Minister van justitie en veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) praat via de laptop met de Maastrichtse rector Rianne Letschert.

Wetboek van Strafvordering

Grapperhaus steekt de regels voor opsporing in een nieuw chic jasje, en die moeten de komende vijftig jaar mee

Minister van justitie en veiligheid Ferd Grapperhaus (CDA) praat via de laptop met de Maastrichtse rector Rianne Letschert.Beeld Werry Crone

Het bevat alle spelregels voor opsporing, vervolging en berechting van misdaden en overtredingen, maar was niet meer bij de tijd. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering is nu af. De invoering wordt een monsterklus.

Een trui waar in de loop der jaren honderden mouwen aan zijn gebreid. Zo omschrijft rector magnificus van de Universiteit Maastricht Rianne Letschert het huidige Wetboek van Strafvordering. Hoog tijd om al die draden eens uit te halen. Aan die monsterklus hebben juristen zeven jaar gewerkt (zie kader).

Onder leiding van Letschert onderzoekt een commissie nu hoe het wetboek het beste kan worden ingevoerd en wat het allemaal kost. Binnenkort zal de Tweede Kamer zich buigen over de eerste proefprojecten met de nieuwe wetgeving. Dan krijgen alle advocaten, rechters, politiemensen, maar ook verdachten en slachtoffers van misdrijven ermee te maken.

Vandaar dat minister Ferd Grapperhaus van justitie en veiligheid nauw betrokken is bij deze hele operatie. Wie hem de afgelopen maanden bezig zag, zou bijna vergeten dat hij nog andere zaken aan z’n hoofd heeft dan corona, wat hij zelf omschrijft als een ‘tweede baan’. Vandaag zit hij achter z’n tablet voor het interview, net als Letschert in Maastricht, uiteraard vanwege de coronaregels.

Efficiëntere verwerking van strafzaken

Grapperhaus heeft er zin in. Tijdens zijn rechtenstudie was strafvordering niet het ‘meest sexy’ onderwerp, maar dat is het voor hem wel geworden. Digitale opsporingsmethoden, meer rechten voor slachtoffers van misdrijven, moderne data-uitwisseling en vooral ook een efficiëntere verwerking van strafzaken: de invoering van het wetboek raakt volgens de minister alle facetten van het proces. Het gaat kortom om de spelregels voor opsporing, vervolging en berechting, en daarmee over de rechtszekerheid van burgers.

De basis van de ‘trui met vele mouwen’ stamt uit 1926. Sindsdien zijn er zeker 150 wijzigingen doorgevoerd – denk alleen al aan alle nieuwe opsporingsmethoden als DNA-onderzoek die opkwamen. Het resultaat: een onoverzichtelijk kluwen van regels die ook nog eens verouderd zijn.

Dus begonnen juristen in 2014 aan wat Letschert ‘groot onderhoud’ noemt. De regels moeten overzichtelijker, moderner en bovenal toekomstbestendig zijn. “Niet dat ik verwacht dat de vernieuwing een hele eeuw meegaat, maar in ieder geval wel de volgende vijftig jaar”, zegt Grapperhaus. Eén van zijn speerpunten is daarom dat de tekst ‘technologieneutraal’ is opgesteld. Dat wil zeggen dat de regels ook toegepast moeten kunnen worden op technologie waar we nu nog geen benul van hebben. “Dat we niet communicatie per fax toestaan op het moment dat iedereen de fax al vaarwel heeft gezegd, zoals eerder is gebeurd.”

En dat is niet het enige, aldus Letschert. De herziening van het wetboek is een kans om de doorlooptijden in het strafrecht te verkorten. Burgers, of die nou slachtoffer of verdachte zijn, moeten nu vaak te lang wachten voor een zaak eindelijk voor de rechter komt.

Rianne Letschert via de beeldverbinding.Beeld Werry Crone

Afschaffen van de pro forma-zittingen

Een van de manieren om te versnellen is de afschaffing van de zogeheten pro forma-zittingen. Nu moet een verdachte in voorlopige hechtenis elke drie maanden voor een rechter verschijnen. Die beslist over onderzoekswensen van de verdediging en of de verdachte langer vast moet blijven zitten. Daarna gaat zo’n zaak weer terug naar de rechter-commissaris, die belast is met het onderzoek.

In het plan dat er nu ligt, beslist de rechter-commissaris zelf over onderzoekswensen. Rechters blijven toetsen of een verdachte terecht vastzit, maar doen dit in de zogeheten raadkamer. Volgens Letschert betekent het afschaffen van die pro formazitting dus niet dat verdachten straks langer vastzitten. Sterker nog, een verdachte krijgt volgens haar juist sneller duidelijkheid over het verloop van de zaak.

Advocaten hebben daarentegen kritiek geuit, omdat de positie van verdachten volgens hen relatief verslechtert. De regels gaan er volgens de Nederlandse Orde van Advocaten vanuit dat elke verdachte een topadvocaat naast zich heeft, terwijl er ook verdachten zijn zonder advocaat of met een advocaat die het zwaar heeft vanwege beknibbeling op de rechtsbijstand. Het is dus de vraag of de rechten die de verdediging op papier erbij krijgt, in de praktijk zo gaan uitpakken.

Ferd Grapperhaus achter zijn bureau met foto’s van zijn vrouw Liesbeth Wytzes en rechts met zijn kleinzoon Ferdinand.Beeld Werry Crone

De minister ziet dat anders. Volgens hem gaan verdachten er wel op vooruit. Er komt bijvoorbeeld in de wet te staan dat politie en justitie alleen bepaalde opsporingsmethoden mogen inzetten, als die opwegen tegen de zwaarte van het misdrijf waarvan iemand wordt verdacht.

Slachtoffers krijgen meer rechten

Maar dat vooral slachtoffers meer rechten krijgen in het nieuwe wetboek, erkent Grapperhaus. “Dat is ook logisch. Het huidige wetboek komt uit 1926. Dat is het jaar vóór de geboorte van mijn vorig jaar overleden moeder. Een hele tijd geleden. Toen hadden slachtoffers nog geen enkele positie in de strafvordering. Maatschappelijk gezien is er een enorme ontwikkeling geweest op dat gebied, van spreekrecht in de rechtszaal tot het feit dat ze straks meer inzage krijgen in het strafdossier.”

Letschert benadrukt dat alle partijen – van rechters, tot OM, politie en advocaten – vanaf het begin bij het megaproject betrokken zijn geweest. “De tekst zoals die er nu ligt is niet door één ambtenaar opgetekend, er is een heel intensief proces aan vooraf gegaan. Daaruit bleek dat alle betrokkenen de noodzaak voor invoering van het nieuwe wetboek zien.”

Uiteindelijk zullen de Tweede en Eerste Kamer zich moeten buigen over de vraag of de balans tussen alle belangen inderdaad op orde is. Minister Grapperhaus verwacht daar geen problemen. En mocht de Kamer wel inhoudelijke opmerkingen hebben, dan zal hij die input gebruiken. Net zoals hij naar eigen zeggen heeft gedaan bij wat in de volksmond de ‘sekswet’ is gaan heten. Na fikse kritiek van de Tweede Kamer en uit de samenleving dat de minister onterecht onderscheid maakte tussen seks tegen de wil en verkrachting, heeft hij zijn voorstel drastisch aangepast.

Beeld Werry Crone

Naar de Raad van State voor advies

Maar zover is het nog niet bij het Wetboek van Strafvordering. Sterker nog: de justitieminister in het vólgende kabinet zal het moeten gaan doen. Eerst moet de wet naar de Raad van State voor advies. En daarvoor is het wachten eerst op de raming van de kosten om dit project in de praktijk te brengen, waar Letschert met haar commissie mee bezig is. Er moet flink wat gebeuren: denk bijvoorbeeld aan omscholing en werkprocessen bij de politie, OM en rechtbanken die opnieuw op elkaar moeten worden afgestemd. Mogelijk zijn er zelfs aanpassingen nodig aan gebouwen, voorspelde de Raad voor de Rechtspraak.

Vanuit het werkveld komen schattingen van de kosten van enkele honderden miljoenen euro’s. Letschert wil er niet op vooruitlopen. De raming ligt er nog voor de kerst, zegt ze.

Ondertussen wordt er van de politie tot de rechtbanken geklaagd dat het er ‘piept en kraakt’ vanwege capaciteitsproblemen. Kan dat geld niet beter worden besteed aan extra mensen? Nee, zegt Grapperhaus resoluut. “Als je alleen inzet op meer agenten of meer officieren van justitie, dan werken er straks tien mensen meer aan een strafdossier op een inefficiënte manier. Terwijl we enorm gaan winnen door het hele strafproces beter te laten aansluiten op de moderne maatschappij en de huidige technologie.”

Voor de overbelaste agent bedacht de minister iets anders. Politiemedewerkers krijgen dit jaar een bonus van driehonderd euro. Verschillende steden doopten dat om tot een ‘coronabonus’, maar volgens Grapperhaus is het ingegeven door de verhoogde werkdruk bij de politie als gevolg van een grote groep medewerkers die met pensioen gaat.

Vinger aan de pols

Grapperhaus’ opvolger in een nieuw kabinet krijgt dus de invoering van het nieuwe wetboek op zijn of haar bord. Daarbij moet ook de ICT in de hele strafrechtketen vernieuwd worden, zodat politie, OM, reclassering en andere diensten beter en sneller gegevens uit kunnen wisselen. Bij eerdere grootschalige projecten van digitalisering en ICT-vernieuwing bij de overheid liepen de kosten soms enorm uit de hand en verliep de uitvoering stroef. De Raad van State waarschuwde vorig jaar dat de overheid geen grootschalige projecten meer moet oppakken zonder heel goed te kijken naar de uitvoering. En naar de belasting die dat voor de organisaties zelf, maar ook voor burgers met zich meebrengt.

Letschert en Grapperhaus zijn daar optimistisch over. Volgens Letschert is het juist van groot belang om zo’n inhoudelijke verandering goed af te stemmen met de praktijk, en tegelijk de benodigde infrastructuur en ICT mee te nemen. Het een kan niet zonder het ander. Daarover is al veel overleg geweest. “De tijd waarin we leven helpt ook wel”, zegt ze, doelend op de eerdere moeizame digitalisering in de rechtspraak. Ofwel, door corona moeten ze wel. De minister ziet de invoering met vertrouwen tegemoet. Al erkennen ze beiden dat het grote werk nog moet beginnen. Maar de trui met twee in plaats van honderd mouwen is af? Letschert, denkt even na: “Ik zou zeggen, een chic jasje.”

Wat staat er in de nieuwe spelregels voor de opsporing?

In het Wetboek van Strafvordering staan hele praktische zaken: zoals regels over wanneer de politie de inhoud van de telefoon van een verdachte mag onderzoeken, of over hoe de rechter bewijsstukken dient te ontvangen. Het is wat anders dan het Wetboek van Strafrecht, het andere belangrijke boek in het strafrecht. Dat gaat over de vraag wat strafbaar is en welke straffen daarop kunnen volgen.

Het groot onderhoud dat nu plaatsvindt aan het Wetboek van Strafvordering, betekent een groot aantal veranderingen. Een aantal voorbeelden uit de plannen:

Slachtoffers en nabestaanden krijgen meer inzage in het strafdossier. Nu geldt nog dat iemand alleen stukken te zien krijgt die voor hem of haar van belang zijn. Dat ‘van belang’ vervalt. Een andere nieuwe mogelijkheid die slachtoffers krijgen is klagen dat politie en justitie niet of onvoldoende opsporen. Nu kun je alleen in verzet komen tegen het besluit van het OM om niet te gaan vervolgen.

• Voor verdachten in voorlopige hechtenis geldt dat zij straks sneller door het OM geïnformeerd moeten over de stand van het onderzoek, maximaal na drie maanden. Het idee is dat een verdachte zijn verdediging zo beter kan voorbereiden. De officier van justitie moet ook sneller de onderzoeksopdrachten die het bijvoorbeeld geeft aan het Nederlands Forensisch Instituut om bepaalde sporen nader te analyseren, delen met de verdediging. Die kan dan meedenken en eventueel suggesties doen om die opdracht aan te passen.

Politie en justitie krijgen meer opsporingsbevoegdheden. Zo wordt wettelijk vastgelegd dat bij een bepaalde verdenking de verdachte gedwongen mag worden met zijn vinger zijn telefoon te ontgrendelen.

Ook komt vast te liggen dat de politie onder voorwaarden op grote schaal vrij toegankelijke informatie op internet over een verdachte mag verzamelen: bijvoorbeeld diens foto’s op Instagram, of diens bijdragen op een forum.

Ook rechters en officieren van justitie krijgen te maken met veranderingen op de werkvloer. Zo mag een hulpofficier van justitie (geen lid van het OM, maar een rechercheur bij de politie) straks meer beslissingen nemen, waar nu nog goedkeuring van de officier voor nodig is. Rechters kunnen ervoor kiezen om in het dossier genoegen te nemen met camerabeelden van bijvoorbeeld een winkeldiefstal, zonder dat een agent in een proces-verbaal uitschrijft wat er op de beelden te zien is.

Lees ook: 

Grapperhaus past zijn wetsvoorstel aan: Alle onvrijwillige seks strafbaar als verkrachting

Seks tegen de wil is óók verkrachting, vindt nu ook minister Ferd Grapperhaus. Na kritiek in de Tweede Kamer past hij zijn nieuwe sekswet aan

De rol van slachtoffers in de rechtszaal groeit, tot ongenoegen van advocaten

Opnieuw krijgen slachtoffers een grotere rol in het strafproces. Hun belangenbehartigers zijn er blij mee, maar advocaten zien deze trend met lede ogen aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden