Toeslagenaffaire

Het kabinet erkent institutioneel racisme bij de fiscus. En nu?

Marnix van Rij, staatssecretaris fiscaliteit. Beeld ANP
Marnix van Rij, staatssecretaris fiscaliteit.Beeld ANP

Het kabinet geeft toe dat er sprake was van institutioneel racisme bij de Belastingdienst. Wat betekent dat voor gedupeerden?

Kristel van Teeffelen

Het kabinet krijgt waardering voor het erkennen dat er sprake was van institutioneel racisme bij de Belastingdienst. Maar van een loftrompet is geen sprake. Want, zo klinkt het: en nu?

Dat het kabinet inziet dat de fraudelijsten die de fiscus hanteerde op basis van bijvoorbeeld nationaliteit als institutioneel racisme moeten worden gezien, ziet het College voor de Rechten van de Mens als winst. Maar nu is het tijd voor de vervolgaanpak, reageert het college. “Een institutioneel probleem vraagt om een institutionele, dus structurele aanpak.”

Ook Rabin Baldewsingh, de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, zegt blij te zijn met de ‘belangrijke stap’ die het kabinet heeft gezet. Maar hij noemt de brief van staatssecretaris Marnix van Rij op sommige punten te mager. Bijvoorbeeld richting de gedupeerden. Volgens Van Rij moet per geval worden vastgesteld of er sprake was van discriminatie. Dat is volgens Baldewsingh niet nodig. ‘Dit gebeurde op een systematische manier, op basis van een lijst met bewust vastgestelde criteria’, schrijft hij. ‘Bij iedereen die op die lijst stond, was dus sprake van discriminatie.’

Geen juridische term

Karin de Vries, universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft de indruk dat de brief van het kabinet zó geformuleerd is dat de Belastingdienst in juridische zin geen fouten toegeeft. Dat zit bijvoorbeeld in het gebruik van de term ‘institutioneel racisme’. “Dat is, net als racisme, geen juridische term. In de wet gaat het alleen over discriminatie. Had het kabinet die term gebruikt, dan was erkend dat hier iets heeft plaatsgevonden wat juridisch niet mag.”

Al maakt de gekozen term voor gedupeerden niet veel uit, mocht er een rechtszaak volgen, stelt De Vries. Of het kabinet het nu toegeeft of niet, een rechter zou onafhankelijk kunnen vaststellen dat er sprake is van discriminatie. Dat Van Rij zegt dat er geen kwade wil achter zat, doet daar niets aan af. “Als je naar het wetboek van strafrecht kijkt, dan hoeft bij discriminatie geen sprake van opzet te zijn.”

De Vries wijst erop dat het strafrecht in Nederland weinig wordt ingezet om ongelijke behandeling te bestrijden. Een civiele procedure door of namens gedupeerden tegen de staat is ook een optie. De universitair docent is het met Baldewsingh eens dat het aantonen van discriminatie per individueel geval daarvoor niet per se nodig is. “Het Hof van Justitie van de Europese Unie deed in 2008 een interessante uitspraak over een werkgever die in een vacaturetekst had gezet dat hij geen allochtonen wilde aannemen. Het hof vond dat er sprake was van discriminatie, ook al had zich geen direct slachtoffer gemeld.”

Goochelen met woorden

Dat gedupeerden erkenning krijgen voor het feit dat ze door de overheid gediscrimineerd zijn, is erg belangrijk, zegt ook Ashley Terlouw, hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij was in het verleden lid van de Commissie Gelijke Behandeling, de voorloper van het College voor de Rechten van de Mens. “In die periode viel het me op hoe belangrijk erkenning is als vorm van genoegdoening voor slachtoffers. Het is heel frustrerend om niet te weten waarom je anders wordt behandeld dan anderen. Dat iemand dan toegeeft dat het fout was, is een belangrijk begin.”

Terlouw is minder te spreken over de termen die de staatssecretaris bij zijn erkenning kiest. Volgens haar goochelt hij wat met woorden als bewust en onbewust, terwijl dat voor de slachtoffers geen verschil maakt. Dat het kabinet spreekt over institutioneel racisme en niet over discriminatie, ziet zij wel als een stap vooruit. “Institutioneel racisme is misschien minder grijpbaar dan discriminatie, omdat de term niet in de wet voorkomt. Maar door te erkennen dat het om institutioneel racisme gaat, zeg je dat de fout in het hele systeem zit, in plaats van bij een paar individuen. Het is volgens mij de eerste keer dat de overheid dit toegeeft.”

Krachtig vervolg

De erkenning vraagt om een krachtige vervolgstap van het kabinet, zegt de hoogleraar. “Ook ik vraag me af: en nu dan? Het systeem moet veranderen, dat lijkt me het allerbelangrijkste. Welke wijzigingen gaat het kabinet in het systeem aanbrengen om te zorgen dat het racisme stopt? Daarvoor zou de staatssecretaris een plan moeten maken en deskundigen moeten inschakelen. Ik zou dat even afwachten. Gebeurt er niets, dan kunnen de getroffenen alsnog naar de rechter stappen, bijvoorbeeld op grond van een onrechtmatige overheidsdaad. Want het kan niet zo zijn dat het kabinet institutioneel racisme erkent, en dat het daar vervolgens bij blijft.”

Lees ook

Voor het eerst geeft het kabinet het toe: er was sprake van institutioneel racisme bij de fiscus.

Er is jarenlang sprake geweest van institutioneel racisme bij de Belastingdienst, die frauderisico’s selecteerde op basis van iemands nationaliteit, zegt staatssecretaris Van Rij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden