Reportage Bedelen

‘Het is een kunst om zielig te zijn, Oost-Europese bedelaars zijn er goed in’

Bedelaars in het centrum van Utrecht. Veelal afkomstig uit de voormalige oostbloklanden. Georganiseerd in de stad verdeeld. Beeld Werry Crone

Ze komen uit Oost-Europa, worden gerekruteerd om te bedelen. Ze duiken steeds vaker op in de Utrechtse binnenstad. Winkeliers willen dat de gemeente optreedt tegen de bedelaars.

De werkdag van de bedelaar met de knalpaarse rok begint rond 10.30 uur op de parkeerplaats naast het Moreelsepark in Utrecht. Ze is net samen met drie anderen uit een busje gestapt. Ze lacht, recht haar rug en trekt wat gescheurde doeken uit een tas, die ze om haar nek en over haar hoofd wikkelt. In haar hand draagt ze een loopkruk.

Met vertraagde pas loopt ze naar de drukbezochte Mariaplaats. Ze leunt voorover, schuift haar rechter elleboog in de kruk en kromt haar rug. Aangekomen bij de Spar strompelt ze vooruit en begint te bedelen. “Ik ben arm”, stamelt ze in het Engels. Haar mannelijke collega begint met zijn benen te trillen en neemt verderop plaats.

Volgens hoogleraar criminologie Dina Siegel staan deze praktijken niet op zichzelf en is er sprake van een langer bestaand fenomeen. Ze ontwaart trucs die de bedelaars uit Oost-Europa wel vaker gebruiken om meer geld te verdienen. “Het is een kunst om zielig te zijn en daar ze zijn ze heel goed in. Er zijn bedelaars die doen alsof ze een been missen of die een pop vermommen als baby.”

Bedrogen

Ook de politie herkent dit probleem. “We kennen de trucs, maar een handicap veinzen is niet strafbaar”, zegt een woordvoerder van politie Midden-Nederland. Utrechtse agenten worden er regelmatig op aangesproken door mensen die zich storen aan de bedelaars. “We begrijpen dat mensen zich bedrogen kunnen voelen. Maar wij kunnen niet meer dan uitleggen dat we alleen mogen handhaven tegen overlastveroorzakers die bijvoorbeeld aanklampen, hinderen en uitschelden.”

Volgens Siegel kunnen we de bedelaars ook niet meteen als misdadigers bestempelen. “Deze mensen komen vaak uit de armste buurten van Roemenië, Bulgarije en Albanië. Ze worden daar door organisaties gerekruteerd om in Nederland te komen bedelen. Dat is voor deze mensen een verbetering ten opzichte van hun thuissituatie”, legt ze uit.

Tweede bus

Aan het Moreelsepark stopt voor de tweede keer een bus. Een nieuwe lichting bedelaars stapt kwiek uit. Het viertal splitst zich op, twee mannen en twee vrouwen gaan apart de binnenstad in.

Volgens de criminoloog moeten ze het geld dat ze op een dag bijeen bedelen afstaan, in ruil daarvoor krijgen ze onderdak en eten. Soms mogen ze een deel van het geld zelf houden.

“Verdienen ze niet genoeg, dan worden ze teruggestuurd”, zegt Siegel. “Ze moeten dus zielig genoeg zijn om genoeg op te brengen.” De organisatie is lucratief omdat Nederlanders gul geven. Siegel: “We willen iets goeds doen en zijn er gevoelig voor als we mensen zo zien. Daarnaast weet bijna niemand dat hier een organisatie achter zit. In Oost-Europa is dat anders, daar weet iedereen dat deze mensen dit niet voor zichzelf doen.”

Utrechtse ondernemers willen dat de praktijken worden aangepakt nu deze groep bedelaars steeds langer en vaker hun stad betreedt. Tom Broekman, secretaris van CMU, een belangenvereniging voor Utrechtse ondernemers: “Winkels hebben last van de bedelaars die voor hun zaak of aan hun terras de hand ophouden”.

Geen bedelverbod

De gemeente Utrecht is vooralsnog niet van plan om een bedelverbod in te voeren. In 2017 is daar al over gediscussieerd. Het College zag daar toen vanaf omdat ook bedelaars worden getroffen die geen overlast geven. Dat standpunt neemt de gemeente nu ook in. Raadsleden Queeny Rajkowski (VVD) en Ruurt Wiegant (SP) laten het er niet bij zitten en pleiten voor een langetermijnoplossing.

Dat met een bedelverbod alle bedelaars worden getroffen, vindt ­Richard den Hartog, eigenaar van Café ’t College aan de Mariastraat, onzin. “De gemeente kan zelf bepalen hoe ze het bedelverbod willen invullen. Ze kan ervoor kiezen om een verbod alleen te handhaven als er klachten zijn”, zegt hij. Daarmee sluit je ook uit dat een verbod ‘echte dak- en thuislozen’ schaadt. Volgens hem zou een bedelverbod er juist voor zorgen dat anderen weer meer kans maken om wat geld op te halen.

Aan de Mariaplaats int de vrouw in de paarse rok binnen een uur haar vierde donatie. Om de hoek verzucht Margo Schroevers van eetcafé Uitspanning Boslust: “Als je bedelt omdat je niets hebt dan snap ik dat, maar voor deze mensen is het gewoon een business. Ze komen vrolijk aanlopen en in de winkelstraten krijgen ze iets. En ze hebben allemaal dezelfde blik, alsof ze samen een cursus hebben gevolgd.”

Lees ook: 

Daklozen hebben allereerst een dak nodig, daarna volgt de rest

Het aantal daklozen in Nederland neemt sterk toe, de opvang in steden is vaak overvol. Daklozen hebben er baat bij eerst een huis te krijgen en daarna geholpen te worden met problemen als verslaving en schulden. Maar die huizen zijn er vaak niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden