D66-voorstel

‘Het plaatsen van mbo-stagiairs is geen oplossing tegen stagediscriminatie’

Mona Keijzer, staatssecretaris van economische zaken en klimaat, wordt bij de schoonheidsspecialist voorafgaand aan Prinsjesdag.Beeld ANP

Stagediscriminatie moet worden aangepakt, vinden ook verenigingen in het mbo. Maar een plan van D66 om scholen verantwoordelijk te maken voor de plaatsing van de studenten, wordt niet bepaald toegejuicht.

Zodra een mbo-stagiair niet langer zelf kan solliciteren, maar door zijn school wordt geplaatst bij een leerbedrijf, dan verdwijnt een cruciaal onderdeel van de opleiding. Dat stelt Frank van Hout, waarnemend voorzitter van de MBO Raad.

Van Hout is daarom geen voorstander van een plan van D66-Kamerlid Paul van Meenen om voortaan niet de werkgever, maar de school te laten beoordelen of een mbo-student op een stageplek past. Dat voorstel zal Van Meenen donderdag indienen tijdens een Kamerdebat over het middelbaar beroepsonderwijs.

Met dit plaatsingsbeleid poogt Kamerlid Van Meenen stagediscriminatie te voorkomen en jongeren met een migratieachtergrond sneller aan een leerplek te helpen. Van Meenen: “Als je Achmed of Fatima heet, word je veel vaker afgewezen dan wanneer je Paul of Antje heet.” Zo’n eerste kennismaking met de arbeidsmarkt, meent hij, is voor zestien- en zeventienjarigen funest voor het vertrouwen in onze samenleving.

Bovendien staan bedrijven zo niet langer voor de ingewikkelde selectie van jonge studenten zonder werkervaring, stelt Van Meenen. De bedrijven hoeven enkel anonieme stageplaatsen aan te bieden. De scholen zorgen vervolgens voor de invulling.

Enkele tientallen meldingen van discriminatie

“Belangrijke elementen zijn juist dat studenten leren om brieven te schrijven, zelf naar vacatures te zoeken en zich te presenteren in een sollicitatiegesprek”, zegt Frank van Hout van de MBO Raad. “Wel is het ontzettend goed dat we deze vorm van discriminatie hoog op de agenda zetten. De grote vraag is echter of we hiermee het probleem verhelpen.”

Zo vreest de voorzitter dat het plaatsingsbeleid discriminatie uitstelt, als een bedrijf bijvoorbeeld ontevreden is met de geselecteerde student. “Misschien creëer je zo wel onveilige situaties.”

In één keer een stage vinden lukt 68 procent van de mbo’ers met een westerse achtergrond. Bij mbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond ligt dat percentage op 48 procent, blijkt uit cijfers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) uit 2018. Bijna 9 procent van de studenten met een niet-westerse achtergrond moet tien keer of vaker solliciteren om een stageplek te bemachtigen, tegenover 3 procent van hun medestudenten.

“Het is ontzettend belangrijk dat we studenten intensief begeleiden en dat we samen bespreken hoe om te gaan met discriminatie”, zegt Van Hout. “Helaas is discriminatie een breed maatschappelijk verschijnsel, daar moeten we studenten weerbaar tegen maken.”

Een belangrijke stap, stelt hij, is dat studenten vaker melding doen van racisme, zodat de school afstand kan doen van het bedrijf als erkende stageomgeving. Het meldpunt stagediscriminatie op het mbo kreeg het voorbije jaar ‘maar’ enkele tientallen meldingen.

Van Hout: “Ik vrees dat dit een druppel op de gloeiende plaat is. Vergeet ook niet de andere vormen van discriminatie, zoals van studenten met een fysieke of mentale beperking.” 

In maart dit jaar stelden CDA en GroenLinks voor om een app te ontwikkelen waarop mbo-studenten stagediscriminatie kunnen doorgeven. Zo komt de meldingsdrempel lager te liggen, verwachten de partijen.

Weinig enthousiasme onder docenten

Bij sommige mbo-opleidingen, zoals verpleegkunde, plaatsen scholen studenten al bij een leerbedrijf. En dat werkt uitstekend, zegt Marjolein Held, voorzitter van de Beroepsvereniging opleiders mbo. “We zorgen dat studenten in verschillende type leeromgevingen terechtkomen en we ontlasten zorginstellingen door hen de sollicitaties uit handen te nemen. Maar de selectie is niet bedoeld om discriminatie te voorkomen.”

Marjolein Held is het eens met Van Hout dat het sollicitatieproces van cruciaal belang is voor de opleiding van studenten. Discriminatie bestrijden op de stagemarkt kan op andere manieren, zegt ze. “We investeren veel in de relatie met stagebedrijven. We organiseren stagemarkten, zodat studenten zich kunnen laten zien aan werkgevers. Juist door die contacten proberen we mogelijke vooroordelen weg te nemen.”

Held peilde het voorstel van Kamerlid Van Meenen woensdagochtend onder zo’n dertig docenten in het mbo. Zij reageren bepaald niet enthousiast. “Misschien is er wel geen klik tussen de student en de werkgever, dat weet je zonder sollicitatie niet. En sommige docenten zijn ook bang dat werkgevers geen leerbedrijf willen blijven als ze geen invloed hebben op de stageplaatsing.”

Lees ook:

De emancipatie van de mbo’er krijgt een duwtje met hogere stagevergoeding

Het nieuwe jaar begint goed voor de 497.300 studenten in het middelbaar beroepsonderwijs. Opnieuw krijgen ze een signaal dat mbo en hbo niet voor elkaar onderdoen, en gelijke waardering verdienen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden