ReportageMessenprobleem

Het is een soort spelletje onder de jeugd in Rotterdam: wie heeft het grootste mes?

Jongeren bij buurthuis ‘Het Middelpunt’ in Rotterdam-Zuid. Boven, van links naar rechts: Moad, Jennifer en Aziz. Onder: Youssef en Ahmed (niet hun echte namen).Beeld Arie Kievit

Nu het aantal steekpartijen in Rotterdam toeneemt, lanceert de gemeente een nieuw veiligheidsplan voor het onderwijs. Hoe ervaren jongeren het geweld in hun stad zelf?

Op de school van Ahmed (17) is laatst nog iemand neergestoken. Hij kreeg een paar dagen geleden een mailtje van zijn mentor, zegt hij schouderophalend. Daarin stond niets over de toedracht, maar dat lijkt hem weinig te kunnen schelen. “Ik ken die gast niet. Ik hoor dat soort dingen hier wel vaker, weet je.”

Voor de jongeren uit Rotterdam-Zuid lijkt het een bijna vanzelfsprekend onderdeel van hun leven: de steekpartijen en het geweld in hun wijk. De meesten blijken wel iemand te kennen die is neergestoken of bedreigd. Een vriend, een broer. In Het Middelpunt, een buurthuis in Charlois, zit een groep jongeren rond de tafel om met jongeren­werkers en de gemeente te praten over het ­oplaaiende geweld in de stad.

De meesten wonen hier vlakbij rond metrostation Slinge, de eindhalte van lijn E, aan een brede grijze autoweg. Die ligt tussen Charlois en IJsselmonde, twee wijken die het naar verluidt met elkaar aan de stok hebben. De jongeren dagen ­elkaar uit op sociale media en organiseren gerichte acties waarbij het niet zelden tot knokken komt. Of erger.

Moad (16), een jongen met glimmende oorbellen en zwart kroeshaar, heeft er zelf niets mee te maken, benadrukt hij. Pas later in het gesprek zegt hij ineens terloops dat twee vrienden van hem zijn neergestoken en gewond zijn geraakt.

Een van die vrienden, een 18-jarige jongen, werd een paar maanden geleden vlakbij Moads eigen huis in zijn been gestoken, vertelt hij bijna laconiek. “Hij was ’s avonds onderweg naar huis. Letterlijk voor mijn eigen achtertuin heb je een paar oudere woningen en een parkeergarage. Daar stonden drie jongens. Waar ze vandaan kwamen, wist mijn vriend niet. Ze keken opvallend naar hem. Ze waren hem een beetje aan het scannen en zo. Toen kwamen ze dichterbij en zeiden: ‘Zakken leeg’. Een van die jongens trok een mes en stak hem in zijn been. Daarna zijn ze ervandoor gegaan.”

Zijn vriend strompelde naar huis en wilde het niet aan zijn vader vertellen, zegt Moad. “Hij liep de trap op. Een beetje moeilijk. Toen z’n vader het zag, heeft hij hem gelijk naar het ziekenhuis gebracht.” Zijn vriend kan weer lopen. Volgens Moad heeft hij geluk gehad. “Als hij iets meer naar rechts of links was gestoken, was hij verder van huis geweest.”

Soms heel jonge daders

Het oplaaiende geweld in Rotterdam is de gemeente en burgemeester Ahmed Aboutaleb een doorn in het oog. Sinds vorig jaar duiken er geregeld berichten op over steekpartijen waar soms heel jonge daders bij betrokken zijn. Aboutaleb spreekt van een ‘messenprobleem’ en vermoedt dat gewelddadige rapmuziek dat in de hand werkt. Volgens de politie zijn er vorig jaar 93 steekpartijen in de stad geweest, een kwart meer dan het jaar ervoor. In 21 gevallen was de verdachte jonger dan 18 jaar. De politie heeft vorig jaar ruim 1400 steekwapens in beslag genomen.

De gemeente probeert het geweld met man en macht de kop in te drukken. Ze lanceert vandaag een nieuw veiligheidsplan voor middelbare scholen en mbo’s, waardoor er onder meer extra toezicht bij ‘probleemscholen’ komt. Ook trekt de gemeente extra geld uit voor ‘gedragsbeïnvloeding’ van leerlingen en cursussen over agressie voor leraren.

Jongerenwerkers proberen op straat en op sociale media al langer het gesprek aan te gaan. “We mogen niet vergeten dat er duizenden kwetsbare jongeren op Zuid zijn die het hartstikke goed doen. Maar er zijn wel wat uitdagingen”, zegt Eddy Coutinho, leidinggevende van jongerenwerkers bij welzijnsorganisatie Dock, met gevoel voor understatement. “Hier op Zuid heb je een harde kern van tien tot twintig jongeren die bij steekincidenten betrokken zijn. Die krijg je hier niet aan tafel. En om hen heen is een grote groep meelopers.”

Coutinho ziet de leeftijd van daders al een tijdje dalen. Kinderen lopen soms al op basisschoolleeftijd met messen te zwaaien, en bij daadwerkelijke steekpartijen zijn de daders soms pas 13 of 14 jaar. “Dat is zorgwekkend. Net als de reacties van sommige ouders”, zegt Coutinho. “Ik spreek soms ouders die hun eigen kind een mes geven om zich te verdedigen. Ze zeggen: ‘Als iemand mijn zoon aanraakt, maak ik hem koud’. Die ouders meekrijgen, dat is een heel moeilijk verhaal.”

Zo’n instelling is deels ‘een cultureel ding’, zegt Coutinho. “De daders zijn vooral Antilliaanse, Surinaamse en Kaapverdische jongens. Ik ben zelf een donkere man en ik zou het graag anders zien, maar ik moet het toch zeggen.”

De groepsdruk is enorm

De jongeren die hier vanavond aan tafel zitten, zeggen zelf nooit te zijn bedreigd, laat staan dat ze weleens iemand hebben neergestoken. Maar ze zitten wel dicht op een gewelddadige straatcultuur, die onrust en kopieergedrag in de hand werkt. De groepsdruk is enorm, ziet Fabian Keerveld van Stichting JOZ (Jongerenwerk Op Zuid).

De alomtegenwoordigheid van sociale media werkt dat in de hand. Jongeren staan de ­hele dag met elkaar in contact via groepsapps, Snapchat en Instagram. Daar hitsen ze elkaar op. Vaak gaat het om kwetsbare kinderen uit gebroken gezinnen, met ouders die er weinig zijn, zegt Keerveld. Ze gooien na school hun tas neer en brengen de rest van de dag door op hun kamer. “Daar krijgen ze hun opvoeding via sociale media.”

Volgens Moad, die in 4-havo zit, speelt ook drillmuziek een rol. Dat is een gewelddadige vorm van rap die tien jaar geleden ontstond in Chicago en is overgewaaid naar Europa. In sommige videoclips dagen jongeren uit een bepaalde wijk anderen uit tot geweld. In zogeheten diss-tracks zwaaien ze met messen, rappen ze over het shanken (neersteken) van rivalen en bespotten ze ‘de vijand’.

“Je ziet veel geweld in drillmuziek en videoclips”, zegt Moad. “Het is een soort spelletje geworden: wie heeft het grootste mes? In die videoclips lopen ze allemaal rond met shanks (messen, red.). Dat is een van de grotere redenen dat het steken meer op komt zetten dan vroeger. Jonge gasten kunnen het idee krijgen dat iedereen met een mes rondloopt. Ze willen zichzelf verdedigen en gaan ook met een mes lopen. Maar ik doe niks, man, ik vind het kinderachtig. Ik luister andere muziek, vooral Amerikaans, meer gevoelig.”

Zijn vriend Aziz, die naast hem zit, geeft hem een por. “Gevoelige muziek, ja? Eeeey!”

Kleine jongens op kleine fietsen

Aziz (19), een jongen met een wilde bos zwart haar en een grijze capuchontrui, doet een mbo-­opleiding tot junior accountmanager. Volgens hem werken niet alleen drillmuziek en sociale media steekpartijen in de hand, maar ook bepaalde tv-series en films die Rotterdamse jongeren massaal kijken.

Op de vraag welke dat zijn, noemt de groep unaniem ‘Top Boy’ en ‘On My Block’. Die laatste gaat over vier tieners die opgroeien in een ruige buurt van Los Angeles. Top Boy is een rauwe Britse serie, waarin drugsdealers handel drijven in een arme flatwijk in Londen. Aziz: “Die gasten zijn heel jong. Kleine jongens op kleine fietsen, man. Ze worden eropuit gestuurd met drugs in hun zak. In de serie hebben ze vaak messen op zak.”

Daarnaast kijken veel jongeren volgens hen naar ‘Mocromaffia’ over de Amsterdamse onderwereld. Moad: “Sommige jongeren zien de mensen daar als voorbeeld. Je weet toch, Muis? Ze delen foto’s van hem. Hij is een van de hoofdpersonen van Mocromaffia.”

Aziz vult aan: “Muis was eerst een rustige jongen, maar hij werd drugsdealer. Hij is in dat wereldje meegenomen en toen moest hij cocaïne dealen. Dan kunnen er ripdeals (berovingen, red.) komen.” Moad: “Door dat soort dingen wordt geweld een beetje normaler.”

Zelf hebben ze ook vrienden die drugs dealen, zeggen Aziz en Moad met enige schroom. Die zijn nooit neergestoken, maar ‘hebben wel bonjes’. Soumaya (19), die studeert voor jongerenwerker, denkt dat jongeren in series de bedragen zien die je met drugs kunt verdienen en daardoor aan het denken worden gezet. “Ze realiseren zich: hé, dat is veel meer dan een Albert Heijn-baantje.”

Geld en dure spullen zijn belangrijk voor de jongeren hier, vult Nora (18) aan. Haar 12-­jarige broertje werd onlangs met een mes bedreigd bij metrostation Slinge, omdat hij zijn dure merkjas niet af wilde staan. “Je wordt hier zo geript”, zegt ze met een stalen gezicht. “Later vertelde hij trots dat hij gevochten had.” Niet zonder trots: “Hij had zijn jas nog”.

Volgens Nora zijn messen een hype, zoals veel dingen dat door sociale media in een oogwenk worden. Jongeren volgen rappers die drillmuziek maken en schaffen zelf messen aan. Dat kopieergedrag zie je ook bij influencers die ‘hun lippen laten doen’ of bepaalde merken dragen.

“Alles is een uitdaging”, zegt Nora. “Het begint met oudere kinderen die tegen kleintjes zeggen: ‘Roep mij maar als iemand iets bij jou doet’. Jonge kinderen denken dat iedereen een mes bij zich heeft. Veel jongeren zien het als zelfverdediging.”

Je moet ze samenbrengen

Keerveld vraagt de groep wat er moet gebeuren om de agressieve straatcultuur te veranderen, en of jongerenwerk en de gemeente nu al dingen doen die voor hen goed werken.

Moad en Aziz merken vooral dat ze vaker preventief worden gefouilleerd. Moad ongeveer maandelijks, Aziz zo’n twee keer per week. “De wijkagenten kennen me wel, maar als er een random politiebusje langsrijdt, gebeurt het vaak, zeker als ik ’s avonds alleen naar huis loop. Dat vergroot bij ouderen misschien het veiligheidsgevoel. Ik begrijp het wel, maar toch. Als jongere die er niets mee te maken heeft, voel ik me aangevallen.”

De jongeren merken wel dat de gemeente en jongerenwerkers hun best doen om het gesprek aan te gaan en activiteiten voor ze te organiseren, zeggen ze. Dat wordt gewaardeerd, maar er mag wel een tandje bij, vinden sommigen. “Het gaat vooral om respect”, zegt Nora. “Nu treden ze na geweld vooral op door de jongeren uit elkaar halen, maar je moet ze juist samenbrengen. Je moet niet alleen denken aan het moment dat het fout gaat, je moet dat vóór zijn. Investeer al op de basisschool. Om te voorkomen dat mensen tegen elkaar opstaan, moet je een band met ze hebben.”

Ze kijkt Keerveld aan. “Als jij dat niet hebt en jij komt naar me toe om me de les te lezen, steek ik je bij wijze van spreken gelijk neer. Er moet een bepaald respect voor elkaar zijn.”

De echte namen van de geïnterviewden zijn bij de redactie bekend.

Lees ook: 

Politie in grote steden vreest geweld door drillmuziek

De politie maakt zich zorgen over de populariteit van drillmuziek onder jongeren in de Randstad. In de muziek, afkomstig uit de VS, wordt geweld verheerlijkt. Binnen de bijbehorende straatcultuur worden die teksten ook in daden omgezet. Daarom neemt de politie in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam extra maatregelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden