Koloniaal verleden

Het Mauritshuis laat vanaf nu ook de slavendrijver Johan Maurits zien

Een medewerker van het Mauritshuis is bezig met de inrichting van een zaal, die is gewijd aan Johan Maurits en zijn betrokkenheid bij slavenhandel.Beeld ANP

Prins Johan Maurits zat dieper in de slavenhandel dan tot dusver bekend. Het Mauritshuis in Den Haag schenkt voortaan permanente aandacht aan deze onderbelichte zijde van zijn naamgever.

Al in zijn eigen tijd deden tegenstrijdige verhalen de ronde over prins Johan Maurits van Nassau-Siegen, naamgever van het Haagse Mauritshuis. Deze achterneef van Willem van Oranje was van 1636 tot 1644 namens de West-Indische Compagnie gouverneur-generaal van de Nederlandse kolonie in Brazilië. Bewonderaars, zoals predikant-schrijver Caspar Barlaeus, prezen hem in boeken als de humanistische bestuurder die de kolonie tot bloei bracht.

Anderen waren kritischer. De Portugese frater Manuel Frey, die bij de prins aan het hof verkeerde, schreef een boek waarin hij de WIC-bestuurder beschuldigde van het bedonderen van zijn eigen Compagnie met een slavenhandel voor eigen rekening. Lang werd Frey’s boek gezien als bron van roddels, niks voor serieuze historici.

Lang bleef het beeld overeind van Johan Maurits als ‘verlichte prins in de Tropen’, die kunst en wetenschap in de kolonie bevorderde en daar godsdienstvrijheid voor katholieken en joden introduceerde. Hij stootte de verkommerende kolonie op, verstrekte leningen aan de Portugese plantagehouders waar de kolonie op dreef, en liet irrigatiekanalen, bruggen en tientallen forten bouwen. 

In Recife staat zijn standbeeld op een plein

Dat bezorgde hem een plaats in de geschiedenisboeken van middelbare scholieren in Brazilië. In het land zijn straten, pleinen, universiteitscampussen en een marathonloop naar hem vernoemd. In Recife, de stad waar Johan Maurits zijn twee paleizen met strakke tuinen liet bouwen, siert zijn standbeeld een plein.

Niet gek voor een bestuurder die slechts zeven jaar de baas was over een kolonie die maar 24 jaar bestond.

Nederlands Brazilië

In 1630 veroverde de West-Indische Compagnie, rijk geworden dankzij de buit van de Spaanse Zilvervloot, een kuststrook in huidig Brazilië op de Portugezen, bijna ter grootte van Nederland. De Portugese inwoners mochten hun suikerrietplantages houden, maar veel plantages waren verwoest in de strijd. De plantagehouders hadden grote behoefte aan slavenarbeid. Onder Johan Nassau (1604-1697), die in 1636 gouverneur werd van de kolonie, begon de WIC slaven te kopen in Afrika. 24.000 werden onder Johan Maurits’ gezag naar Brazilië vervoerd, bijna een kwart overleefde de reis niet. Zo begon de Nederlandse betrokkenheid bij de trans-Atlantische slavenhandel. In 1654 verdreven de Portugezen de Nederlanders weer.

Dat imago was al enige tijd tanende, ook in Brazilië. Al lang was algemeen bekend - maar met de mantel der liefde bedekt - dat Johan Maurits de WIC overhaalde om deel te nemen aan slavenhandel, tot dan gezien als een katholieke zonde. “Het is onmogelijk om in Brazilië ook maar iets te bereiken zonder slaven”, voerde Johan Maurits tegen ‘zinloze scrupules’ aan. “Zonder hen kunnen de molens de suikerrietstengels niet vermalen, noch kunnen de velden worden bewerkt.” Op zijn gezag veroverde een vloot Portugese slavenhandelcentra in Afrika. Elmina en Luanda werden Nederlands.

“Voorheen was het verhaal steeds: ja, Johan Maurits was wel WIC-bestuurder, maar hij profiteerde nooit persoonlijk van de slavenhandel”, zegt historicus Erik Odegard. In opdracht van het Mauritshuis doken hij en de Braziliaanse historica Carolina Monteira nog eens in Nederlandse, Portugese en Braziliaanse bronnen. En die bevestigden de ‘roddels’ van frater Frey.

Een tijdelijke expositie over Johan Maurits en de slavenhandel vorig jaar trok kritiek: historische bewijzen voor de suggestie dat hij zijn Mauritshuis financierde met slavenhandel zouden te mager zijn. Maar Odegard en Monteira vonden sindsdien niet alleen bewijs dat Johan Maurits’ hofhouding tientallen Afrikaanse slaven telde, en dat de bouw van zijn paleizen dreef op slavenarbeid, maar ook nieuw bewijs dat hij zich verrijkte met slavenhandel. 

Hij accepteerde een gift van tweehonderd slaven

Zo liet hij een schip uitvaren naar Kaapverdië, dat vandaar in Afrika tot slaaf gemaakten naar Brazilië bracht die hij voor eigen rekening verkocht – in weerwil van het monopolie op slavenhandel van zijn werkgever de WIC. Ook accepteerde hij een gift van de koning van het Afrikaanse Kongo-rijk: tweehonderd slaven. De slaven, ter waarde van drie jaarsalarissen die hij van de WIC beurde, verkocht hij door.

“Vaak krijgen we de vraag of het Mauritshuis zijn naam niet moet wijzigen vanwege de rol die Johan Maurits speelde in de trans-Atlantische slavenhandel”, zegt Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis. “Dat gaan we niet doen.” Johan Maurits is nu eenmaal de opdrachtgever en eerste eigenaar van wat nu een museum is. In een donderdag geopende permanente expositiezaal staat voortaan de ‘complete biografie’ van Johannes Maurits centraal.

Handicap daarbij is dat het museum geen werken bezit die de wreedheden van slavernij uitbeelden, laat staan Johan Maurits’ betrokkenheid daarbij. Een schilderij van Johan Maurits met een jonge slaaf hangt in Warschau; een waterverftekening van een Afrikaanse vrouw met het brandmerk ‘IM’ - van Johannes Maurits - bevindt zich in Kopenhagen. Het Mauritshuis moet zich behelpen met de fraaie doeken in de eigen collectie en bordjes die de bezoeker wijzen op de achterliggende verschrikkingen. Gosselink: “Hadden we maar schilderijen die dat laten zien”.

Lees ook:

‘Herkenning in het museum, dat had ik nooit ervaren’

De eerste zwarte Amsterdammers waren geen slaven, maar trotse zeevaarders. Het Rembrandthuis vertelt over hen aan de hand van portretten van Rembrandt en zijn tijdgenoten.

Kunstminner Johan Maurits handelde in slaven voor persoonlijk gewin

Tot voor kort was hij een held, maar Johan Maurits van Nassau-Siegen, de bouwer van het Mauritshuis in Den Haag, valt steeds verder van zijn voetstuk. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden