Tweede Wereldoorlog

Harry Davids keert na 50 jaar terug naar het dorp waar hij als Joods jochie onderdook

Harry Davids (79) keert na vijftig jaar terug naar de plek waar hij tijdens de oorlog uit handen van de Duitsers werd gehouden.  Beeld Reyer Boxem
Harry Davids (79) keert na vijftig jaar terug naar de plek waar hij tijdens de oorlog uit handen van de Duitsers werd gehouden.Beeld Reyer Boxem

De Joodse Harry Davids overleefde als baby de oorlog in het Friese Engwierum, in het arbeidershuisje van Berend en Jeltje Bakker. Zijn onderduikouders leven niet meer, maar het huis staat er nog.

Karin de Mik

Harry Leo Davids (79) uit Los Angeles staat lang bij het graf van zijn onderduikouders Berend en Jeltje Bakker in Engwierum. Er staan gele chrysanten op de grafsteen. Het is een bewolkte dag in het Friese dorp. Het Joodse jochie Harry was nog maar een jaar oud, toen hij in 1943 werd opgevangen in het gezin van postbode Berend en zijn vrouw. Ze woonden in een arbeidershuisje tegenover de kerk.

Het huisje staat er nog en nu is Davids weer op bezoek in het dorp. Voor het eerst in ruim 50 jaar. Wat hij voelt? “Dankbaarheid”, zegt hij terwijl hij het kleine kerkhof afloopt. “Respect ook en bewondering.” Want het is dankzij de moedige keuze van het Friese echtpaar dat hij nog leeft.

Het achterkleinkind van Berend, journalist Thomas Sijtsma, schreef een boek over deze onderduikgeschiedenis: Verloren oorlogskind. Davids vertelt: “Zo kon ik de ontbrekende puzzelstukjes van mijn geschiedenis eindelijk invullen”.

Vieve man en vlotte prater

Davids – spierwit haar, kleine gestalte – is een vieve man en een vlotte prater. Zelf heeft hij geen enkele herinnering meer aan zijn verblijf in de oorlog op het Friese platteland. Zoals hij ook niets meer weet van zijn biologische ouders Alfred en Lily Davids, die hem weggaven zodat hij de oorlog kon overleven.

Harry wordt geboren op 14 oktober 1942 in Amsterdam. Zijn ouders geven hem bewust een internationaal klinkende naam, zodat zijn Joodse komaf niet meteen duidelijk zal zijn. Het plan van de nazi’s om alle joden uit te roeien krijgt in die jaren namelijk steeds meer vorm. Er zijn razzia’s en joodse families worden gedeporteerd om vermoord te worden in de vernietigingskampen.

Harry’s ouders nemen het immens moeilijke besluit hun twee maanden oude kind te laten onderduiken. Apart van henzelf. “Mijn moeder gaf me nog borstvoeding”, vertelt Davids.

Hij zou zijn ouders nooit meer zien. Ze doken onder, werden verraden en omgebracht in het vernietigingskamp Sobibor.

Bonkige verzetsstrijder

De blonde baby komt eerst terecht in het gezin van de bonkige verzetsstrijder Gerard den Os in Amsterdam. Als de Duitsers daar binnenvallen, blijft Harry er alleen achter met een nichtje van Van Os.

De Duitsers halen hem later op, zeggen ze. Dat gebeurt niet. Het Amsterdamse studentenverzet krijgt lucht van de overval. Medicijnstudente Iet van Dijk haalt Harry op en brengt hem met de boot naar Lemmer.

Het onderduikgezin in Gaasterland waar hij terechtkomt, wordt echter verraden. Harry wordt huilend in een Duitse overvalwagen gestopt. Hij is dan een half jaar oud. Als de Duitsers even niet opletten halen omstanders hem eruit en rennen met de weerloze baby weg. Uiteindelijk belandt het kind in december 1943 in Engwierum. Berend, die dan al diep in het gewapend verzet zit, en Jeltje voeden hem op als hun vijfde kind.

Harry overleeft daar de oorlog, al had het niet veel gescheeld. Op een dag eisen drie Duitse soldaten van Jeltje dat Harry zijn broek uitdoet. Ze willen zien of hij besneden is. Ze geloven niet dat hij haar zoon is. Jeltje wordt woedend. Haar moederinstinct geeft haar kracht: “Wegwezen. Nu!”, blaft ze het drietal toe, waarop dat aftaait.

‘Hij was een van ons’

Harry noemt zijn pleegouders heit en mem. Hij is een vrolijk kereltje, dat goed kan zingen. Dat doet hij op verzoek voor 1 cent. In 1947 komt er een eind aan zijn verblijf in Friesland. Een oom eist hem op en wil hem een joodse opvoeding geven. Moeder Jeltje is ontroostbaar. Ze beschouwt Harry als haar eigen zoon. “Hij was zo’n lief kereltje. Hij was een van ons.”

Op latere familiereünies met al haar kinderen en kleinkinderen zegt ze vaak: ‘Er ontbreekt er een’. Ruim twintig jaar, in 1968, later zou ze haar verloren pleegkind pas weer zien. En donderdag was Davids dus weer in Engwierum, nu ter promotie van het boek van Sijtsma.

Daarin wordt niet alleen zijn verhaal, maar ook dat van de heldenmoed van de Bakkers verteld, onderstreept hij. “Over de keuze die zij maakten om mijn leven te redden. Berend en Jeltje zijn een voorbeeld voor anderen om geen toekijker te zijn als er slechte dingen gebeuren, maar daartegen op te staan. Ik heb puur geluk gehad.”

Lees ook:

Steef ontsnapte naar Zweden, zijn familie ging in Nederland in het verzet

Mooie reconstructie van wat de oorlog deed met een Leids arbeidersgezin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden