Coronashoppen

Het effect van drukte op straat is vooral psychologisch

Topdrukte tijdens Black Friday in het centrum van Rotterdam.Beeld Inge Van Mill

Alle aandacht gaat uit naar de drukke winkelstraten. Zij zouden een feestmaand voor het virus inluiden. Maar bewijs dat winkelen tot grote uitbraken leidt, is er niet.

De burgemeesters in de veiligheidsregio’s maken zich zorgen over de te drukke winkelstraten. Zo krijgen het virus Nederland onder controle in plaats van andersom, is de vrees. Dan moet de feestmaand december nog beginnen. 

Winkeliers werden maandagavond gewaarschuwd door het Veiligheidsberaad, met daarin burgemeesters van de 25 veiligheidsregio’s. Klanten die geen mondkapje dragen moeten uit de winkel worden gezet, anders kan de winkelier een boete krijgen of de winkel worden gesloten. De mondkapjesplicht in publieke binnenruimtes geldt vanaf dinsdag. 

Landelijke maatregelen tegen winkeldrukte gaan het Veiligheidsberaad te ver. “Het is soms druk en soms té druk. Op die plekken wordt ingegrepen en zo gaan we verder", zei voorzitter Hubert Bruls maandagavond. Burgemeesters zoeken regionaal naar manieren om winkelbezoek te spreiden. Minister Ferd Grapperhaus (veiligheid) noemde het tijdelijk sluiten van parkeergelegenheden als een mogelijkheid en riep mensen nogmaals op bij drukte om te keren. 

Zijn de zorgen over de drukke winkelstraten terecht? Bewijs dat winkelend publiek tot grote uitbraken hebben geleid is er niet. Ook in de cijfers van het RIVM komen winkels niet voor als locatie waar mensen besmet raken, net zo min als winkelstraten. De kans op besmetting in de buitenlucht is sowieso klein, zeker als mensen doorlopen en niet vijftien minuten of langer op minder dan anderhalve meter van elkaar blijven praten. De ophef om de winkelstraten lijkt daarmee op de verontwaardiging die ontstond nadat op een zonnige dag in april mensen naar de stranden en parken trokken. Dat leidde niet tot een piek in besmettingen. De verontwaardiging was er vooral omdat op dat moment het advies gold om drukte te vermijden.

Doorstroomlocaties

In tegenstelling tot bijvoorbeeld cafés en restaurants mogen winkels open blijven omdat het zogeheten doorstroomlocaties zijn. Mensen blijven niet lang op hun plek, maar lopen door. Dat vermindert de kans op besmetting. Winkels hebben zich wel te houden aan bepaalde veiligheidsnormen. Zo moet er vanaf dinsdag een mondkapje op, moet er afstand worden gehouden en mogen winkels maar een bepaald aantal klanten binnenlaten. Die regels - vooral afstand houden is moeilijk - worden niet altijd nageleefd. Vooral in supermarkten schuift winkelend publiek dicht langs elkaar heen. Maar ook supermarkten zijn wereldwijd geen bron van besmetting.

Logisch ook, als besmettingen vooral plaatshebben als mensen langer dan een kwartier binnen anderhalve meter afstand van elkaar staan. Dat is volgens het RIVM namelijk de voornaamste besmettingsroute. Dat wil niet zeggen dat een winkelende man of vrouw niet besmet kan raken, zelfs als hij of zij alleen maar door de winkelstraat loopt en af en toe in een etalage kijkt.

Begin augustus liep een Zuid-Koreaanse vrouw een filiaal van Starbucks binnen in de hoofdstad Seoul. Ze droeg het coronavirus bij zich, zo zou later blijken. En ze was een superspreader. In de koffiebar besmette ze 27 gasten en medewerkers. Een van die gasten had het virus opgelopen toen hij de vrouw alleen maar passeerde. De zaak Starbucks is uitgebreid bestudeerd en wordt geregeld aangehaald. De kans op een besmetting in het voorbijgaan is miniem. Dat de zaak uit Seoul zoveel aandacht krijgt, geeft al aan hoe uitzonderlijk het geval is. Toch, hoe miniem ook, de kans is er wel. En wie in een winkelstraat loopt, of in een winkel, heeft duizenden keren zo’n minieme kans.

Praten op een bankje

Belangrijker dan die minieme kans, al is het duizenden keren per middag, zijn de bij-effecten van de gezellige winkeldagen. Binnensteden met veel mensen trekken meer mensen. Niet alleen om te winkelen, maar ook om met elkaar een coffee to go te halen en bij te praten op een bankje. Dat zijn potentiële besmettingsmomenten. Al blijft het de vraag hoe groot hun invloed is op de reproductie van het virus.

Waar het kabinet en RIVM vooral voor zullen waken, is het psychologische effect van al die mensen in de binnensteden. Nederlanders die beelden zien van volle winkelstraten zullen dat vertalen in: het leven als vanouds kan best nog. Dat leidt weer tot minder naleving van andere gedragsregels, zoals niet met te veel mensen bij elkaar op bezoek komen. Want daar ligt de echte bron van de besmettingen.

Winkels voelen zich niet schuldig over drukte rondom ‘Black Friday’

Het liep dan misschien niet storm in de Nederlandse winkelstraten rondom koopjesfestijn Black Friday, het was volgens vakbond FNV evengoed veel te druk. Dat kan niet als er een virus rondwaart, vindt de bond. Doordat grootwinkelbedrijven ‘schandalig veel reclame’ hebben gemaakt voor Black Friday, zouden zij de drukte op hun geweten hebben, redeneerde de vakbond.

Dat verwijt vindt de Hema ‘jammer’, zegt een woordvoerster van de warenhuisketen. “Het aanwijzen van schuldigen vinden wij niet constructief. Het is niemands ‘schuld’ dat we in deze crisis zitten. Er is geen enkel winkelbedrijf, ook Hema niet, dat moedwillig uit is op drukte.” De Hema zegt er alles aan te doen om een te grote toestroom van publiek juist tegen te gaan. “Bijvoorbeeld door een sterke focus op online. We hebben Black Friday bovendien juist heel erg uitgesmeerd over meerdere dagen om zo een piek te voorkomen. We staan ook voortdurend in contact met branchevereniging INretail en met bijvoorbeeld gemeentes. Als we dat volgens de vakbond niet goed hebben gedaan, dan moeten we om de tafel. Niet gaan wijzen naar elkaar, maar het samen doen.”

Kledingketen C&A en webwarenhuis Bol.com wijzen eveneens op de bewuste spreiding van Black Friday over de hele week. Vakbond FNV houdt winkelketens ook verantwoordelijk voor de drukte in distributiecentra van webwinkels als Bol.com. Die wijzen erop dat de dagelijkse operaties op de locaties Waalwijk en Nieuwegein niet door het webwinkelbedrijf zelf worden gedaan, maar door Ingram Micro (IM) en Ceva.

“Bol.com is klant van hen, wij nemen hun expertise af”, vertelt een woordvoerster van Bol. “Wij staan in dagelijks contact met IM en Ceva over hun verantwoordelijkheid in het opstellen en uitvoeren van de juiste en voldoende voorzorgsmaatregelen om hun medewerkers goed te beschermen. Het beeld dat FNV vandaag in Trouw schetst, klopt dan ook niet met de situatie in onze distributiecentra”, stelt Bol.

INretail, de brancheorganisatie voor de detailhandel, herkent zich eveneens niet in de kritiek van de vakbond en vindt juist dat het afgelopen weekend prima ging met het in goede banen leiden van de drukte. “Wij kijken in het algemeen positief terug op hoe het weekend verlopen is”, zegt Paul te Grotenhuis van INretail. “Als we Nederland overzien, van Veendam tot Oostkapelle, ging het over het algemeen heel goed, met op vrijdag en zaterdag een aantal drukte-incidenten in de allergrootste steden van ons land. Daar werden maatregelen genomen die nodig waren en die door het publiek ook direct werden geaccepteerd.”

Joost van Velzen

Lees ook:

Het is veel te druk in de winkelstraat en december moet nog beginnen

Het was veel minder druk dan op een normale Black Friday, maar zorgwekkend druk in deze coronarealiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden