Carnaval Aalst

‘Het koningshuis, de kerk, Joden: niemand ontspringt de dans’

In de carnavalshallen van Aalst wordt in aanloop naar de optocht dag en nacht doorgewerkt aan de wagens.Beeld Wouter van Vooren

Zaterdag zijn vele ogen gericht op het Belgische Aalst. Zullen carnavalsvierders aldaar de provocatie zoeken na de ophef over Joodse karikaturen vorig jaar?

Guy Walgraef schudt zijn hoofd: de commotie over het carnaval in Aalst loopt de spuigaten uit, vindt hij. Het zit de toezichthouder van de carnavalswerkhallen hoog. Heel hoog. “We worden lafaards genoemd, carnavalisten zijn bedreigd. Het wordt onderhand zeer kwetsend voor ons. Maar het is vollédig uit de context getrokken.”

Hij doelt op de ophef die vorig jaar ontstond over een praalwagen met Joodse karikaturen: grote poppen met haakneuzen en pijpenkrullen en een schatkist vol geld. “Die groep wilde sparen voor hun jubileum, dus namen ze een ‘sabbatjaar’. Dan denk je sabbat, sparen, Joden. Dat is een compliment: we kunnen van niemand beter leren hoe je moet sparen.”

Beelden van de wagen haalden de internationale pers, Joodse organisaties reageerden verbolgen. De karikaturen doen denken aan de beelden die de nazi’s over Joden verspreidden. Nadat Unesco, het cultuurorgaan van de VN, dreigde met sancties besloot burgemeester Christophe D’Haese om het volksfeest te laten schrappen van de lijst voor immaterieel cultureel erfgoed, waarop het sinds 2010 stond.

“Wat mij heeft gekwetst is dat ze de Holocaust erbij trokken”, gaat Walgraef voort. “Dat vind ik heel erg. Niets op die wagen verwees naar de jodenvervolging.” Maar de carnavalisten laten zich niet kisten. Ze zullen zondag doen wat ze altijd doen, zegt hij. “De spot drijven met alles en iedereen. Ook met onszelf.”

‘Toon karikaturen niet, of met historische context’

Drie in antisemitisme gespecialiseerde hoogleraren riepen de internationale en Belgische pers deze week op om bij hun verslaggeving van de carnavalsstoet van komende zondag geen beelden te laten zien van eventuele anti-Joodse karikaturen, of die te voorzien van historische duiding. In een opiniestuk in de Vlaamse krant De Morgen wijzen ze erop dat de karikaturen op de omstreden praalwagen van vorig jaar ‘in het verleden hun gevaarlijke karakter hebben bewezen’ en dat dergelijke stereotypen bewust of onbewust negatieve associaties creëren en in stand houden. Afgelopen donderdag volgde nog een oproep, ditmaal van de Israëlische minister van buitenlandse zaken, Israel Katz. Hij vroeg de Belgische overheid via Twitter om het carnaval te verbieden.

Zeg tegen een Aalstenaar dat hij iets niet mag en hij gaat in de contramine. De kwestie rond de Joodse karikaturen is voor veel carnavalsvierders een principekwestie geworden over de vrijheid van meningsuiting.

De stad en haar inwoners liggen onder een vergrootglas: in Aalst wemelt het al de hele week van de tv-camera’s. Zullen Joodse karikaturen daadwerkelijk de carnavalsoptocht van zondag domineren? Zullen Aalstenaars zich massaal uitdossen als ‘Jood’?

Reclame maken

Walgraef denkt dat het met de Jodenspot mee zal vallen. In de loodsen werken 56 carnavalsgroepen ‘met hun eigenste pollekes’ aan hun wagens. Deze laatste dagen voor de optocht van ’s ochtends vroeg tot drie uur ’s nachts. Walgraef – blauwgrijze muts, een bril met grijs getint glas, twee sweaters over elkaar – houdt vanaf een groene fiets in de gaten wat er in en rond de hallen allemaal gebeurt. Binnen staan carnavalswagens neus aan neus opgesteld; in sommige ruimtes is er amper plaats voor de carnavalisten om te zagen en te schilderen aan de pinguïns, giraffen en clowns.

Walgraef wil na de slechte pers graag reclame maken voor zijn groepen. “Mensen werken hier het hele jaar aan kunstwerken. Wij hebben zeer weinig jeugdcriminaliteit, want die jongeren hebben wat om handen. Dit hier”, hij wijst om zich heen, “is een kunstacademie op zich”.

In hal 5 waarschuwt kunstenaar Caz (echte naam: Gunther Baeyens, “maar niemand kent die”) om voorzichtig te zijn. “Zet uw rugzak maar even opzij, voor je ’t weet loop je ergens een poot af. Dat is allemaal piepschuim hè.” Hij wurmt zich met een pot beige verf langs een kudde bizons van carnavalsgroep ‘De Lodderoeigen’.

Karikaturen van koning Filip en politica Gwendolyn Rutten.Beeld Wouter van Vooren

Lachen óm mensen

Twee poppen op die wagen worden uitgedost met ‘een Joodse hoed met papillotten’, vertelt Dimitri De Brandt met een verfpistool in de hand. Het gaat om de Vlaams minister-president Jambon en de Antwerpse burgemeester De Wever. “Waarom? Omdat zij hebben gezegd dat we er niet mee mogen lachen. Maar wij zijn heel duidelijk tégen wat er vroeger gebeurd is. Daar ­lachen we niet mee.”

Met het carnaval wordt er gelachen óm mensen, niet mét mensen, zegt Walgraef. “Dat eerste is plezant, het tweede kwetsend. Maar dat verschil begrijpt de buitenwereld niet.”

Dat is de verdedigingslinie die je in Aalst veel hoort. “In een andere context zouden sommige dingen als racisme en antisemitisme worden gezien”, zegt burgemeester Christophe D’Haese. “Maar binnen de context van carnaval kunnen zulke karikaturen. Ik ben geen antisemiet, ik kom wel op voor onze eigen waarden. De essentie van carnaval is het omkeringsritueel: arm wordt rijk, wit wordt zwart. De stoet is altijd heel divers. Het koningshuis, de islam, de katholieke kerk, Joden, niemand ontspringt de dans. Maar het is heel moeilijk om dat uit te leggen aan de internationale gemeenschap.”

Lees ook: 

Aalst haalt omstreden carnaval van VN-erfgoedlijst

De Belgische stad Aalst laat het eigen carnavalsfeest schrappen van de werelderfgoedlijst van Unesco. Voor ons geen Unesco-schoonmoeder meer”, verklaarde burgemeester D’Haese.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden