#MeToo

Het gat tussen het aantal meldingen van verkrachting en de aangiftes groeit

In 2015 mondde nog 49 procent van de meldingen van verkrachting uit in een aangifte. Vorig jaar was dat gedaald naar 38 procent.Beeld Studio Vonq

Verkrachting wordt vaker gemeld bij politie, maar het aantal aangiftes blijft achter. Ook bij het Openbaar Ministerie stranden veel zaken. 

De politie krijgt de afgelopen jaren fors meer meldingen van verkrachting. Maar het aantal aangiften stijgt niet even hard mee en het aantal rechtszaken en veroordelingen van daders blijft vrijwel gelijk. Dat blijkt uit cijfers die Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico analyseerde voor Trouw en De Groene Amsterdammer.

Sinds de vorming van de Nationale Politie in 2013 worden cijfers centraal bijgehouden. Waar in 2013 nog 1245 slachtoffers naar de politie stapten met een melding over verkrachting, was dat in 2019 gestaag gestegen naar 2000, aldus het Centraal Bureau voor Statistiek. Een toename van 60 procent. Die kan worden verklaard door verbeterde hulpverlening en een veranderende seksuele moraal, denkt het Centrum Seksueel Geweld, een organisatie voor hulpverlening. Zo heeft de #MeToo-beweging een taboe doorbroken voor slachtoffers van een ongewenste seksuele ervaring om van zich te laten horen.

Beeld Louman & Friso

Een melding bij de politie is nog geen aangifte. Na een melding volgt eerst een informatief gesprek met een zedenrechercheur. Die legt uit wat een slachtoffer kan verwachten als zij of hij aangifte doet, en vraagt naar details en feiten om erachter te komen of datgene wat er is gebeurd ook strafbaar is.

Onbewuste ontmoediging

Het gat tussen meldingen en aangiftes groeit, blijkt uit de cijfers. De politie verschafte alleen gegevens van de afgelopen vijf jaar, waaruit blijkt dat in 2015 nog 49 procent van de meldingen uitmondde in een aangifte. Vorig jaar was dat gedaald naar 38 procent. Onbewuste ontmoediging kan hierin een rol spelen, concludeerde de Inspectie Justitie en Veiligheid onlangs. Ook al is de intentie van zedenrechercheurs goed, slachtoffers kunnen zich volgens hen gestuurd voelen om geen aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat tijdens het gesprek impliciet of expliciet over de slagingskans van een zaak wordt gesproken. Het eerste contact met de politie kan voor slachtoffers heel heftig zijn, zeggen slachtofferadvocaten al langer. De vragen tijdens het informatieve gesprek zijn vaak zeer persoonlijk, gedetailleerd en kritisch.

Volgens de korpsleiding van de politie is er een andere mogelijke verklaring voor het gat tussen meldingen en aangiftes: “Mensen worden mondiger en melden zich eerder bij de politie om aangifte te doen. Maar misschien constateren we dat er geen strafbaar feit is gepleegd of dat daarvoor te weinig bewijs bestaat”, aldus een woordvoerder.

Ook één stap verderop, bij het Openbaar Ministerie, stranden veel zaken. Een kleine 60 procent van de verkrachtingsdossiers die op het bureau van de officier van justitie belanden, wordt niet verder in behandeling genomen, vaak vanwege gebrek aan bewijs. Dat percentage is al jaren nagenoeg gelijk. Dat geldt ook voor het aantal verkrachtingszaken dat het OM en rechters daadwerkelijk behandelen. De aantallen schommelen, zo gaat het bij de rechtbanken jaarlijks om grofweg tussen de 130 en 180 zaken.

Uiteindelijk leidt ongeveer een op de vijf aangiftes tot een veroordeling bij de rechter. Ook dat is al jaren vrijwel hetzelfde.

Onvoldoende ondersteunend bewijs

Justitieminister Ferd Grapperhaus kondigde eerder al aan dat hij slachtoffers van zedenmisdrijven beter wil beschermen. Voor verkrachting moet onder de huidige wet worden bewezen dat er sprake was van dwang. Hij kwam met een wetsvoorstel waarin nu ook ‘seks tegen de wil’ strafbaar wordt gesteld. Dat is voor de gevallen waarin de dader weet of had moeten weten dat het slachtoffer geen seks wil, maar waarin dwang niet bewezen kan worden.

Volgens de minister kunnen door de wetswijziging straks meer slachtoffers aangifte doen. Maar of het ook tot meer veroordelingen leidt, daarover is de Raad voor de rechtspraak sceptisch. In een wetgevingsadvies sprak de raad over een ‘winstwaarschuwing’ naar de samenleving, omdat de minister veel te optimistisch is dat seksuele misdrijven straks makkelijker bewezen kunnen worden. Dat terwijl de nieuwe wet het punt waar de meeste zaken op vastlopen niet verandert, aldus de rechters: veel seksuele misdrijven vinden plaats in een een-op-eensituatie en er is onvoldoende ondersteunend bewijs.

Zedenrechercheur: Ga er maar aan staan: kritisch zijn én empatisch naar het slachtoffer

“In mijn carrière heb ik al verschillende keren gezegd: ik ga nu iets anders doen dan zeden, maar het lukt me niet ervan los te komen, omdat het zo’n boeiend en betekenisvol vak is.” Lidewijde van Lier werkt sinds 1996 bij de politie. Al bijna twintig jaar is ze betrokken bij zedenzaken, nu als adviseur bij het Landelijk Programma Zeden. Ze zit op het politiebureau in Eindhoven, naast haar collega Marja de Louw, een zedenrechercheur met al bijna veertig dienstjaren op zak.

De drempel om verkrachting te melden is de laatste jaren lager, constateren De Louw en Van Lier tevreden. Dat geldt voor vrouwen en mannen. Steeds meer meldingen gaan over verkrachtingen die net hebben plaatsgevonden. Ook de werkwijze van de zedenpolitie is veranderd: “Vroeger gingen rechercheurs er vaak vanuit: het verhaal van het slachtoffer is gewoon waar”, zegt De Louw. Ze herinnert zich haar eerste verkrachtingszaak nog goed, in 1982. “Och, ik ging helemaal met het slachtoffer mee, want zo hoorde het. En de verdachte was al dader voordat-ie gehoord was. Zo is het nu niet meer.”

Kritische vragen stellen

De politie moet neutraal blijven en ‘alternatieve hypotheses’ onderzoeken. “Scenariodenken”, noemt Van Lier dat. “Als iemand met een melding komt, denken wij meteen: dit kán gebeurd zijn, maar dát zou ook kunnen. Het is de bedoeling dat wij niet tunnelen op één scenario, maar breed onderzoek doen.” De Louw: “We moeten kritische vragen stellen aan een slachtoffer om wat meer te achterhalen: is er iets gebeurd waardoor een slachtoffer iemand een hak wil zetten? Had iemand te veel alcohol gedronken?”

De beschuldiging dat ze slachtoffers ontmoedigen is dan niet ver weg, weten de twee zedenrechercheurs. “Ik denk dat het weleens gebeurde,” zegt Van Lier, “dat we erin doorsloegen”. Het is een moeilijke balans, benadrukt ze. “Ga er maar aan staan: kritisch zijn én empathisch. Aan waarheidsvinding doen én aandacht hebben voor het slachtoffer.” De opvang van slachtoffers is erg geprofessionaliseerd in de afgelopen jaren, zegt Van Lier. Voor medische, psychologische of juridische hulp verwijzen zedenrechercheurs nu door naar het Centrum Seksueel Geweld of Slachtofferhulp. Zo kunnen zij zich concentreren op de opsporing.

“Digitaal is een heel grote bron van bewijs”, zegt De Louw. Ze vertelt over een verkrachtingszaak waarbij een verdachte de telefoon van het slachtoffer had gestolen. De politie had hem daarvoor al gepakt. “Door die telefoon uit te lezen, konden we via haar Google-account precies zijn route nagaan. Zo wisten we dat hij na de verkrachting linea recta naar huis was gegaan. Zonder die gegevens hadden we niet kunnen bewijzen dat hij de dader was.”

Bevriezen of verstijven

Verkrachting is qua bewijslast een van de lastigste wetsartikelen. Vaak gaat het om een-op-eensituaties en heeft de politie in eerste instantie alleen de verklaringen van het slachtoffer en de verdachte. Dat is niet genoeg voor veroordeling. Van Lier: “Er moet bewijs zijn dat er seks heeft plaatsgevonden én er moet bewijs zijn dat het onder dwang gebeurde. Vooral dat laatste is ontzettend lastig.”

Wat vaak voorkomt is dat slachtoffers zich niet verzetten, doordat zij bevriezen of verstijven. Daarom wil de minister de Zedenwet herzien door een nieuw artikel toe te voegen voor gevallen waar dwang niet te bewijzen is. In het concept-wetsartikel is iets ‘seks tegen de wil’: als de verdachte weet of had moet weten dat het slachtoffer niet wilde. Dat zal leiden tot een toename in aangiften. “Meldingen die nu binnenkomen maar in juridische zin geen verkrachting zijn, kunnen misschien wel onder ‘seks tegen de wil’ vallen”, zegt Van Lier.

Het betekent niet dat zaken makkelijker worden, want de bewijslast blijft even moeilijk. Maar meer aangiften betekent wel meer werk. Bovendien: alle digitale mogelijkheden maken zedenzaken al complexer en tijdrovender. De Louw: “Zeker als je niet bent opgegroeid in het digitale tijdperk, zoals ik.”

Werkdruk

Van Lier verbaast zich erover hoe ‘ontiegelijk hoog’ de werkdruk bij de zedenrecherche is geworden. “Ik zie dat mensen het zo druk hebben dat hun werk eronder lijdt.” De Louw beaamt dat: “Als het zo druk is, kan ik niet alles 100 procent goed doen. Niet omdat ik iets niet weet of niet kan, maar omdat er gewoon te veel te doen is. Dan moet ik met 70 procent tevreden zijn. Dat is geen fijn gevoel.”

Een nieuwe Zedenwet is mooi, maar zonder extra mensen gaat het niet, zeggen beiden. De Louw: “Dan zullen de wachttijden nog langer worden.” Maar waar moeten die extra mensen vandaan komen? “De districtsrecherche heeft het ook moeilijk. Die putten weer uit de basisteams”, zegt Van Lier. “Mijn man is leidinggevende van een basisteam, dus we zitten aan de keukentafel nog weleens over ons werk te praten. Hij zou niet blij zijn als ik een van zijn agenten wegpak om rechercheur te worden bij ons. Het piept en het kraakt overal.”

Jolanda van de Beld en Anouk Kootstra

Deze productie is tot stand gekomen met behulp van een subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees ook:

Amnesty tegen nieuwe wet van minister Grapperhaus. ‘Seks zonder instemming is óók verkrachting’

Amnesty International dringt aan op een nieuwe verkrachtingswet en start een campagne om het gesprek over instemming bij seks aan te wakkeren. ‘Dat kan verkrachtingen voorkomen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden