraal waarin de wijk verkeert, is moeilijk te doorbreken. Van de diversiteit in de centrale winkelstraat van de buurt is weinig over. Waar in 2008 een ondernemer bankstellen verkocht, huist nu een Oost-Europese supermarkt. Op de plek van een stomerij kwam een Bulgaarse supermarkt. De winkel waar dierenliefhebbers ooit hondenbrokjes kochten, herbergt tegenwoordig een Poolse supermarkt. In totaal telt de Franselaan vijf mini-supermarkten en drie pizzeria-shoarma-combinaties.

Dat is niet gek: iets meer dan een kwart van de geregistreerde bewoners van Oud-Mathenesse zijn westerse migranten, afkomstig uit bijvoorbeeld Roemenië of Polen. In de praktijk zijn het er meer, want niet iedereen meldt zich. Zij vertrekken ‘s ochtends vroeg richting kas of fabriek en komen pas na een lange werkdag weer thuis – de hardwerkende buitenlanders, zogezegd. Rond de bankjes waar zij in hun vrije tijd vertoeven, blijven vaak lege halve literblikken ‘Tyskie’ of ‘Staropramen’ achter. Anita Dziok-Wisniewska stoort zich aan de overlast die sommige van haar landgenoten veroorzaken. Twaalf jaar geleden kwam de Poolse naar Nederland om aan de slag te gaan als productiemedewerker in een chocoladefabriek. Tegenwoordig doceert ze vanuit een lokaaltje Nederlands aan migranten. Steeds meer Poolse nieuwkomers willen Nederlands leren, merkt ze tot haar vreugde. “Op dit moment heb ik zeventig leerlingen. Volgend jaar heb ik weer ruimte voor nieuwe leerlingen.”

Tijdelijke brug

Toch denkt ook Dziok-Wisniewska de laatste tijd steeds vaker aan een vertrek. “Sinds twee of drie jaar is het viezer op straat. Mijn man parkeert de auto niet meer in de buurt, nadat-ie een paar keer is bekrast. We hebben een hond. Vroeger konden we hier vrij wandelen. Nu ligt overal glas van stuk gegooide flessen. Misschien gaan we naar Maassluis.”

Wethouder Barbara Kathmann (PvdA) wervelt over de linoleumvloer van de Surinaamse moskee. In het religieuze centrum, zonder koepel, vindt in januari dit jaar een wijkbijeenkomst plaats. Ten zuiden van de portiekwoningen van Oud-Mathenesse verrijst het komende decennium een splinternieuwe woonwijk, in wat toepasselijk Nieuw-Mathenesse heet. Wethouder en ingehuurd gebiedsontwikkelbureau spreken op de bijeenkomst trouwens liever van één ‘Mathenesse aan de Maas’. “Er wonen straks meer mensen dan in het centrum”, zegt Kathmann enthousiast, die als nummer acht geplaatst is op de landelijke PvdA-verkiezingslijst.

Na een vertolking van de traditionele wijkgrap vertelt de wethouder hoe bewoners van Oud-Mathenesse gaan profiteren van de nieuwe buren. Het idee: de school heeft profijt van de komst van kinderen met hoogopgeleide ouders, winkeliers draaien meer omzet. Bovendien zijn we met de nieuwe aanwas verzekerd van extra aandacht op het stadhuis, legt de wethouder uit.

Het meest concrete plan om de twee wijken te verenigen is een tijdelijke brug, zodat de wijkbewoners hun nieuwe buren kunnen bezoeken. “Er moeten dan ook dingen plaatsvinden, iets om naartoe te gaan”, zegt Kathmann. Ze denkt bijvoorbeeld aan een plek in de nieuwe wijk met veel groen en culturele activiteiten.

Incassobrieven

Gentrificatie hou je niet tegen, weet de zaal. De gemiddelde WOZ-waarde van Oud-Mathenesse stagneerde jarenlang, om in het afgelopen jaar ineens te stijgen van 89.000 naar 106.000 euro. We krijgen allemaal briefjes in de bus van kooplustige particuliere beleggers. In mijn brievenbus is het aantal alleen overtroffen door incassobrieven gericht aan voormalige bewoners.

Onder het systeemplafond van de Surinaamse moskee staat Dilip de Gruijter van het lokale bedrijf GroenCollect op. “Mensen wonen hier drie, vier jaar en gaan dan weg. Hoe voorkom je dat?”, vraagt hij de wethouder. De Gruijter woonde eerder op Katendrecht, in het hippe deel van Rotterdam Zuid, vertelt hij achteraf. “Iedereen praat er nu Amsterdams en heeft een dikke beurs.” Oud-Mathenesse loopt risico een nieuw Afrikaanderplein te plein te worden, vreest hij: een armoedige enclave tussen de rijkelui.

Een woordvoerder van wethouder Kathmann laat nu weten dat de kans zeer klein is dat de geplande brug nog dit jaar in gebruik is. Een met hulp van de gemeente opgetuigde stichting van wijkbewoners, niet toevallig ‘Mathenesse aan de Maas’ geheten, moet de benodigde externe fondsen nog zien te werven.

Inge Jansen basisschooldirecteur van basisschool Finlandia
 Beeld Arie Kievit
Inge Jansen basisschooldirecteur van basisschool FinlandiaBeeld Arie Kievit

Bevroren kip

Langzaam trekt de thee van Jacomina van Andel. In de hoek van de ruimte waar de grafisch vormgever kantoor houdt, liggen een stuk of tien dozen met onder meer het archief van wijkkrant Nieuws uit het Verre Westen. Sinds 2002 produceert Van Andel de enige bron van wijknieuws. Tot eind dit jaar, daarna stopt ze met de tweemaandelijkse krant. “Het bezorgersbestand is verouderd. Ze kunnen de trappen niet meer op. In straten met trappen bezorg ik nu zelf”, zegt van Andel. Ook het wijknieuws is niet meer wat het was, legt Van Andel uit. “Vroeger hadden we seniorennieuws en een kidspagina. Mensen stuurden verslagen in van vergaderingen en van activiteiten.” Nu plaatst ze voornamelijk korte berichten en interviews met wijkondernemers. Van Andel hoopt dat de door de gemeente opgetuigde bewonersorganisatie haar functie als nieuwsbrenger overneemt.

De wijkkrant is niet het enige bindmiddel dat verdwijnt. Eind december sluit het zogeheten Huis van de Wijk, de plek voor cursussen en hulpverlening. Het gebouw is verkocht, de gemeente verdeelt de activiteiten over meerdere locaties. Protest tegen deze toch wel ingrijpende stap ontbreekt. Oud-Mathenesse beschikt over een geloot wijkcomité, een experiment dat toont wat gebeurt als willekeurige burgers hun wijk mogen vertegenwoordigen. Een van de vijf leden zegt in een digitale vergadering de besluitenlijst niet te hebben ontvangen, om vervolgens ongezien akkoord te gaan. Een tweede lid komt van de kaakchirurg, en is vooral bezig zijn wang te koelen met bevroren kip in een doek. Een derde comitélid worstelt met haar microfoon en slaagt er uiteindelijk in om ‘ja’ te roepen op de voorstellen van de wijkmanager.

Bibliobus wegbezuinigd

Overigens gaat het te ver om te zeggen dat de overheid zich heeft teruggetrokken uit Oud-Mathenesse. Ambtenaren zijn fysiek aanwezig. Naast een wijkconciërge en wijkmanager is er een wijknetwerker en een winkelstraatmanager. Binnenkort volgt een inspecteur bouw- en woningtoezicht.

Met investeren in voorzieningen heeft Rotterdam minder op, blijkt op basisschool Finlandia. In 2018 betitelde de onderwijsinspectie de openbare school als zeer zwak. “Leerlingen komen met een achterstand binnen op gebied van taal en kennis van de wereld. Sommige ouders staan in de overlevingsstand”, legt directeur Inge Jansen uit.

Inmiddels scoort Finlandia weer voldoende en ligt de Cito-score al twee jaar boven de ondergrens. “Een prestatie van formaat”, zegt Jansen vol trots. “We besteden dagelijks tijd aan de woordenschat. Rekenen doen we taalarm, om leerlingen met een taalachterstand meer kans te geven.” Juist door al die moeite is het zo zonde dat de gemeente de wekelijkse ‘bibliobus’ met leesboeken heeft wegbezuinigd, zegt Jansen. Met zachte stem: “We hebben zo ons best gedaan. Langsgaan, leerlingen inschrijven, ouders erbij trekken. En dan elke keer zeggen: vanmiddag staat-ie er weer hè.”

Lees ook Geen ‘brasa’ in de Bijlmer: waarom slaat corona hier zo hard toe?

In de Amsterdamse Bijlmer loopt het aantal coronabesmettingen dramatisch op. Wat is er aan de hand in de wijk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden