Revolusi!

Het Rijks belicht verborgen perspectieven op de Indonesische vrijheidsstrijd

Indonesische nationalisten rijden door de straten met het affiche ‘Boeng, Ajo Boeng’.
Foto uit Life, 12 november 1945.
 Beeld Rijksmuseum Albertine Dijkema
Indonesische nationalisten rijden door de straten met het affiche ‘Boeng, Ajo Boeng’.Foto uit Life, 12 november 1945.Beeld Rijksmuseum Albertine Dijkema

In Revolusi!, de nieuwe tentoonstelling van het Rijksmuseum worden veel verschillende verhalen over de Indonesische vrijheidsstrijd verteld. Dat is interessant, maar ook om duizelig van te worden.

Robin Goudsmit

Bommenwerpers, legerkonvooien en militairen die burgers onder schot houden: het zijn niet de meest voor de hand liggende onderwerpen voor een kind van elf om te schilderen. Maar Mohammad Toha groeit als jongetje op in Jogjakarta tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. De oorlog is zijn dagelijkse realiteit; van de sociaal-realistische schilder Dullah leert hij om die vast te leggen.

Het vervaardigen van de schilderijen moet een hachelijke aangelegenheid zijn geweest; een schilderkameraadje belandt vanwege zijn werk in een kindergevangenis en overlijdt. Mohammad zelf beeldt af hoe de Nederlandse troepen ook zijn huis doorzoeken op zoek naar een oudere broer. Wie nu voor het schilderijtje staat, kan zich gemakkelijk inbeelden welke angsten het gezin heeft moeten doormaken.

Persoonlijke verhalen

Het verhaal van Mohammad is één van de 23 verhalen die het Rijksmuseum vertelt in de tentoonstelling Revolusi! Aan de tentoonstelling is jaren gewerkt door Nederlandse en Indonesische curatoren. Het museum deed voor de expositie de grootste bruikleen ooit van Nationaal Archief, waarbij 130 objecten zoals foto’s, pamfletten, vlaggen en affiches werden uitgeleend.

Republikeinse troepen keren terug naar Jogjakarta, juni 1949. Schilderij door Mohammad Toha. Beeld Rijksmuseum
Republikeinse troepen keren terug naar Jogjakarta, juni 1949. Schilderij door Mohammad Toha.Beeld Rijksmuseum

Net als bij de recente tentoonstelling over die andere zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis, de slavernij, kiest het museum nadrukkelijk om de geschiedenis van de periode 1945-1949 te vertellen aan de hand van persoonlijke verhalen. Bij die verhalen horen steeds objecten – een jurk, een fotoboek, brieven.

Geen Wikipedia

Door al die verhalen hopen de samenstellers van de tentoonstelling dat er ruimte is voor alle perspectieven op de geschiedenis. Sommige objecten maken grote indruk. De schilderijen van Mohammad Toha bijvoorbeeld, maar ook de uitvergrote foto’s uit het kleine ‘vriendenboekje’ van de revolutionair Sutarso Nasrudin waarin hij portretten van zijn kameraden bewaarde. Op de foto’s kijken zijn vrienden met een mix van hoop, angst en nieuwsgierigheid de camera in. Nasrudin werd later door de Nederlanders geëxecuteerd.

Maar de bezoeker die geen expert is op het gebied van Indonesische geschiedenis kan door de veelheid van verhalen wel de draad kwijtraken. Want hoe zat het ook alweer met de Britten, het communisme in Indonesië of de Chinese minderheid? De tentoonstelling is inderdaad “geen Wikipedia”, zegt Marion Anker, junior conservator geschiedenis. “Het is ingewikkeld, maar zo kun je wel het best laten zien hoe rijk geschakeerd de geschiedenis is.”

Een dag voor de soevereiniteitsoverdracht in 1949 worden de portretten van de Nederlandse gouverneurs verwijderd uit de gouverneursresidentie in Jakarta. Beeld ©Henri Cartier-Bresson © Fonda
Een dag voor de soevereiniteitsoverdracht in 1949 worden de portretten van de Nederlandse gouverneurs verwijderd uit de gouverneursresidentie in Jakarta.Beeld ©Henri Cartier-Bresson © Fonda

“We moeten zorgen dat we het raam openzetten naar perspectieven die we nog niet zo goed kennen”, betoogt ze. “Je kunt focussen op het Nederlandse geweld, dat willen we zeker niet weglaten. Maar we willen ook verhalen toevoegen: dat er bijvoorbeeld in die tijd ook kunstenaars actief zijn, en dat er naast geweld ook diplomatie is en een informatie-oorlog.”

Indonesisch perspectief

“Deze geschiedenis hoort bij Nederland én Indonesië”, zegt de Indonesische historicus en gastcurator Bonnie Triyana. “Met maar één kant van het verhaal kom je niet dichter bij het verleden. En wij willen laten zien hoe het echt was.”

Hoe vindt hij het dat deze tentoonstelling uitgerekend in het Rijksmuseum plaatsvindt, toch een instituut dat in het verleden de grootsheid van het Nederlandse rijk verheerlijkte? “Iedereen verandert”, lacht hij. Volgens hem kun je aan de tentoonstelling zien hoe het Rijksmuseum is meegegaan met haar tijd. “De tentoonstelling benadrukt dat de onafhankelijkheid begint op 17 augustus 1945 met de verklaring van Soekarno. Er wordt dus echt een Indonesisch perspectief getoond.”

OM gaat niet vervolgen voor gebruik term ‘bersiap’

Eén woord was de afgelopen maanden onlosmakelijk verbonden met de nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum: bersiap. Gastcurator Bonnie Triyana betoogde half januari in een opiniestuk in NRC dat de term racistische trekken zou hebben.

Het leidde tot twee aangiftes: één van de Federatie Indische Nederlanders (FIN) tegen de Triyana wegens groepsbelediging en één van de Stichting Comité Nederlandse Ereschulden tegen het Rijksmuseum voor het gebruik van de term. Beide aangiften werden woensdag ongeldig verklaard door het OM.

Bersiap, oftewel ‘Sta paraat!’ was de strijdkreet van sommige jonge Indonesiërs. Zij schuwden geen geweld en brachten duizenden mensen om. Later werd de term synoniem met de laatste bloedige maanden van 1945.

“Ik zou het niet als controverse beschrijven, maar liever als een discussie”, zegt Triyana nu. “Het is positief dat er nu een historisch debat is, waar ook bijvoorbeeld jonge mensen zich in mengen.” Het Rijksmuseum benadrukt dat de samenstellers van de tentoonstelling vooral wilden pleiten voor een genuanceerder gebruik van de term. In de expositie wordt het woord nog steeds genoemd.

Lees ook:

De bersiap-rel: het Rijks wil van het woord af, Indische Nederlanders voelen zich beledigd

Dat het Rijksmuseum de term bersiap schrapt in een tentoonstelling over de Indonesische revolutie komt het museum op een aangifte door Indische Nederlanders te staan.

David Van Reybrouck is verbijsterd over het gebrek aan historisch besef in Nederland

De Vlaamse auteur David Van Reybrouck sprak met honderden, meest hoogbejaarde Indonesiërs, Nederlanders en Japanners. ‘Ons’ koloniale verleden – nee: een belangrijke schakel in de wereldhistorie – meeslepend verteld door de laatsten die het beleefden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden